• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Staatshoofd slaat alarm over goudsector: criminelen met zware wapens, smokkel en miljarden die weglekken

Ingediend door admin op

De Surinaamse regering trekt hard aan de bel over de toestand in de goudsector. Wat volgens de autoriteiten jarenlang is blijven liggen, groeit nu uit tot een dossier waarin illegale activiteiten, smokkel, zwakke controle en misgelopen staatsinkomsten samenkomen. President Jennifer Simons maakte tijdens de regeringspersconferentie van vrijdag 6 maart 2026 duidelijk dat het probleem veel verder gaat dan alleen de vraag hoeveel geld de staat uit goud haalt.

Volgens het staatshoofd is de situatie in de sector ernstig, omdat niet alleen concessiehouders en hun werknemers actief zijn in de goudwinning, maar ook illegale personen uit Suriname en uit het buitenland. Daar

blijft het niet bij. In dezelfde sector opereren volgens de president ook criminelen die beschikken over zware wapens. Daarmee krijgt het debat over goud niet alleen een economische, maar ook nadrukkelijk een veiligheidsdimensie.

Juist dat veiligheidsaspect dwingt de regering tot ingrijpen. Simons gaf aan dat versterking van politie en leger niet kan worden bekostigd uit de leningen van de bondholders. De boodschap van de regering is daarom dat Suriname deze operatie zelf zal moeten dragen. Voor dit jaar staat de oprichting van een speciale politie-unit op de agenda, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan een plan dat de veiligheid van mensen in

de sector moet garanderen en de naleving van regels moet aanscherpen. Daarbij worden controlerende instanties nadrukkelijk naar voren geschoven als onmisbare schakels.

Tegelijk probeert de regering ook de financiële lekken in de sector aan te pakken. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning verdedigde tijdens dezelfde persconferentie de tijdelijke verlaging van de royalty. Volgens haar is die stap niet genomen omdat de overheid het overzicht kwijt is, maar juist als gerichte maatregel om smokkel minder aantrekkelijk te maken en de legale inkomstenstroom te vergroten. Haar redenering is dat een lager tarief er onder omstandigheden toe kan leiden dat uiteindelijk meer opbrengsten bij de staat terechtkomen.

Om die gedachte te onderbouwen verwees de minister naar een eerder voorbeeld waarbij de prijs van PSA-aanvragen werd gehalveerd. Volgens haar leverde die verlaging uiteindelijk juist aanzienlijk meer geld voor de staat op. De regering lijkt dezelfde logica nu toe te passen op de goudsector: minder druk op papier, in de hoop dat meer activiteiten uit de schaduw komen en de officiële afdracht stijgt.

Toch laat de regering tegelijk weinig twijfel bestaan over de onzekerheid van deze aanpak. President Simons erkende openlijk dat de goudsector bijzonder complex is en dat het effect van de genomen maatregel zal moeten blijken. Als de smokkel ondanks de lagere royalty niet afneemt, ligt een nieuwe verhoging van het tarief weer op tafel. De verlaging is dus geen definitieve koerswijziging, maar eerder een proef binnen een breder pakket van ingrepen om meer greep op de sector te krijgen.

Dat de controle nog verre van op orde is, blijkt volgens de president ook uit de cijfers rond vergunningen en export. Jarenlang waren er slechts zes tot zeven exporteurs actief in de sector. Inmiddels staan 39 bedrijven met een vergunning geregistreerd, maar exporteren slechts enkele daarvan daadwerkelijk goud. Precies in dat verschil ziet de regering een duidelijke aanwijzing dat het systeem nog grote gaten vertoont en dat herstel van orde, transparantie en effectieve controle in de goudindustrie nog lang niet is voltooid.

DIGITALISERING IN SURINAME: MODERNISERING OF NIEUWE AFHANKELIJKHEID?

Ingediend door admin op

Terwijl de digitale wind door de gangen van het Kabinet van de President waait, rijst een fundamentele vraag: bouwt Suriname aan een efficiënte toekomst of aan een digitale gevangenis van buitenlandse makelij? De recente gesprekken tussen President Jennifer Simons en de delegatie van het bedrijf Dalil uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) markeren een cruciaal kantelpunt.

