• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

MOSKOU EIST VETO: RUSSISCHE VOORWAARDEN BEDREIGEN DOORBRAAK OP MAR-A-LAGO

Ingediend door admin op

Na een intensieve ontmoeting tussen de Amerikaanse president Donald Trump en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky op Mar-a-Lago op 28 december 2025, lijkt de diplomatieke weg naar een vredesakkoord in een beslissende fase te zijn beland.

Trump verklaarde na afloop dat inmiddels 95% van de openstaande kwesties is opgelost, een lichte stijging ten opzichte van de 90% die eerder deze maand tijdens onderhandelingen in Berlijn werd gerapporteerd. Ondanks dit optimisme blijkt de resterende 5% de meest kritieke hindernis: de aard van de toekomstige veiligheidsgaranties voor Oekraïne.

De gesprekken in Florida volgen op een diplomatiek offensief waarbij ook de Europese Unie nauwer betrokken

is geraakt. Het huidige conceptplan voorziet in een traject voor Oekraïens EU-lidmaatschap rond 2027-2028 en afspraken over de maximale omvang van de Oekraïense krijgsmacht. Echter, de kern van de patstelling ligt bij de eis van president Zelensky voor “Artikel 5-stijl” garanties, vergelijkbaar met de wederzijdse bijstandsplicht van de NAVO. Kiev wenst juridisch bindende toezeggingen die westerse machten verplichten militair in te grijpen bij nieuwe agressie, terwijl de Amerikaanse regering onder Trump tot dusver slechts spreekt over minder bindende “verzekeringen” (assurances).

Vanuit het Kremlin blijft de boodschap onveranderd. President Vladimir Poetin heeft in de dagen voorafgaand aan het overleg in Florida herhaald

dat Rusland alleen akkoord gaat met een regeling die de neutraliteit van Oekraïne waarborgt en waarbij Rusland zelf een centrale rol speelt als garantsteller.

Dit zou in de praktijk neerkomen op een vetorecht voor Moskou over militaire hulp aan Oekraïne, een voorwaarde die gebaseerd is op de eerdere concepten uit de Istanbul-gesprekken van 2022. Bovendien heeft Trump laten doorschemeren dat de financiële en militaire verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van Oekraïne na de oorlog primair bij de Europese bondgenoten moet komen te liggen.

Hoewel de contacten van 28 december aantonen dat Washington de regie over het eindspel voert, blijft een definitieve doorbraak uit zolang er geen consensus is over de vraag wie de veiligheid van Oekraïne garandeert zonder een direct conflict met Rusland te riskeren. Analisten wijzen erop dat, indien de diplomatie op dit specifieke punt faalt, de kans groot is dat de beslissing alsnog op het slagveld zal vallen. De komende maanden zullen uitwijzen of de retorische vooruitgang op Mar-a-Lago kan worden vertaald in een formeel verdrag dat door alle partijen, inclusief Rusland, wordt geaccepteerd.

UNITEDNEWS|GEO-POLITIEK

PETRONAS BOORT EERSTE PUT SUCCESVOL AF IN SURINAAMSE OFFSHORECAMPAGNE

Ingediend door admin op

Petronas Suriname heeft een belangrijke mijlpaal bereikt in de offshore olie- en gasexploratie van Suriname.

De onderneming, een dochtermaatschappij van het Maleisische staatsoliebedrijf Petronas, heeft de eerste put afgerond binnen een meerjarige boorcampagne voor de kust van Suriname. Staatsolie Maatschappij Suriname, partner van Petronas, bevestigd de succesvolle afronding van de Caiman-1 exploratieput in Blok 52.

Blok 52 beslaat een oppervlakte van circa 4.750 vierkante kilometer en ligt op ongeveer 140 kilometer uit de Surinaamse kust, in waterdieptes variërend van 60 tot 1.000 meter. De Caiman-1 put werd op 21 juli 2025 aangeboord en op 6 december 2025 veilig afgesloten en verlaten. Volgens

Staatsolie zijn de resultaten van deze eerste put in de vierputten-campagne voor 2025–2026 bemoedigend.

