• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Rotaract Club of F.R.E.S.H. zet zich in voor SOA-preventie

Ingediend door admin op

In reactie op de zorgwekkende stijging van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) in Suriname, lanceert de Rotaract Club of F.R.E.S.H. een campagne onder de naam “Check, Protect, Respect: STI Awareness and Prevention”. Het project, dat is opgebouwd in vier fasen, richt zich op het vergroten van bewustwording, het doorbreken van stigma en het verbeteren van de toegang tot seksuele gezondheidszorg. De Rotaract Club of F.R.E.S.H. is deel van Rotary International een vrijwilligersorganisatie van jonge professionals die zich inzetten voor maatschappelijke ontwikkeling en het welzijn van de gemeenschap.

De stijging van SOA’s, waaronder HIV en syfilis, vraagt om dringende actie. Vooral

jongeren, jongvolwassenen en leden van de LGBTQ+-gemeenschap lopen risico door onbeschermde seks, gebrek aan voorlichting en beperkte toegang tot zorg. Het project van Rotaract F.R.E.S.H. biedt een platform voor bewustwording en gedragsverandering in deze groepen. Het project start met een kick-off evenement op woensdag 4 december 2024, georganiseerd in samenwerking met het Young Professionals Cafe. Het evenement biedt een paneldiscussie met medische experts, gedragswetenschappers en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Zij gaan in op de impact van SOA’s en delen inzichten over preventie en bewustwording.

In januari 2025 volgt een podcastserie met 6-8 afleveringen waarin experts en ervaringsdeskundigen ingaan op

SOA-preventie, seksuele gezondheid en het doorbreken van mythes. Daarnaast worden community outreach activiteiten georganiseerd met pop-up booths bij gezondheidscentra en gemeenschapslocaties. Deze bieden anonieme tests en voorlichting aan, en verspreiden informatiemateriaal over SOA-preventie. Het project wordt afgesloten met een interactieve ‘FuckUp Night’. Tijdens deze avond delen deelnemers persoonlijke ervaringen over “fuck-ups” rond SOA’s om taboes te doorbreken en stigma te verminderen. De Rotaract Club of F.R.E.S.H. benadrukt het belang van samenwerking om seksuele gezondheid bespreekbaarder en toegankelijker te maken.

Oud ‘superminister’ André Haakmat overleden

Ingediend door admin op

André Haakmat is op 85-jarige leeftijd overleden in Amsterdam. Dat heeft de familie bevestigd aan NRC. Hij is minister en advocaat geweest in Suriname en was één van de bekenste critici van het Bouterse-regime. NCR heeft vandaag een uitgebreid artikel gewijd aan de oud ‘superminister’:

Na de coup werd André Haakmat (1939-2024) superminister in Suriname en na de Decembermoorden een spil in het verzet tegen het bewind van Desi Bouterse. Ook daarna bleef hij een belangrijke stem in de Surinaamse gemeenschap.

Hij wilde een hervormer zijn, maar werd meegezogen in een revolutie die hem bijna het leven kostte. André Haakmat, jurist

en publicist, werd minister enkele maanden na de militaire coup van begin 1980 in Suriname, in de overtuiging dat de democratie snel zou worden hersteld. Maar hij onderging hetzelfde lot als zoveel anderen die de omwenteling in goede banen meenden te kunnen leiden.

Eind 1982 viel hij in ongenade bij legerleider Desi Bouterse, toen hij met gelijkgezinden aandrong op vrije verkiezingen en herstel van de democratie. Op 8 december 1982 namen de militairen bloedig wraak: vijftien tegenstanders van het regime, onder wie vrienden van Haakmat, werden vermoord in Fort Zeelandia. Zelf was hij na een aanslag op zijn leven net op

tijd het land ontvlucht.

Haakmat, die maandag op 85-jarige leeftijd in Amsterdam overleed, zo bevestigde zijn familie aan NRC, werd daarna in Nederland een van de bekendste critici van het Bouterse-regime. Al werd hij in de politiek sterk verdeelde Surinaamse gemeenschap soms ook gewantrouwd door zijn wendbaarheid en eerdere verbintenis aan de militairen.

