
Na de leraren nu de politie: de rekening komt uiteindelijk bij de SRD terecht
| chronostimes | Door: Redactie
De overeenkomst tussen de regering en de onderwijsbonden heeft de rust in het onderwijs voorlopig hersteld. Scholen konden weer open, leerlingen konden terugkeren naar de klas en een dreigende maatschappelijke crisis werd afgewend. Politiek gezien was dat een verstandige keuze. Geen enkele regering wint immers iets bij langdurige onderwijsstakingen. Maar terwijl de aandacht nog uitgaat naar de afspraken met de leerkrachten, dient zich inmiddels een volgende groep aan die terecht vraagt om naleving van gemaakte afspraken en verbetering van haar financiële positie: de Surinaamse politie.
De volgende rekening ligt al op tafel
De Surinaamse Politiebond heeft de afgelopen dagen luid en duidelijk aan de bel getrokken over achterstallige uitbetalingen van wachtgelden en nachtdiensttoelagen. Voor veel politieambtenaren vormen deze toelagen geen extraatje, maar een essentieel onderdeel van het gezinsinkomen. Wanneer dergelijke betalingen uitblijven, komen huurverplichtingen, hypotheeklasten, nutsvoorzieningen en andere dagelijkse uitgaven direct onder druk te staan. De frustratie binnen het korps is dan ook begrijpelijk. Politieagenten verrichten hun werk vaak onder moeilijke omstandigheden en mogen verwachten dat de overheid haar financiële verplichtingen nakomt.
Na de leraren komen de politie, daarna de rest
De discussie gaat echter over meer dan alleen de politie. Wat zich nu ontvouwt, is een ontwikkeling die economen al geruime tijd zagen aankomen. Zodra één beroepsgroep na jaren van achterstanden financiële tegemoetkomingen ontvangt, zullen andere groepen zich eveneens melden. Dat is niet onredelijk. De politie kijkt naar het onderwijs. De zorgsector kijkt naar de politie. Ambtenaren kijken naar de zorg. Iedere groep die jarenlang koopkracht heeft verloren, zal zich afvragen waarom zij niet dezelfde aandacht verdient.
Waar haalt de regering het geld vandaan?
Daarmee ontstaat voor de regering-Simons/Rusland een uitdaging die veel groter is dan een arbeidsconflict of een loononderhandeling. De centrale vraag wordt namelijk niet langer óf deze groepen recht hebben op compensatie. Daarover bestaat weinig discussie. De werkelijke vraag is hoe al deze financiële verplichtingen betaald moeten worden zonder dat de economie opnieuw uit balans raakt.
Meer SRD’s in omloop betekenen meer druk op de koers
Suriname kent een lange geschiedenis van economische problemen die vaak begonnen met een begrijpelijke politieke wens. Overheden wilden sociale rust creëren, koopkracht herstellen of achterstanden wegwerken. Op zichzelf zijn dat nobele doelstellingen. Het probleem ontstond wanneer daar geen structurele financiering tegenover stond. Uiteindelijk werd dan gekozen voor extra leningen, hogere uitgaven of indirecte geldcreatie. Op korte termijn leek dat een oplossing. Op langere termijn volgden inflatie, koersdruk en verlies aan koopkracht.
Wanneer de overheid structureel meer geld uitgeeft aan salarissen, toelagen en achterstallige betalingen, neemt de hoeveelheid geld in de economie toe. Dat hoeft niet direct problematisch te zijn wanneer daar een hogere economische productie tegenover staat. Maar Suriname bevindt zich niet in een situatie waarin de economie plotseling evenveel extra goederen en diensten produceert als er extra geld wordt uitgegeven.
De Surinamer vertrouwt de SRD nog steeds niet
Daar komt nog een tweede factor bij die specifiek voor Suriname van groot belang is. De gemiddelde Surinamer heeft door tientallen jaren van inflatie, devaluaties en monetaire instabiliteit een diepgeworteld wantrouwen ontwikkeld tegenover de eigen munt. Zodra burgers vermoeden dat de geldhoeveelheid toeneemt of dat de economische onzekerheid groeit, ontstaat automatisch een vlucht naar harde valuta zoals de Amerikaanse dollar en de euro.
Dat gedrag is niet irrationeel. Integendeel. Het is een logisch gevolg van historische ervaring. Generaties Surinamers hebben gezien hoe spaargelden in de nationale munt hun waarde verloren. Zij hebben meegemaakt hoe salarissen achterbleven bij de inflatie en hoe koersschommelingen koopkracht vernietigden.
OMO is de onzichtbare dam tegen een nieuwe valutacrisis
Precies daar komt het belang van het OMO-beleid naar voren. Tijdens het IMF-programma heeft de Centrale Bank via Open Market Operations grote hoeveelheden overtollige SRD-liquiditeiten uit de economie gehaald. Banken werden gestimuleerd hun middelen tegen aantrekkelijke rentes tijdelijk vast te zetten bij de Centrale Bank. Hierdoor bleef een aanzienlijk deel van de beschikbare SRD’s buiten de circulatie en werd de druk op de valutamarkt beperkt.
