
Column: Vrije meningsuiting begint bij de mening van de ander
| starnieuws | Door: Redactie
We zijn een kleine samenleving, maar tegelijkertijd buitengewoon pluriform. Etnische groepen, religies, talen, politieke overtuigingen en culturele tradities bestaan naast en door elkaar. Dat is een kracht, maar stelt ons ook voor een democratische opgave: kunnen wij werkelijk accepteren dat iemand die tot een andere groep behoort, anders naar de samenleving kijkt? Een kritische opmerking over een politicus wordt al snel opgevat als een aanval op diens partij of achterban. Kritiek op iemand uit een bepaalde gemeenschap kan worden vertaald naar kritiek op de hele groep. Wie een afwijkend standpunt inneemt, krijgt soms binnen enkele minuten een politiek, etnisch of ander etiket opgeplakt. Vrije meningsuiting gaat dan
Met sociale media erbij wordt het ingewikkelder. Nooit eerder beschikte de burger over zoveel mogelijkheden om zijn mening onmiddellijk met duizenden anderen te delen. Dezelfde technologie maakt echter ook intimidatie, persoonlijke aanvallen, desinformatie en digitale bedreiging eenvoudiger. Vrijheid van meningsuiting betekent daarom niet dat alles geoorloofd is. Bedreiging en opruiing zijn geen bijdrage aan het publieke debat. Ook voor uitingen die de rechten en veiligheid van anderen aantasten, kunnen wettelijke grenzen bestaan. Maar aan de andere kant moeten wij voorzichtig zijn met het een mening te vertalen als belediging, respectloosheid en ongepaste kritiek om daarmee een ander het zwijgen op te leggen.
Suriname heeft de afgelopen jaren gevallen gekend waarbij personen naar aanleiding van uitlatingen, onder meer op sociale media, door justitie zijn aangehouden en enige tijd
Dat bepaalt niet de politiek. Ook het Openbaar Ministerie heeft niet het laatste woord over de vraag of een burger met een bepaalde uiting een strafbaar feit heeft gepleegd. Uiteindelijk is het de onafhankelijke rechter die daarover oordeelt, op basis van de wet, de grondwet en de mensenrechtenverplichtingen waaraan Suriname zich heeft verbonden. Wanneer iemand vanwege woorden wordt aangehouden, enkele dagen achter de tralies doorbrengt en vervolgens wordt vrijgelaten zonder dat een rechter uiteindelijk vaststelt dat die uiting strafbaar was, is de maatschappelijke impact groter dan alleen het individuele geval. De boodschap die daarvan kan uitgaan, is immers: pas op met wat je zegt, want ook zonder veroordeling kun je
Daarom moet kritisch gekeken worden naar de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht die als 'muilkorfwetten' worden aangeduid. Bepalingen die hun oorsprong vinden in een koloniaal tijdperk, waarin bescherming van het gezag zwaarder woog dan het recht van de burger om dat gezag scherp te bekritiseren. Dat zij oud of koloniaal van oorsprong zijn, is op zichzelf nog niet voldoende reden om ze te schrappen. De doorslaggevende is wel dat die bepalingen in de wet niet meer verenigbaar zijn met de vrijheid van meningsuiting zoals die wordt beschermd
De zogenoemde muilkorfwetten verdienen een grondige herziening. Waar zij niet te verenigen zijn met hedendaagse mensenrechtenstandaarden, moeten die verwijderd worden uit het Wetboek van Strafrecht. Een democratie beschermt haar gezag niet door burgers bang te maken om te spreken. Zij beschermt zichzelf door burgers de ruimte te geven om macht te bekritiseren en door de onafhankelijke rechter de grenzen van het strafbare te laten bewaken.
Een democratische samenleving kan niet functioneren wanneer alleen prettige meningen bescherming verdienen. Sterker nog: een mening waarmee vrijwel iedereen het eens is, heeft die bescherming nauwelijks nodig. Het grondrecht wordt pas werkelijk getest wanneer iemand iets zegt waarvan de meerderheid
Vrijheid van meningsuiting vereist niet alleen wetten. Zij vereist een cultuur waarin een minister stevige kritiek kan krijgen zonder dat de criticus als vijand wordt beschouwd. Waarin een journalist vragen kan stellen zonder dat zijn politieke voorkeur onmiddellijk onderwerp van discussie wordt. Waarin burgers de regering mogen bekritiseren, maar ook de oppositie. Waarin een gelovige zijn overtuiging mag verdedigen en een ander het recht heeft daar vraagtekens bij te plaatsen. Waarin jongeren oudere opvattingen mogen uitdagen en minderheden niet afhankelijk zijn van de goedkeuring van een meerderheid om gehoord te worden.
Bewustwording hierover is dan ook noodzakelijk. De Inter-Amerikaanse benadering van vrijheid van meningsuiting gaat dan ook verder dan alleen het recht om te spreken. Mensen moeten informatie kunnen zoeken, ontvangen en verspreiden. Journalisten moeten onafhankelijk hun werk kunnen doen. Burgers moeten toegang hebben tot informatie die noodzakelijk is om machthebbers te
Dat laatste wordt soms onderschat. Een burger kan formeel volledige vrijheid van meningsuiting hebben, maar wanneer informatie van de overheid ontoegankelijk blijft, kritische journalisten worden geïntimideerd of mensen uit angst voor repercussies zichzelf censureren, wordt dat recht in de praktijk aanzienlijk kleiner. Daarom horen persvrijheid, toegang tot overheidsinformatie en vrijheid van meningsuiting bij elkaar. Niet omdat journalisten bijzondere burgers zijn, maar omdat journalistiek een van de manieren is waarop de samenleving informatie verzamelt waarmee burgers hun eigen oordeel kunnen vormen.
Het voorbeeld van de Caribische journalist Rickey Singh, wiens nalatenschap tijdens de sessies wordt aangehaald, past daar uitstekend bij. Zijn journalistiek stond voor onafhankelijkheid, voorbereiding, moed en de bereidheid politieke macht kritisch te volgen. Daarmee liet hij zien dat vrijheid van meningsuiting niet uitsluitend gaat over het recht iets te publiceren. Het gaat ook over de verantwoordelijkheid om de samenleving
Vrije meningsuiting begint niet bij de journalist, de regering, de rechter of een internationale organisatie, maar bij onszelf. Bij onze bereidheid iemand te laten uitspreken. Bij ons vermogen onderscheid te maken tussen kritiek en vijandschap. Bij de discipline om een argument met een argument te beantwoorden in plaats van met een scheldwoord, bedreiging of etiket. Voor een land zo divers als Suriname is dat onderscheid essentieel. Wij hoeven het niet met elkaar eens te worden. Dat is ook helemaal niet het doel van een democratische samenleving. Wij moeten leren het fundamenteel met elkaar oneens te kunnen zijn, zonder elkaar het recht te ontzeggen om mee te praten.
Wilfred Leeuwin
| starnieuws | Door: Redactie
































