• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

FERRY TUSSEN ARUBA EN CURAÇAO STAP DICHTERBIJ

Ingediend door admin op

Aruba en Curaçao zijn gestart met de voorbereidingen om een passagiersferry tussen beide eilanden te laten varen. Er wordt momenteel een aanbesteding gehouden voor een consultant die het proces moet begeleiden. Uiterlijk over een jaar moet bekend zijn welke ferry-operator de verbinding mag gaan onderhouden.

De al jaren gewenste verbinding tussen de twee eilanden, die iets meer dan 110 kilometer van elkaar verwijderd liggen en gescheiden worden door Caribische Zee, moet een goedkoper alternatief worden voor de dure vluchten die plaatsvinden. Gekozen wordt voor een ‘snelle’ boot die de passagiers binnen hooguit drie tot vier uur van het ene naar het

andere eiland kan brengen. De aanmeerfaciliteiten zijn op beide eilanden al volop aanwezig, dus die vormen geen enkele belemmering.

Er is echter heel veel gesproken tussen beide eilanden over de verbinding, maar er kwam door uiteenlopende redenen nooit wat van – waaronder gebrekkige politieke bereidheid. Totdat Aruba en Curaçao in 2023 een overeenkomst ondertekenden om de economische samenwerking en regionale integratie te bevorderen en daartoe ook een ferry in gebruik zullen nemen.

Het Arubaanse ministerie van Financiën en Economische Zaken maakte vorige week bekend dat de nog aan te trekken consultant allereerst een uitgebreide analyse van de economische, juridische en technische haalbaarheid

van ferryverbinding moet maken.

Daarna volgt het opstellen van aanbestedingsdocumenten voor een operator, het begeleiden van het aanbestedingsproces en uiteindelijk een aanbeveling over de partij die de verbinding moet gaan exploiteren. Dat proces moet binnen een jaar voltooid zijn, waarna de veerboot.

UNITEDNEWS | REGIO

GERELATEERD AAN: Overeenkomst-Aruba-Curacao-over-veerdienst-binnen-paar-maanden-rond

Nita Belfor-Amoida beëdigd als nieuwe directeur van MI-GLIS

Ingediend door admin op

Nita Belfor-Amoida is officieel beëdigd als de nieuwe directeur van het Management Instituut voor Grondregistratie en Land Informatie Systeem (MI-GLIS). De beëdiging vond plaats op maandag 9 maart 2026 op het presidentieel paleis en werd voltrokken door president Jennifer Simons, in aanwezigheid van onder anderen vicepresident Gregory Rusland.

Tijdens de ceremonie benadrukte het staatshoofd het grote belang van MI-GLIS voor de samenleving. Volgens de president is het instituut wettelijk belast met het betrouwbaar, transparant en duurzaam vastleggen en beheren van gegevens over de juridische status van onroerende goederen. Duidelijkheid over wat eigendom is van burgers en wat tot het domein van de staat behoort, is

volgens haar essentieel voor zowel de overheid als de samenleving.

President Simons gaf aan dat betrouwbare informatie over grondbezit onder meer nodig is voor woningbouwprojecten, landbouwprogramma’s en het oplossen van complexe vraagstukken rondom boedels en grondenrechten. Zij wees erop dat problemen met grondbezit in het verleden vaak grote gevolgen hebben gehad voor gezinnen.

Daarnaast sprak de president de verwachting uit dat MI-GLIS accuraat, efficiënt en integer zal functioneren. Volgens haar is grond een essentiële levensvoorwaarde en een belangrijke productiefactor voor de ontwikkeling en stabiliteit van een land. Zij sprak de hoop uit dat de nieuwe directeur samen met de medewerkers van het

instituut de bestaande vraagstukken voortvarend zal aanpakken.

In haar eerste reactie omschreef Belfor-Amoida haar benoeming als een belangrijk moment in haar loopbaan. Zij gaf aan de functie te zien als een uitdaging, maar ook als een leerproces. Volgens haar zullen de verschillende vraagstukken binnen het instituut niet eenvoudig zijn, maar kan met goede samenwerking veel worden bereikt. “Samen met de medewerkers, het bestuur en alle betrokkenen moeten we één team vormen. Ongeacht het niveau: samen zijn we sterk”, aldus de nieuwe directeur.