Dat beleid heeft de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de relatieve stabilisatie van de wisselkoers. Critici wezen vaak op de hoge OMO-rentes, maar vergaten daarbij dat deze rentes ook een belangrijke monetaire functie vervulden. Zij voorkwamen dat grote hoeveelheden SRD’s onmiddellijk hun weg vonden naar de valutamarkt.
Wat gebeurt er als de OMO-rente niet meestijgt?
Nu de overheid geconfronteerd wordt met toenemende eisen vanuit verschillende sectoren, wordt de vraag relevant of dit evenwicht behouden kan blijven. Wanneer de overheid meer geld in omloop brengt zonder dat tegelijkertijd voldoende liquiditeiten worden afgeroomd, ontstaat vrijwel automatisch extra druk op de wisselkoers.
Indien de OMO-rente onvoldoende aantrekkelijk wordt of de omvang van het programma afneemt, zal meer geld beschikbaar blijven voor consumptie en valutaaankopen. De gevolgen daarvan zijn voorspelbaar. Een stijgende vraag naar dollars leidt tot een hogere wisselkoers. Een hogere wisselkoers vertaalt zich vervolgens in hogere importprijzen.
De verborgen belasting heet inflatie
Omdat Suriname een importafhankelijke economie is, werken deze prijsstijgingen uiteindelijk door in vrijwel alle onderdelen van het dagelijks leven. Voedsel wordt duurder. Transport wordt duurder. Bouwmaterialen worden duurder. Medische producten worden duurder.
Uiteindelijk wordt de koopkrachtwinst die via looncorrecties werd gecreëerd weer gedeeltelijk tenietgedaan door inflatie. De burger krijgt dan met de ene hand meer geld en levert het met de andere hand weer in aan de supermarkt, de pomp en de valutamarkt.
De oliekoorts mag geen excuus worden
De huidige spanningen in het onderwijs en bij de politie zijn meer dan afzonderlijke arbeidsconflicten. Zij vormen een vroege test voor het economisch beleid van de regering-Simons/Rusland. Veel burgers verwachten dat toekomstige olie-inkomsten alle financiële problemen zullen oplossen. Dat is een gevaarlijke veronderstelling.
De geschiedenis van grondstoffenlanden laat zien dat toekomstige rijkdom vaak wordt gebruikt als rechtvaardiging voor huidige uitgaven. Wanneer regeringen beginnen te consumeren op basis van inkomsten die nog moeten binnenkomen, ontstaat al snel een patroon van oplopende schulden en groeiende financiële kwetsbaarheid.
De echte toets komt niet van de bonden maar van de valutamarkt
De bereidheid van de regering om te luisteren en te onderhandelen verdient erkenning. Maar uiteindelijk zal niet de onderhandelingstafel bepalen of het beleid succesvol is. Dat oordeel zal worden geveld door de inflatiecijfers, de wisselkoers en de koopkracht van de bevolking.
Want hoe begrijpelijk de eisen van leerkrachten en politieagenten ook zijn, economische wetten blijven uiteindelijk sterker dan politieke wensen. Als structurele uitgaven sneller groeien dan de economische draagkracht van het land, dan zal de Surinaamse dollar vroeg of laat reageren. En wanneer de wisselkoers begint te bewegen, voelt niet alleen de overheid de gevolgen, maar iedere Surinamer die afhankelijk is van zijn inkomen, zijn spaargeld en zijn dagelijkse boodschappen.
Conclusie: De SRD bepaalt uiteindelijk wie gelijk krijgt
De leraren hebben gelijk. De politie heeft gelijk. Andere beroepsgroepen die koopkracht hebben verloren hebben waarschijnlijk ook gelijk. Maar gelijk hebben en betaald kunnen worden zijn twee verschillende zaken.
De regering staat daarom voor de moeilijkste economische opdracht sinds haar aantreden: hoe compenseer je terecht ontevreden groepen zonder opnieuw de fundamenten van de munt te ondergraven?
Want uiteindelijk heeft de valutamarkt geen politieke voorkeur, geen vakbondslidmaatschap en geen sympathie voor regeringen. De valutamarkt reageert slechts op één ding: hoeveel SRD’s er beschikbaar zijn en hoeveel vertrouwen mensen nog hebben in die SRD.
En dat vertrouwen zal de komende maanden de echte graadmeter worden voor het succes of falen van het economische beleid van de regering-Simons/Rusland.
Dr. Ashwin Ramcharan RO
Disclaimer
De redactie van Chronos Times stelt ingezonden artikelen ter beschikking aan haar lezers om een diversiteit aan meningen en standpunten te bieden. De inhoud van dit artikel, inclusief alle geuite meningen en beweringen, valt volledig onder de verantwoordelijkheid van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de mening of het standpunt van de redactie. De redactie is niet aansprakelijk voor de juistheid van de informatie of voor eventuele gevolgen die voortvloeien uit de inhoud van dit stuk.
Redactie Chronos| chronostimes | Door: Redactie




































