De voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), Ashwin Adhin, stelde vrijdag 22 mei 2026 bij de aanvang van de eerste openbare commissievergadering van het parlement (2025-2030) dat de gedachtenwisseling in de vergadering aan het vooronderzoek van stukken gewijd slechts geheim te beschouwen is indien dit door De Nationale Assemblée
of door de regering is opgelegd, en dat de geheimhouding door de instantie die haar heeft opgelegd kan worden opgeheven. Volgens hem is het vooronderzoek dus niet van rechtswege geheim en ontstaat geheimhouding slechts door uitdrukkelijke oplegging, die ook alleen door de oplegger kan worden opgeheven.
class="p2">Tijdens deze openbare vergadering heeft de commissie belast met het horen van (gewezen) politieke ambtsdragers de gewezen minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo, gehoord naar aanleiding van het verzoek van de Procureur-Generaal om hem in staat van beschuldiging te stellen. Het verzoek geldt ook voor de gewezen ministers Riad Nurmohamed
(Openbare Werken) en Gillmore Hoefdraad (Financiën).
De parlementsvoorzitter, die de vergadering leidde, verduidelijkte dat de commissie onder voorzitterschap van drs. Rabindre Parmessar uitsluitend opereert binnen de vastgestelde parlementaire procedures, waarbij zowel de Grondwet als het Reglement van Orde bepalend zijn voor de uitvoering van haar werkzaamheden.
Commissievoorzitter Parmessar benadrukte dat zij de betrokkenen in de gelegenheid stelt om te reageren op de ingediende vorderingen, zonder met hen in discussie te treden.
De hoorzitting van Nurmohamed en Hoefdraad had een besloten karakter. De gewezen OW-minister ging in op vragen van de commissie over
de ingediende vorderingen en de juistheid van de gevolgde procedures en besluitvorming.
Het parlement stelde Somohardjo vragen over onder meer of hij eerder gehoord is door de politie c.q. het Openbaar Ministerie en de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD), op wiens verzoek het onderzoek is gestart, waarop Somohardjo
verklaarde dat hij als minister politiek verantwoordelijk is voor het beleid, maar dat de dagelijkse uitvoering bij de ambtelijke leiding ligt en dat hij nooit opdracht heeft gegeven om buiten de wet te handelen. Hij gaf aan slechts eenmaal door CLAD te zijn gehoord en niet door de politie of
het Openbaar Ministerie (OM).
Het derde deel van de hoorzitting betrof Hoefdraad. Hij was niet lijfelijk aanwezig en werd vertegenwoordigd door zijn advocaten Murwin Dubois en Milton Castelen. De raadsmannen gaven daarbij duidelijkheid over onder meer de procedurele aspecten van de vordering. Verder werd aangegeven dat
het gaat om de derde vordering tegen hun cliënt, na eerdere vorderingen in april en juli 2020, waarbij ook de vraag werd opgeworpen in hoeverre de juiste juridische en formele procedures zijn gevolgd in het kader van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) en artikel
140 van de Grondwet. De advocaten hebben namens Hoefdraad een dossier overhandigd aan het parlement.
Redactie Chronos