Over de Surinaamse militaire periode schreef hij De revolutie uitgegleden (1987), over de latere ontwikkelingen in het land Herinneringen aan de toekomst van Suriname (1996). In dat laatste boek wees hij op de ingrijpende culturele veranderingen die hij in Suriname waarnam sinds de jaren tachtig. Het land verschoof in zijn ogen mede door toedoen van de militairen van een op Nederland geënte, burgerlijke samenleving naar een ruigere, Zuid-Amerikaanse vorm van kapitalisme. Tot op hoge leeftijd bleef hij ook actief als advocaat, vanuit zijn woonplaats Amsterdam-West.

André Richard Haakmat, een bedachtzame man met een onderkoeld gevoel voor humor, was van jongs af aan betrokken bij de nationale politiek. Geboren in 1939, groeide hij op in een Suriname dat zich traag loswrikte uit de koloniale greep van het moederland. Met het Statuut van 1954 kreeg de voormalige kolonie een nieuwe status als rijksdeel, een verzelfstandiging die nationalisten als Haakmat niet ver genoeg ging.

Na zijn middelbare school in Paramaribo kreeg hij ondanks goede cijfers geen beurs om in Nederland te gaan studeren. „Om politieke redenen”, zei hij later, nog steeds gekrenkt, in een interview met NRC. „Ik was actief in de nationalistische beweging en toenmalig premier Pengel, die een dictator aan het worden was, zag dat als een bedreiging.”

Toch vertrok hij naar Nederland, waar hij op eigen kosten rechten studeerde en het Nederlandse juridische en intellectuele milieu leerde kennen. In 1966 was hij assistent van de officier van justitie die schrijver Gerard Reve vervolgde in het roemruchte ‘Ezelsproces’ (Reve had God voorgesteld als een ezel, wat in christelijk Nederland tot grote woede leidde). De schrijver werd vrijgesproken. Haakmat kwam opnieuw met hem in botsing in 1975, toen Reve op de radio had gezegd het blanke ras „superieur” te achten, volgens Haakmaat een teken van „vuil racisme”.

Toen de militairen in 1980, vijf jaar na de Surinaamse onafhankelijkheid, de macht grepen in het land werkte Haakmat als onderwijsinspecteur in Amsterdam. Hij werd naar Suriname gehaald door zijn oude vriend Henk Chin A Sen, die op verzoek van de militairen als premier was aangetreden. Ze kenden elkaar van de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam, waarvan destijds veel Surinaamse studenten lid waren.

Eenmaal in Suriname was Haakmat aanvankelijk adviseur van de regering. Nadat de grondwet was opgeschort en Chin A Sen was benoemd tot president, werd hij in de tweede burgerregering na de coup vicepremier en ‘superminister’ met de portefeuilles van Buitenlandse Zaken, Justitie, Leger en Politie. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de oprichting van het Bijzonder Gerechtshof, een omstreden juridisch vehikel om ambtenaren en oud-regeringsleden te vervolgen voor corruptie. Wegens gebrek aan bewijs kwam het maar tot enkele veroordelingen. Tegen oud-premier Henck Arron, die de onafhankelijkheid tot stand had gebracht, kon niets worden ingebracht.

Aan Haakmats ministerschap kwam al in januari 1981 een eind, niet onverwachts. Met toespraken waarin hij zich „in hart en nieren een parlementaire democraat” noemde, had hij het ongenoegen van de legertop over zich afgeroepen. Ook was hij ongerust dat de militaire leiding zich zou ontpoppen tot een ware junta, onder druk van de steeds heviger protesten uit de Surinaamse samenleving. Als adviseur van de Moederbond, een grote vakbond, probeerde Haakmat in overleg met de militairen tevergeefs een terugkeer naar de democratie te bewerkstelligen. Eind 1982 escaleerden de spanningen, met een grote staking en dreigende taal van Bouterse.

Haakmat overleefde op het nippertje een aanslag op zijn leven, die hij beschrijft in zijn memoires De revolutie uitgegleden. Hij was thuis, hoorde buiten een claxon en liep naar het raam. Haakmat: „Toen – ik was een halve meter van het raam verwijderd – hoorde ik zes, acht of tien oorverdovende knallen, gevolgd door zware inslagen in de muur. Als een blok liet ik me op de grond vallen. (…) Plotseling hoorde ik in het Surinaams: ‘Hij is morsdood, laten we geen tijd verliezen, snel weg.’ Korte looppasjes, het starten van een auto, motorgeronk dat oplost in de nacht.”