Belfor-Amoida benadrukte verder dat MI-GLIS zichtbaarder moet worden binnen de samenleving en dat bestaande knelpunten stap voor stap zullen worden aangepakt. Zij wees er ook op dat haar ervaring als fractiedeskundige bij De Nationale Assemblee haar veel heeft geleerd over het analyseren van wetgeving. Het naleven van wetten en regelgeving zal volgens haar een belangrijk uitgangspunt zijn bij het leiden van het instituut.

SBB-directeur Ravenberg geschorst door GBB-minister Soeropawiro

Ingediend door admin op

De algemeen directeur van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht, Ruben Ravenberg, is per morgen – 10 maart – geschorst door minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Op 4 maart werd Ravenberg per brief meegedeeld dat hij ‘voorlopig is geschorst’ met behoud van het salaris en arbeidsvoorwaarden. Ravenberg moet zich onthouden van werkzaamheden en handelingen die verband houden met zijn functie als algemeen directeur.

De minister schrijft in de brief dat de schorsing tot doel heeft om het bestuur van de SBB de gelegenheid te geven een intern onderzoek te doen en voor bestuurlijke rust in afwachting op besluitvorming

rond de positie. Waar dit onderzoek betrekking op heeft, zegt de minister niet. Ravenberg echter stelt dat er een vergadering was met het bestuur, waarbij is gezegd dat er twee arbeidsovereenkomsten zijn met de algemeen directeur. Eentje zou geen ondersteunende missieve hebben. Dat is volgens Ravenberg te wijten aan de regering, die dat in orde gemaakt moest hebben.

Ook zijn er volgens Soeropawiro spanningen in de bestuurlijke verhoudingen, waardoor de noodzakelijke vertrouwensbasis voor aansturing van de organisatie, onder druk is komen te staan.

Ravenberg zal gehoor geven aan de schorsing; hij wil alle ruimte geven voor welk onderzoek dan ook. In de

tussentijd zal zijn advocaat schriftelijk antwoorden op de brief van Soeropawiro. Ravenberg heeft daarnaast audientie aangevraagd bij president Jennifer Simons. Zij heeft bij de laatste de regeringspersconferentie gezegd niet op de hoogte te zijn van het besluit van Soeropawiro.

SURINAME EN GUYANA ZOEKEN BETERE SAMENWERKING OP AGRARISCH GEBIED 

Ingediend door admin op

Foto compilatie: Ministers Melvin Bouva en ex-minister Sewdien

De regering wil de landbouwsamenwerking in de Caribische regio versterken en richt daarbij nadrukkelijk de blik op buurland Guyana. In dat kader reist minister Mike Noersalim van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) komende week naar Georgetown om mogelijkheden voor gezamenlijke agrarische projecten te bespreken.

Zowel Suriname als Guyana beschikt over aanzienlijke landbouwpotentie, maar benut die nog niet optimaal voor de regionale markt.

Tijdens het komende overleg zal ook het gevoelige dossier rond visserij aan bod komen. De kwestie van visvergunningen voor Guyanese vissers heeft in het verleden regelmatig voor spanningen gezorgd

tussen beide landen. Volgens minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) staat het verstrekken van grootschalige vergunningen aan de buitenlandse vissers echter niet meer op de agenda.

De regering is niet van plan om tientallen vergunningen te verlenen aan vissers die niet in Suriname wonen en hun vangst vervolgens naar het buitenland uitvoeren. In plaats daarvan wordt gezocht naar alternatieve vormen van samenwerking binnen de visserijsector die volgens de regering voor beide landen economisch voordelig moeten zijn.

Naast de gesprekken met Guyana werkt Suriname ook aan bredere regionale handelsafspraken. Regeringsfunctionarissen hebben tijdens de CARICOM-bijeenkomst eveneens overleg gevoerd met

vertegenwoordigers van onder meer Jamaica en Barbados. Beide landen hebben volgens Bouva concrete interesse getoond in de import van Surinaamse agrarische producten.

UNITEDNEWS

MONORATH KONDIGT HARDE TOEPASSING WET DIERENMISHANDELING

Ingediend door admin op

Foto: Ook andere gevallen van dierenleed, zoals papegaaien in te hete kooien of dieren die langdurig aan kettingen worden vastgezet, zullen niet langer worden genegeerd.