De ambitie is helder en noodzakelijk. President Simons heeft digitalisering terecht gebombardeerd tot speerpunt van haar beleid om overheidsdiensten te moderniseren, corruptie te bestrijden en bureaucratie te verminderen. De samenwerking met Dalil – een wereldspeler op het gebied van veilige identificatie en grensbeheer – biedt

Suriname de kans om in één sprong naar een infrastructuur van wereldklasse te gaan. Toch waarschuwen experts, onder wie technologie-evangelist Normann Kleine, voor een blinde focus op software en snelle resultaten. Het risico is dat Suriname de fouten herhaalt die landen als Nederland nu pas proberen te herstellen: een te grote verstrengeling met buitenlandse platforms waardoor vitale overheidsdata buiten de eigen landsgrenzen – en buiten het eigen recht – komen te staan. Wanneer data op buitenlandse servers draait, onder de jurisdictie van een ander land, verliest een staat de volledige controle over zijn eigen bestuur. Digitalisering zonder data-onafhankelijkheid is dan
geen modernisering, maar het uitbesteden van soevereiniteit.

Ondanks de haast die de regering maakt, lijkt het Kabinet van de President zich bewust van dit mijnenveld. Tijdens de ontmoeting met de Arabische delegatie onderstreepte het staatshoofd nadrukkelijk het belang van het volgen van de juiste procedures. Dit is een cruciaal signaal. In plaats van enkel te kijken naar de glimmende interface van nieuwe apps of snelle e-Government oplossingen, ligt de focus momenteel op een grondig assessment. Onder leiding van het directoraat e-Government is er de afgelopen dagen een intensieve oriëntatie uitgevoerd bij diverse ministeries. De kernvraag die hierbij centraal moet staan – en die door de technische autoriteiten bewaakt wordt – is: Wie beheert straks de knoppen?

Llydion Dalfour, directeur van e-Government, benadrukt dat Suriname leert van de ervaringen van de VAE. De insteek van de regering lijkt hiermee de juiste volgorde te hanteren: regie over data door vast te stellen waar data staat en wie er toegang toe heeft, het stroomlijnen van de interactie tussen overheid en burger, en het herstructureren van processen vóórdat ze worden geautomatiseerd.

Suriname heeft een uniek voordeel: de digitale infrastructuur is nog niet “dichtgetimmerd”. Waar ontwikkelde landen worstelen met verouderde systemen en onomkeerbare contracten met tech-reuzen, kan Suriname vanaf nul bouwen met de eis van soevereiniteit als fundament.

De investeerders uit de VAE, bij monde van Ahmed Al Houti, spreken over een duurzame, interstatelijke relatie in plaats van puur winstbejag. Dat biedt ruimte voor een samenwerkingsmodel waarbij technologie wordt overgedragen, maar de controle in Surinaamse handen blijft.

De komende periode zal het formele voorstel van Dalil grondig worden getoetst. De bevolking smacht naar kortere wachttijden en efficiëntere diensten, maar de prijs daarvoor mag niet de digitale onafhankelijkheid van de republiek zijn. Het kabinet lijkt op dit moment de juiste kritische vragen te stellen. Als Suriname erin slaagt om de technologische kracht van de VAE te combineren met een strikt beheer over de eigen data, dan wordt digitalisering niet alleen een instrument voor beter bestuur, maar een versterking van de nationale zelfstandigheid.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: Digitalisering-is-noodzakelijk-maar-data-onafhankelijkheid-is-de-voorwaarde

IS DE WEIGERING VAN JOURNALIST BELFOR DOOR DE CDS EEN DIRECTE AANVAL OP DE SURINAAMSE PERSVRIJHEID?

Ingediend door admin op

Foto: Journalist Joymar Belfor van Chronos Times

Het recente incident waarbij journalist Joymar Belfor van Chronos Times de toegang werd ontzegd tot een officiële regeringspersconferentie in Paramaribo, markeert een zorgwekkend dieptepunt in de relatie tussen de Surinaamse overheid en de vrije pers.

