• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

23ste cohort YES-studenten bezoekt minister Currie

Ingediend door admin op

Stichting iEARN Suriname heeft met succes de 23ste groep deelnemers geselecteerd voor het Kennedy Lugar Youth Exchange and Study (YES) Program. Traditiegetrouw bracht de groep voorafgaand aan hun vertrek een beleefdheidsbezoek aan minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur op maandag 11 augustus 2025. De deelnemers zijn Amaralyss Mijnals, Ian Tjosemito, Sequisha Wongsodikromo en Anuska Pargash, en uit Nickerie: Charissa Kartodikromo en Bryce Kromoredjo.

“Jullie zijn een uitverkoren groep. In mijn jeugd had ik zulke kansen niet. Maak optimaal gebruik van deze ervaring: bouw netwerken op voor vervolgstudies en toekomstige stages. Zoek je passie en ontdek wie je later

wilt zijn. Dit is een ervaring die je nooit zult vergeten,” aldus minister Currie tijdens de bijeenkomst.

Ook ouders waren aanwezig bij het bezoek. Minister Currie gaf hen een geruststellende boodschap: “Het moeilijkste moment voor ouders is het loslaten van hun kinderen. Maar als u weet wat u geïnvesteerd heeft in hun opvoeding en moreel kompas, hoeft u niets te vrezen. Blijft u in de rust.”

De minister sprak de wens uit om op termijn een bijeenkomst te organiseren met alle Surinaamse YES-alumni voor een evaluatie en het delen van ervaringen.

De zes geselecteerde studenten volgen na vertrek naar Washington D.C. een tweedaagse

oriëntatie met trainingen en site visits. Daarna reizen zij door naar hun gastgezinnen, waar zij tien maanden zullen verblijven en onderwijs volgen aan een Amerikaanse high school. Na terugkomst blijven zij als alumni verbonden aan iEARN Suriname en zetten zij zich vrijwillig in voor de organisatie.

iEARN (International Education and Resource Network) is een wereldwijd netwerk van leerkrachten en studenten in meer dan 140 landen.

Minister Stephen Tsang wil snelle en structurele aanpak van wateroverlast

Ingediend door admin op

Na de zware regenval van afgelopen dagen, waardoor veel gebieden opnieuw onder water kwamen te staan, heeft Minister Stephen Tsang van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening (OWRO) overleg gevoerd met het Directoraat Civieltechnische Werken (CTW) en de afdelingen die verantwoordelijk zijn voor ontwateringswerken.

Tijdens het overleg is besproken dat de wateroverlast op veel plaatsen al jaren een probleem is. Vooral in bepaalde districten blijven bewoners last hebben van ondergelopen erven, straten en wegen. De directeur van het directoraat CTW gaf aan dat ze op dit moment werken met beperkte machines. Er zijn slechts een paar lange giek graafmachines en kleine graafmachines

beschikbaar, waarvan sommige ook nog defect zijn. De beschikbare machines worden afwisselend ingezet in de districten, waardoor het werk vaak vertraagd wordt.

Minister Tsang was duidelijk in zijn boodschap aan CTW:“De klachten blijven binnenkomen. Dit probleem speelt al te lang. Ik wil binnen korte tijd een concreet actieplan zien. Ik wil weten waar de grootste problemen zijn, wat het kost om ze op te lossen en hoe we dit uiterlijk medio volgend jaar kunnen aanpakken.”De minister heeft gevraagd dat het actieplan eerst wordt gepresenteerd aan hem, zodat er daarna verdere stappen gezet kunnen worden richting uitvoering.

Een bijkomend knelpunt is het toenemende

aantal particuliere lozingen die niet worden onderhouden, waardoor overlast ontstaat voor omwonenden. In sommige gevallen leidt dit tot juridische geschillen. Minister Tsang benadrukte dat de overheid in dit kader ook haar wetgevende taak moet opnemen en waar nodig voorstellen tot wetswijzigingen moet indienen bij De Nationale Assemblee (DNA).

Daarnaast moet er gekeken worden naar de samenhang met andere problemen, zoals slechte wegen die ontstaan door onvoldoende ontwatering. Als er andere afdelingen bij moeten komen om te helpen, dan moet dat ook gebeuren.

Minister Tsang verwacht een concreet en volledig uitgewerkt actieplan, waarin de knelpunten, voorgestelde oplossingen, kostenraming en planning helder zijn opgenomen. Het plan moet op korte termijn worden afgerond en eerst aan hem worden gepresenteerd.

