• zaterdag 31 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Jap-A-Joe krijgt de klappen, maar Monorath moet zich verantwoorden

Jap-A-Joe krijgt de klappen, maar Monorath moet zich verantwoorden

| starnieuws | Door: Redactie

Wendy Jap-A-Joe verliest de ene rechtszaak na de andere over haar positie bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS). Het Hof van Justitie heeft haar laatste bezwaren verworpen. Maar achter haar juridische nederlaag gaat een andere, minstens zo ernstige kwestie schuil. De arbeidsovereenkomst waarop zij zich beroept, werd ondertekend door Harish Monorath, destijds president-commissaris van TAS en nu minister van Justitie en Veiligheid. Voor zijn bevoegdheid om dat contract te sluiten, is geen wettelijke machtiging aangetoond. Monorath is advocaat en voormalig deken van
de Surinaamse Orde van Advocaten. Juist hij had beter moeten weten.


Het arrest van het Hof van Justitie van vrijdag 30 oktober legt bloot hoe een arbeidsovereenkomst tot stand kwam die op essentiële onderdelen botst met de wettelijke regeling voor het directeurschap van TAS. Jap-A-Joe was bij presidentiële resolutie voor vijf jaar benoemd. Die termijn eindigde op 19 oktober 2026. Het Hof heeft vastgesteld dat zij vanaf dat moment geen directeur meer was. Een afzonderlijke ontslagresolutie was niet nodig. De Raad van Commissarissen (RvC) mocht vanaf 20 oktober het bestuur waarnemen.

Dat juridische geschil is in kort geding beslist. De overeenkomst waarop Jap-A-Joe zich beriep, is voorlopig buiten werking gesteld. Over de definitieve nietigheid ervan moet nog in een bodemprocedure worden geoordeeld. Maar wie draagt de verantwoordelijkheid voor het sluiten van die overeenkomst?

De wet was duidelijk
Artikel 4 lid 4 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen bepaalt dat
de arbeidsvoorwaarden van de directeur worden vastgesteld door de minister, nadat de RvC is gehoord en de Raad van Ministers goedkeuring heeft verleend. De wet geeft die bevoegdheid niet zelfstandig aan de president-commissaris. Toch ondertekende Monorath op 1 november 2021 namens TAS een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Jap-A-Joe.

Het Hof stelt in rechtsoverweging 6.6 vast dat vooralsnog niet is gebleken van voorafgaande goedkeuring door de Raad van Ministers of van een ministeriële machtiging aan Monorath om de overeenkomst te ondertekenen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de toenmalige RvC niet op de hoogte was van de ondertekening. Ook bij het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) zijn geen documenten aangetroffen die aantonen dat de wettelijk voorgeschreven procedure is gevolgd. Daarmee ontbreekt de juridische grondslag voor Monoraths handtekening.


Dit is geen administratieve onvolkomenheid die achteraf eenvoudig kan worden afgedaan. Het gaat om de vraag wie volgens de wet bevoegd was namens

een publieke instelling verplichtingen aan te gaan.


Een advocaat die beter moest weten
Monorath was niet zomaar een president-commissaris. Hij was advocaat, voormalig deken van de Surinaamse Orde van Advocaten en voorzitter van het toezichthoudende orgaan van TAS. Van een jurist met die achtergrond mag worden verwacht dat hij het onderscheid kent tussen bestuurlijke betrokkenheid en wettelijke bevoegdheid.

Een president-commissaris kan niet op eigen gezag de bevoegdheid van een minister overnemen. De goedkeuring van de Raad van Ministers kan evenmin worden vervangen door de mededeling dat de regering op de hoogte was. Toch is dat laatste een van de argumenten die Monorath eerder naar voren heeft gebracht. Hij bevestigde dat hij de overeenkomst had ondertekend en stelde dat de gebruikelijke procedures waren gevolgd.


Het Hof heeft echter geen stukken aangetroffen waaruit de vereiste goedkeuring en machtiging blijken. Daar ligt de kern van zijn verantwoordelijkheid. Een advocaat die een overeenkomst namens
een instelling ondertekent, behoort vooraf vast te stellen dat hij daartoe bevoegd is. Zeker wanneer de wet de besluitvormingsprocedure uitdrukkelijk voorschrijft.

Een contract dat de wet opzij moest zetten
De arbeidsovereenkomst ging bovendien verder dan het vastleggen van salaris en andere arbeidsvoorwaarden. In het contract werd ervan uitgegaan dat Jap-A-Joe haar functie en bevoegdheden als directeur kon blijven uitoefenen wanneer haar vijfjarige benoemingstermijn was verstreken, zolang niet rechtsgeldig anders was beslist.

Het Hof heeft deze constructie verworpen. De wet bepaalt dat een directeur voor vijf jaar wordt benoemd. Wanneer die termijn eindigt en er geen nieuwe directeur is benoemd, kan de RvC het bestuur waarnemen. Er was dus geen contractuele voorziening nodig om een bestuurlijk vacuüm te voorkomen. De wet had daarvoor al een oplossing. Waarom werd dan toch een overeenkomst ondertekend die de indruk wekte dat het directeurschap via een arbeidscontract kon worden voortgezet? Die vraag regardeert
niet alleen Jap-A-Joe, die zich op de overeenkomst beriep, maar ook Monorath, die haar namens TAS ondertekende.

