
Contractarbeid in Suriname: De schending van mensenrechten van Brits-Indische contractarbeiders tijdens het indentured-laboursysteem in Suriname
| surinamevandaag | Door: Redactie
(Door K. Ramdhan) – De geschiedenis van de Brits-Indische contractarbeiders in Suriname is een schokkend voorbeeld van hoe koloniale systemen van uitbuiting en onderdrukking konden floreren, zelfs onder de schijn van wettelijke bescherming. Ondanks de beloftes van de planters en de koloniale autoriteiten werden deze arbeiders geconfronteerd met een realiteit die in schril contrast stond met de beloften van gelijke rechten en eerlijke beloning.
De Ordonnantie voor Taken en Lonen van 1861 en de Verordening uit 1863 betreffende de controle op de introductie van vrije arbeiders, die de rechten van deze contractarbeiders moesten waarborgen, werden in de praktijk vaak met voeten getreden. De beloning die hun toekwam, was niet alleen onvoldoende, maar ook vaak in strijd met gemaakte afspraken.
Historicus R. Bhagwanbali wijst terecht op de schrijnende situatie waarin deze arbeiders zich bevonden, waarbij zelfs de autoriteiten zich afvroegen hoe zij konden overleven met de schamele lonen die zij ontvingen. Dit wijst op een systematische schending van mensenrechten die niet alleen moreel verwerpelijk is, maar ook juridisch onaanvaardbaar.
Het poenale systeem dat tussen 1873 en 1916 werd toegepast, maakte de situatie nog schrijnender. Contractarbeiders werden onderworpen aan een strafrechtssysteem dat hen dwong tot arbeid, wat in strijd was met hun fundamentele mensenrechten. De toepassing van poenale sancties, zoals gedwongen arbeid en gevangenisstraf, maakte hen volledig afhankelijk van de planters en de koloniale autoriteiten. Dit systeem was niet alleen onrechtmatig, maar ook een duidelijke schending van het legaliteitsbeginsel.
De Herziene Strafverordening van 1874, die bepalingen bevatte voor de bestraffing van contractarbeiders, was in strijd met eerdere wetten en droeg bij aan de voortdurende uitbuiting van deze kwetsbare groep. De Nederlandse regering erkende uiteindelijk dat deze praktijken in strijd waren met de opvattingen over persoonlijke vrijheid. Dit leidde tot de afschaffing van contractarbeid in 1916. Dit toont aan dat de koloniale autoriteiten zich bewust waren van de onrechtvaardigheid van hun handelen, maar pas na jaren van uitbuiting en lijden ingrepen.
De term ‘immigratie’, die vaak wordt gebruikt om de komst van deze contractarbeiders te beschrijven, is misleidend. De situatie lijkt meer op de voortzetting van een vorm van slavernij dan op een eerlijke arbeidsrelatie. Hoewel contractarbeiders niet als lijfeigenen werden beschouwd, waren zij ook geen vrije arbeiders; hun arbeid was in feite het eigendom van de planter. Dit leidde tot ernstige schendingen van mensenrechten en een ongelijke behandeling in vergelijking met andere arbeidsmigranten.
Ook als sommige contractarbeiders mogelijk vrijwillig kozen voor contractarbeid, rechtvaardigde dit de dwangarbeid niet. De omstandigheden waaronder de arbeid plaatsvond, waren onmenselijk en de voordelen stonden niet in verhouding tot de zware arbeid die zij verrichtten.
De internationale rechtsontwikkeling die volgde op deze schendingen heeft geleid tot een bredere definitie van slavernij, nu aangeduid als moderne slavernij en mensenhandel. De verdragen die in de late 19e en vroege 20e eeuw werden gesloten, benadrukken dat gedwongen arbeid en mensenhandel onacceptabel zijn. De instemming van slachtoffers is irrelevant als dwang of misleiding is toegepast. Dit principe is cruciaal in de strijd tegen uitbuiting en moet ook in de huidige tijd worden nageleefd. De rol van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Nederlandse wetgeving, zoals artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, zijn belangrijke stappen in de richting van het beschermen van de rechten van arbeidsmigranten en het bestrijden van arbeidsuitbuiting.
Concluderend kan worden gesteld dat de omstandigheden waaronder de Brits-Indische contractarbeiders in Suriname werkten, onmiskenbaar in strijd waren met de fundamentele mensenrechten en internationale verdragen die moderne slavernij en mensenhandel veroordelen. De schijn van toestemming verhult de realiteit van dwangarbeid en uitbuiting, wat kenmerkend is voor moderne slavernij en mensenhandel. Het is van cruciaal belang dat we deze geschiedenis onder ogen zien en erkennen dat de contractarbeiders werden onderdrukt door een systeem dat niet hun belangen diende, maar die van de planters en de Nederlandse Staat. Dit alles wijst op een systematische schending van mensenrechten die blijvende internationale inspanningen vereist om dergelijke vormen van uitbuiting te bestrijden en te verbieden.
De lessen uit het verleden moeten ons aanzetten tot actie, zodat we ervoor zorgen dat dergelijke onrechtvaardigheden zich nooit meer herhalen. Koning Willem-Alexander heeft op 1 juli 2023 excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar over de contractarbeid bleef hij bij de woorden: “Dit is een belangrijke dag voor iedereen die een binding heeft met Suriname, óók degenen van wie de voorouders als contractarbeiders naar de kolonie kwamen. Ik hoop dat de nakomelingen van tot slaaf gemaakten en van hen die gedwongen arbeid verrichtten in andere delen van de wereld zich vandaag opgenomen voelen in dit bijzijn.”
K. (Chinta) Ramdhan
| surinamevandaag | Door: Redactie




