OLIEDOLLARS BRENGEN SCHULDVERLICHTING MET SOBER BELEID

Ingediend door admin op

De geplande exploitatie van omvangrijke offshore oliereserves voor de kust van Suriname wordt aangemerkt als een potentieel keerpunt in de financieel instabiele geschiedenis van het land.

Dit zal afhangen van de mate waarin Suriname in staat is de overgangsjaren te overbruggen zonder zijn begrotingsdiscipline te verliezen en de institutionele fundamenten tijdig te verstevigen. De meest recente Debt Sustainability Analysis (DSA) voorziet dat de instroom van olie-inkomsten vanaf 2028 de macro-economische verhoudingen ingrijpend zal verbeteren.

De huidige schuld-bbp-ratio, die tot de hoogste in de regio behoort, zou in 2029 kunnen dalen tot circa 32 procent. Daarmee zou Suriname een groot deel van

de zware schuldenlast kunnen afwerpen die jarenlang het begrotingsbeleid heeft beknot.

Totdat de eerste olie-inkomsten daadwerkelijk worden gegenereerd, blijft de periode 2025–2027 financieel kwetsbaar. Zonder deze nieuwe inkomstenbron zal de overheid aangewezen zijn op stringente begrotingsdiscipline, het realiseren van een primair overschot en het aantrekken van concessionele financiering om het financieringstekort te beheersen.

Nieuwe schulden in deze fase kunnen het verwachte olievoordeel substantieel ondermijnen.

Internationale voorbeelden tonen aan dat olie-inkomsten zonder robuust beleid en transparant bestuur eerder tot instabiliteit dan tot duurzame groei leiden. Om deze risico’s te vermijden is een samenhangende ontwikkelingsvisie noodzakelijk, ondersteund door strikte begrotingsregels en een helder wettelijk

kader.

De DSA wijst drie voorwaarden aan voor een succesvolle benutting van de toekomstige olierijkdommen:

UNITEDNEWS

 

DOORBRAAK VOOR SCHONE ENERGIE IN HET CARIBISCH GEBIED

Ingediend door admin op

FOTOBIJSCHRIFT: De ‘ruggengraat’ moet een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van de energievoorziening van vooral kleine eilandstaten. Illustratie Artist impression Sids Dock

De Caribische eilandstaat Saint Vincent en de Grenadines gaat een baanbrekend energieproject uitvoeren door middel een zogeheten ‘ruggengraat’ energie op te wekken uit de golven van de Caribische Zee. Het land hoopt met dit baanbrekende project een voorbeeld te zijn voor andere landen die willen profiteren van de natuurlijke energiebronnen van de oceaan.

Voor de testfase is in New York een intentieverklaring getekend tussen het land, de Small Island Developing States Sustainable Energy and Climate Resilient Organization (Sids

Dock) en een in Ierland gevestigde zee-gerelateerde energiegroep. Sids Dock is een door de Verenigde Naties erkende organisatie, die in 2015 werd opgericht en zich richt op het ondersteunen van kleine eilandstaten bij het bevorderen van duurzame energie en het bestrijden van de gevolgen van klimaatverandering.

Het pilotproject, dat gepland is voor de noordoostkust van het eiland, heeft als doel om twee megawatt aan energie te genereren. Dit zou een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van de energievoorziening en het verlagen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het uiteindelijke doel is om de energievoorziening van de eilandstaat te verduurzamen,

maar ook de lokale economie te versterken en werkgelegenheid te creëren.

Een punt van zorg is dat de ruggengraten geen gevaar mogen opleveren voor de scheepvaart. Er wordt nog gezocht naar een oplossing om vaartuigen bijtijds te waarschuwen voor de drijvende energiematten.

TECH | REGIO

OEGANDA’S GOUDSCHAT VAN USD 12000 MILJARD | KANS OP WELVAART OF RECEPT VOOR RAMP?

Ingediend door admin op

Foto: De Oegandese president, Yoweri Museveni. | Bron: Engineerine

In een ontdekking die tot de grootste mijnbouwvondsten van de moderne tijd wordt gerekend, heeft Oeganda meer dan 31 miljoen metrische ton gouderts blootgelegd, met een geschatte opbrengst van 320.000 ton geraffineerd goud.

De waarde wordt geschat op ruim 12000 miljard dollar. Dit zou het Oost-Afrikaanse land in één klap kunnen katapulteren naar de wereldtop van goudproducenten en zijn economische toekomst herschrijven. Maar groot fortuin brengt ook grote verantwoordelijkheid met zich mee.

