
Van welkom tot uitzetting – hoe het mennonietenproject vastliep tussen overheidsbesluiten
| starnieuws | Door: Redactie
In januari 2024 verzekerden drie ministers van het voormalige kabinet De Nationale Assemblee dat er geen grond aan mennonieten was uitgegeven. Wel had de regering in 2022 toestemming gegeven voor de komst van vijftig gezinnen die in Suriname landbouw wilden bedrijven. Acht maanden na die parlementaire verklaringen sloot de toenmalige minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) een langdurige samenwerkingsovereenkomst met Suriname Green Energy Agriculture NV.
De juridische strijd rond de mennonieten in het Mazonia-gebied begon niet met de recente ontruiming. De eerste formele betrokkenheid van de overheid dateert van oktober 2022. Toen gaf de toenmalige minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken toestemming voor de komst van vijftig mennonietengezinnen, voor een periode van drie jaar. Die toestemming was niet onvoorwaardelijk. De betrokkenen moesten voldoen aan de Surinaamse wetgeving en de procedures voor toelating en verblijf. Ook voor landbouwactiviteiten waren afzonderlijke toestemmingen en vergunningen nodig.
De regering verwelkomde daarmee de komst van buitenlandse landbouwers, maar verleende hun niet automatisch grondrechten of verblijfsvergunningen.
Ministers ontkenden gronduitgifte
Tijdens
Ramdin verklaarde dat van de toestemming uit 2022 op dat moment nog geen gebruik was gemaakt. Volgens hem wilden de mennonieten vooral weten of zij welkom waren in Suriname. Zij zouden geen investeringsmiddelen, exportmarkten of landbouwgrond van de regering verlangen. Hij benadrukte dat zij zelf landbouwgrond konden huren of kopen, mits deze voor landbouw bestemd was. Vorswijk verklaarde dat zij geen specifieke grondaanvragen van mennonieten had behandeld.
Acht maanden later landbouwakkoord
Op 25 september 2024 ondertekende LVV, onder verantwoordelijkheid van minister Sewdien, een publiek-private samenwerkingsovereenkomst met Suriname Green Energy Agriculture NV. De overeenkomst was gericht op de ontwikkeling van een agrarische industrie en voorzag in
Aan de overeenkomst waren voorwaarden verbonden. Zo moest jaarlijks minimaal 10 procent van het beschikbaar gestelde areaal in cultuur worden gebracht. Daarnaast moest de onderneming voldoen aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. De overeenkomst maakte de overheid tot formele samenwerkingspartner van een omvangrijk landbouwinitiatief. Daarmee kreeg de betrokkenheid van LVV een andere betekenis dan de algemene toestemming die in 2022 voor de komst van de gezinnen was gegeven.
Verschillende instanties, verschillende besluiten
Uit de processtukken blijkt dat het landbouwproject afhankelijk was van meerdere overheidstrajecten. Naast de afspraken met LVV speelden eerdere grondbeschikkingen een rol. De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) was betrokken bij de beoordeling van de milieugevolgen. Voor de buitenlandse gezinnen
Daarmee ontstond een situatie waarin verschillende overheidsinstanties elk vanuit hun eigen wettelijke verantwoordelijkheid over onderdelen van hetzelfde project moesten beslissen. LVV kon medewerking verlenen aan landbouwontwikkeling, maar geen verblijfsvergunningen verstrekken. De toestemming voor de komst van de gezinnen betekende evenmin dat zonder verdere beoordeling landbouwactiviteiten konden worden uitgevoerd. De uitvoering van het project vereiste dus meer dan politieke bereidheid en een ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
Samenwerking onder druk
Op 26 januari 2026 liet LVV, onder minister Mike Noersalim, de onderneming weten de samenwerking te willen beëindigen. Volgens het ministerie waren contractuele verplichtingen niet nagekomen. De onderneming bestreed de beëindiging en bleef zich beroepen op de gemaakte afspraken en de investeringen die volgens haar inmiddels waren gedaan.
Op 16 september 2026 volgde nieuwe correspondentie van LVV. Daarin kwam het ministerie terug op de eerdere motivering voor beëindiging, mede naar aanleiding van informatie over
Die brief is van belang voor de bestuurlijke reconstructie. Kort vóór de ontruiming bestond bij LVV kennelijk nog bereidheid om het landbouwproject voort te zetten. Dat betekent niet dat de onderneming daarmee automatisch over alle benodigde vergunningen beschikte of dat andere overheidsinstanties niet langer mochten handhaven. Het laat wel zien dat de positie van het project binnen de overheid niet gedurende de hele periode eenduidig was.
