• dinsdag 21 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Parlement buigt zich volgende week over vervolgingsverzoek tegen ex-ministers

Ingediend door admin op

Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin heeft vandaag de fractieleiders in kennis gesteld over de vordering van de procureur-generaal om drie ex-ministers in staat van beschuldiging te stellen. Er is besloten om volgende week donderdag in huishoudelijke vergadering dit verzoek van de pg te behandelen om na te gaan hoe het verder

af te wikkelen.

In de tussen tijd zal DNA zich omstandig laten informeren hoe om te gaan met dit verzoek. Binnen 90 dagen moet het parlement een besluit nemen.

Het gaat in deze om de voormalige ministers Bronto Somohardjo van Binnenlandse Zaken en Riad Nurmohamed van Openbare Werken, die gediend hebben

onder de vorige regering. Ook voor Gillmore Hoefdraad van Financiën is er een verzoek; hij bekleedde het ambt tussen 2015-2020.

Adhin wil voorlopig niet prijsgeven om welke strafzaken het gaat waarvoor het OM de vervolging wil inzetten. Wel geeft hij aan dat alle drie personen via de deurwaarder in kennis worden

gesteld over het verzoek. Somohardjo, die momenteel fractieleider van de PL is, heeft het overleg van vandaag ook bijgewoond.

Rol van de Staatsraad in Suriname in de loop der jaren ingeperkt

Ingediend door admin op

De rol van de Staatsraad binnen het Surinaamse staatsbestel is in de afgelopen decennia aanzienlijk veranderd en volgens sommige juristen zelfs sterk beperkt. Dat stelt mr. Gerold Sewcharan, lid van de Staatsraad, politicus en advocaat in een analyse over de ontwikkeling van dit orgaan sinds de onafhankelijkheid van Suriname.

In

de Grondwet van 1975 bestond de Staatsraad nog niet. In plaats daarvan kende Suriname de Raad van Advies (RvA). Dit orgaan had destijds een brede taak. Volgens artikel 81 van die grondwet moest de regering de Raad van Advies onder meer raadplegen over wetsvoorstellen, staatsbesluiten, verdragen en andere belangrijke bestuurlijke
aangelegenheden.

Daarnaast kon de Raad ook uit eigen beweging adviezen uitbrengen aan de regering. In bepaalde gevallen speelde het orgaan zelfs een rol bij bestuurlijke geschillen. De positie van de Raad was bovendien zichtbaar in het staatsbestel: de vicepresident fungeerde als voorzitter van de Raad van Advies.

Met de invoering van de

Grondwet van 1987 veranderde de structuur van het adviesorgaan. De Raad van Advies werd vervangen door de Staatsraad. In eerste instantie kreeg de Staatsraad zelfs een vrij uitgebreide rol.

Het orgaan had toen niet alleen een adviserende taak, maar ook controlerende en begeleidende bevoegdheden. Zo kon de Staatsraad onder meer besluiten

van de Raad van Ministers schorsen wanneer die in strijd werden geacht met de grondwet, de wet of het regeerprogramma. Ook kon de Staatsraad voorstellen voor wetten en staatsbesluiten doen.

Die ruime bevoegdheden bleken echter van korte duur. Bij de grondwetswijziging van 1992 werden vrijwel alle controlerende en uitvoerende taken van

de Staatsraad geschrapt. Sindsdien heeft de Staatsraad in hoofdzaak nog een adviserende functie. Het orgaan adviseert de president bij de uitoefening van diens ambt en kan de regering adviseren over algemene beleidsaangelegenheden, wetsontwerpen en internationale verdragen. Ook kan advies worden gegeven over ontwerp-staatsbesluiten.

In 1994 werd ook de Wet op de

Staatsraad aangepast om deze in lijn te brengen met de grondwetswijziging. Daarbij werd vastgelegd dat de president de Staatsraad hoort over wetsontwerpen, internationale overeenkomsten en staatsbesluiten.

Volgens Sewcharan heeft deze formulering echter een belangrijk gevolg: de Staatsraad kan in de praktijk pas adviseren wanneer de president daarom vraagt. Daardoor is de

ruimte voor het orgaan om uit eigen beweging advies te geven kleiner geworden.