Een ontdekking van ongekende omvang

Het nieuws werd bekendgemaakt door het Oegandese ministerie van Energie en Mijnbouw, dat meldde dat de enorme goudreserves

werden geïdentificeerd via uitgebreide luchtgeofysische onderzoeken en geochemische analyses. Het merendeel van de nieuwe vondsten bevindt zich in Karamoja, een afgelegen en historisch achtergestelde regio in het noordoosten.Hoewel mijnbouwexperts en particuliere exploratiebedrijven al jaren vermoedden dat Oeganda’s ondergrond rijk was aan onbenutte grondstoffen, is de omvang van deze vondst ongekend. Als de schattingen kloppen, zou Oeganda tot de vijf landen met de grootste goudreserves ter wereld behoren.

Economische zegen of vloek van de grondstoffen?

President Yoweri Museveni ziet de ontdekking als een kans om minder afhankelijk te worden van buitenlandse hulp en de zelfredzaamheid te vergroten. In theorie kan het fortuin worden

gebruikt om te investeren in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid.Maar de geschiedenis waarschuwt. Landen als Venezuela en de Democratische Republiek Congo tonen aan dat rijkdom aan grondstoffen ook kan leiden tot de zogenoemde “resource curse”: tragere economische groei, corruptie en sociale onrust. Oeganda zal daarom een strategisch en transparant beleid moeten voeren, met toezicht door internationale instanties, milieubescherming en eerlijke verdeling van de opbrengsten.

Internationale belangstelling en geopolitieke dimensie

Sinds de aankondiging richten internationale mijnbouwgiganten en investeerders hun pijlen op Oeganda. Vooral China, al actief met infrastructuurprojecten in Afrika, toont grote interesse. Met toenemende geopolitieke spanningen kan deze vondst de machtsverhoudingen verschuiven, zeker als Oeganda samenwerkt met landen die hun goudreserves willen veiligstellen.

Milieu en ethiek

Grootschalige mijnbouw brengt risico’s met zich mee: ontbossing, vervuiling van waterbronnen en verdrijving van gemeenschappen. Zonder beschermende maatregelen kan de kwetsbare Karamoja-regio hier zwaar onder lijden. Daarnaast moet Oeganda voldoen aan internationale normen om kinderarbeid, onveilige werkomstandigheden en illegale mijnbouw te voorkomen.

Werkgelegenheid en infrastructuur

Indien goed beheerd, kan de vondst leiden tot grote investeringen in infrastructuur: nieuwe wegen, elektriciteitsnetten, scholen en ziekenhuizen. De mijnbouwsector kan tienduizenden banen opleveren, mits de werkgelegenheid niet volledig in handen valt van buitenlandse bedrijven. Het opbouwen van lokale expertise is cruciaal voor duurzame nationale winst.

Nieuwe speler op de wereldmarkt

Met deze vondst kan Oeganda zijn positie op de wereldwijde goudmarkt aanzienlijk versterken. Het land zou meer invloed kunnen krijgen op goudprijzen, handelsbeleid en strategische reserves, waar nu vooral China, Rusland en Zuid-Afrika domineren.

De sleutel: transparantie

Experts dringen aan op aansluiting bij of versterking van internationale initiatieven zoals het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI). Een solide wettelijk kader, strikte naleving van regels en actieve betrokkenheid van de samenleving kunnen het verschil maken tussen een succesverhaal en een waarschuwing uit de geschiedenis.

Slot

De goudschat onder Oegandese bodem is historisch. Met visie en integriteit kan zij miljoenen mensen uit de armoede halen, het land moderniseren en Oeganda een prominente plaats geven in de wereldeconomie. Maar de risico’s zijn even groot als de kansen. Het komende decennium zal bepalen of Oeganda deze ontdekking weet te benutten voor duurzame welvaart, of dat het land bezwijkt onder de klassieke vloek van overvloed. De wereld kijkt toe.

GEO-ECONOMIE

 

OMSTREDEN CONTRACTEN WORDEN MEEGENOMEN EN DOORLICHTING STAATSBEDRIJVEN

Ingediend door admin op

Foto: Vicepresident Gregory Rusland.

Het kabinet Simons–Rusland belooft aandacht te zullen geven aan de omstreden contractcultuur binnen de publieke sector.

In de brede evaluatie van de financiële erfenis worden niet alleen oude afspraken doorgelicht, maar ook recent afgesloten en mogelijk politiek gemotiveerde contracten. Vicepresident Gregory Rusland laat weten dat ook zogenoemde wurgcontracten onder het vergrootglas gaan. “Als er wurgcontracten zijn afgesloten, dan zullen die ook op tafel gelegd worden,” stelt hij.

