
Wijziging Strafvordering blijft steken in vragen; tijdsdruk op AML-wetten neemt toe
| starnieuws | Door: Redactie
Minister Harish Monorath gaat in op enkele vragen. De rest neemt hij mee naar de volgende ronde. De behandeling van de wijziging van het Wetboek van Strafvordering is dinsdag in De Nationale Assemblée (DNA) opnieuw niet afgerond. Assembleeleden bleven aandringen op duidelijkheid over de nieuwe opsporingsbevoegdheden, de bescherming van de privacy van burgers en de controle op het optreden van opsporingsdiensten. De regering heeft een klein deel van de vragen beantwoord, maar verschillende kwesties zijn doorgeschoven naar de tweede ronde. De behandeling
De vertraging zorgt voor toenemende bezorgdheid in het parlement. Suriname moet volgens de tijdens de vergadering verstrekte informatie vóór half januari negentien wetten in het kader van de aanpak van witwassen en financiering van terrorisme behandelen. De wijziging van het Wetboek van Strafvordering is een van de belangrijke wetsvoorstellen in het traject van Anti Money Laundering (AML).
NDP-fractieleider Rabin Parmessar waarschuwde dat het parlement in de gevarenzone dreigt te komen als de behandeling van de wetgeving in dit tempo doorgaat. Hij uitte kritiek op de trage voortgang aan regeringszijde. Ook commissielid Rossellie Cotino (NDP) sprak haar teleurstelling uit. Volgens haar werden tijdens de interruptieronde vragen gesteld die al twaalf dagen geleden gesteld zijn aan de minister. Dat maakt het moeilijk om de behandeling naar de tweede ronde te brengen, zeker omdat nog aanpassingen aan het ontwerp mogelijk zijn.
Commissievoorzitter Edgar Sampi (ABOP) wees erop
De discussie concentreerde zich vooral op de bijzondere opsporingsbevoegdheden die met de wetswijziging worden ingevoerd of uitgebreid. Assembleelid Krishna Mathoera (VHP) vroeg waarom voor bepaalde dwangmiddelen wel termijnen van drie maanden en mogelijkheden tot verlenging zijn opgenomen, maar geen definitieve maximumtermijn. Zij vreest dat onderzoeken daardoor langdurig kunnen voortduren zonder voldoende begrenzing.
Mathoera vroeg ook opnieuw aandacht voor de instelling van een centrale toetsingscommissie. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath antwoordde dat de commissie die zich bezighoudt met de herziening van het Wetboek van Strafvordering, dit voorstel onderzoekt. Hij zal in de tweede ronde meer duidelijkheid geven. Over het ontbreken van een maximale termijn stelde de minister dat de duur van een opsporingsonderzoek afhankelijk
Ook de positie van journalisten en hun bronnen kwam aan de orde. Assembleelid Jeffrey Lau (NPS) vroeg welke gevolgen de toegang van opsporingsdiensten tot e-mails, documenten en digitale netwerken kan hebben voor de persvrijheid, klokkenluiders en het journalistieke brongeheim. De minister
Daarnaast werden vragen gesteld over de inzet van infiltranten en de mogelijkheid om de inbeslagname van verboden of gevaarlijke goederen in het belang van een onderzoek uit te stellen. De minister legde uit dat strafbare handelingen door een infiltrant vooraf in een bevel moeten zijn opgenomen. Ook stelde hij dat uitstel van inbeslagname schriftelijk moet worden vastgelegd en aan voorwaarden is gebonden.
Na een schorsing gaf de minister alsnog antwoord op verschillende vragen. Daarmee kon de vergadering worden voortgezet, maar de zorgen van de assembleeleden waren niet volledig weggenomen. Assembleevoorzitter Ashwin Adhin benadrukte dat het parlement de tweede ronde moet kunnen ingaan op basis van een zo actueel mogelijke tekst van het wetsvoorstel. Monorath gaf aan dat de regering op dat moment geen verdere wijzigingsvoorstellen had, maar openstaat voor voorstellen vanuit het parlement.
wordt donderdag voortgezet.
De vertraging zorgt voor toenemende bezorgdheid in het parlement. Suriname moet volgens de tijdens de vergadering verstrekte informatie vóór half januari negentien wetten in het kader van de aanpak van witwassen en financiering van terrorisme behandelen. De wijziging van het Wetboek van Strafvordering is een van de belangrijke wetsvoorstellen in het traject van Anti Money Laundering (AML).