De Staatsraad is formeel bedoeld als een onafhankelijk adviesorgaan van de president en de regering. In de praktijk bestaat volgens Sewcharan echter discussie over die onafhankelijkheid.

Veel leden worden namelijk voorgedragen door politieke partijen en de president zelf is

voorzitter van de Staatsraad. Bovendien hebben regeringspartijen doorgaans een meerderheid binnen het orgaan. Hierdoor kan de politieke invloed op het functioneren van de Staatsraad volgens hem moeilijk volledig worden uitgesloten.

Het Surinaamse systeem is deels geïnspireerd op de Raad van State in Nederland. Dat orgaan heeft echter aanzienlijk meer bevoegdheden. Naast

advisering over wetgeving fungeert de Nederlandse Raad van State ook als hoogste rechter in bestuursrechtelijke geschillen. Volgens Sewcharan speelt de Raad van State daardoor een belangrijke rol in de rechtsstaat en het staatsbestuur.

In zijn analyse concludeert Sewcharan dat de rol van de Staatsraad in de afgelopen vijftig jaar stapsgewijs is

gereduceerd. Ook wijst hij erop dat de huidige praktijk niet altijd volledig aansluit bij wat de grondwet beoogt.

Hij pleit er daarom voor dat de Staatsraad weer daadwerkelijk de rol vervult die de grondwetgever voor ogen had: een deskundig orgaan dat de president en regering tijdig adviseert over wetgeving, bestuur en

beleid, in het belang van een goed functionerend staatsbestel.

Nieuwe mijlpaal voor Kater Karma: videoclip Kiyoo passeert 6 miljoen views

Ingediend door admin op

Kater Karma heeft met het nummer Kiyoo een nieuwe mijlpaal bereikt. De videoclip van zijn hit is momenteel al meer dan 6 miljoen keer bekeken op YouTube. De video van de song ging na uitkomen op 14 december 2021 snel viraal en haalde binnen een maand 1 miljoen views. 

Een andere mijlpaal voor de

artiest is dat zijn platenlabel Lemon Vybz begin maart 100 miljoen views op het YouTube-kanaal behaalde.

Kater Karma, die officieel Regillio Pinas heet, werd door een vriend aangemoedigd in de muziekwereld te gaan. Het duurde niet lang voor hij doorbrak in de Surinaamse muziekwereld. Hij zingt vooral over liefde in de

stijlen reggae en dancehall.

Naast Suriname heeft hij ook fans in Frans-Guyana, Frankrijk, België en Nederland. Kater Karma scoorde ook hits als ‘Queens’, ‘Geen Stress’, ‘Lemon’ in duet met de dancehallartiest Jackson Blai en ‘Fa un de ya’ met Kenny B.

‘Fa un de ya’ passeerde in januari dit jaar de 7 miljoen views

op YouTube.

Internationale Dag van de Vrouw 2026: AdeKUS benadrukt “Give to Gain” in gendergelijkheid

Ingediend door admin op

Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Vrouw organiseerde de Faculteit der Maatschappijwetenschappen (FMijW) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) een lezing rondom het thema van dit jaar: “Give to Gain: “Rights, Justice and Action for All Women and Girls”.

Mw. Virginia Asin-Oostburg, voorzitter van het

Bestuur van de AdeKUS, benadrukte tijdens de bijeenkomst dat de universiteit als instituut voor academische ontwikkeling een wezenlijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van vrouwen in alle sectoren van Suriname. “Vandaag staan we stil bij de prestaties van vrouwen en zeggen we dat we trots zijn op wat zij bereiken.
Jullie zijn goed op weg, maar we zijn er nog niet…het werk gaat door!” aldus mw. Asin. Zij sloot haar toespraak af met de quote: “Leading the Change: Women Shaping a Sustainable Future.”

De voorzitter riep tevens op om alumni actief te betrekken bij activiteiten en plannen van de AdeKUS, waarbij

het thema Give to Gain als leidraad diende. Statistieken tonen aan dat vrouwen op de universiteit in veel domeinen in meerderheid zijn, met name onder wetenschappers, studenten en in bestuurlijke en leidinggevende functies, variërend van 50% tot 100%.