De Surinaamse autoriteiten zullen de Wet Dierenwelzijn voortaan veel strenger toepassen. Dit stelt minister Harish Monorath van Justitie en Politie (Juspol). Hij stelt dat onder zijn leiding het negeren van dierenmishandeling niet langer zal worden geaccepteerd.

Sinds de invoering in 2017 is de wet jarenlang nauwelijks gehandhaafd, ook niet door de politie, ondanks talrijke klachten over dierenleed. Volgens Monorath komt daar nu verandering in.

De hernieuwde focus op dierenwelzijn volgt op een schokkende video die recent

via sociale media viraal ging. Hierop was te zien hoe een hond op brute wijze werd mishandeld. Na massale verontwaardiging en protesten van dierenliefhebbers werd de verdachte aangehouden en in verzekering gesteld. “Dierenleed wordt door mij als minister serieus genomen,” zegt hij. Tegelijkertijd spreekt hij zijn waardering uit voor burgers die misstanden signaleren: “Wij zijn dankbaar dat de samenleving ons van informatie voorziet”, zegt de minister.

De minister waarschuwt dat ook andere vormen van dierenmishandeling voortaan hard zullen worden aangepakt. Dit omvat onder meer het kweken van agressieve honden en het onverantwoord houden van dieren. Ook andere gevallen van dierenleed, zoals

papegaaien in te hete kooien of dieren die langdurig aan kettingen worden vastgezet, zullen niet langer worden genegeerd.

“Dat is totaal niet diervriendelijk”, aldus de minister. “Dit gedrag past niet bij de waarden en het karakter van Suriname,” stelt de minister. “Er is een wet die veiligheidskleppen biedt, en u mag ervan uitgaan dat wij die voortaan ook daadwerkelijk zullen toepassen.”

UNITEDNEWS

SURINAME WIL MEELIFTEN IN GASONTWIKKELING SURINAME

Ingediend door admin op

De Surinaamse delegatie heeft in de marge van de 50e reguliere vergadering van de CARICOM ook gesprekken gevoerd over de gezamenlijke ontwikkeling van energiebronnen in de regio, onder andere met Guyana. Het gaat om vervolggesprekken die aan de lopende band worden gevoerd.

Op het Caribische eiland Nevis, is gesproken over mogelijkheden voor Suriname om te profiteren van de groeiende energieproductie in het buurland, waaronder vloeibaar aardgas (LNG) en vloeibaar petroleumgas (LPG), en tegelijkertijd stabiele afzetmarkten binnen de regio te ontwikkelen.

De bijeenkomst op Nevis vormde het platform voor brede discussies over de regionale energievoorziening, infrastructuur en technologische samenwerking. In de gesprekken

met Jamaica lag de nadruk op het ontwikkelen van een nieuw samenwerkingskader dat zich richt op digitalisering, technologische innovatie en de verdere ontwikkeling van financiële diensten.

Volgens de Surinaamse delegatie zijn sterke regionale partnerschappen van groot belang voor het stimuleren van economische groei en duurzame ontwikkeling.

Door nauwer samen te werken met landen als Guyana en Jamaica wil Suriname zijn handels- en investeringsmogelijkheden vergroten en tegelijkertijd bijdragen aan een beter geïntegreerde Caribische markt.

De bilaterale ontmoetingen tijdens de CARICOM-top bieden de gelegenheid om concrete afspraken te maken en gezamenlijke prioriteiten vast te stellen, met het oog op een sterkere economische positie van

de regio.

De Surinaamse delegatie, onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons, voerde verschillende bilaterale gesprekken met regionale leiders om de economische samenwerking te verdiepen. Daarbij werd onder meer overleg gevoerd met vertegenwoordigers van Jamaica, met als doel nieuwe vormen van economische integratie en gezamenlijke ontwikkelingsprojecten te verkennen.

