
VES-voorzitter: 2026 wordt beslissend voor vertrouwen en discipline
| starnieuws | Door: Redactie
Grote eigen verantwoordelijkheid
Tegelijkertijd waarschuwde Debipersad dat het einde van het IMF-traject geen eindpunt vormt, maar juist het begin van een grotere eigen verantwoordelijkheid. In de aanloop naar de verkiezingen werd opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar de stabiliteit blijft. Hij wees op toenemende financieringstekorten, afnemende kasbuffers en hernieuwde inflatoire druk, evenals opwaartse druk op de wisselkoers. “Dat onderstreept hoe fragiel stabiliteit is zolang begrotingsdiscipline en institutionele verankering niet volledig zijn ingebed".Volgens de economist vormt de politieke cyclus een structureel risico. Democratische processen zijn essentieel voor legitimiteit, maar verkiezingsjaren mogen niet telkens leiden tot macro-economische ontsporing. “Als Suriname duurzaam wil profiteren van toekomstige olie-inkomsten, moet het leren omgaan met verkiezingsjaren zonder steeds terug te vallen in onzekerheid en spanningen,” benadrukte Debipersad.
Nieuwe bestuurlijke fase
Met de installatie van de nieuwe regering in de tweede helft van 2025 brak volgens Debipersad een nieuwe bestuurlijke fase aan. Die begon in een context van hoge maatschappelijke verwachtingen, beperkte begrotingsruimte en toenemende aandacht voor de voorbereiding op de olie- en gassector. Positief noemde hij dat er breed erkenning is voor het belang van institutionele versterking, transparantie en investeringen in menselijk kapitaal. “De uitdaging ligt nu in consistente uitvoering,” zei hij, “vooral wanneer politieke en maatschappelijke druk toeneemt.”Ook de schuldpositie van Suriname blijft volgens de VES-voorzitter een punt van zorg. Transparantie is daarbij geen optie, maar een randvoorwaarde voor vertrouwen. Debipersad wees op de schuldherschikking met Bank of America, die tot stand kwam in beperkte openheid. Hoewel later informatie is gedeeld, blijven volgens hem vragen bestaan over het aangepaste aflossingsschema, de resterende VRI-druk en de aanwending van de netto aangetrokken middelen. “Duidelijkheid hierover is essentieel voor geloofwaardigheid,” stelde hij.Economisch liet 2025 volgens Debipersad een gemengd beeld zien. Aan de ene kant was er groei en versterking van beleidskaders, aan de andere kant hernieuwde inflatiedruk, verslechtering van de primaire balans en sociale spanning door vertraagd koopkrachtherstel. “De kernles is helder,” zei hij. “Wat we als samenleving met grote inspanning hebben opgebouwd om uit de crisis te komen, mag niet opnieuw verloren gaan.”
Tweesporen realiteit
Vooruitkijkend naar 2026 schetste Debipersad een tweesporen realiteit. Hoewel er meer macro-economische rust is dan in de crisisjaren 2020–2021, blijft de sociaaleconomische druk hoog. Koopkracht is kwetsbaar, armoedestress is voelbaar en het vertrouwen van burgers en ondernemers moet verder worden hersteld. “De uitdagingen voor 2026 zijn niet alleen economisch-technisch, maar vooral institutioneel en sociaal,” benadrukte hij.Stabiliteit moet volgens de VES-voorzitter daadwerkelijk doorwerken naar huishoudens. Groei moet productief zijn en gebaseerd op investeringen, export en werkgelegenheid, niet op consumptie of monetaire verruiming. Tegelijkertijd moet Suriname zich zorgvuldig voorbereiden op de olie- en gassector. “Governance, lokale participatie en absorptiecapaciteit zullen bepalen of deze sector een zegen wordt of een valkuil".Debipersad wees ook op kansen die zich al vóór 2028 kunnen voordoen. Investeringen rond olie en gas kunnen spill-overeffecten hebben in sectoren als logistiek, zakelijke dienstverlening, bouw en toerisme. Dat vraagt volgens hem om actief beleid, snelle vergunningverlening en ondersteuning van lokale ondernemers. Daarnaast pleitte hij voor investeringen in landbouw, agro-processing en de dienstensector om de productieve capaciteit van de economie te vergroten.De VES-voorman benadrukte dat toekomstige olie-inkomsten geen ruimte bieden voor vrijblijvendheid, maar juist de verantwoordelijkheid vergroten. Internationale ervaring leert volgens hem dat landen vaak falen door zwak beheer en gebrekkige verantwoording, niet door een gebrek aan middelen. “Begrotingsdiscipline, transparantie en onafhankelijke controle zijn geen technocratische details, maar de kern van economisch vertrouwen,” stelde hij.Volgens de VES-voorzitter moet 2026 het jaar worden waarin spelregels worden verankerd, instituties worden versterkt en vertrouwen wordt opgebouwd. “Als Suriname erin slaagt inkomsten te koppelen aan goed beheer en kansen aan verantwoording,” besloot hij, “kan het land niet alleen economisch groeien, maar ook als samenleving sterker worden.”| starnieuws | Door: Redactie



