Hoewel vrouwen binnen de AdeKUS in veel domeinen in meerderheid zijn, blijkt dat

zij in bestuurlijke functies nog in mindere mate vertegenwoordigd zijn. Dit terwijl uit cijfers blijkt dat vrouwen qua opleiding vaker hoger zijn opgeleid dan mannen.

De onderminister van Binnenlandse Zaken (BiZa), dhr. Kelvin Koniki, benadrukte dat gendergelijkheid geen strijd tussen mannen en vrouwen is en dat opvoeding een cruciale rol speelt

in de manier waarop mannen en vrouwen kijken en hen behandelen. Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur voegde hieraan toe dat de ontwikkeling van het land een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van zowel mannen als vrouwen.

Mw. Marina de Bies, hoofddocent en onderzoeker binnen de AdeKUS, gaf in haar toespraak

aan dat gendergelijkheid geen voltooid project is. Hoewel cijfers vooruitgang tonen, blijven er onvervulde beloften. “Deze cijfers zijn niet slechts statistieken; het zijn levens, gezinnen en gemeenschappen die worden beïnvloed door machtsverschillen en onveiligheid. Als academici moeten wij deze realiteit benoemen, zichtbaar maken en tegengaan,” aldus mw. De Bies. Ze
benadrukte daarbij het belang van intersectionality, het analyseren van ongelijkheid in relatie tot klasse, ras, etniciteit en koloniale geschiedenis, om diepgaande genderongelijkheden beter te begrijpen en aan te pakken (Spivak, 1998).

De decaan van de FMijW, mw. Reita Joemratie, sprak over de huidige uitdagingen waarmee vrouwen worden geconfronteerd, zoals geweld, machtsmisbruik

en intimidatie. Zij riep de wetenschappers en bestuurders van de AdeKUS op om een academische gemeenschap te creëren waarin waardigheid, veiligheid en gelijkheid centraal staan. Daarbij onderstreepte zij het belang van samenwerking tussen universiteit, overheid en onderwijs voor een duurzame aanpak.

De lezing en de activiteiten van de AdeKUS op de

Internationale Dag van de Vrouw 2026 bevestigen de voortdurende inzet van de universiteit om gendergelijkheid en empowerment van vrouwen te bevorderen in Suriname.

Hart voor Den Haag haalt uit naar CDA om uitblijven as-uitstrooiplek voor Hindoe-gemeenschap

Ingediend door admin op

Hart voor Den Haag is fel kritisch op het uitblijven van een beloofde as-uitstrooiplek voor de Hindoe-gemeenschap in Den Haag. Volgens fractievoorzitter Richard de Mos en raadslid Mairan Sewtahal is een aankondiging van het CDA in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 tot op heden niet waargemaakt.

De partij stelt dat

in maart 2022, kort voor de verkiezingen, met veel nadruk werd aangekondigd dat er aan de Waldorpstraat een as-uitstrooiplek zou komen. Volgens Hart voor Den Haag is die voorziening vier jaar later echter nog altijd niet gerealiseerd.

Sewtahal zegt dat uit documenten bovendien zou blijken dat er nooit sprake is geweest

van een locatie waar daadwerkelijk as mocht worden uitgestrooid. Volgens hem staat in een intentieverklaring dat de plek daar niet voor bedoeld is, terwijl destijds wel de indruk zou zijn gewekt dat Den Haag eindelijk een officiële as-uitstrooiplek voor de Hindoe-gemeenschap zou krijgen.

Hij stelt verder dat op 17 februari 2022

alleen vergunningen zijn aangevraagd voor bloemoffers en niet voor het uitstrooien van as.

Daarnaast noemt Hart voor Den Haag de beoogde plek ongeschikt. Sewtahal spreekt van een vervuilde en slecht toegankelijke locatie, die volgens hem vooral voor ouderen risico’s met zich meebrengt. Ook zou het terrein volgens hem onvoldoende zijn ingericht.

Richard

de Mos noemt de gang van zaken respectloos richting de Hindoestaanse gemeenschap. Hart voor Den Haag wil dat de gemeente alsnog snel werk maakt van een volwaardige oplossing en wijst erop dat zo’n voorziening volgens de partij ook in andere steden mogelijk is.

