• donderdag 16 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Ex-onderwijsminister Ori: “Ik heb een goede job gedaan met mijn team”

Ex-onderwijsminister Ori: “Ik heb een goede job gedaan met mijn team”

| | Door: Redactie

Voormalig onderwijsminister Henry Ori heeft zijn ontevredenheid geuit over de selectieve uitnodigingen tijdens de recent gehouden onderwijsconferentie. In het programma Actueel op Radio ABC gaf hij aan dat hij niet was uitgenodigd, wat hij opmerkelijk vond. Wel volgde hij de conferentie online. Hij benadrukte dat hij onderwijsman is in hart en ziel.

Op basis van enkele steekproeven stelt hij dat de inhoud voor hem weinig nieuws bevatte, aangezien hij het proces van dichtbij heeft meegemaakt tijdens zijn periode als minister. Ori verwees naar zijn termijn die begon op 2 mei 2023, waarbij het ministerie na vijf maanden

ook een congres organiseerde.

De oud-minister benadrukte het belang van samenwerking binnen de sector en het bundelen van alle deskundigheid. “Ik heb een goede job gedaan met mijn team”, zei hij over zijn eigen periode als minister. Hij voegde daaraan toe dat hij trots is op wat er in 27 maanden is bereikt tijdens zijn ministerschap. Ondanks de uitdagingen is er volgens hem een duidelijke lijn uitgezet, waarbij vooral het gebrek aan budget het grootste obstakel vormde.

Volgens Ori lijdt het onderwijs al jaren onder financieel beleid waarbij onvoldoende wordt geïnvesteerd in basisvoorzieningen. Hij

stelde dat er de afgelopen 25 jaar sprake is geweest van zware verwaarlozing, zichtbaar op verschillende niveaus, van infrastructuur en meubilair tot de professionalisering van leerkrachten.

Daarnaast stelde Ori dat er de afgelopen 25 jaar aanzienlijke investeringen in onderwijsvernieuwing zijn gedaan, mede dankzij internationale samenwerking. Volgens hem worden vooruitgangen vaak onvoldoende bijgehouden, waardoor een vertekend beeld ontstaat. Hoewel hij erkent dat uitval en zittenblijven van kinderen nog steeds aandacht vragen, ziet hij wel degelijk verbetering.

Volgens Ori liggen de belangrijkste problemen in het onderwijs bij financiële beperkingen en een tekort aan leerkrachten. Hij wijst vooral op ontevredenheid over de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als oorzaak van het personeelsverloop en ziet het vertrek van leerkrachten als een gevolg van de economische situatie.

Hij stelde dat er tijdens zijn ministerschap stappen zijn gezet om de positie van leerkrachten te verbeteren. “In mijn periode hebben we gezorgd voor SRD 1.500 geïncorporeerd in het salaris, daarna 15% verhoging”, zei hij. Daarnaast werd volgens hem een jaarlijkse kledingtoelage ingevoerd met een structurele last van SRD 9 miljoen. Tegelijk erkende hij dat inflatie en de zwakke positie van de SRD de koopkracht blijvend onder druk zetten.

De oud-minister gaf aan dat hij tijdens zijn ambtstermijn beschikte over een budget van SRD 5,3 miljard, goed voor ongeveer 6 tot 7 procent van de totale begroting. Volgens hem werd dit bedrag door het ministerie van Financiën niet volledig beschikbaar gesteld. Hij stelde dat hij een schuld van SRD 550 miljoen had op het ministerie, waarbij onder meer rekeningen voor bewaking niet konden worden betaald en zelfs rechterlijke bevelen volgden. Volgens hem is er sprake van een ernstig budgettair probleem dat nog steeds voortduurt.

Hij sprak positief over de betrokkenheid van president Jennifer Simons tijdens de onderwijsconferentie en hoopt dat dit leidt tot een hoger onderwijsbudget.

Ori benadrukte tot slot dat onderwijs meer politieke prioriteit moet krijgen en dat investeringen in de sector moeten worden gezien als een investering in menselijk kapitaal in plaats van een kostenpost.

Redactie Chronos

| | Door: Redactie