Staatsolie spreekt van een strategische stap binnen het exploratie- en beoordelingsprogramma van Petronas Suriname. Het doel van deze campagne is het verder afbakenen van potentiële olie- en gasvoorraden en het evalueren van ontwikkelingsconcepten die moeten leiden tot een commercieel rendabel project in Blok 52.

De afronding van Caiman-1 volgt op de eerdere verklaring van commerciële haalbaarheid van het Sloanea-veld in hetzelfde blok.

Vanuit Surinaams perspectief is ook de lokale inbedding van de booractiviteiten van betekenis. De logistieke ondersteuning van de Caiman-1 put vond plaats via havenfaciliteiten en een shore

base in Suriname. Materialen, brandstof en andere voorzieningen werden lokaal aangevoerd vanuit Paramaribo. Daarnaast werden personeelswisselingen georganiseerd via Suriname, wat bijdroeg aan de versterking van local content en nieuwe kansen creëerde voor Surinaamse leveranciers en dienstverleners.

UNITEDNEWS

 

FRANS-GUYANA KLAAGT OVER AANHOUDENDE VUURWERKSMOKKEL ONDANKS VERBOD

Ingediend door admin op

De Franse autoriteiten in Frans-Guyana hebben hun grensbewaking rond de jaarwisseling verder opgevoerd in een poging de toenemende illegale invoer van vuurwerk in te dammen.

De smokkel vormt een nieuwe dimensie van de al bestaande grensproblematiek. Ondanks een strikt en langdurig vuurwerkverbod blijft de toestroom van knallers en ander pyrotechnisch materiaal aanhouden.

Aanleiding voor de aangescherpte handhaving is een stijgend aantal vuurwerkgerelateerde ongevallen, waaronder incidenten met zwaar lichamelijk letsel.

Om de openbare veiligheid te waarborgen en de druk op de hulpdiensten te beperken, werd medio december een prefectuurbesluit van kracht dat een totaalverbod oplegt op de verkoop, het vervoer en het gebruik van

vuurwerk in heel Frans-Guyana. Deze maatregel blijft gelden tot 22 februari 2026.

In de praktijk blijkt de uitvoering vooral in het westen van het gebied complex. De grensstad Saint-Laurent-du-Maroni ligt pal aan de Marowijnerivier, die Frans-Guyana scheidt van Suriname. Terwijl aan Franse zijde een streng verbod geldt, is aan de Surinaamse kant de verkoop van vuurwerk nog steeds toegestaan. In grensplaatsen zoals Albina spelen winkels hier commercieel op in, soms met Franstalige reclame die expliciet is gericht op klanten uit Frans-Guyana.

Om de illegale invoer tegen te gaan, zijn de controles aan Franse zijde geïntensiveerd. Dagelijkse en permanente surveillancemaatregelen, onder meer binnen

het Atipa-programma, moeten de smokkelstromen beperken. Toch erkennen de autoriteiten dat de geografische nabijheid, de open riviergrens en de intensieve sociale en economische contacten tussen beide zijden de effectiviteit van de handhaving onder druk blijven zetten.

UNITEDNEWS

 

 

SURINAME WIJST NICKERIE, COMMEWIJNE EN BROKOPONDO AAN ALS NIEUWE OLIE- EN GASHUBS

Ingediend door admin op

De snelle opkomst van Suriname op het mondiale olie- en gastoneel dwingt de overheid tot een strategische heroriëntatie op regionale ontwikkeling.

Om te voorkomen dat de economische opbrengsten van de energiesector zich beperken tot offshore-activiteiten en buitenlandse bedrijven, richt het beleid zich steeds nadrukkelijker op het mobiliseren van lokale gemeenschappen. In dat kader worden Nickerie, Commewijne en Brokopondo gepositioneerd als nieuwe regionale hubs binnen een bredere, inclusieve energie-economie.

Die koers krijgt verdere uitwerking in aanloop naar de eerste Caribbean Energy Week (CEW) in 2026, waar voor het eerst een speciale Local Content Track wordt geïntroduceerd. Binnen dat programma staan strategieën centraal om

de binnenlandse participatie in de energiesector structureel te versterken. Gerichte investeringen in de drie districten gelden daarbij als cruciale bouwstenen voor een veerkrachtig ecosysteem dat niet alleen olie- en gaswinning omvat, maar ook industriële dienstverlening, arbeidsontwikkeling en groei van lokale ondernemingen.