Kort daarop vluchtte Haakmat via de rivier de Marowijne naar het buurland Frans-Guyana en vandaar naar Nederland. Vakbondsleider en vriend Cyrill Daal van de Moederbond besloot op het laatste moment niet mee te gaan, omdat hij de bond niet in de steek wilde laten. Daal werd op 8 december met veertien anderen doodgeschoten.

In Nederland werd Haakmat een spil in het verzet tegen het bewind van Bouterse, al bleef hij door zijn politieke verleden ook omstreden. Hij hervatte zijn werk als jurist in Amsterdam en werd actief in de kinderbescherming. Geregeld kwam hij in de publiciteit met opiniestukken, interviews en boeken over Suriname. Zestien jaar na zijn vlucht reisde hij voor het eerst weer naar Suriname, waar hij een verzoeningsgesprek had met Bouterse, inmiddels leider van de politieke partij NDP. Niettemin bleef hij volhouden dat de voormalige legerleider moest worden berecht voor de Decembermoorden.

Op 83-jarige leeftijd wist hij alsnog een lang gekoesterde droom waar te maken. Aan de Open Universiteit in Heerlen promoveerde hij op een omvangrijk onderzoek naar de geschiedenis en aard van corruptie in Suriname, vooral in de verdeling van grond. Hij pleitte voor wetgeving en meer internationale samenwerking om de machtige drugsmaffia in het land te bestrijden. Maar vooral moest Suriname afscheid nemen van de etnische politiek, volgens hem de belangrijkste bron van corruptie in het land. Toen het werkstuk in 2022 eindelijk klaar was, zei hij tevreden: „Het heeft lang gerijpt, maar ik moet nog zien dat over dertig jaar iemand iets zinnigers weet te zeggen over dit onderwerp.” (NRC)

Drugssmokkelaar door BID-team aangehouden

Ingediend door admin op

Leden van het Bestrijding Internationale Drugsteam (BID) hebben de Nederlander R.G. op maandag 25 november 2024 op de Johan Adolf Pengel luchthaven ter zake overtreding Wet Verdovende Middelen aangehouden.

In de reiskoffer van de verdachte die op vertrek stond naar het buitenland, werden 13 pakken cocaïne met een gewicht van 4.962 gram, die verstopt waren in zoute vis, bara, sojabrokken en gezouten amsoi aangetroffen en in beslag genomen. De verdachte en de in beslag genomen drugs en goederen werden vervolgens overgedragen aan de Narcotica Brigade. Na afstemming met het Openbaar Ministerie is de verdachte R.G. hangende het onderzoek door de

politie in verzekering gesteld.

Surinaamse ambassade in Guyana herdenkt 49 jaar onafhankelijkheid

Ingediend door admin op

De ambassade van de republiek Suriname in Georgetown, Guyana organiseerde op 23 november 2024 een feestelijke receptie ter gelegenheid van de 49e herdenking van de Staatkundige Onafhankelijkheid van de Republiek Suriname op 25 november 2024. De receptie was mede mogelijk met de ondersteuning van de Suriname Guyana Chamber of Commerce (SGCC) waarvan ambassadeur Liselle Blankendal een van de initiatiefneemsters is.

De avond markeerde ook 49 jaar van diplomatieke betrekkingen tussen Suriname en Guyana, een partnerschap dat wordt gekenmerkt door wederzijds respect en samenwerking. Ambassadeur Blankendal benadrukte in haar toespraak het belang van de historische band tussen beide landen en over

de gezamenlijke inspanningen om verdere regionale ontwikkeling te bevorderen, waaronder de bouw van de brug over de Corantijn rivier welke een essentiële investering in connectiviteit en economische integratie zal zijn en ook de weg zal vrijmaken voornaadloze grensoverschrijdende handel en regionale samenwerking, waardoor onze regio nog aantrekkelijker wordt voor investeringen. Eveneens werd onderstreept dat met het aantreden van beide regeringen in 2020 het Strategisch DialoogSamenwerkingsplatform (SDCP) werd ingesteld, welke gemonitord wordt op het hoogste niveau door wederzijdse presidenten. De ambassadeur benadrukte dat Suriname en Guyana verenigd zijn in hun toewijding aan duurzame ontwikkeling en milieubeheer en als twee van de
weinige koolstof-negatieve landen ter wereld,die meer koolstof absorberen dan uitstoten. Voorts gaf zij mee dat met de Final Investment Decision (FID) door Total Energies in blok 58 voor de olie ontwikkelingen voor de kust met een investering van 10,5 miljard USD dollar ook het economisch landschap van Suriname zal veranderen, welke Guyana nu meemaakt.

