
Suriname erkent bij VN achterstand in uitvoering mensenrechtenverplichtingen
| starnieuws | Door: Redactie
De Surinaamse delegatie tijdens de VN-vergaderng in Genève. In het midden minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid Suriname heeft nog belangrijke verplichtingen op het gebied van mensenrechten die niet volledig zijn nagekomen. Vooral de wettelijke erkenning van collectieve grondrechten van inheemse en tribale volken, de oprichting van een onafhankelijk mensenrechteninstituut en de bescherming van kwetsbare groepen vragen verdere actie. Dat heeft minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid maandag in Genève naar voren gebracht tijdens de vierde beoordeling van Suriname door
Monorath presenteerde namens Suriname de ontwikkelingen op mensenrechtengebied over de periode 2021 tot en met 2026. Dat gebeurde in het kader van de Universal Periodic Review (UPR), een internationaal beoordelingsmechanisme waarbij VN-lidstaten elkaars mensenrechtensituatie bespreken en aanbevelingen doen. De minister erkende dat Suriname vooruitgang heeft geboekt met wetgeving en institutionele hervormingen, maar dat verschillende maatregelen nog niet daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Volgens hem is het aannemen van wetten op zichzelf onvoldoende. Er moeten ook instellingen, financiële middelen en toegankelijke procedures beschikbaar zijn om rechten in de praktijk te beschermen.
Grondenrechten
Een van de belangrijkste achterstanden betreft de collectieve rechten van inheemse en tribale volken. De regering erkent dat de internationale uitspraken in de zaken Moiwana, Saramaka en Kaliña en Lokono nog niet volledig zijn uitgevoerd. Het wetsvoorstel voor de collectieve rechten
Mensenrechteninstituut
Ook de oprichting van een onafhankelijk Nationaal Mensenrechteninstituut is nog niet afgerond. Volgens Monorath bestaat hiervoor al sinds 1986 een juridische basis, maar wordt gewerkt aan modernisering van het wettelijke kader. De mensenrechtencommissie van De Nationale Assemblée bereidt wetgeving voor. Een belangrijk knelpunt is de financiering. De regering onderzoekt een model waarbij het ministerie van Justitie en Veiligheid de opstart financieel ondersteunt, waarna het instituut onafhankelijk moet
Monorath benadrukte dat onafhankelijkheid niet alleen wettelijk moet worden vastgelegd, maar ook moet blijken uit de financiering, benoemingsprocedures en bestuurlijke zelfstandigheid. De regering mikt op 2027 om het instituut daadwerkelijk te laten functioneren.
Milieuvervuiling en drinkwater
Tijdens de VN-beoordeling kwamen ook de gevolgen van illegale goudwinning voor het milieu en de volksgezondheid aan de orde. De minister wees op onderzoeken van de Environmental Crime Unit van het Korps Politie Suriname naar mogelijke vervuiling van water en bodem door mijnbouwactiviteiten. Daarbij noemde hij onder meer onderzoeken in Gunsi en Godo Olo. Volgens de regeringsverklaring leiden illegale mijnbouwactiviteiten op verschillende plaatsen tot aantasting van waterbronnen en ecosystemen door het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen. Opvallend is dat Suriname in de verklaring aangeeft onvoldoende eigen laboratoriumfaciliteiten te hebben voor bepaalde onderzoeken naar waterkwaliteit en daarvoor afhankelijk te zijn van voorzieningen in een buurland. De regering erkent dat de bestrijding van milieucriminaliteit
Kinderombudsman
Een andere openstaande kwestie is de instelling van een Kinderombudsman. Hoewel de betreffende wet in januari 2025 in werking trad, functioneert de instelling nog niet. De regering heeft inmiddels een werkgroep ingesteld die de organisatorische en administratieve voorbereidingen moet treffen. Volgens Monorath moeten onder meer onafhankelijk leiderschap, voldoende middelen en toegankelijke klachtenprocedures worden geregeld.