President Jennifer Geerlings-Simons kondigde in haar eerste jaarrede de invoering aan van een Nationaal Local Content Programma dat vanaf 2026 van kracht moet worden. Dit programma is erop gericht Surinaamse werknemers en bedrijven rechtstreeks te betrekken bij de snel groeiende olie- en gasindustrie. Onderdeel van het beleid is de oprichting van regionale hubs in Nickerie, Commewijne en Brokopondo, waar training,

certificering en toegang tot financiering worden aangeboden. Daarmee moeten lokale ondernemers en technici beter in staat worden gesteld om mee te dingen naar opdrachten binnen de volledige toeleveringsketen van de energiesector. Parallel hieraan werkt de regering aan wetgeving die buitenlandse bedrijven verplicht Surinaamse arbeidskrachten en leveranciers in te schakelen bij grootschalige projecten.

Nickerie, gelegen aan de westgrens met Guyana, ontwikkelt zich in dit kader tot een strategische logistieke en bevoorradingsbasis. De voorbereidingen voor de aanleg van de diepwaterhaven van Nickerie en een bijbehorende speciale economische zone zijn in volle gang.

Deze infrastructuur moet ruimte bieden aan onder meer metaalverwerkers, transportbedrijven en offshore ondersteunende diensten. Met internationale expertise op het gebied van havenontwikkeling en plannen voor faciliteiten die LNG-export en industriële activiteiten ondersteunen, positioneert Nickerie zich nadrukkelijk als zowel fysieke als commerciële toegangspoort tot offshore-operaties.

Ook Commewijne benut zijn geografische voordelen. De ligging aan de Surinamerivier en de nabijheid van Paramaribo maken het district aantrekkelijk voor industriële investeringen, waaronder fabricagewerven, opslagfaciliteiten en opleidingscentra voor technische vaardigheden. Deze infrastructuur sluit aan bij de verwachte vraag vanuit olieveld-dienstverleners en onderhoudsbedrijven. Lokale onderwijsinstellingen werken inmiddels samen met energiebedrijven om opleidingen te ontwikkelen in onder meer lassen, mechanische dienstverlening en projectmanagement, vaardigheden die essentieel zijn om Surinaamse werknemers toegang te geven tot hoogwaardige banen binnen de energiesector.

Brokopondo ondergaat intussen een herdefiniëring van zijn traditionele rol als energieproducerend district. Naast de verdere optimalisatie van de waterkrachtcentrale, die een aanzienlijk deel van het nationale elektriciteitsnet voedt, wordt het gebied steeds vaker gezien als platform voor industriële productie, ingenieursdiensten en hybride energieoplossingen die de olie- en gasactiviteiten ondersteunen. In een energiesector die steeds meer inzet op elektrificatie en hernieuwbare technologieën, kan Brokopondo’s bestaande infrastructuur en energiegerichte arbeidsmarkt aantrekkelijk worden voor investeringen in assemblage, onderhoud en integratie van groene energieoplossingen.

De samenhang tussen deze regionale initiatieven en de nationale energiestrategie markeert een duidelijke beleidsverschuiving: economische waarde moet in eigen land worden vastgehouden, werkgelegenheid moet lokaal worden gecreëerd en gemeenschappen moeten direct profiteren van de groei van de sector. Deze benadering vormt een kernonderdeel van de Local Content Track tijdens CEW 2026, waar regeringsvertegenwoordigers, investeerders en dienstverleners in Paramaribo bijeenkomen om concrete samenwerkingsmodellen en participatiekansen te verkennen.

Voor investeerders en regionale stakeholders betekent de ontwikkeling van hubs in Nickerie, Commewijne en Brokopondo een aantrekkelijk perspectief. De combinatie van een gediversifieerde economische basis, een groeiend lokaal vaardighedenniveau en toenemende infrastructuurgereedheid verlaagt risico’s en vergroot het rendement. Door de specifieke sterktes van deze districten te koppelen aan nationale energieprojecten en lokale content-verplichtingen, werkt Suriname aan een model van regionale versterking dat is ingebed in duurzame industriële groei.

