
Verscherpte EU-controles dreigen: wat Verordening 2019/1793 betekent voor groente-export
| starnieuws | Door: Redactie
In onderstaande bijdrage legt VEAPS uit welke risico's de Europese regelgeving met zich meebrengt, waarom Suriname volgens de vereniging onvoldoende is voorbereid en welke stappen dringend nodig zijn om de toegang tot de Europese markt te beschermen.
Binnen zes maanden heeft de EU vier keer Surinaamse groenten afgekeurd vanwege te hoge pesticidenresiduen: rode peper (30 april), kouseband (4 mei), sopropo (15 oktober) en opnieuw kouseband (20 oktober). Bij afkeuring van verse groenten en fruit wordt LVV op de hoogte gesteld van de notificaties. Om deze problematiek aan te pakken, is het noodzakelijk dat het ministerie de exporteurs hierover informeert en met hen in overleg treedt. De VEAPS heeft echter van LVV geen informatie ontvangen over deze afkeuringen.
Alle vier de gevallen zijn door de EU als ernstig beoordeeld. Gerealiseerd moet worden dat het niet bij de afkeuring van afzonderlijke
Hoe werkt de verordening?
Op grond van deze verordening kan de EU tijdelijk de controles verscherpen op levensmiddelen uit landen waar herhaaldelijk problemen worden vastgesteld. De lijsten worden doorgaans twee keer per jaar herzien. COLEAD, de organisatie achter het EU-programma AGRINFO, publiceerde in mei 2025 een handleiding waarin wordt uitgelegd hoe dit systeem werkt.
De EU kijkt naar de afgelopen zes maanden: het aantal notificaties, het percentage afgekeurde zendingen en het handelsvolume. Het gaat daarbij niet alleen om één exporteur die een overtreding begaat, maar om structurele problemen die meerdere bedrijven kunnen raken. Na een besluit volgt binnen zes tot acht weken een verordening, die twintig dagen later van kracht wordt.
Drie lijsten, drie niveaus
De verordening werkt met lijsten in verschillende bijlagen. Op elke lijst staan combinaties van
Bijlage I: vaker controleren bij aankomst
De EU controleert 5 tot 50 procent van de zendingen aan de grens, waarbij monsters worden genomen voor laboratoriumanalyse. De zending blijft staan totdat de uitslag bekend is. Voor verse kouseband betekent dit verlies aan houdbaarheid. De kosten voor testen, opslag en eventuele vernietiging komen voor rekening van de importeur, die deze vervolgens aan ons doorberekent. Een voorbeeld is kouseband uit Sri Lanka, waarvoor een controlefrequentie van 30 procent geldt.
Bijlage II: testen en certificeren vóór vertrek
Bij plaatsing op deze lijst moet het exportland zelf maatregelen treffen. De bevoegde autoriteit van Suriname moet dan elke zending vóór vertrek bemonsteren en laten testen in een volgens ISO 17025 geaccrediteerd laboratorium. Elke zending moet vergezeld gaan
Bijlage II bis: invoerstop
Producten die onder deze bijlage vallen, mogen niet in de EU worden ingevoerd. Begin 2026 gold dit bijvoorbeeld voor gedroogde bonen uit Nigeria.
Meestal wordt een combinatie van land en product eerst op Bijlage I geplaatst. Als de problemen blijven bestaan, kan plaatsing op Bijlage II volgen. Hoe dat in de praktijk verloopt, laat het voorbeeld van kouseband uit India zien.
De handleiding laat zien welke gevolgen plaatsing op een lijst kan hebben. De EU-import van Keniaanse bonen daalde in drie jaar met 19 procent nadat deze op Bijlage I waren geplaatst. Vietnam zag zijn marktaandeel in drakenfruit dalen van 65 naar 37 procent.
Waar Suriname kwetsbaar is
Bij plaatsing op Bijlage II stuit Suriname op een praktisch probleem: welk laboratorium in Suriname is geaccrediteerd voor residuanalyses?
Orlando Cairo verwijst naar het fytosanitaire certificaat. Dat certificaat heeft echter betrekking op plagen en ziekten. De internationale standaard voor fytosanitaire certificaten, ISPM 12, bepaalt uitdrukkelijk dat een dergelijk certificaat geen informatie over pesticidenresiduen mag bevatten. Pesticidenresiduen vallen onder voedselveiligheid, waarvoor een ander controlesysteem nodig is.
Ook de gedachte dat de EU pas in 2030 verplichtingen oplegt, is onjuist. De Europese residunormen gelden nu al voor elke zending. Bovendien kan een certificaatplicht binnen enkele maanden worden ingevoerd.
Wat er nu moet gebeuren
De handleiding is duidelijk over de maatregelen die een exportland moet treffen: notificaties systematisch volgen en snel daarop reageren, een nationaal monitoringsprogramma
Als VEAPS nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid. Exporteurs moeten weten waar hun producten vandaan komen, eisen stellen aan hun leveranciers en waar mogelijk vóór de export laboratoriumonderzoek laten uitvoeren. Maar een exporteur kan geen officieel overheidscertificaat afgeven en geen nationaal toezichtstelsel inrichten. Dat is een taak van de overheid.
De wettelijke basis bestaat al. De Wet NIVS geeft het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid de taak om gewasbeschermingsmiddelen te monitoren, residunormen vast te stellen en levensmiddelen voor de export te inspecteren. Wij roepen de regering op om het NIVS per direct operationeel te maken.
De volgende herziening van de Europese lijsten komt eraan. Wij kunnen het ons niet veroorloven daar onvoorbereid aan te beginnen. LVV en de overige betrokken ministeries moeten wakker worden en geen strijd voeren tegen de private sector.
Vereniging van Exporteurs van Agrarische Producten in Suriname (VEAPS)
VEAPS werkt samen met de Federatie van Surinaamse Agrariërs (FSA) en is lid van deze federatie.
Bronnen
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1793, geconsolideerde versie 18 februari 2026 (EUR-Lex)
COLEAD/AGRINFO, Guidance: Temporary increase of official controls of food imports, Regulation 2019/1793 (Mei 2025)
IPPC, ISPM 12 Phytosanitary certificates (2022)
| starnieuws | Door: Redactie


































