• zondag 20 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
GranMorgu halverwege, eerste olie in 2028

GranMorgu halverwege, eerste olie in 2028

| starnieuws | Door: Redactie

Staatsolie directeur Anand Jagesar en TotalEnergies-topman Patrick Pouyanné ( Foto: Leroy Troon) De ontwikkeling van GranMorgu heeft inmiddels ongeveer de helft van het geplande traject afgelegd en ligt op koers om medio 2028 de eerste olie te produceren. Tegelijkertijd moet Suriname de komende jaren fors investeren in vakopleidingen en zich economisch voorbereiden op de grote toestroom van olie-inkomsten. Dat kwam zaterdag naar voren tijdens een presentatie van TotalEnergies en Staatsolie bij de Kuldipsingh Port Facility. TotalEnergies-topman Patrick Pouyanné en Staatsolie-directeur Annand Jagesar
gaven tijdens het evenement, onder het thema A New Dawn Taking Shape, een overzicht van de voortgang van Surinames eerste grootschalige offshore olieproject.

GranMorgu vergt een investering van miljarden dollars. Volgens Pouyanné is inmiddels ongeveer de helft van de geplande investering besteed. TotalEnergies is operator en heeft een belang van 40 procent, evenals APA Corporation. Staatsolie participeert voor 20 procent. De ontwikkeling betreft de Sapakara- en Krabdaguvelden, ongeveer 150 kilometer uit de Surinaamse kust. De FPSO – het drijvende productie-, opslag- en overslagschip – krijgt een productiecapaciteit van 220.000 vaten olie per dag.

Een deel van de enorme technische operatie is momenteel zichtbaar bij de Kuldipsingh Port Facility. Daar staat onderzeese apparatuur gereed die uiteindelijk op de oceaanbodem zal worden geïnstalleerd. Daartoe behoren onderdelen van de putkoppen en zogenoemde Christmas trees: zware onderzeese installaties met kleppen, meetapparatuur en besturingssystemen waarmee de productie uit de olieputten wordt geregeld en
beveiligd. Ook andere onderdelen van het onderzeese netwerk worden voorbereid. Een deel van de apparatuur is in Maleisië vervaardigd en wordt binnenkort geïnstalleerd.

President Jennifer Simons bracht voorafgaand aan het hoofdprogramma een bezoek aan de faciliteit en kreeg een rondleiding langs de apparatuur. Zij zei dat de fysieke aanwezigheid van het materieel duidelijk maakt hoe ver het project inmiddels is gevorderd.

De ontwikkeling van de olie-industrie stelt Suriname volgens de betrokken partijen tegelijkertijd voor een grote uitdaging: voldoende mensen opleiden om daadwerkelijk van de nieuwe bedrijvigheid te kunnen profiteren. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op academische opleidingen, maar juist ook op technisch en praktisch beroepsonderwijs. Voor de bouw, logistiek, onderhoud en offshoreoperaties zijn geschoolde vakmensen nodig. Simons benadrukte eveneens dat de aanwezigheid van olie niet automatisch betekent dat iedere Surinamer daarvan economisch profiteert. Jongeren zullen volgens haar een opleiding of vak moeten leren om gebruik te kunnen
maken van de nieuwe arbeidsmogelijkheden. TotalEnergies verwacht dat tussen US$ 1 miljard en US$ 1,5 miljard aan local content met GranMorgu gemoeid zal zijn. Het bedrijf rekent daarbij op meer dan 6.000 directe, indirecte en afgeleide arbeidsplaatsen in Suriname.

Jagesar waarschuwde tegelijk voor de economische risico's die met de verwachte olierijkdom gepaard gaan. Een snelle toestroom van buitenlands kapitaal en buitenlandse werknemers kan de binnenlandse vraag sterk vergroten en prijzen opdrijven, onder meer voor woningen, horeca en andere goederen en diensten. Suriname moet volgens hem voorkomen dat de olieontwikkeling leidt tot economische verstoringen die andere sectoren benadelen. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor het Spaar- en Stabilisatiefonds, waarmee moet worden voorkomen dat toekomstige olie-inkomsten in korte tijd volledig in de economie terechtkomen.

De wetgeving voor het fonds is overigens al aangepast en eind 2024 afgekondigd. Het Internationaal Monetair Fonds stelde in mei dit jaar vast dat Suriname
belangrijke wettelijke stappen heeft gezet, maar dat de volledige operationalisering van het fiscale raamwerk nog niet is afgerond.

Op de vraag hoe goed Suriname momenteel is voorbereid op de komst van de offshore olieproductie, gaf Jagesar het land een 6,5. Volgens hem is de bereidheid bij overheid, bedrijfsleven en samenleving aanwezig, maar moet dat niveau richting een 8,5. Er is volgens de Staatsolie-topman nog veel werk te doen, onder meer op het gebied van opleiding, infrastructuur en verdere professionalisering. Tegelijkertijd ziet hij dat Surinaamse bedrijven investeren en zich proberen aan te passen aan de hoge internationale eisen van de offshore-industrie.

GranMorgu hoeft bovendien niet het eindpunt te zijn. TotalEnergies zet de exploratie in Blok 58 voort. Volgens Jagesar staan voor volgend jaar vier nieuwe exploratieboringen op het programma. Hij sprak daarbij de ambitie uit dat nieuwe vondsten uiteindelijk ruimte kunnen bieden voor een tweede FPSO in het blok.

| starnieuws | Door: Redactie