Stakeholders werken samen aan toekomst van internationale milieufinanciering tijdens GEF-workshop

Ingediend door admin op

Driedaagse consultaties van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu brengen overheid, NGO’s en private sector bijeen om strategische prioriteiten voor de nieuwe GEF-programmeringscyclus (2026–2030) te bepalen.

Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) heeft van 9 tot en met 11 maart 2026 een driedaagse consultatieve workshop georganiseerd over de evaluatie

van het Global Environment Facility (GEF)-portfolio in Suriname en de voorbereiding op de nieuwe programmaperiode GEF-9 (2026–2030). Tijdens de bijeenkomst kwamen vertegenwoordigers van de overheid, niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) en de private sector bijeen om gezamenlijk te reflecteren op de resultaten van eerdere GEF-projecten en richting te geven aan de toekomstige inzet
van internationale milieufinanciering in Suriname.

De workshop, die plaatsvond in Lallarookhgebouw II in Paramaribo, maakte deel uit van een bredere evaluatie van historische en lopende GEF-projecten in Suriname. Deze zogeheten GEF Portfolio Review en Strategic Dialogue hebben als doel om de effectiviteit en impact van eerdere projecten te analyseren en op basis daarvan een

strategische beleidsrichting te formuleren voor de komende vijf jaar. De resultaten van deze consultaties zullen worden verwerkt in een toekomstgerichte strategische roadmap voor de periode 2026–2030.

Consultaties met verschillende maatschappelijke actoren

Om een breed gedragen en inclusief proces te waarborgen, werd de workshop verdeeld over drie thematische sessies met verschillende stakeholdergroepen.

De eerste dag

stond in het teken van overheidsinstellingen en publieke instituten, waarbij beleidsmatige en institutionele inzichten centraal stonden. Op de tweede dag namen NGO’s, maatschappelijke organisaties en community-based organisaties deel aan de consultaties, waarbij vooral aandacht werd besteed aan lokale ervaringen, gemeenschapsinitiatieven en maatschappelijke betrokkenheid bij milieuprojecten. De derde dag richtte zich op de private sector,
met speciale aandacht voor mogelijkheden voor duurzame investeringen, publiek-private partnerschappen en toegang tot internationale milieufinanciering.

De input van deze verschillende stakeholders vormt een belangrijke bouwsteen voor de verdere ontwikkeling van de nationale strategie voor GEF-programmering.

Opening benadrukt belang van samenwerking

De workshop werd geopend met een welkomstwoord van Vanuessa Gefferie, Operational Focal Point van

de Global Environment Facility in Suriname. Zij benadrukte dat duurzame ontwikkeling alleen kan worden gerealiseerd door nauwe samenwerking tussen overheid, maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen. Volgens Gefferie speelt de Global Environment Facility wereldwijd een belangrijke rol bij het ondersteunen van landen in hun inspanningen op het gebied van onder meer
biodiversiteitsbescherming, klimaatverandering, duurzaam landgebruik en het beheer van chemicaliën en afval.  

Aansluitend verklaarde minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu de workshop officieel voor geopend. In zijn toespraak benadrukte hij dat Suriname zich op een belangrijk moment in zijn nationale ontwikkeling bevindt, waarbij economische kansen – onder meer door de ontwikkeling van

de olie- en gassector – hand in hand moeten gaan met een sterke bescherming van natuur en milieu.

Volgens de minister biedt internationale milieufinanciering via partners zoals de Global Environment Facility belangrijke mogelijkheden om te investeren in natuurbehoud, klimaatadaptatie, duurzaam landgebruik en de verdere versterking van milieubeleid en monitoring. Daarbij benadrukte

hij dat brede nationale samenwerking essentieel is om deze kansen optimaal te benutten.

Presentaties over GEF-programma’s en evaluatie van projecten

Tijdens de workshop werden verschillende inhoudelijke presentaties verzorgd over de werking van de Global Environment Facility en de resultaten van eerdere projecten in Suriname.