Ook financiële risico's

De overeenkomst bevatte daarnaast verstrekkende financiële bepalingen. Bij beëindiging door TAS, anders dan wegens plichtsverzuim, voorzag het contract onder bepaalde voorwaarden in een opzegtermijn van ten minste 24 maanden en een salarisuitkering over 36 maanden, inclusief emolumenten. Het gaat om mogelijke financiële verplichtingen met aanzienlijke gevolgen voor TAS.

Juist bij zulke bepalingen is het essentieel dat de voorgeschreven besluitvorming wordt gevolgd en dat duidelijk is wie de voorwaarden heeft goedgekeurd. Als de vereiste ministeriële machtiging en goedkeuring van de Raad van Ministers ontbreken, rijst ook de kwestie of TAS zonder rechtsgeldige bevoegdheid aan dergelijke verplichtingen is blootgesteld. Dat verdient afzonderlijk onderzoek, ongeacht de uitkomst van de bodemprocedure over de arbeidsovereenkomst.

Jap-A-Joe draagt de gevolgen
De gevolgen van de juridische strijd zijn voor Jap-A-Joe inmiddels concreet. Zij mag
niet meer namens TAS optreden, moet de bedrijfseigendommen en gegevens overdragen en is in hoger beroep veroordeeld tot betaling van in totaal SRD 18.000 aan proceskosten. De rechterlijke uitspraken zijn duidelijk over haar positie als directeur.

Maar de overeenkomst waarop zij zich beriep, is niet door haar alleen ondertekend. Monorath zette namens TAS zijn handtekening onder het document. Daarmee nam hij als toenmalig president-commissaris verantwoordelijkheid voor het aangaan van de overeenkomst. Dat hij zelf geen partij was in het hoger beroep en niet persoonlijk door het Hof is veroordeeld, betekent niet dat zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid daarmee is verdwenen.

Het Hof heeft geen uitspraak gedaan over eventuele persoonlijke aansprakelijkheid van Monorath. Wel heeft het een wezenlijk gebrek in de aangetoonde totstandkoming van de overeenkomst vastgesteld.

Welke consequenties volgen voor Monorath?

Monorath is inmiddels minister van Justitie en Veiligheid. Zijn huidige functie maakt de noodzaak van verantwoording groter. Hij

staat aan het hoofd van een ministerie dat een belangrijke verantwoordelijkheid draagt voor de rechtsstaat en de rechtshandhaving. Juist daarom moet helder zijn hoe hij zelf is omgegaan met wettelijke bevoegdheden toen hij president-commissaris van TAS was. Een publieke verklaring dat de gebruikelijke procedures zijn gevolgd, is onvoldoende zolang de vereiste besluiten niet kunnen worden overgelegd.


Monorath behoort duidelijkheid te verschaffen over de wettelijke grondslag waarop hij handelde. Ook moet worden onderzocht of door de ondertekening zonder aangetoonde machtiging financiële of andere schade voor TAS is ontstaan. Als blijkt dat hij zonder de vereiste bevoegdheid heeft gehandeld, moet worden beoordeeld welke bestuurlijke en eventueel civielrechtelijke gevolgen daaraan verbonden zijn.

Daarnaast ligt er een politieke verantwoordingskwestie. De president en de regering kunnen niet voorbijgaan aan een arrest dat ernstige vragen oproept over het eerdere handelen van een zittende minister. Ook De Nationale Assemblee kan hierover opheldering verlangen. Dat betekent niet dat
het Hof Monorath persoonlijk schuldig heeft bevonden aan een strafbaar feit. Zo'n conclusie kan niet uit dit arrest worden getrokken. Het betekent wel dat zijn rol niet buiten beschouwing kan blijven wanneer de gevolgen van deze overeenkomst worden beoordeeld.

Verantwoordelijkheid kan niet bij één ondertekenaar eindigen
De rechtszaken hebben duidelijk gemaakt dat Jap-A-Joe geen aanspraak meer kan maken op het directeurschap van TAS. Zij ondervindt daarvan de juridische en financiële gevolgen. Maar het arrest heeft tegelijk een andere werkelijkheid zichtbaar gemaakt: een arbeidsovereenkomst werd namens TAS ondertekend door een president-commissaris van wie de wettelijk vereiste machtiging vooralsnog niet is aangetoond.

Monorath was destijds niet alleen toezichthouder, maar ook een ervaren jurist. Hij had moeten weten dat een arbeidsovereenkomst geen wettelijke benoemingstermijn kan verlengen en dat een president-commissaris niet zonder de voorgeschreven bevoegdheid de arbeidsvoorwaarden van een directeur kan vaststellen.

| starnieuws | Door: Redactie