Ook de aanpak van huiselijk geweld blijft aandacht vragen. De Nationale Raad Huiselijk Geweld is in november 2025 ingesteld en heeft een conceptbeleidskader voor 2026–2028 opgesteld. Voorgestelde wijzigingen van de wet tegen huiselijk geweld, waaronder sterkere bescherming tegen psychisch geweld, zijn voorgelegd aan de Staatsraad.
Uitbreiding rechterlijke macht
Als vooruitgang noemde Monorath onder meer de uitbreiding van de rechterlijke macht. Op 23 oktober zijn vijftien nieuwe rechters geïnstalleerd, waarmee het totale aantal volgens de minister op 45 is gekomen. Daarnaast
Persvrijheid en toegang tot informatie
De regering bracht ook de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en toegang tot overheidsinformatie ter sprake. Het wetsvoorstel over openbaarheid van bestuursinformatie is nog in behandeling. Een wijzigingsvoorstel uit augustus 2026 moet onder meer de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie en de controle op het overheidshandelen versterken. Monorath benadrukte dat mensenrechtenbescherming niet beperkt mag blijven tot internationale rapportages en wettelijke toezeggingen. De uitvoering moet volgens hem zichtbaar worden in
Bij de opening van de bijeenkomst wees de permanente vertegenwoordiging van Suriname in Genève eveneens op de uitdagingen waarmee kleine ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. Tegelijkertijd werd benadrukt dat mensenrechten een steeds belangrijkere plaats innemen binnen het nationale beleid. De VN-beoordeling biedt andere landen gelegenheid om Suriname kritisch te bevragen en aanbevelingen te doen. De komende periode zal vooral moeten blijken in hoeverre de aangekondigde hervormingen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. De regering streeft ernaar het nationale mensenrechteninstituut in 2027 operationeel te hebben.
Monorath presenteerde namens Suriname de ontwikkelingen op mensenrechtengebied over de periode 2021 tot en met 2026. Dat gebeurde in het kader van de Universal Periodic Review (UPR), een internationaal beoordelingsmechanisme waarbij VN-lidstaten elkaars mensenrechtensituatie bespreken en aanbevelingen doen. De minister erkende dat Suriname vooruitgang heeft geboekt met wetgeving en institutionele hervormingen, maar dat verschillende maatregelen nog niet daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Volgens hem is het aannemen van wetten op zichzelf onvoldoende. Er moeten ook instellingen, financiële middelen en toegankelijke procedures beschikbaar zijn om rechten in de praktijk te beschermen.
Grondenrechten
Een van de belangrijkste achterstanden betreft de collectieve rechten van inheemse en tribale volken. De regering erkent dat de internationale uitspraken in de zaken Moiwana, Saramaka en Kaliña en Lokono nog niet volledig zijn uitgevoerd. Het wetsvoorstel voor de collectieve rechten
van inheemse en tribale volken is nog in behandeling bij De Nationale Assemblée. In mei 2026 is met ondersteuning van het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP het Grondenrechtenproject 2026–2030 gestart. Dit moet bijdragen aan overleg met de gemeenschappen en de ontwikkeling van een juridisch kader. Monorath benadrukte het belang van betekenisvolle betrokkenheid van de gemeenschappen bij besluiten over hun leefgebieden, met aandacht voor het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming. De regering erkent dat op dit terrein nog belangrijke aanbevelingen moeten worden uitgevoerd.
Mensenrechteninstituut
Ook de oprichting van een onafhankelijk Nationaal Mensenrechteninstituut is nog niet afgerond. Volgens Monorath bestaat hiervoor al sinds 1986 een juridische basis, maar wordt gewerkt aan modernisering van het wettelijke kader. De mensenrechtencommissie van De Nationale Assemblée bereidt wetgeving voor. Een belangrijk knelpunt is de financiering. De regering onderzoekt een model waarbij het ministerie van Justitie en Veiligheid de opstart financieel ondersteunt, waarna het instituut onafhankelijk moet
functioneren.