Minister van Parlementaire Zaken en Bestuur, Gail Teixeira, bracht namens president Irfan Ali een krachtige boodschap van partnerschap over, met nadruk op plannen voor bilaterale initiatieven op het gebied van infrastructuur en op het gebied van energie en voedselzekerheid voor het ontwikkelen van een landbouw netwerk om de importen van beide landen te reduceren en zodoende ook bij te dragen aan de voedselzekerheid van de andere Caraïbische landen. Teixeira noemde ook de plannen van de twee landen om samen te werken op het gebied van olie en gas en dat er een historische mogelijkheid bestaat voor joint ventures en de private sectorpartnerschappen te versterken op dit gebied. Daarnaast zag zij ook de noodzaak voor veiligheidssamenwerking om transnationale misdaad tegen te gaan. In zijn toespraak benadrukte Vishnu Doerga, President van de Suriname -Guyana Chamber of Commerce (SGCC) het belang van het vrij verkeer van goederen, diensten en personen tussen de twee landen en hield voor dat deze samenwerking een voorbeeld zal zijn voor de totale regio en een betere integratie binnen CARICOMzal inspireren. Met medewerking van sponsoren uit zowel Suriname als Guyana werd de receptie voorzien van kunst, muziek, aankleding en voeding geheel in weerspiegeling van de Surinaamse culturen.

Leerling springt van bovenste verdieping MULO-school

Ingediend door admin op

Een leerling van een MULO-school in Suriname is dinsdagochtend rond 11.00 uur van de bovenste verdieping van het schoolgebouw gesprongen.

Het incident, dat plaatsvond tijdens schooltijd in het politieressort Livorno, veroorzaakte grote consternatie onder medeleerlingen en het schoolpersoneel.

De leerling verloor het bewustzijn en kreeg ter plaatse medische hulp van een opgeroepen ambulance (zie foto).

Na stabilisatie werd het slachtoffer overgebracht naar het ziekenhuis voor verdere behandeling.

Volgens eerste berichten zou de leerling op school gepest zijn, wat mogelijk een rol heeft gespeeld bij de gebeurtenis.

De politie heeft een onderzoek gestart om de exacte toedracht van het incident te achterhalen en de omstandigheden

zorgvuldig in kaart te brengen.

Cocaïne in vis, bara, soja en amsoi in koffer reiziger naar Nederland

Ingediend door admin op

Op maandag 25 november 2024 is op de Johan Adolf Pengelluchthaven in Suriname een opmerkelijke vangst gedaan door het Bestrijding Internationale Drugsteam (BID). De Nederlandse reiziger R.G., die op het punt stond af te reizen naar het buitenland, werd aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel.

Bij een controle van zijn bagage deden de opsporingsambtenaren een bijzondere ontdekking. In de koffer troffen ze een hoeveelheid cocaïne aan, verpakt in 13 verschillende pakketten met een totaalgewicht van bijna vijf kilogram.

De verdovende middelen waren vakkundig verborgen in alledaagse producten zoals zoute vis, bara’s, sojabrokken en gezouten amsoi. Deze creatieve, maar mislukte poging om

de drugs onopgemerkt te vervoeren, viel direct op tijdens de inspectie.

De verdachte, evenals de gevonden drugs en de verpakkingsmaterialen, werd direct overgedragen aan de Narcotica Brigade voor verder onderzoek. In overleg met het Openbaar Ministerie is besloten om R.G. in voorlopige hechtenis te plaatsen. Hij blijft vastzitten totdat de politie het onderzoek naar zijn rol in deze zaak heeft afgerond.

Hoe het onderzoek verder zal verlopen en of er mogelijk meer betrokkenen in beeld komen, zal de komende dagen duidelijk worden. Ondertussen wordt R.G. verdacht van een ernstige overtreding van de Wet Verdovende Middelen, een misdrijf dat in Suriname streng wordt

aangepakt.