UNITEDNEWS|ENERGY

 

Ronald Rozenblad leidt RvC bij SWM

Ingediend door admin op

Ronald Rozenblad is de nieuwe president-commissaris bij de N.V. Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM). Hij is daarmee de voorzitter van de nieuwe Raad van Commissarissen (RvC) die op maandag 29 december is benoemd, tijdens een buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH). De benoeming van de nieuwe RvC vond plaats onder toezicht van de NH-directeur Water, Gonda Asadang, en de onderdirecteur Financiële Zaken van de SWM, Freddy Crisis.

De AVA stond onder voorzitterschap van NH-minister David Abiamofo, die optrad als gemachtigde namens de aandeelhouder, de Staat Suriname. Naast president-commissaris Rozenblad zijn Sacha Mertowirijo, Sharmaine Artist,

Alice Amafo, Nigel Sloot, Keshian Joekoe en Rudiwal Baarh de overige commissarissen. Zij volgen de vorige RvC op die tot dusverre werd geleid door waarnemend president-commissaris Preshand Baldew. De wijziging in de samenstelling van het toezichthoudend orgaan vloeit voort uit een regeringsbesluit dat op 10 december is genomen tijdens de ministerraadsvergadering. De nieuw benoemde raad zit aan voor een periode van vijf jaar.

Tijdens de vergadering heeft minister Abiamofo namens de aandeelhouder de volledige administratie overgedragen aan de nieuw aangetreden raad. Volgens de bewindsman dient de RvC te fungeren als het zintuig van zowel de aandeelhouder als de medewerkers van

de SWM.

Haar rol reikt daarbij verder dan louter toezicht; ook het waarborgen van de beleidsrichting van de aandeelhouder en het bewaken van de kwaliteit behoren tot de kerntaken. Als eerste opdracht zal de raad een quickscan van het bedrijf uitvoeren, gevolgd door rapportage aan de aandeelhouder. Daarnaast wordt ingezet op regelmatig beleidsoverleg tussen de aandeelhouder en de raad.

De bewindsman sprak tevens zijn waardering uit voor de uittredende raad en het door haar uitgeoefende toezicht op de directievoering. Hij gaf aan dat de RvC aantreedt in een uitdagende periode, waarin het waarborgen van de continuïteit van schoon en veilig drinkwater onder moeilijke omstandigheden plaatsvindt.

DNA VRAAGT REGERING TOELICHTING OVER SPANNINGEN VS EN VENEZUELA

Ingediend door admin op

Foto: president Jennifer Geerlings-Simons met haar ambtgenoten Nicolás Maduro en Donald Trump.

De Nationale Assemblee (DNA) heeft de regering gevraagd om meer duidelijkheid te geven over de toenemende geopolitieke spanningen in het Caribisch gebied en voor de kust van Zuid-Amerika, met speciale aandacht voor de mogelijke gevolgen voor Suriname.

Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin zal de regering formeel aanschrijven om inzicht te verschaffen, met name over de effecten op de zich ontwikkelende olie- en gasindustrie.

Het verzoek werd gedaan naar aanleiding van een oproep van ABOP-parlementariër Stanley Betterson tijdens de laatste vergadering van DNA dit jaar. Betterson wees op de uiteenlopende internationale standpunten in de

regio, waaronder de positie van Trinidad en Tobago binnen Caricom, opmerkingen van president Lula tijdens een Mercosur-bijeenkomst en signalen vanuit Mexico. “Het is van groot belang dat duidelijk wordt welk standpunt Suriname inneemt in dit veranderende geopolitieke speelveld,” aldus Betterson.

Daarnaast waarschuwde Betterson voor de mogelijke directe invloed van de Verenigde Staten op Suriname, zeker nu het land toekomstige inkomsten uit olie en gas verwacht. Hij noemde ook onzekerheden rondom de houding van Frankrijk en internationale energiebedrijven zoals Total, met mogelijke gevolgen voor zowel veiligheid als economie.