Monorath benadrukte dat onafhankelijkheid niet alleen wettelijk moet worden vastgelegd, maar ook moet blijken uit de financiering, benoemingsprocedures en bestuurlijke zelfstandigheid. De regering mikt op 2027 om het instituut daadwerkelijk te laten functioneren.
Milieuvervuiling en drinkwater
Tijdens de VN-beoordeling kwamen ook de gevolgen van illegale goudwinning voor het milieu en de volksgezondheid aan de orde. De minister wees op onderzoeken van de Environmental Crime Unit van het Korps Politie Suriname naar mogelijke vervuiling van water en bodem door mijnbouwactiviteiten. Daarbij noemde hij onder meer onderzoeken in Gunsi en Godo Olo. Volgens de regeringsverklaring leiden illegale mijnbouwactiviteiten op verschillende plaatsen tot aantasting van waterbronnen en ecosystemen door het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen. Opvallend is dat Suriname in de verklaring aangeeft onvoldoende eigen laboratoriumfaciliteiten te hebben voor bepaalde onderzoeken naar waterkwaliteit en daarvoor afhankelijk te zijn van voorzieningen in een buurland. De regering erkent dat de bestrijding van milieucriminaliteit
en de bescherming van veilig drinkwater verdere investeringen en internationale ondersteuning vereisen.
Kinderombudsman
Een andere openstaande kwestie is de instelling van een Kinderombudsman. Hoewel de betreffende wet in januari 2025 in werking trad, functioneert de instelling nog niet. De regering heeft inmiddels een werkgroep ingesteld die de organisatorische en administratieve voorbereidingen moet treffen. Volgens Monorath moeten onder meer onafhankelijk leiderschap, voldoende middelen en toegankelijke klachtenprocedures worden geregeld.
Ook de aanpak van huiselijk geweld blijft aandacht vragen. De Nationale Raad Huiselijk Geweld is in november 2025 ingesteld en heeft een conceptbeleidskader voor 2026–2028 opgesteld. Voorgestelde wijzigingen van de wet tegen huiselijk geweld, waaronder sterkere bescherming tegen psychisch geweld, zijn voorgelegd aan de Staatsraad.
Uitbreiding rechterlijke macht
Als vooruitgang noemde Monorath onder meer de uitbreiding van de rechterlijke macht. Op 23 oktober zijn vijftien nieuwe rechters geïnstalleerd, waarmee het totale aantal volgens de minister op 45 is gekomen. Daarnaast
wordt verwacht dat elf rechterlijke ambtenaren in opleiding hun traject in 2027 afronden. Ook wordt gewerkt aan versterking van het Openbaar Ministerie en verdere decentralisatie van de rechtspraak. Suriname wees verder op de afschaffing van de doodstraf in zowel het gewone als het militaire strafrecht. De Nationale Assemblée heeft in juli 2026 ingestemd met toetreding tot het Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, maar de internationale toetredingsformaliteiten moeten nog worden afgerond.
Persvrijheid en toegang tot informatie
De regering bracht ook de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en toegang tot overheidsinformatie ter sprake. Het wetsvoorstel over openbaarheid van bestuursinformatie is nog in behandeling. Een wijzigingsvoorstel uit augustus 2026 moet onder meer de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie en de controle op het overheidshandelen versterken. Monorath benadrukte dat mensenrechtenbescherming niet beperkt mag blijven tot internationale rapportages en wettelijke toezeggingen. De uitvoering moet volgens hem zichtbaar worden in
het dagelijks leven van burgers.
Bij de opening van de bijeenkomst wees de permanente vertegenwoordiging van Suriname in Genève eveneens op de uitdagingen waarmee kleine ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. Tegelijkertijd werd benadrukt dat mensenrechten een steeds belangrijkere plaats innemen binnen het nationale beleid. De VN-beoordeling biedt andere landen gelegenheid om Suriname kritisch te bevragen en aanbevelingen te doen. De komende periode zal vooral moeten blijken in hoeverre de aangekondigde hervormingen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
| starnieuws | Door: Redactie




