André Haakmat overleden op 85-jarige leeftijd

Ingediend door admin op
André Haakmat neemt zijn bul in 2022 ontvangst. Copyright: Sahardid Abdillahi.

André Haakmat (1939-2024) is maandag op 85-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in Suriname na de staatsgreep in 1980. Na de Decembermoorden heeft hij zich verzet tegen het bewind van Desi Bouterse. "André Haakmat, jurist en publicist, werd minister enkele maanden na de militaire

coup van begin 1980 in Suriname, in de overtuiging dat de democratie snel zou worden hersteld. Maar hij onderging hetzelfde lot als zoveel anderen die de omwenteling in goede banen meenden te kunnen leiden", schrijven Hans Buddingh' en Sjoerd de Jong in een necrologie vandaag in NRC Handelsblad.

Eind 1982 viel Haakmat in ongenade bij Bouterse, toen hij met gelijkgezinden aandrong op vrije verkiezingen en herstel van de democratie. Op 8 december 1982 namen de militairen bloedig wraak: vijftien tegenstanders van het regime, onder wie vrienden van Haakmat, werden vermoord in Fort Zeelandia. Zelf was hij na

een aanslag op zijn leven net op tijd het land ontvlucht.

Over de Surinaamse militaire periode schreef hij De revolutie uitgegleden (1987), over de latere ontwikkelingen in het land Herinneringen aan de toekomst van Suriname (1996). In dat laatste boek wees hij op de ingrijpende culturele veranderingen die hij in Suriname waarnam sinds de jaren tachtig. Het land verschoof in zijn ogen mede door toedoen van de militairen van een op Nederland geënte, burgerlijke samenleving naar een ruigere, Zuid-Amerikaanse vorm van kapitalisme. Tot op hoge leeftijd bleef hij ook actief als advocaat, vanuit zijn woonplaats Amsterdam-West.

Toen de militairen in 1980, vijf jaar na de Surinaamse onafhankelijkheid, de macht grepen in het land werkte Haakmat als onderwijsinspecteur in Amsterdam. Hij werd naar Suriname gehaald door zijn oude vriend Henk Chin A Sen, die op verzoek van de militairen als premier was aangetreden. Ze kenden elkaar van de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam, waarvan destijds veel Surinaamse studenten lid waren.

Eenmaal in Suriname was Haakmat aanvankelijk adviseur van de regering. Nadat de grondwet was opgeschort en Chin A Sen was benoemd tot president, werd hij in de tweede burgerregering na de coup vicepremier en ‘superminister’ met de portefeuilles van Buitenlandse Zaken, Justitie, Leger en Politie. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de oprichting van het Bijzonder Gerechtshof, een omstreden juridisch vehikel om ambtenaren en oud-regeringsleden te vervolgen voor corruptie. Wegens gebrek aan bewijs kwam het maar tot enkele veroordelingen. Tegen oud-premier Henck Arron, die de onafhankelijkheid tot stand had gebracht, kon niets worden ingebracht.

Aan Haakmats ministerschap kwam al in januari 1981 een eind, niet onverwachts. Met toespraken waarin hij zich "in hart en nieren een parlementaire democraat” noemde, had hij het ongenoegen van de legertop over zich afgeroepen. Ook was hij ongerust dat de militaire leiding zich zou ontpoppen tot een ware junta, onder druk van de steeds heviger protesten uit de Surinaamse samenleving. Als adviseur van de Moederbond, een grote vakbond, probeerde Haakmat in overleg met de militairen tevergeefs een terugkeer naar de democratie te bewerkstelligen. Eind 1982 escaleerden de spanningen, met een grote staking en dreigende taal van Bouterse. Haakmat overleefde op het nippertje een aanslag op zijn leven en wist via Frans-Guyana te vluchten naar Nederland.

In Nederland werd Haakmat een spil in het verzet tegen het bewind van Bouterse, al bleef hij door zijn politieke verleden ook omstreden. Hij hervatte zijn werk als jurist in Amsterdam en werd actief in de kinderbescherming. Geregeld kwam hij in de publiciteit met opiniestukken, interviews en boeken over Suriname. Zestien jaar na zijn vlucht reisde hij voor het eerst weer naar Suriname, waar hij een verzoeningsgesprek had met Bouterse, inmiddels leider van de politieke partij NDP. Niettemin bleef hij volhouden dat de voormalige legerleider moest worden berecht voor de Decembermoorden, schrijven Buddingh' en De Jong.