Vanuessa Gefferie gaf een uitgebreide toelichting op het institutionele

kader van de GEF en de verschillende financieringsmodaliteiten binnen het systeem. De Global Environment Facility is een internationaal financieringsmechanisme dat landen ondersteunt bij de uitvoering van internationale milieuverdragen en initiatieven op het gebied van biodiversiteit, klimaatverandering, landdegradatie, waterbeheer en chemicaliënbeheer.

Eric Wijngaarde, nationale coördinator van het Small Grants Programme (SGP), presenteerde de

resultaten van dit programma in Suriname. Het Small Grants Programme ondersteunt sinds 1997 lokale gemeenschappen bij kleinschalige projecten die bijdragen aan natuurbehoud en duurzame ontwikkeling. In totaal zijn inmiddels meer dan 150 projectenuitgevoerd in verschillende delen van het land, gericht op onder andere biodiversiteit, klimaatadaptatie en duurzaam bosbeheer.

Daarnaast presenteerde consultant Rajendredath Narain de

voorlopige resultaten van de evaluatie van het GEF-portfolio in Suriname. Uit deze analyse blijkt dat in de afgelopen drie decennia ongeveer zestig GEF-projecten in het land zijn uitgevoerd, variërend van kleinschalige initiatieven tot grotere projecten met substantiële investeringen. De evaluatie richt zich onder meer op de relevantie, efficiëntie, impact en duurzaamheid van
deze projecten, zodat belangrijke lessen kunnen worden meegenomen in toekomstige programmering.

Voorbereiding op nieuwe GEF-cyclus

De workshop vond plaats in aanloop naar de start van GEF-9, de nieuwe vierjarige financieringscyclus van de Global Environment Facility die loopt van 2026 tot 2030. In deze periode zullen nieuwe middelen beschikbaar komen voor projecten die bijdragen aan

mondiale milieudoelstellingen.

Voor Suriname biedt deze nieuwe cyclus belangrijke kansen om internationale financiering te mobiliseren voor nationale prioriteiten, waaronder de uitvoering van de Green Development Strategy (GDS), de Nationale Biodiversiteit Strategie en Actieplan (NBSAP), de Nationally Determined Contribution (NDC) en andere nationale ontwikkelingsplannen.

Volgens het ministerie vormt de consultatie met verschillende stakeholders een cruciale stap om

ervoor te zorgen dat de toekomstige GEF-programmering niet alleen beleidsmatig goed onderbouwd is, maar ook aansluit bij de praktische behoeften van verschillende sectoren in de samenleving.

De inzichten en aanbevelingen uit de driedaagse workshop zullen daarom worden meegenomen in de verdere uitwerking van de nationale GEF-strategie voor de komende jaren.

Over de

Global Environment Facility (GEF)

De Global Environment Facility (GEF) is een internationaal financieringsmechanisme dat landen ondersteunt bij het aanpakken van mondiale milieuproblemen. Sinds de oprichting in 1991 financiert de GEF projecten op het gebied van onder meer biodiversiteit, klimaatverandering, landdegradatie, duurzaam beheer van internationale wateren en het beheer van chemicaliën en afval.

De GEF

fungeert tevens als financieel mechanisme voor verschillende internationale milieuverdragen en werkt samen met overheden, internationale organisaties, maatschappelijke organisaties en de private sector om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Projecten worden uitgevoerd in samenwerking met internationale implementerende partners zoals onder meer het United Nations Development Programme (UNDP), de World Bank en andere multilaterale instellingen.

Voor Suriname

vormt de GEF al jarenlang een belangrijke partner bij de uitvoering van nationale milieuprogramma’s en het versterken van milieubeleid en institutionele capaciteit.

Oriëntatiebezoek Directoraat Veeteelt aan Asidonhopo en omliggende dorpen

Ingediend door admin op

Functionarissen van het Directoraat Veeteelt van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) hebben recentelijk een oriëntatiebezoek gebracht aan het dorp Asidonhopo en omliggende dorpen in het Boven-Surinamegebied. Het bezoek vond plaats op uitnodiging van granman Albert Aboikoni, die zetelt in Asidonhopo.