Hoewel Belfor voldeed aan de gangbare aanmeldingsprocedures, werd hij bij de deur tegengehouden door medewerkers van de Communicatie Dienst Suriname (CDS), zonder dat hiervoor een steekhoudende juridische of veiligheidstechnische onderbouwing werd gegeven. Deze handeling staat niet op zichzelf, maar moet worden geplaatst tegen de achtergrond van de alarmerende daling die Suriname heeft ingezet op de World Press Freedom Index

van Reporters Without Borders (RSF). Waar Suriname voorheen mondiaal werd geprezen als een baken van democratische vrijheid in de regio, heeft een reeks van intimidaties, fysieke bedreigingen en nu ook institutionele uitsluiting de reputatie van het land ernstig beschadigd.

Het feit dat Belfor reeds aangifte had gedaan van ernstige dreigbrieven en online intimidatie, maakt de beslissing van de overheid om hem juist nu de toegang te ontzeggen extra precair; het wekt de suggestie van een gecoördineerde poging om een kritische stem te isoleren in plaats van te beschermen.

Wanneer een staatsorgaan zoals de CDS optreedt als een politieke poortwachter die

bepaalt welke vragen wel of niet gesteld mogen worden, verschuift het karakter van de Surinaamse democratie van transparantie naar informatiebeheersing. Voor de internationale gemeenschap en potentiële buitenlandse investeerders is dit een rood signaal; een land dat de onafhankelijke journalistiek belemmert, creëert een voedingsbodem voor corruptie en rechtsonzekerheid. Het negeren van de protocollen van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) en het bemoeilijken van het werk van diverse mediaprofessionals, zoals bevestigd door voorzitter Naomie Hoever, duidt op een structureel probleem in de omgang met kritische machtscontrole.

Indien Suriname zijn imago als stabiele rechtstaat wil behouden en de vrije val op internationale ranglijsten wil stuiten, is een onmiddellijke koerswijziging noodzakelijk waarbij de toegang tot overheidsinformatie onvoorwaardelijk wordt gegarandeerd voor alle geaccrediteerde persvrije media, ongeacht hun redactionele kleur. Het uitsluiten van journalisten is immers niet slechts een incident, maar een directe aantasting van het recht van elke Surinaamse burger op ongefilterde informatie.

UNITEDNEWS

SURINAMERS IN MIDDEN-OOSTEN KUNNEN OP VERZOEK WORDEN GEREPATRIEERD

Ingediend door admin op

Foto: “Reizigers gestrand in Dubai kampen met ‘chaos en verwarring’ door geannuleerde vluchten”

Als gevolg van de oplopende spanningen in het Midden-Oosten treft de regering maatregelen om landgenoten die zich onveilig voelen terug te halen. Buitenlandminister Melvin Bouva laat weten dat een actueel overzicht wordt opgesteld van Surinamers in landen zoals de Verenigde Arabische Emiraten, met name Dubai, maar ook in Israël, Marokko en andere regio’s waar recent bombardementen hebben plaatsgevonden.

Wie aangeeft het gebied te willen verlaten, kan rekenen op hulp van de overheid om repatriëring te regelen. Volgens Bouva is er voorlopig echter geen reden voor paniek: “Op dit moment

kunnen we zeggen dat er geen alarmerende situatie is.”

Als onderdeel van de voorbereidingen wordt een aanvullend reisadvies uitgebracht, met concrete informatie vanuit de consulaten, onder meer voor Marokko. De repatriëring wordt afgestemd op de beschikbaarheid van vluchten. Zodra extra landings- en vertrekslots beschikbaar zijn, zal worden bekeken hoe Surinamers zo snel mogelijk veilig terug kunnen keren.

Internationaal zijn tientallen repatriëringsvluchten gepland vanuit het Midden-Oosten, terwijl regulier commercieel vliegverkeer grotendeels stil ligt door het escalerende conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran.

Grote luchthavens in de Golfregio, waaronder die van Dubai, zijn al meerdere dagen grotendeels gesloten, wat de grootste verstoring

van het luchtverkeer sinds de Covid-19-pandemie veroorzaakt.

De eerste repatriëringsvluchten hebben inmiddels passagiers naar onder meer het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gebracht. Bouva benadrukt dat de situatie continu wordt gevolgd en dat de communicatiekanalen open blijven, zodat burgers tijdig kunnen worden geïnformeerd over hun mogelijkheden om terug te keren.

UNITEDNEWS | MIDDEN OOSTEN UPDATE