Politiek gemotiveerde contracten zijn een hardnekkig probleem dat meerdere regeringen overstijgt. Omdat vrijwel alle machthebbers zich eraan schuldig hebben gemaakt, ligt het aanwijzen van verantwoordelijken gevoelig. Rusland vindt dat er binnen de

coalitie een gezamenlijk standpunt moet komen om deze praktijk structureel te beëindigen.

De contracten worden vaak verstrekt binnen staatsbedrijven die structureel verlies lijden. Ze bevatten doorgaans eenzijdig gunstige bepalingen voor de contractant, waardoor afkoop voor de staat financieel onaantrekkelijk is en de lasten jarenlang doorlopen.

Een recent voorbeeld is de benoeming van VHP-prominente Reshma Mangre bij NV Havenbeheer, vlak voor de verkiezingen van 2025. De aanstelling leidde tot brede maatschappelijke kritiek, mede omdat toenmalig president Chan Santokhi eerder publiekelijk afstand had genomen van dergelijke politieke benoemingen. Ondanks die belofte werd de praktijk in zijn regeerperiode voortgezet.

UNITEDNEWS

 

 

 

GUYANA STAAT OPEN VOOR OLIEDEAL MET CARICOM BIJ FORMEEL VOORSTEL

Ingediend door admin op

Foto: vicepresident Bharrat Jagdeo. | Bron: OilNow

Guyana is bereid een formeel voorstel van andere lidstaten van de Caribische Gemeenschap (CARICOM) te overwegen voor de verkoop van ruwe olie.

Daarbij zou zelfs gedacht kunnen worden aan een regeling waarbij korting op ruwe olie wordt gekoppeld aan goedkopere levering van geraffineerde brandstoffen. Dat verklaarde vicepresident Bharrat Jagdeo donderdag tegenover de pers.

Het idee werd eind vorige maand geopperd door de vertrekkende president van de African Export-Import Bank (Afreximbank), Benedict Oramah. Tijdens het African-Caribbean Trade and Investment Forum in Grenada riep hij Caribische leiders op om de vraag naar petroleum te bundelen en gezamenlijk met

Guyana te onderhandelen over raffinage en levering van brandstof, wat volgens hem de prijzen aanzienlijk zou kunnen verlagen.

Jagdeo benadrukte dat er op dit moment geen officieel voorstel ligt vanuit het vijftienkoppige regionale blok. “Als en wanneer het wordt gedaan, zullen we het beoordelen op zijn merites,” aldus de vicepresident.

Op de vraag of Guyana bereid zou zijn ruwe olie tegen een gereduceerd tarief aan CARICOM te verkopen, antwoordde Jagdeo dat de regering soortgelijke constructies onderzoekt met Amerikaanse bedrijven.

“Als er een voorstel is waarbij je je ruwe olie tegen een bepaalde prijs verkoopt, maar vervolgens profiteert van lagere prijzen voor geraffineerde producten,

dan is dat iets wat we verkennen,” lichtte hij toe.

Een dergelijke overeenkomst zou Guyana in staat stellen brandstoffen in te kopen tegen lagere kosten dan nu, wat zich zou vertalen in goedkopere brandstofprijzen voor de consument. “We staan open voor alle opties, maar we beoordelen ze zodra ze concreet zijn,” zei Jagdeo. Hij voegde daaraan toe dat ook grotere inkoopvolumes en investeringen in opslagcapaciteit kunnen bijdragen aan lagere prijzen.

Dankzij investeringen van een consortium onder leiding van ExxonMobil is Guyana momenteel de snelst groeiende olieproducent ter wereld. Het land verkoopt zijn door de overheid toegewezen ruwe olie via een competitief biedingsproces om de hoogste marktprijs te behalen.

Het aanbod van India om Guyanese olie via langlopende contracten te kopen, werd vorig jaar nog afgewezen. De regering gaf toen de voorkeur aan de hogere opbrengsten die op de vrije markt worden behaald. Jagdeo verklaarde destijds dat Guyana meer open zou staan voor een langdurige leveringsafspraak met India bij een overaanbod van olie, waardoor een gegarandeerde afzetmarkt aantrekkelijker wordt.

Volgens hem maakt de afstand tussen beide landen de vrachtkosten echter relatief hoog, waardoor een dergelijke overeenkomst alleen rendabel is bij grotere ladingen. Momenteel wordt Guyanese olie meestal verscheept in partijen van één miljoen vaten. Een deal met India zou volgens Jagdeo haalbaarder zijn als er zeer grote olietankers zouden worden ingezet om partijen van twee miljoen vaten per keer te vervoeren.

REGIO