Op 83-jarige leeftijd wist hij alsnog een lang gekoesterde droom waar te maken. Aan de Open Universiteit in Heerlen promoveerde hij op een omvangrijk onderzoek naar de geschiedenis en aard van corruptie in Suriname, vooral in de verdeling van grond. Hij pleitte voor wetgeving en meer internationale samenwerking om de machtige drugsmaffia in het land te bestrijden. Maar vooral moest Suriname afscheid nemen van de etnische politiek, volgens hem de belangrijkste bron van corruptie in het land. Toen het werkstuk in 2022 eindelijk klaar was, zei hij tevreden: „Het heeft lang gerijpt, maar ik moet nog zien dat over dertig jaar iemand iets zinnigers weet te zeggen over dit onderwerp.”

POLITIEK EN PERSVRIJHEID

Ingediend door admin op

Auteur: Wilfred Leeuwin.

Met het vonnis van kantonrechter Susanna Shu in de rechtszaak minister Nurmohamed van Openbare Werken (OW) tegen Starnieuws en diens hoofdredacteur Nita Ramcharan, heeft niet alleen Starnieuws een overwinning behaald, maar heeft de rechter ook een belangrijk precedent geschapen.

De uitspraak benadrukt het belang van persvrijheid en vrije meningsuiting en biedt bescherming tegen politieke inmenging.

De procureur-generaal (PG), die de staat Suriname in rechte vertegenwoordigt, nam aan het begin van deze rechtszaak een bijzondere en juiste beslissing: zij zag geen staatsbelang in de kwestie en trok de staat terug uit het proces. Hoewel dit officieel werd toegeschreven aan een regeringsbesluit,

lijkt het erop dat de rechterlijke macht, als onderdeel van de trias politica, hier terecht de uitvoerende macht heeft gecorrigeerd en tegelijkertijd beschermd.

Democratisch gehalte

Het maatschappelijk belang van het vonnis ligt in de positie van de politieke macht ten opzichte van persvrijheid en vrije meningsuiting. Ramcharan gaf na de uitspraak aan dat ze graag had gezien dat de staat in deze kwestie ook formeel was veroordeeld. Haar opmerking wijst op een fundamenteel punt: de staat, regering en ministers behoren de eerste beschermers te zijn van burgerrechten zoals vastgelegd in de grondwet, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)

en het Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (VBPR).

De realiteit in deze zaak laat echter het tegenovergestelde zien. Wanneer de regering werkelijk waarde hecht aan persvrijheid, zoals vaak wordt verkondigd, had de zaak nooit aan de rechter voorgelegd mogen worden. President Santokhi heeft zich hierover niet uitgesproken en ook zijn minister niet aangesproken. Gelukkig zag de PG uiteindelijk in dat de betrokkenheid van de staat onterecht was.

De media en journalisten keken met spanning uit naar een oordeel over de rol van de staat in deze zaak. Dit vonnis benadrukt echter dat het aan overheden is om grondrechten te garanderen en te beschermen, niet te ondermijnen.

Garantie en bescherming

Het World Justice Project (WJP) publiceerde vorig jaar een rapport over de bescherming van burgerrechten door overheden. Suriname werd daarin aangewezen als een land waar de rechtsstaat wordt uitgehold. Op de Rule of Law Index staat Suriname op plaats 81 van 142 landen, met een bedroevende score in vergelijking met 17 andere Caribische landen.

Volgens het WJP komt deze positie voort uit factoren zoals politieke inmenging in de rechterlijke macht, corruptie, een gebrek aan transparantie en het niet naleven van grondrechten. Dit bevestigt dat juist overheden die de rechten van burgers zouden moeten beschermen, vaak verantwoordelijk zijn voor het schenden ervan.

Minister Nurmohamed heeft in deze zaak laten zien onvoldoende inzicht te hebben in zijn rol binnen een democratie. Zijn publieke optredens en eisen in deze rechtszaak tonen dat ego en persoonlijke belangen een belemmering vormen voor het respecteren van persvrijheid. Zijn overtuiging dat zijn eer en goede naam zijn aangetast en bescherming behoeven via een rechterlijke uitspraak, getuigt van een gebrek aan begrip van de principes van de rechtsstaat.