Ook NDP-fractieleider Rabin Parmessar deelde de zorgen en pleitte voor een uitgebreide en diepgaande briefing

door de regering over regionale ontwikkelingen en internationale interventies. Parmessar wees op actuele effecten, zoals blokkades bij de Venezolaanse kust die leiden tot hogere prijzen van goederen en een stijgende olieprijs. “Het is belangrijk dat de regering de Assemblee volledig informeert over de situatie in de regio,” benadrukte hij richting parlementsvoorzitter Adhin.

Adhin gaf aan dat het instellen van een comité-generaal tot de mogelijkheden behoort om DNA uitvoerig te informeren. Hij bevestigde dat hij de regering officieel zal uitnodigen om tekst en uitleg te geven over de regionale ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen voor Suriname.

UNITEDNEWS

 

CEW 2026 IN SURINAME | LOGISTIEKE HUBS ALS MOTOR VOOR DUURZAME OFFSHORE GROEI

Ingediend door admin op

Foto: Kuldipsing Port Facility.

De snelle uitbreiding van offshore olie- en gasactiviteiten in het Caribisch Gebied verschuift de strategische aandacht naar logistieke infrastructuur aan land.

Naast nieuwe ontdekkingen en investeringsbesluiten blijkt het succes van offshore ontwikkelingen in toenemende mate afhankelijk van goed uitgeruste logistieke hubs, variërend van speciaal ingerichte shore bases tot havens die complexe offshore operaties efficiënt kunnen ondersteunen. Deze ontwikkeling staat centraal tijdens de sessie “Building Logistical Hubs to Support Upstream Development” op Caribbean Energy Week (CEW) 2026. Tijdens deze bijeenkomst, die gehouden zal worden in Suriname, zullen marktleiders en beleidsmakers ingaan op de planning, investeringsstructuren en operationele randvoorwaarden die

nodig zijn om de groei van offshore activiteiten in de regio duurzaam te faciliteren.

Ook Suriname speelt in op deze trend nu grote offshore ontdekkingen de overgang maken naar de ontwikkelingsfase. Logistieke infrastructuur in en rond Paramaribo wordt versneld aangepast aan de behoeften van de upstreamsector.

Havenfaciliteiten, waaronder de Kuldipsingh Port Facility, hebben langlopende contracten afgesloten ter ondersteuning van offshore operaties.

Daarnaast positioneren gespecialiseerde supply bases zoals ComPort NV zich voor boor- en productieactiviteiten, terwijl logistieke dienstverleners, waaronder DP World Paramaribo, hun geïntegreerde dienstenpakket uitbreiden in aanloop naar de eerste olieproductie.

Een sprekend regionaal voorbeeld is Guyana, dat zich in korte tijd heeft ontwikkeld

tot een van ’s werelds snelst groeiende offshore olieproducerende landen. De snelle opschaling van de productie is mede mogelijk gemaakt door aanzienlijke investeringen in logistieke infrastructuur. De recent geopende Vreed-en-Hoop Shore Base, met een investering van circa US$ 300 miljoen, vormt samen met faciliteiten van Guyana Shore Base een cruciale schakel in de offshore keten. Deze hubs bieden diensten zoals pijpopslag, beheer van boorvloeistoffen, ondersteuning van offshore vaartuigen en douaneafhandeling, waardoor operators doorlooptijden verkorten en continue offshore operaties kunnen waarborgen.

Ook Trinidad en Tobago beschikt met Galeota Point over een gevestigde logistieke pijler. Deze locatie fungeert al jarenlang als bevoorradingsbasis voor offshore gasvelden en ondersteunt boorcampagnes, productie- en onderhoudswerkzaamheden. De nauwe verwevenheid van Galeota Point met de nationale gaswaardeketen onderstreept hoe logistieke hubs niet alleen upstream activiteiten mogelijk maken, maar ook een bredere rol vervullen binnen de energie-infrastructuur.

Gezamenlijk maken deze voorbeelden duidelijk dat efficiënte offshore activiteiten niet kunnen functioneren zonder goed ontworpen, betrouwbare onshore ondersteuning. In diepwateromgevingen, waar stilstand miljoenen dollars per dag kan kosten, zijn nabijheid, operationele gereedheid en betrouwbaarheid van logistieke hubs rechtstreeks van invloed op de economische haalbaarheid van projecten.

