
Kamerbrief 02 okt 2020 - Betreft Recente ontwikkelingen Suriname
| rijksoverheid.nl | Door: Redactie
Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag
Datum 2 oktober 2020
Betreft Recente ontwikkelingen Suriname
Geachte voorzitter,
Naar aanleiding van de recente verkiezingen in Suriname en het op 23 juni aangevraagde overleg met uw Kamer over Suriname informeer ik u, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, als volgt over de actuele ontwikkelingen in het land en de inzet van het Kabinet.
I De Republiek Suriname
Recente politieke ontwikkelingen
Op 25 mei 2020 werden in Suriname parlementsverkiezingen gehouden. De uitslag leidde tot een significante verschuiving in de zetelverdeling. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), onder leiding van Chandrikapersad (Chan) Santokhi, boekte een grote overwinning en behaalde 20 van de 51 zetels. Ook de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij (ABOP) van Ronnie Brunswijk behaalde winst.
De verkiezingen van 2020 verliepen in tegenstelling tot voorgaande verkiezingen minder goed georganiseerd. Hoewel reeds op 29 mei 99,4% van de stemmen was geteld, maakte het
Op 13 juli koos De Nationale Assemblee met algemene stemmen en zonder tegenkandidaten Chan Santokhi (VHP) tot President en Ronnie Brunswijk (ABOP) tot Vice-President. Op 16 juli jl. trad de nieuwe Surinaamse regering aan. Deze bestaat uit een coalitie van vier partijen: de VHP (20/51), de ABOP (8/51), Nationale Partij Suriname (NPS - 3/51) en Pertjajah Luhur (PL - 2/51).
Met het aantreden van de regering-Santokhi is een eind aan tien jaar Regering Bouterse gekomen. De Nationale Democratische Partij (NDP) verloor 10 zetels en is nu met 16 zetels de tweede partij van het land. Als grootste oppositiepartij met vertakkingen in de gehele Surinaamse samenleving blijft de NDP een
In het op 13 juli jl. gesloten Regeerakkoord is de regeertermijn van in totaal vijf jaar opgedeeld in drie fases: een urgentiefase van negen maanden, een stabilisatiefase van 24 maanden en de daarop volgende ontwikkelings-/moderniseringsfase. Goed bestuur, een kleinere overheid, corruptiebestrijding en diversificatie van de economie vormen belangrijke pijlers van het regeerakkoord. Ook voor het buitenlands beleid, dat meer in het teken zal komen
De financieel-economische situatie in Suriname
De regering-Santokhi is aangetreden onder uitdagende financieel-economische omstandigheden. De meest recente IMF (april jl.) en Wereldbankraming (juni jl.) gaan uit van een economische krimp in 2020 van ca. 5%. Het lopende rekeningtekort wordt door het IMF geschat op -12% dit jaar en -11% in 2021. De staatskas is nagenoeg leeg en het begrotingstekort bedraagt dit jaar volgens de nieuwe regering 23% van het BBP. Als gevolg hiervan kampt de regering met acute tekorten en heeft het geld moeten lenen bij lokale banken om de salarissen van ambtenaren te kunnen betalen. De staatsschuld fluctueerde de afgelopen jaren tussen de 70-80% BBP. Laatste officiële ramingen van het IMF (december 2019) indiceren een
De nieuwe regering stelt in overleg met schuldeisers en internationale financiële instellingen een plan op voor herschikking en herprofilering van de schulden. Ook zijn vergaande kostenbesparende maatregelen aangekondigd waarmee het gat op de begroting moet worden gedicht. Voorts zal de regering trachten goedkoop kapitaal aan te trekken uit de private sector, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de Surinaamse diaspora in Nederland.
De recente ontdekking van drie significante olievelden in Surinaamse territoriale wateren zal mogelijk op middellange termijn een positieve impact hebben op de (staats)inkomsten. De ontwikkeling van deze olievelden zal naar verwachting nog ongeveer vijf jaar in beslag nemen.
COVID-19 in Suriname
Suriname heeft de verspreiding van COVID-19 lange tijd kunnen beperken. In de tweede helft van mei begon het virus zich echter in grotere mate te verspreiden onder
Net als in veel andere landen hebben COVID-19 en de getroffen maatregelen ook in Suriname een grote maatschappelijke en economische impact. COVID-19 heeft geleid tot een aanzienlijke verdieping van de reeds bestaande economische crisis in het land, met dalende koopkracht en bedrijfsinkomsten tot gevolg. Veel Surinaamse gezinnen zijn aangewezen op steun van de overheid, die onder meer in de vorm van uitkeringen en voedselpakketten wordt verleend.
