
Sewcharan: Arbeidsovereenkomst Jap-A-Joe heeft geen rechtskracht
| starnieuws | Door: Redactie
Vertegenwoordigers van de RvC. Rechts advocaat Gerold Sewcharan. (Foto's: René Gompers) De arbeidsovereenkomst waarop Wendy Jap-A-Joe zich beroept om aan te blijven als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS), is volgens advocaat Gerold Sewcharan in strijd met de wet tot stand gekomen en heeft daarom geen rechtskracht. De advocaat van de Raad van Commissarissen (RvC) heeft dit donderdag tijdens de behandeling van het hoger beroep bij het Hof van Justitie aangevoerd. Volgens de TAS is de benoemingstermijn van Jap-A-Joe op 19
Sewcharan zegt dat hij namens de RvC drie juridische vraagstukken aan het Hof heeft voorgelegd. Het eerste betreft de vraag of de benoemingstermijn van Jap-A-Joe daadwerkelijk op 19 oktober is verstreken. Volgens de advocaat staat dit vast op grond van de presidentiële resolutie waarmee zij destijds werd benoemd.
Arbeidsovereenkomst ter discussie
Het belangrijkste geschilpunt is volgens Sewcharan de arbeidsovereenkomst waarop Jap-A-Joe zich beroept om haar positie als directeur te behouden. Volgens de advocaat schrijft de TAS-wet een specifieke procedure voor bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van de directeur. Daarbij moet de minister van Transport, Communicatie en Toerisme betrokken zijn,
Sewcharan stelt dat deze voorwaarden niet zijn nageleefd. De overeenkomst zou uitsluitend zijn ondertekend door Jap-A-Joe en de voormalige president-commissaris.
Volgens hem blijkt nergens uit dat de RvC is gehoord, dat de minister bij de totstandkoming betrokken was of dat de Raad van Ministers goedkeuring heeft verleend. Daarom kan Jap-A-Joe volgens de advocaat aan deze overeenkomst geen recht ontlenen om na het verstrijken van haar benoemingstermijn als directeur aan te blijven.
Benoemingsresolutie doorslaggevend
Sewcharan benadrukt dat zijn standpunt niet betekent dat Jap-A-Joe gedurende de afgelopen vijf jaar zonder rechtsgeldige basis als directeur heeft gefunctioneerd. Haar functioneren in die periode werd volgens hem gedekt door de presidentiële benoemingsresolutie. Die resolutie bepaalde ook de duur van haar benoeming.
De advocaat stelt dat een overeenkomst die door een lager orgaan is gesloten, de werking van
Geschil over rechtspositie
Jap-A-Joe heeft de rechtszaak aangespannen omdat zij van mening is dat haar rechtspositie niet zonder meer is geëindigd. In eerste aanleg had zij gevorderd dat de overdracht van het bestuur en de daarmee samenhangende handelingen zouden worden opgeschort totdat in een bodemprocedure duidelijkheid over haar rechtspositie zou zijn verkregen.
De TAS bestrijdt dat hierover onduidelijkheid bestaat. Volgens Sewcharan is de benoemingstermijn verstreken en kan de arbeidsovereenkomst waarop Jap-A-Joe zich beroept geen voortzetting van haar directeurschap rechtvaardigen. De advocaat stelt bovendien dat een afzonderlijke ontslagresolutie niet noodzakelijk is wanneer de benoemingstermijn in de oorspronkelijke resolutie al duidelijk is vastgelegd.
Het hoger beroep wordt behandeld door een kamer van drie rechters van het Hof van Justitie.
oktober 2026 geëindigd en is de RvC sinds 20 oktober belast met het bestuur van de autoriteit.
Sewcharan zegt dat hij namens de RvC drie juridische vraagstukken aan het Hof heeft voorgelegd. Het eerste betreft de vraag of de benoemingstermijn van Jap-A-Joe daadwerkelijk op 19 oktober is verstreken. Volgens de advocaat staat dit vast op grond van de presidentiële resolutie waarmee zij destijds werd benoemd.
Het tweede vraagstuk betreft de bestuurlijke verantwoordelijkheid na het verstrijken van die termijn. Sewcharan stelt dat de RvC vanaf 20 oktober het bestuur van de TAS waarneemt.
Arbeidsovereenkomst ter discussie
Het belangrijkste geschilpunt is volgens Sewcharan de arbeidsovereenkomst waarop Jap-A-Joe zich beroept om haar positie als directeur te behouden. Volgens de advocaat schrijft de TAS-wet een specifieke procedure voor bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van de directeur. Daarbij moet de minister van Transport, Communicatie en Toerisme betrokken zijn,
moet de RvC worden gehoord en is goedkeuring van de Raad van Ministers vereist.
Sewcharan stelt dat deze voorwaarden niet zijn nageleefd. De overeenkomst zou uitsluitend zijn ondertekend door Jap-A-Joe en de voormalige president-commissaris.
Volgens hem blijkt nergens uit dat de RvC is gehoord, dat de minister bij de totstandkoming betrokken was of dat de Raad van Ministers goedkeuring heeft verleend. Daarom kan Jap-A-Joe volgens de advocaat aan deze overeenkomst geen recht ontlenen om na het verstrijken van haar benoemingstermijn als directeur aan te blijven.
Benoemingsresolutie doorslaggevend
Sewcharan benadrukt dat zijn standpunt niet betekent dat Jap-A-Joe gedurende de afgelopen vijf jaar zonder rechtsgeldige basis als directeur heeft gefunctioneerd. Haar functioneren in die periode werd volgens hem gedekt door de presidentiële benoemingsresolutie. Die resolutie bepaalde ook de duur van haar benoeming.
De advocaat stelt dat een overeenkomst die door een lager orgaan is gesloten, de werking van
een presidentiële benoemingsresolutie niet kan verlengen. Als Jap-A-Joe opnieuw tot directeur zou worden benoemd, zou daarvoor volgens Sewcharan een nieuwe presidentiële resolutie nodig zijn, met ingang van 20 oktober 2026.
Geschil over rechtspositie
Jap-A-Joe heeft de rechtszaak aangespannen omdat zij van mening is dat haar rechtspositie niet zonder meer is geëindigd. In eerste aanleg had zij gevorderd dat de overdracht van het bestuur en de daarmee samenhangende handelingen zouden worden opgeschort totdat in een bodemprocedure duidelijkheid over haar rechtspositie zou zijn verkregen.
De TAS bestrijdt dat hierover onduidelijkheid bestaat. Volgens Sewcharan is de benoemingstermijn verstreken en kan de arbeidsovereenkomst waarop Jap-A-Joe zich beroept geen voortzetting van haar directeurschap rechtvaardigen. De advocaat stelt bovendien dat een afzonderlijke ontslagresolutie niet noodzakelijk is wanneer de benoemingstermijn in de oorspronkelijke resolutie al duidelijk is vastgelegd.
Het hoger beroep wordt behandeld door een kamer van drie rechters van het Hof van Justitie.
De zaak werd woensdag in behandeling genomen door een kamer van het Hof van Justitie, onder leiding van president Sieglien Wijnhard, bijgestaan door de rechters Alida Johanns en Jane Jensen. Sewcharan verwacht dat het Hof op korte termijn uitspraak zal doen.
| starnieuws | Door: Redactie
































