
Surinaamse economie groeit 6,3 procent, maar inflatie blijft boven 10 procent
| suriname herald | Door: Redactie
De economische activiteit in Suriname is in maart dit jaar uitgekomen op een groei van 6,3 procent, tegenover 5,6 procent in januari. De hogere groei biedt een gunstiger beeld van de economie in het eerste kwartaal van 2026, maar de inflatie, de hoge staatsschuld en eerdere druk op de wisselkoers blijven belangrijke kwetsbaarheden.
Dat blijkt uit het 29e bulletin van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB). De organisatie stelt dat de economische bedrijvigheid in de eerste maanden van dit jaar verder is toegenomen.
De groei van 6,3 procent in maart betekent dat de economie zich sterker ontwikkelde dan aan het begin van het jaar. Toch betekent de toename van economische activiteit niet automatisch dat de financiële positie van huishoudens al verbetert. De jaarinflatie liep in april namelijk op tot 10,9 procent, na 10,8 procent in maart.
Voor consumenten blijft de druk op de koopkracht daardoor voelbaar. Hogere prijzen voor goederen
De SEOB meldt verder dat de wisselkoers van de Surinaamse dollar ten opzichte van de Amerikaanse dollar relatief stabiel bleef. Ook de internationale reserves bleven volgens de organisatie op niveau. Die bedroegen ongeveer US$ 1,88 miljard, waarmee Suriname boven de internationale norm voor importdekking bleef.
Schuldpositie blijft zwaar wegen Ondanks de stabielere wisselkoers en de hogere economische activiteit, blijft de schuldpositie van de overheid een punt van zorg. Volgens de SEOB bedroeg de staatsschuld in maart 86,9 procent van het bruto binnenlands product volgens de wettelijke definitie. Op basis van de internationale definitie kwam de schuldquote uit op 123,3 procent van het bbp.
De organisatie wijst erop dat de overheidsfinanciën in januari tijdelijk een overschot lieten zien. Dat is volgens de SEOB echter
De cijfers sluiten aan bij de eerdere beoordeling van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de economische ontwikkeling in 2025. Het Fonds stelde dat de voortgang die Suriname eerder had geboekt met het herstel van de macro-economische stabiliteit in dat jaar onder druk kwam te staan.
Volgens het IMF zorgden een ruim begrotingsbeleid en onvoldoende strak monetair beleid in 2025 voor minder kasbuffers bij de overheid, druk op de wisselkoers en een terugkeer van de inflatie naar dubbele cijfers. Ook de teruglopende goudproductie remde de economische groei af.
Het Fonds raamde de reële economische groei voor 2025 op 1,5 procent. Daarmee bleef de groei achter bij eerdere verwachtingen. Voor 2026 verwachtte het IMF vervolgens weer een versnelling, mede
De actuele SEOB-cijfers laten zien dat de economische activiteit inmiddels sterker aantrekt. Tegelijkertijd onderstrepen de inflatie en schuldquote dat Suriname nog geen ruime financiële veiligheidsmarge heeft opgebouwd. De economische groei zal daarom gepaard moeten gaan met beleid dat prijsstabiliteit, begrotingsdiscipline en reserves beschermt.
In een eerder gepubliceerd SEOB-bericht werd al gewezen op het belang van minder afhankelijkheid van subsidies, beter toezicht op staatsbedrijven, uitgavenplafonds en een zorgvuldige voorbereiding op de verwachte olie-inkomsten. De nieuwste groeicijfers geven die aanbevelingen extra gewicht: hogere economische activiteit kan pas duurzaam voordeel opleveren wanneer ook de onderliggende financiële kwetsbaarheden worden teruggedrongen.
| suriname herald | Door: Redactie




