II Een bijzondere relatie
Het Koninkrijk en Suriname hebben een bijzondere relatie als gevolg van de meer dan 300 jaar gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de grote diasporagemeenschap in Nederland. Op 25 november van dit jaar viert Suriname 45 jaar onafhankelijkheid. De Surinaamse diaspora in Nederland, die ongeveer 356.000 personen telt, is over het algemeen nauw betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Vanwege de historische verbondenheid en hun geografische nabijheid
Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heeft Nederland omgerekend €1,58 miljard aan hulp toegezegd, de zogeheten Verdragsmiddelen. Deze middelen vormden lange tijd het fundament van de bilaterale relatie. In 2005 kwamen Nederland en Suriname overeen de brede OS-relatie af te bouwen waardoor ruimte ontstond voor een andere relatie. Eén die uitging van zakelijkheid, betrokkenheid en gelijkwaardigheid en waarin een verdere vermaatschappelijking van de onderlinge contacten centraal stond.
De Twinningfaciliteit - een in 2008 in het leven geroepen fonds dat de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties uit Nederland en Suriname faciliteert en financiert – heeft de relatie van maatschappij tot maatschappij versterkt. Ook is het recente ‘NL4SU’
Het einde van de afbouw van de OS-relatie is weliswaar in zicht maar nog altijd niet voltooid. In 2012 schortte de Nederlandse regering de Verdragsmiddelen op in reactie op de amendering van de Amnestiewet waardoor de wet ook toepasbaar werd voor de periode waarin de Decembermoorden zijn gepleegd. Onlangs heeft de Nederlandse regering besloten de resterende middelen van circa € 17 mln. vrij te geven vanuit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft met het vrijgeven van deze middelen een signaal van steun willen geven aan de nieuwe regering Santokhi. Op korte termijn zal met de Surinaamse autoriteiten worden gesproken over de (her)besteding hiervan. Suriname en Nederland hopen de OS-relatie spoedig af te kunnen sluiten en samen te bouwen aan een vruchtbare samenwerking op basis van
III Toekomstige relatie Koninkrijk-Suriname
Het kabinet hecht waarde aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het Koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken.
Bij de gewenste betrekkingen met Suriname hoort een moderne en brede samenwerking alsook ruimte voor een open dialoog. Onlangs hebben Nederland en Suriname de eerste stappen hiertoe gezet: Minister-President Rutte had op 14 juli jl. een telefonisch onderhoud met president-elect Santokhi. Minister Blok had op 17 juli jl. een telefonische kennismaking met Albert Ramdin, de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zij ontmoetten elkaar in augustus van dit jaar in Nederland.
Nederland wil de banden met Suriname weer bestendigen en versterken. Normalisering van de diplomatieke betrekkingen is hierbij een belangrijke stap. Tijdens het bezoek van minister Ramdin aan Nederland is afgesproken dat Nederland en Suriname vóór de viering van 45 jaar onafhankelijkheid van Suriname op 25 november a.s. op ambassadeursniveau in elkaars landen zullen zijn vertegenwoordigd.
De gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de wederzijdse belangen vormen bepalende uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van Suriname. De economische bedrijvigheid tussen de landen, de bevordering van de rechtstaat en veiligheid, cultuur en
De positie van Vice-President Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. De Nederlandse regering zal geen contact met Vice-President Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is. Ook voormalig president Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Suriname levert geen onderdanen uit.
Rechtsstaat en veiligheid
Het kabinet streeft naar intensivering van de samenwerking op justitie- en politieterrein. Intensief personenverkeer en uitdagingen
Het is
Als onderdeel van de bredere veiligheidssamenwerking tussen Nederland en Suriname, beziet het kabinet tevens de mogelijkheden rondom defensiesamenwerking. In het verleden werd onder andere op trainings- en opleidingsgebied effectief samengewerkt. Eventuele hervatting van deze samenwerking kan beide krijgsmachten versterken. Een nauwere defensiesamenwerking met Suriname is tevens van belang in het kader van stabiliteit en veiligheid in de regio, waar het Koninkrijk ook onderdeel van uitmaakt.
Handelsrelaties
Het Koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Suriname; tegelijkertijd is de handelsrelatie
Het kabinet zal zich inzetten voor versterkte en duurzame handels- en investeringsrelaties met Suriname, hetgeen tevens een prioriteit is van de Surinaamse regering. Op termijn starten verkenningen voor een (zodra COVID-19 het toelaat) Koninkrijksbrede handelsmissie naar Suriname. Ter voorbereiding op de uiteindelijke handelsmissie zal er op korte termijn alvast een digitale handelsmissie worden georganiseerd, om de meest kansrijke niches en bijbehorende Surinaamse en Nederlandse/Koninkrijkspartners te identificeren.