Rule of Law versus Rule by Law

Tijdens een conferentie van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging in oktober legde de Nederlandse rechter Ybo Buruma, lid van de Hoge Raad, het verschil uit tussen Rule of Law en Rule by Law. Bij het eerste geldt de wet voor iedereen, inclusief politieke machthebbers. Bij het tweede worden wetten misbruikt door machthebbers om burgers te onderdrukken en hun eigen belangen te dienen.

Deze rechtszaak vertoont kenmerken van Rule by Law: in plaats van persvrijheid te respecteren en te beschermen, probeerde de minister juridische middelen in te zetten om een eenvoudige column te bestraffen.

Maatschappelijke impact

Als de rechter in het voordeel van Nurmohamed had beslist, zou dat verstrekkende gevolgen hebben gehad. Het zou niet alleen Starnieuws en Ramcharan hebben geraakt, maar ook de persvrijheid en het recht op vrije meningsuiting van alle burgers. Het zou een gevaarlijk precedent hebben geschapen, waarbij mediabedrijven zichzelf zouden censureren uit angst voor juridische gevolgen.

President Santokhi moet meer doen dan alleen lippendienst bewijzen aan persvrijheid. Ministers moeten begrijpen dat zij niet hun persoonlijke eer en functie moeten vereenzelvigen, maar openheid en verdraagzaamheid moeten tonen. Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens roept publieke figuren zoals ministers en presidenten op om juist transparanter en toleranter te zijn tegenover kritiek.

Waarschuwing

Het vonnis van de rechter betekent echter geen vrijbrief voor onverantwoord gebruik van persvrijheid of vrije meningsuiting. Geen enkel grondrecht, ook deze niet, is absoluut. Zowel artikel 19 van de grondwet als artikel 19 van het VBPR benadrukken dat deze rechten met verantwoordelijkheid moeten worden uitgeoefend.

In het geval van minister Nurmohamed had hij als individu het recht om naar de rechter te stappen. Maar als minister en lid van de regering had hij beter moeten weten. Zoals de rechter terecht stelt, is er in deze zaak geen sprake van belediging. De minister is juist gewezen op zijn verantwoordelijkheid voor wat er op zijn ministerie gebeurt, inclusief het uitlekken van informatie.

UNITEDNEWS

 

GUYANA INVESTEERT EXTRA IN BAANBREKEND GAS-TO-ENERGIEPROJECT

Ingediend door admin op

Foto: Het Gas-to-Energieproject | Bron: OilNow.gy

De regering van Guyana heeft op 25 november bij het parlement een aanvullende financiering aangevraagd van US$121 miljoen om het ambitieuze Gas-to-Energieproject voort te zetten.

Dit project, dat wordt geprezen als een mijlpaal in de energietransitie van het land, moet de elektriciteitskosten halveren, de concurrentiekracht van andere industrieën versterken en Guyana’s afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen.

Minister van Financiën, Dr. Ashni Singh, diende namens de regering een voorstel in om GY$25,3 miljard (ongeveer US$121 miljoen) vrij te maken. In officiële verklaringen benadrukt de regering dat het project van cruciaal belang is voor het economisch potentieel van het

land.

Het Gas-to-Energieproject is gericht op het transporteren van natuurlijke gasvoorraden uit het offshore Stabroek-blok naar een geïntegreerde gasverwerkingsfaciliteit in Wales, aan de Westelijke oever van de Demerara-rivier. De pijpleiding zal dagelijks 50 miljoen kubieke voet gas leveren, met als hoofddoel elektriciteitsopwekking.

Tot op heden heeft de regering al aanzienlijke middelen geïnvesteerd. In de jaren 2022-2023 werd er ongeveer US$350 miljoen uitgegeven aan de ontwikkeling van het project.

Daarnaast werd eerder dit jaar nog US$384 miljoen goedgekeurd door het parlement. Met de huidige aanvraag stijgt de totale parlementaire goedkeuring voor het project naar US$855 miljoen.

De aanleg van de pijpleiding, uitgevoerd door ExxonMobil, wordt

geraamd op een kostenpost van US$1 miljard. Tegelijkertijd heeft de regering het bedrijf CH4-Lindsayca gecontracteerd voor de bouw van de geïntegreerde faciliteit, waarvoor een bedrag van US$759 miljoen is vastgesteld. Hoewel de pijpleiding inmiddels is aangelegd, zal de voltooiing van de elektriciteitscentrale naar verwachting pas in 2025 plaatsvinden.

