• donderdag 30 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
NOP 2029–2050: Nieuwe commissie, oude problemen

NOP 2029–2050: Nieuwe commissie, oude problemen

| starnieuws | Door: Redactie

“Langetermijnontwikkeling vraagt institutionele verankering en politieke discipline, niet nóg een commissie.”

De regering heeft onlangs het Nationaal Ontwikkelingsplatform (NOP) 2029–2050 ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van vakbonden, politieke organisaties en andere maatschappelijke groepen, met als doel een langetermijnstrategie voor Suriname te ontwikkelen.


Het is echter gerechtvaardigd om ernstige twijfels te uiten over de noodzaak van dit zoveelste instituut, waarvan de leden naar verluidt zelfs aanzienlijke maandelijkse vergoedingen zullen ontvangen. Suriname beschikt immers al decennialang over formele organen voor korte- en langetermijn nationale en
regionale ontwikkelingsplanning.

Bestaande instituties en wettelijke basis
● Stichting Planbureau Suriname (SPS), opgericht in 1951, heeft herhaaldelijk bewezen in staat te zijn Meerjaren Ontwikkelingsprogramma’s (MOP’s) te ontwikkelen.
● De Plancoördinatiecommissie, een interdepartementale adviescommissie, bewaakt de samenhang en gerichtheid van beleid.
● De Planraad adviseert de minister zowel op verzoek als uit eigen beweging.
● Artikel 19 van de Planwet legt de taken van het Planbureau vast, waaronder:
- onderzoek en advies;
- voorbereiding en opstelling van nationale en regionale ontwikkelingsprogramma’s;
- coördinatie, uitvoering, evaluatie en herziening van plannen;
- administratie en beoordeling van projecten en middelen;
- toezicht op de naleving van de Planwet.

Daarnaast bepalen de artikelen 9 en 11 van de Planwet dat ontwikkelingsprogramma’s verbindend zijn voor bestuurlijke en ambtelijke organen en dat deze programma’s publiekelijk ter inzage moeten worden gelegd.

Kernprobleem: uitvoering, niet planning
Ondanks de wettelijke basis en de regelmatige productie van MOP’s
door het Planbureau is de realisatiegraad van deze programma’s gemiddeld slechts 5%, volgens recente rapporten. De oorzaak hiervan ligt niet in een gebrek aan plannen, maar in structurele problemen, zoals:
● politieke inmenging en gebrek aan continuïteit;
● onvoldoende budgettaire zekerheid;
● bureaucratische vertragingen;
● beperkte human capacity en onvoldoende beloningsstructuren.

Het argument dat het Planbureau zou zijn "afgebouwd", is aantoonbaar onjuist. Het instituut heeft consistent elke vier jaar een MOP geproduceerd, conform zijn wettelijke opdracht. Terwijl de regering nog niet in staat is geweest om een Ontwikkelingsplan voor 2025–2030 te produceren, heeft de SPS reeds de MOP 2027–2031 uitgebracht, overigens een zeer deskundig en realistisch document.


Rol en meerwaarde van het NOP
Een vakbondsvertegenwoordiger erkende terecht dat "de uitdaging niet zozeer zit in het opstellen van een nieuw plan, maar in de uitvoering". Daarmee ligt de enige zinvolle rol van het NOP in het aanpakken van de oorzaken van
falende uitvoering, bijvoorbeeld door:
● voorstellen te doen voor wettelijke sancties bij niet-uitvoering van plannen;
● programma’s te ontwikkelen voor versterking van human capacity;
● hervorming van beloningsstelsels;
● uitsluiting van politieke invloed in uitvoeringsorganen;
● vermindering van bureaucratie;
● zekerstelling van ontwikkelingsbudgetten.


Waarom langetermijnplannen toch zinvol zijn

Ondanks politieke wisselingen blijft het vastleggen van langetermijnrichtingen noodzakelijk:
● continuïteit en stabiliteit voor sectoren met investeringscycli van 10–30 jaar (landbouw, industrie, luchtvaart);
● internationale geloofwaardigheid richting donoren en multilaterale instellingen;
● bescherming tegen willekeur door wettelijke verankering van ontwikkelingspaden.


Aanbevolen aanpak

1. Verankering in wetgeving of verdragen om continuïteit te waarborgen.
2. Modulaire en adaptieve plannen die hoofdrichtingen vastleggen, maar flexibiliteit laten in tempo en middelen.
3. Onafhankelijke instituten, zoals sectorale autoriteiten, met mandaat en rapportageplicht.
4. Koppeling aan internationale verplichtingen (ICAO, WTO, FAO) om consistentie af te dwingen.
5. Publieke communicatie en participatie om draagvlak te creëren en politieke afwijking
kostbaarder te maken.


Conclusie

De bestaande planorganen beschikken reeds over de wettelijke bevoegdheden en expertise om langetermijnplanning te verzorgen. Het NOP kan slechts een zinvolle bijdrage leveren als maatschappelijk klankbord en door zich te richten op het oplossen van de structurele belemmeringen bij de uitvoering van ontwikkelingsprogramma’s. Alleen dan kan het platform werkelijk bijdragen aan duurzame ontwikkeling en een geloofwaardige langetermijnstrategie voor Suriname.

Ir. Dharmvir K. Mungra

Voorzitter De Nieuwe Leeuw

| starnieuws | Door: Redactie