Doel van het bezoek was om zich

te oriënteren op de situatie in het gebied en een eerste inventarisatie te maken van de aanwezige voedergewassen die gebruikt kunnen worden in de pluimveesector. Daarnaast werd gekeken naar de mogelijkheden voor het verzorgen van trainingen op het gebied van pluimveehouderij en het opschalen van de lokale pluimveeteelt. Met deze
initiatieven wordt beoogd de lokale gemeenschap te ondersteunen bij het versterken van hun voedselvoorziening, met name in de behoefte aan eiwitten.

Granman Aboikoni heeft het Directoraat Veeteelt via minister Mike Noersalim van LVV benaderd met het verzoek om een ontwikkelingsproject voor duurzame pluimveehouderij in het Boven-Surinamegebied op te zetten. Volgens de

granman is een dergelijk project van groot belang voor de voedselzekerheid binnen de regio.

Tijdens de gesprekken benadrukte granman Aboikoni dat de agrarische ontwikkeling van het gebied rond Asidonhopo een integrale aanpak vereist. Daarbij zouden landbouw, veeteelt en aquacultuur in samenhang moeten worden ontwikkeld, zodat een duurzame en veerkrachtige voedselproductie kan

worden gerealiseerd. Volgens hem is het daarom van belang dat initiatieven zich niet beperken tot één sector, maar gericht zijn op een breed spectrum van agrarische activiteiten en ontwikkeling.

Voor het oriëntatiebezoek stelde granman Aboikoni zijn eigen boot beschikbaar voor het transport van de delegatie. Het ministerie van LVV heeft voorzien

in de brandstofkosten, terwijl de overige kosten werden gedragen door de Coöperatieve Vereniging Saamaka WOSU, waarvan granman Aboikoni tevens voorzitter is.

Het ministerie van LVV zal op basis van de bevindingen van dit oriëntatiebezoek de verdere mogelijkheden voor ondersteuning en ontwikkeling van duurzame pluimveehouderij in het gebied nader bekijken.

NPS’er Irma Koorndijk hekelt paarse flyer over woningen: ‘NDP’ers doen alsof Suriname van hen is’

Ingediend door admin op

Op sociale media is de afgelopen dagen een flyer van ‘Purple Power’ verspreid over een huizenbouwproject. Op de flyer zijn president Jennifer Simons en DNA-voorzitter Ashwin Adhin te zien, terwijl mensen worden opgeroepen zich bij de Stichting Volkshuisvesting Suriname (SVS) te registreren voor een woning.

Na de verspreiding van de flyer

ontstond woensdag 11 maart onrust bij de SVS. Binnen één dag meldden zich meer dan 500 mensen voor woningregistratie. Achteraf bleek dat het bericht niet officieel was en dat sprake was van een nepbericht, dat opmerkelijk genoeg ook door NDP-prominenten werd gedeeld.

NPS’er Irma Koorndijk, beter bekend als Ladie Ir, heeft

in een videoboodschap forse kritiek geuit op de flyer. Volgens haar is die volledig uitgevoerd in de paarse partijkleur van de NDP, terwijl het gaat om een kwestie die de hele coalitie aangaat.

In haar boodschap richt Koorndijk zich nadrukkelijk tot NDP’ers, die volgens haar moeten beseffen dat hun partij de

coalitie niet alleen vormt. Zij stelt dat ook andere partijen nodig waren om de huidige samenwerking mogelijk te maken en dat daarmee rekening gehouden moet worden.

Wat haar vooral stoort, is dat de flyer volledig paars is vormgegeven. Volgens Ladie Ir wordt daardoor de indruk gewekt dat de eer voor het

huizenbouwproject volledig naar de NDP gaat, terwijl ook andere coalitiepartners daar deel van uitmaken. Zij benadrukt dat zowel de NPS als andere partijen dit volgens haar niet hoeven te accepteren.

Daarnaast stoort het haar dat op de flyer ook de huidige NDP-voorzitter, tevens voorzitter van De Nationale Assemblee, samen met de

president is afgebeeld. Volgens haar wordt op deze manier politieke propaganda gemaakt rond een departement dat niet exclusief aan de NDP toebehoort.

Koorndijk vraagt zich verder af wat dan de rol is van de minister van Sociale Zaken en de onderminister, die volgens haar het voorstel juist naar voren hebben gebracht.