UNITEDNEWS

 

 

 

Nita Belfor-Amoida beëdigd als nieuwe directeur MI-GLIS

Ingediend door admin op

Nita Belfor-Amoida is beëdigd als de nieuwe directeur van het Management Instituut voor Grondregistratie en Land Informatie Systeem (MI-GLIS). De beëdiging vond op maandag 9 maart 2026 op het presidentieel paleis plaats door president Jennifer Simons, in aanwezigheid van onder anderen vicepresident Gregory Rusland. Het staatshoofd benadrukte bij deze gelegenheid het belang van het instituut voor de samenleving. Volgens haar is MI-GLIS wettelijk ingesteld om ervoor te zorgen dat gegevens en de juridische status van onroerende goederen op een betrouwbare, transparante en duurzame manier worden vastgelegd en gecontroleerd.

“De zekerheid over wat van de burger is of van de staat

is, vormt een onmisbaar onderdeel. Voor de regering en de burgers is het van groot belang om geverifieerde informatie over de juridische status van grond te hebben”, aldus het staatshoofd. Zij legde uit dat de overheid deze informatie onder meer gebruikt voor woningbouwprojecten, landbouwprogramma’s en het oplossen van complexe vraagstukken rond boedels en grondenrechten. President Simons wees erop dat problemen rond grondbezit de afgelopen jaren vaak grote gevolgen hebben gehad voor gezinnen.

Daarnaast gaf het staatshoofd aan dat de regering verwacht dat het MI-GLIS accuraat, efficiënt en integer functioneert. “Grond is een belangrijke levensvoorwaarde. Het is een eerste productiefactor en een

belangrijke stabiliteitsvoorwaarde voor een land”, stelde de president. Zij sprak de hoop uit dat de nieuwe directeur samen met de medewerkers van het instituut de bestaande vraagstukken bij het MI-GLIS voortvarend zal aanpakken.

In haar eerste reactie gaf directeur Belfor-Amoida aan dat haar benoeming een belangrijk moment in haar loopbaan is. Zij omschreef de functie als een uitdaging en tegelijk een leerproces. Volgens haar zal het niet eenvoudig zijn, gezien de verschillende vraagstukken binnen het instituut. Toch is zij ervan overtuigd dat met samenwerking veel bereikt kan worden. “Samen met de medewerkers, het bestuur en alle betrokkenen moeten we één team vormen. Ongeacht het niveau: samen zijn we sterk”, voegde ze eraan toe.

De nieuwbakken directeur benadrukte dat het MI-GLIS zichtbaarder moet worden in de samenleving en dat de bestaande knelpunten stap voor stap aangepakt zullen worden. Directeur Belfor-Amoida gaf verder aan dat haar ervaring als fractiedeskundige bij De Nationale Assemblee haar veel heeft bijgebracht over het analyseren van wetgeving. Zij onderstreepte dat het naleven van wetten en regelgeving een belangrijk uitgangspunt zal zijn in het leiden van het instituut.

Economische diplomatie centraal bij afsluiting verdiepingscursus Suriname Diplomaten Instituut

Ingediend door admin op

Op vrijdag 6 maart 2026 heeft het Suriname Diplomaten Instituut (SDI), een werkarm van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking, de verdiepingscursus ‘Economische Diplomatie’ officieel afgesloten met een paneldiscussie. Deze paneldiscussie, georganiseerd als eindopdracht door de deelnemers aan de cursus, had als centrale thema “Van Contact naar Contract: Economische Diplomatie in Actie.”

Tijdens het evenement is minister Melvin Bouva ingegaan op de rol van economische diplomatie in een veranderende internationale omgeving. In zijn toespraak benadrukte hij dat economische diplomatie een belangrijke motor is voor investeringen, handel en duurzame ontwikkeling. Hij riep de deelnemers op zich verder te

ontwikkelen tot economische strategen die concrete resultaten weten te realiseren voor Suriname.

De minister onderstreepte dat diplomatie geen eenmanszaak is, maar een teamsport waarin overheid en private sector nauw moeten samenwerken. Hij wees daarbij op het belang van geloofwaardigheid en zichtbare resultaten in eigen land. Volgens de minister ligt er een veelbelovende toekomst voor Suriname in het verschiet, met kansen voor economische groei, nieuwe banen en grotere internationale erkenning.

In de discussie, onder leiding van moderator Wilgo Bilkerdijk, werd onder meer stilgestaan bij de rol van diplomaten als economische strateeg, de kansen die geopolitieke fragmentatie kan bieden, het belang van structurele afstemming

tussen overheid en private sector en de noodzaak van binnenlandse geloofwaardigheid voor de diplomatie van de toekomst.