Van landbouwgeschil naar vreemdelingenzaak
In oktober ging de overheid over tot verwijdering van de mennonieten uit het Mazonia-gebied. De betrokkenen werden overgebracht naar Kraka, in het district Para. Suriname Green Energy Agriculture NV probeerde via een kort geding de uitzetting tegen te houden. De onderneming stelde dat zij een economisch belang had bij de aanwezigheid van de buitenlandse landbouwers, omdat zij nodig waren voor de uitvoering van
Kantonrechter Deborah Haakmat-Sniphout wees de vorderingen af. Het economische belang van de onderneming woog volgens de rechter niet zwaarder dan de bevoegdheid van de Staat om de vreemdelingenwetgeving te handhaven. Daarbij speelde een rol dat de betrokken buitenlanders niet over geldige verblijfsvergunningen beschikten.
De rechter gaf met die uitspraak geen bevel tot deportatie. Wel kreeg de onderneming niet het gevraagde verbod waarmee zij het optreden van de Staat wilde tegenhouden. Het vonnis maakte duidelijk dat de afspraken rond het landbouwproject en de individuele verblijfsrechten van de betrokken buitenlanders juridisch van elkaar moeten worden onderscheiden.
Gezinnen stappen zelf naar de rechter
Na de afwijzing van de eerste vordering hebben de betrokken mennonieten zelf een tweede kort geding aangespannen. Advocaat Derrick Veira wilde namens hen de voorgenomen uitzetting voorkomen. In het nieuwe verzoekschrift beriepen de gezinnen zich op de eerdere overheidstoestemmingen, de omstandigheden waaronder zij naar Suriname
Ook werd aangevoerd dat aanvragen voor een machtiging tot kort verblijf waren ingediend en dat een verzoek om herziening van een afwijzend besluit bij de president lag. De advocaat stelde zich op het standpunt dat de rechtsbescherming van de betrokkenen moest worden gewaarborgd voordat de overheid tot uitzetting zou overgaan.
De politie had meegedeeld dat het om 63 personen ging, onder wie drie baby's. Er werden voorbereidingen getroffen om de groep per chartervlucht uit Suriname te verwijderen.
Uitzetting vóór tweede kort geding
Zaterdag zijn bijkans 60 mennonieten in alle stilte uit Suriname gezet, voordat het tweede kort geding, dat voor maandag 2 november op de rol stond, kon worden behandeld. Daarmee is een nieuwe juridische situatie ontstaan. De betrokken gezinnen hadden de rechter juist gevraagd hun uitzetting voorlopig tegen te houden.
Advocaat Derrick Veira beschuldigt de Staat ervan de
Veira verwijst naar artikel 32 en volgende van de Vreemdelingenwet 1991. Artikel 34 lid 1 bepaalt voor de daarin genoemde gevallen: “Zolang de Minister respectievelijk de President niet heeft beslist, blijft de uitzetting achterwege”. Of deze bepaling op het herzieningsverzoek van de mennonieten van toepassing is, moet juridisch worden vastgesteld. De advocaat zegt dat hij niet vooraf van de uitzetting op de hoogte is gesteld. Hij zal maandag wel in de rechtszaal verschijnen, maar met een aangepaste eis. Welke vorderingen hij precies zal indienen, is nog niet bekend.
Waar ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid?
De juridische beoordeling van het verblijf van de mennonieten is één kant van de zaak. De
In 2026 volgden de voorgenomen beëindiging van de samenwerking, nieuwe correspondentie over voortzetting, de ontruiming en uiteindelijk de uitzetting. Deze besluiten hoeven juridisch niet met elkaar in strijd te zijn. De overheid kan een landbouwproject ondersteunen en tegelijkertijd optreden wanneer de vereiste verblijfsdocumenten ontbreken of andere wettelijke voorschriften niet worden nageleefd. Maar daarmee is de bestuurlijke verantwoordelijkheid niet volledig verklaard.
Wie hield tijdens de uitvoering toezicht op de voorwaarden waaronder de buitenlandse gezinnen naar Suriname kwamen? Wanneer werd duidelijk dat hun verblijfsstatus niet op orde was? Welke stappen ondernamen de onderneming en de betrokken ministeries om de vergunningprocedures af te ronden? En hoe werd
Uitzetting beëindigt bestuurlijke kwestie niet
Met de uitzetting van de mennonieten is de maatregel die de overheid had voorbereid inmiddels uitgevoerd. De juridische procedure die de gezinnen zelf hadden aangespannen, was op dat moment echter nog niet behandeld. Advocaat Veira zal maandag met een aangepaste eis naar de rechter stappen. De bredere bestuurlijke kwestie blijft bestaan, ongeacht het verdere verloop van de rechtszaak.
Een samenwerkingsovereenkomst van veertig jaar kan geen verblijfsvergunning vervangen. Evenmin kan een beroep op economische investeringen de naleving van de wet opzijzetten. Maar wanneer de overheid een landbouwinitiatief eerst verwelkomt, vervolgens formeel ondersteunt en uiteindelijk tot ingrijpende handhaving overgaat, moet ook duidelijk
| starnieuws | Door: Redactie



