NDP-fractieleider Rabin Parmessar waarschuwde dat het parlement in de gevarenzone dreigt te komen als de behandeling van de wetgeving in dit tempo doorgaat. Hij uitte kritiek op de trage voortgang aan regeringszijde. Ook commissielid Rossellie Cotino (NDP) sprak haar teleurstelling uit. Volgens haar werden tijdens de interruptieronde vragen gesteld die al twaalf dagen geleden gesteld zijn aan de minister. Dat maakt het moeilijk om de behandeling naar de tweede ronde te brengen, zeker omdat nog aanpassingen aan het ontwerp mogelijk zijn.
Commissievoorzitter Edgar Sampi (ABOP) wees erop
dat de minister een document van ongeveer dertig pagina's met vragen heeft ontvangen. Hij vroeg het parlement de minister enige ruimte te geven voor de beantwoording, maar benadrukte tegelijkertijd dat haast geboden is.
De discussie concentreerde zich vooral op de bijzondere opsporingsbevoegdheden die met de wetswijziging worden ingevoerd of uitgebreid. Assembleelid Krishna Mathoera (VHP) vroeg waarom voor bepaalde dwangmiddelen wel termijnen van drie maanden en mogelijkheden tot verlenging zijn opgenomen, maar geen definitieve maximumtermijn. Zij vreest dat onderzoeken daardoor langdurig kunnen voortduren zonder voldoende begrenzing.
Mathoera vroeg ook opnieuw aandacht voor de instelling van een centrale toetsingscommissie. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath antwoordde dat de commissie die zich bezighoudt met de herziening van het Wetboek van Strafvordering, dit voorstel onderzoekt. Hij zal in de tweede ronde meer duidelijkheid geven. Over het ontbreken van een maximale termijn stelde de minister dat de duur van een opsporingsonderzoek afhankelijk
is van de aard, complexiteit en voortgang ervan. Volgens hem moet een verzoek tot verlenging schriftelijk worden gemotiveerd en aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
Vertrouwelijke informatie
Een ander belangrijk discussiepunt was de bescherming van vertrouwelijke informatie. Assembleelid Raymond Sapoen (NDP) waarschuwde dat de nieuwe bevoegdheden kunnen leiden tot onbevoegde inzage, manipulatie of oneigenlijk gebruik van gegevens. Hij drong erop aan dat de waarborgen voor de privacy van burgers uitdrukkelijk in de wet worden vastgelegd. De minister verwees naar de geheimhoudingsplicht, bestaande controlemechanismen en maatregelen om de integriteit van opsporingsdiensten te versterken. Sapoen vond dat onvoldoende. Volgens hem kunnen grondrechten niet uitsluitend worden beschermd met interne richtlijnen en trainingen.Ook de positie van journalisten en hun bronnen kwam aan de orde. Assembleelid Jeffrey Lau (NPS) vroeg welke gevolgen de toegang van opsporingsdiensten tot e-mails, documenten en digitale netwerken kan hebben voor de persvrijheid, klokkenluiders en het journalistieke brongeheim. De minister
vroeg toestemming om deze vraag in de tweede ronde te beantwoorden.
Daarnaast werden vragen gesteld over de inzet van infiltranten en de mogelijkheid om de inbeslagname van verboden of gevaarlijke goederen in het belang van een onderzoek uit te stellen. De minister legde uit dat strafbare handelingen door een infiltrant vooraf in een bevel moeten zijn opgenomen. Ook stelde hij dat uitstel van inbeslagname schriftelijk moet worden vastgelegd en aan voorwaarden is gebonden.
Na een schorsing gaf de minister alsnog antwoord op verschillende vragen. Daarmee kon de vergadering worden voortgezet, maar de zorgen van de assembleeleden waren niet volledig weggenomen. Assembleevoorzitter Ashwin Adhin benadrukte dat het parlement de tweede ronde moet kunnen ingaan op basis van een zo actueel mogelijke tekst van het wetsvoorstel. Monorath gaf aan dat de regering op dat moment geen verdere wijzigingsvoorstellen had, maar openstaat voor voorstellen vanuit het parlement.
| starnieuws | Door: Redactie
