Naar haar mening wordt hun bijdrage op deze manier naar de achtergrond gedrukt.

In haar videoboodschap verwijt zij de makers van de flyer dat zij op slinkse wijze propaganda voeren en proberen de eer naar zich toe te trekken. Volgens haar strookt dat niet met de boodschap die tijdens de campagne

aan het volk werd voorgehouden, namelijk dat “de waarheid de hoogste religie is”. Wat nu gebeurt, noemt zij eerder een vorm van volksmanipulatie.

Ook uit zij scherpe kritiek op wat zij ziet als een te dominante opstelling van de NDP binnen de coalitie. Volgens Koorndijk mogen andere partijen niet als ‘spek

en bonen’ worden behandeld en moet rekening worden gehouden met het feit dat het betreffende departement volgens haar onder de NPS valt.

Volgens Ladie Ir kan de NDP niet alles naar zich toe trekken alsof alles van haar is. “Dat kan niet. Jullie NDP’ers houden niet op, jullie doen precies alsof

Suriname van jullie is,” aldus de NPS’er in onderstaande video:

Brandstof bij SOL in Suriname duurder door onrust in Midden-Oosten

Ingediend door admin op

Automobilisten moeten vanaf vandaag 12.00 uur meer betalen aan de pomp bij oliemaatschappij SOL. De prijs van SOL Unleaded is vastgesteld op SRD 48,32 per liter, terwijl voor SOL Diesel nu SRD 53,27 per liter moet worden neergeteld.

De prijsaanpassing hangt samen met de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, waar de

oorlog de internationale oliemarkt stevig onder druk zet. Door aanvallen op olie- en transportinfrastructuur en de problemen rond de Straat van Hormuz zijn de zorgen over de wereldwijde aanvoer toegenomen, wat de olieprijzen verder heeft opgejaagd.

Analisten en energie-instanties waarschuwen dat de impact groter kan worden als het conflict langer aanhoudt.

Reuters meldde donderdag dat Brent-olie opnieuw fors is gestegen, terwijl de International Energy Agency spreekt van een uitzonderlijk grote verstoring van de wereldwijde olievoorziening.

De stijging aan de pomp is daarmee een direct gevolg van de internationale onrust, die ook in Suriname voelbaar wordt in de portemonnee van weggebruikers.

Versnelde steunmaatregelen in Suriname vanwege economische gevolgen oorlog

Ingediend door admin op

De Surinaamse president Jennifer Simons heeft bekendgemaakt dat de oorlog in het Midden-Oosten ook Suriname economisch raakt. Volgens haar zullen de gevolgen groter worden naarmate het conflict langer duurt.

Daarom heeft de regering breed overleg gevoerd met onder meer de Veiligheidsraad, vertegenwoordigers van de private sector, vakbonden, fractieleiders, de Vereniging van

Economisten in Suriname en andere groepen in de samenleving.

Om de bevolking zoveel mogelijk te beschermen, worden eerder aangekondigde maatregelen versneld uitgevoerd. De kinderbijslag wordt eind maart verhoogd naar SRD 250. Daarnaast krijgen mensen met een beperking, AOV’ers en geregistreerde sociaal zwakke huishoudens een aanvullende toelage van SRD 1.000.

Ambtenaren en landsdienaren

ontvangen eind maart een koopkrachtversterking van SRD 1.500, terwijl leerkrachten een ondersteuningstoelage van SRD 2.500 krijgen.

Volgens Simons zouden deze bedragen oorspronkelijk in delen worden uitgekeerd, maar is nu besloten om ze eind maart volledig toe te kennen. Hogere inkomensgroepen, waaronder leden van de regering, hoge colleges van staat, directeuren en

onderdirecteuren, zijn van deze maatregelen uitgesloten.

De president gaf verder aan dat de regering werkt aan het verhogen van de staatsinkomsten en tegelijk zoekt naar manieren om de negatieve gevolgen van de oorlog voor de samenleving op te vangen.

In haar boodschap riep zij de bevolking op tot saamhorigheid en samenwerking om

deze moeilijke periode gezamenlijk door te komen.