Economie en Financiën
Zoals beschreven kampt Suriname met een zware economische en financiële crisis. Ondersteuning van internationale financiële instellingen zal naar verwachtingen
De verwachting is dat er nog de nodige verbeteringen zullen moeten plaatsvinden in de financiële sector, met name op het vlak van toezicht en versterkte anti-witwasmaatregelen. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft regulier contact met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en heeft eerder al technische assistentie geboden. DNB is bereid om de TA opnieuw te overwegen. Ook vanuit andere Nederlandse
Gezondheidszorg
De COVID-19-pandemie heeft ook Suriname hard geraakt. De reeds fragiele gezondheidszorg kwam hierdoor onder zware druk te staan. In reactie op een oproep van de Vereniging van Surinaamse Medici en later ook de regering, heeft de Nederlandse regering in juni en juli voor ca. 2,5 miljoen euro aan medische goederen geleverd. De leveringen, die waren afgestemd op de Surinaamse behoeften, bestonden uit persoonlijke beschermingsmiddelen, medicijnen, COVID-19 testkits en beademingsapparatuur. Daarnaast bieden Nederlandse artsen en verpleegkundigen assistentie in Suriname. Op 19 augustus heeft Suriname de Nederlandse regering opnieuw om hulp gevraagd bij de aanpak van COVID-19. In reactie hierop heeft Nederland tijdens het bezoek van minister Ramdin een steunpakket van 3,5 miljoen euro voor de bestrijding van COVID-19 toegezegd, bestaande uit o.a. beademingsapparatuur, patiëntmonitoringssystemen, persoonlijke beschermingsmiddelen en medicijnen.
Er zullen naar verwachting door de nieuwe regering hervormingen worden doorgevoerd in het gezondheidssysteem in
Culturele- en erfgoedsamenwerking
Suriname behoort al geruime tijd tot de landen die prioriteit hebben binnen het Nederlandse internationale cultuurbeleid. Ook in de periode 2021-2024 behoort Suriname tot die 23 landen. Culturele samenwerking richt zich op uitwisseling, vernieuwing, en netwerkontwikkeling. De focus ligt hierbij op jonge cultuurmakers, op contacten met de diaspora in Nederland en op de totstandkoming van banden en samenwerking tussen Nederlandse en Surinaamse instellingen. Een uitdaging is de povere culturele infrastructuur in Suriname en het ontbreken van financiële middelen (zowel bij de Surinaamse overheid als bij private partijen). Culturele inzet draagt in thematiek ook bij aan het onderkennen en verwerken van het koloniale verleden. Ook het creëren van bewustzijn en draagvlak voor het erfgoed – materieel en immaterieel – dat beide landen
Milieu, water en klimaat
Suriname is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Het is het dichtst beboste land ter wereld; meer dan negentig procent van het grondgebied bestaat uit tropisch regenwoud. Ook staat het land in de top-3 van de landen met de grootste zoetwatervoorraden. Desondanks neemt de druk op het milieu door afgifte van grote buitenlandse kapconcessies, ongereguleerde mijnbouw en goudwinning toe. Ook is het laaggelegen kustgebied kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging. De nieuwe regering zal zich meer gaan richten op de doelen uit de Overeenkomst van Parijs. In het kader van de Interdepartementale Hoogambtelijke Missie willen Nederland en Suriname gezamenlijk verkennen hoe de uitvoering van de Surinaamse klimaatagenda beter kan aansluiten bij internationale fondsen en initiatieven, zoals het NDC Partnership, zodat de implementatie van de Overeenkomst van Parijs door Suriname alsmede het duurzame bosbeheer in het land
Personenverkeer
Suriname heeft een lang gekoesterde wens voor EU-visumliberalisering. Om hiervoor in aanmerking te komen zal Suriname aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder medewerking met terug- en overname. De Nederlandse regering heeft de wens van Suriname meerdere malen overgebracht aan de Europese Commissie. Het uiteindelijke standpunt van Nederland zal afhangen van het eventuele voorstel dat de Europese Commissie na onderzoek zal doen.
Sinds 1 november 2002 is een sociaal zekerheidsverdrag tussen Nederland en Suriname van kracht. Met Suriname is in 2017 op ambtelijk niveau een akkoord bereikt over aanpassing van dit verdrag in lijn met het huidige nationale beleidskader van bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Dit kader ziet op afspraken over stopzetting export kinderbijslag en toepassing van het woonlandbeginsel. Nederland zal in contact treden met de Surinaamse regering om het vervolgtraject rondom de aanpassing van het verdrag ter hand te nemen.
Internationale en Europese samenwerking
Ook in internationale fora zal afstemming en samenwerking met de
Het is tot slot relevant om oog te hebben voor de Europese Unie als partner voor Suriname. Suriname maakt deel uit van de groep van ACS-landen (Afrika, Caribische regio en Stille Oceaan). Het Verdrag van Cotonou, dat de relatie tussen de EU en ACS landen regelt, loopt eind 2020 af. Onderhandelingen over een vervolgverdrag zijn gaande. Eventuele financiële EU-steun aan Suriname zal in de periode van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK; 2021-2027) afkomstig zijn uit het nieuwe Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI). In lijn met de Nederlandse
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Stef Blok
| rijksoverheid.nl | Door: Redactie




