Volgens minister Bouva vormen deze thema’s samen de ruggengraat van een moderne en resultaatgerichte diplomatie, die niet langer uitsluitend draait om protocollen en vertegenwoordiging, maar vooral om het aantrekken van investeringen, het versterken van handel en het bevorderen van duurzame ontwikkeling voor Suriname.

De bewindsman wees erop dat Suriname zich momenteel op een belangrijk kantelpunt bevindt. De ontdekking en ontwikkeling van olie- en gasreserves, de groeiende internationale aandacht voor de duurzaamheid van het Surinaamse bos en klimaat, en verschuivende machtsverhoudingen in de wereld creëren volgens hem zowel uitdagingen als nieuwe kansen voor het land.

Minister Bouva benadrukte verder dat diplomatie in toenemende mate wordt beoordeeld op concrete resultaten. Volgens hem gaat het niet langer alleen om de vraag wat er is gedaan, maar vooral om wat er voor Suriname is binnengehaald. Daarbij verwees hij naar het aantrekken van investeringen, het creëren van banen, het sluiten van handelsakkoorden en het bijdragen aan de ontwikkeling van gemeenschappen en jongeren. “Dat is de taal van de toekomst, en dat is de taal die u zult moeten spreken — zowel hier in Paramaribo als op onze missies over de hele wereld”, gaf de regeringsfunctionaris aan.

Verder stond minister Bouva stil bij de geopolitieke ontwikkelingen die de internationale agenda domineren. Volgens hem leven we in een tijd van ingrijpende verschuivingen, waarbij oude allianties veranderen en nieuwe machtsblokken ontstaan, terwijl thema’s zoals klimaat, energiezekerheid en digitale transformatie steeds belangrijker worden. Voor Suriname kan dit volgens de minister een onzekere omgeving lijken, maar hij benadrukte dat het juist kansen biedt voor landen die wendbaar en strategisch handelen.

Dit vraagt volgens de bewindsman om diplomaten die niet alleen thuis zijn in de klassieke diplomatie, maar ook beschikken over kennis van economie, handel, onderhandelingen en data, zodat zij effectief kunnen inspelen op internationale ontwikkelingen en de belangen van Suriname krachtig kunnen behartigen.

Minister Bouva benadrukte hij dat het ontvangen certificaat niet het eindpunt vormt, maar het begin van verdere ontwikkeling. “Diplomatie” leer je niet alleen in een zaal, maar vooral in de praktijk – in het veld en aan de onderhandelingstafel. “Wat u hier heeft geleerd, krijgt pas echt waarde wanneer u het toepast in uw handelen”, gaf de minister mee.

Na afloop van de paneldiscussie mochten de deelnemers hun certificaten in ontvangst nemen. Met deze verdiepingscursus heeft het Suriname Diplomaten Instituut opnieuw bijgedragen aan de versterking van de diplomatieke capaciteit van Suriname en aan de voorbereiding van diplomaten die klaarstaan om de belangen van het land wereldwijd te behartigen.

Dienstwapen politieman vermoedelijk gestolen in nachtclub

Ingediend door admin op

Het dienstvuistvuurwapen van een 36-jarige politieman in Suriname is afgelopen weekend vermoedelijk gestolen in een nachtclub in Paramaribo. De politieman bevond zich op dat moment in de uitgaansgelegenheid voor ontspanning.

Volgens zijn verklaring ging hij op een bepaald moment naar het toilet om te urineren. Daarbij legde hij zijn dienstwapen op de stortbak van het toilet. Na het verlaten van de toiletruimte vergat hij het vuurwapen echter mee te nemen.

Pas enige tijd later bemerkte de agent dat hij zijn dienstwapen had achtergelaten, waarna hij terugkeerde naar het toilet. Bij aankomst bleek het wapen echter niet meer te liggen op de plek

waar hij het had neergezet.

Er wordt vermoed dat een onbekende het vuurwapen heeft weggenomen. De zaak is inmiddels gemeld bij de politie, die een onderzoek heeft ingesteld naar de verdwijning van het dienstwapen.