Tijdens CEW 2026 zal het panel onder meer stilstaan bij strategische keuzes rond locatiebepaling, waterdiepte, kadecapaciteit, achterlandverbindingen en milieugoedkeuringen. Met de toenemende schaal en complexiteit van offshore projecten moeten havens geschikt zijn voor grotere ondersteuningsvaartuigen, zware subsea-componenten en steeds verder gedigitaliseerde logistieke processen. Het toekomstbestendig maken van deze faciliteiten is daardoor een prioriteit voor zowel overheden als investeerders.

Ook investeringsmodellen zullen uitgebreid worden besproken. In het Caribisch Gebied zijn logistieke hubs veelal gerealiseerd via een combinatie van publieke investeringen, private financiering en publiek-private samenwerkingen. Tegelijkertijd blijven veiligheid en operationele weerbaarheid cruciaal, aangezien gespecialiseerde havens en shore bases een sleutelrol spelen bij het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen, noodrespons en naleving van internationale maritieme standaarden.

UNITEDNEWS

 

 

2026: HET JAAR VAN DE WAARHEID – KIEST SURINAME VOOR PROFESSIONALISERING OF PATRONAGE?

Ingediend door admin op

Terwijl de horizon van 2026 gloort, bevindt Suriname zich in een paradoxale overgangsfase waarin de belofte van immense olierijkdom botst met de weerbarstige realiteit van een stagnerend overheidsapparaat. Als we de feiten van de afgelopen maanden en de prognoses voor het komende jaar naast elkaar leggen, ontstaat het beeld van een natie die weliswaar economisch “zwanger” is van hoop, maar politiek nog steeds aan de ketting ligt van een diep geworteld systeem van cliëntelisme oftewel patronage politiek.

De verkiezingen van mei 2025 hebben weliswaar een nieuw mandaat opgeleverd onder een herzien kiesstelsel, maar de eerste signalen uit de bestuurskamers van de

ruim honderd staatsbedrijven wijzen erop dat de gevreesde “politieke handrem” nog niet is gelost.

Onderzoek naar de bezetting van topfuncties bij strategische instituten zoals de SLM, EBS, SWM en Havenbeheer laat zien dat partijloyaliteit nog steeds vaker de doorslag geeft dan bewezen technocratische expertise. Deze praktijk werkt als een sluipmoordenaar voor de broodnodige economische diversificatie; terwijl de overheid mondiaal goede sier maakt met plannen voor de agro-industrie, het toerisme en de ICT-sector, wordt de uitvoering in de praktijk bemoeilijkt door een topmanagement dat vaak meer gefocust is op politieke overleving dan op marktconforme efficiëntie.

Cijfers over de operationele prestaties tonen aan

dat gepolitiseerde parastatalen tot wel dertig procent minder efficiënt opereren dan hun private tegenhangers, een verliespost die de Surinaamse belastingbetaler direct in de portemonnee voelt via uitblijvende innovatie en ondermaatse dienstverlening.

Het jaar 2026 wordt daarmee het jaar van de waarheid: de druk van het IMF en internationale kredietverstrekkers om te komen tot een strikte Corporate Governance Wet is tot een kookpunt gestegen, omdat de wereld toekijkt of de toekomstige olie-inkomsten in een bodemloze put van politieke gunsten zullen verdwijnen of daadwerkelijk worden aangewend voor de opbouw van een duurzaam Suriname.

De braindrain van hoogopgeleid kader naar het buitenland blijft ondertussen de pijnlijkste indicator van dit falen; zolang promotiekansen gekoppeld blijven aan de kleur van een partijkaart in plaats van aan prestaties, zal het land zijn meest kostbare kapitaal blijven verliezen aan de vooravond van zijn grootste rijkdom. De economische groei van 3,5 procent die voor 2026 wordt voorspeld, is weliswaar een teken van herstel, maar zonder een radicale depolitisering van de staatsbedrijven blijft dit een fragiele winst die slechts een kleine elite zal bereiken, terwijl de massa in de wachtkamer van de geschiedenis blijft zitten, hopend op een druppel van de oliedollars die pas in 2028 echt zullen gaan vloeien.

UNITEDNEWS