Naast binnenlandse financiering vanuit de schatkist, hoopt de regering binnenkort goedkeuring te krijgen voor een lening van meer dan US$600 miljoen van de Amerikaanse Export-Import Bank om het project verder te ondersteunen. Ondertussen worden voorbereidingen getroffen voor een tweede fase van het project, waarvoor vanaf januari voorstellen van geïnteresseerde bedrijven worden verwacht.

Het Gas-to-Energieproject markeert een cruciale stap in Guyana’s energietransitie, die niet alleen economische groei stimuleert, maar ook duurzaamheid bevordert. Met de voortgang van dit project wil de regering een solide basis leggen voor de toekomst van het land.

UNITEDNEWS|REGIO

PALU: Elke Surinamer kan blijvend miljoenen verdienen met oliedollars

Ingediend door admin op

Met de miljarden oliedollars die zullen binnenstromen kunnen problemen in de samenleving blijvend worden opgelost.  Ook kunnen volgens de PALU veel productieactiviteiten opgestart worden waarmee Surinamers in staat worden gesteld om blijvend hun eigen geld te verdienen, zodanig dat ze zelfs miljonairs worden. In plaats van die garantie, wordt het volk een eenmalig aandeel in de olie royalties beloofd die
slechts tijdelijk geld zullen opleveren.

Chan-beloften

De beloften van US$750 aandeel aan elke Surinamer kunnen daarom niet anders gezien worden dan een verkiezingsstunt. Het zal blijken een 'Chan-belofte' te zijn: een verkiezingsbelofte die achteraf een grote leugen zal blijken te zijn. Bij de verkiezingen van 2020 bleken achteraf ook alle beloften van Santokhi grote leugens te zijn. Een VHP-herstelplan dat niet bestond, de VHP zou niet naar het IMF gaan, de miljarden uit de diaspora die zouden loskomen en de vele investeerders die stonden te trappelen om te komen zijn slechts enkelen van de Chan-beloften. Na de verkiezingen volgden er nog meer:
de New Surfin kwestie, de diepwaterhaven en de internationale luchthaven te Nickerie, de waterstoffabriek etc. etc…Royalties verpandNu al blijkt dat om het US$750 aandeel uit te werken behoorlijk veel 'geknoeid' zal moeten worden om het wettelijk mogelijk te maken. Zo zijn de royalties uit block 58 al verpand aan Oppenheimer volgens de Value Recovery Instrument (VRI) als deel van de schuldherschikking. De royalties zullen rechtstreeks gestort moeten worden op een rekening van Oppenheimer tot 2050. Pas na verrekening zal het restant overgemaakt worden naar de Surinaamse overheid waarbij bovendien geen termijnen zijn afgesproken waarbinnen dat zal gebeuren. Hoezo beloof je dan nu een aandeel in de royalties waarvan je niet weet hoeveel en wanneer je erover mag beschikken?Geen logicaBovendien zit er geen enkele logica in het bedrag dat is beloofd. Eerder had Somohardjo US$10.000 beloofd. Welke politicus zal hierna volgen? Want het kan gekker met dit soort Chan-beloften. Of wordt de Surinamer met een klein beetje 'zakgeld' zand in de ogen gestrooid zodat weer een kleine groep van Friends and Family met de rest van de miljarden olie-royalties ervandoor kunnen gaan?

Miljoenen verdienen

De PALU is van mening dat zelfs met een deel van de miljarden olie-dollars de vele productie opties die we hebben in Suriname tot ontwikkeling gebracht kunnen worden. Hiermee kunnen Surinamers in staat worden gesteld hun eigen geld te verdienen. Bovendien kan nu reeds zonder dat oliegeld gestart worden met investeringen in enkele van deze productiemogelijkheden. Waarom doet men dat niet? Door het aantrekkelijk te maken voor Surinamers die nu reeds miljarden hebben gespaard kan het investeringskapitaal op de korte termijn beschikbaar komen. Daarvoor hoeft President Santokhi niet te wachten op de oliedollars om Surinamers in staat te stellen vele miljoenen US-dollars te verdienen op de korte termijn.