• donderdag 25 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
‘Wie beschuldigingen uit in parlement, moet de moed hebben om met stukken naar justitie te lopen’

‘Wie beschuldigingen uit in parlement, moet de moed hebben om met stukken naar justitie te lopen’

| surinamevandaag | Door: Redactie

(Door Ashwin Ramcharan) – Men vraagt zich steeds vaker af, waarom bemoeit Ashwin Ramcharan uit Nederland met Suriname? Het antwoord is simpel: omdat het kan en mag. Een meer idealistisch antwoord is, omdat Ashwin Ramcharan zich een onbezoldigde en ongekozen buitenparlementaire, parlementariër van Suriname acht. 

Ik ben een “BONUS Parlementariër”. Ik denk dat Hikmak, ook een analist, ook een “Bonus Parlementariër” is. Suriname krijgt mij in ieder geval gratis erbij. Ik begrijp dat Surinamers niet gewend zijn dat iemand zich zo opstelt maar, zo stel ik me wel op. En daar hebben velen veel aan, en velen ook veel last van omdat ik regelmatig wat onderbroeken omlaag trek. De “Bonus Parlementariër” is iemand die juist de dingen uitzoekt, op basis van expertise, intelligentie en andere bovennatuurlijke vermogens, die de betaalde parlementariërs in Suriname niet hebben, en daarmee het volk van Suriname dat niet via

de parlementariërs hun zegje kunnen doen, nu wel gehoord worden.

Met andere woorden, wat Surinaamse parlementariërs niet kunnen, niet willen doen, doen wij, doen ik, de BONUS PARLEMENTARIËR! U moet eraan wennen maar dat is prima!

En nu staat ook Bronto zonder onderbroek, nadat u dit artikel heeft gelezen, want ook zijn onderbroek trek ik nu omlaag.

Een debat dat ineens heel anders werdBronto heeft zichzelf in de nesten gewerkt door dromen te publiceren waarin hij Brunswijk op zijn hoofd zou slaan. Brunswijk is van een opmerkelijk geloof, “metagelovigheid” maar dat Brunswijk zo een droom serieus neemt. Bronto heeft vervolgens een grote mond opgezet en zelf om onderzoek gevraagd naar zijn eigen handel en wandel. Nu dit allemaal back-fired en Bronto’s onderbroek in de fik staat, maak hij rare sprongen, als een kat wiens staart in brand staat. 

Soms zegt één antwoord meer dan een uur debat. Dat gebeurde tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee toen VHP-parlementariër Asis Gajadien Bronto Somohardjo eenvoudig vroeg waar zijn bewijs was voor de zware beschuldigingen die hij aan het adres van VHP-bestuurders had geuit. Somohardjo had immers verklaard dat bestuursleden en zelfs hoofdbestuursleden van de VHP via stichtingen tientallen percelen zouden hebben verkregen voor bedragen van minder dan duizend Amerikaanse dollar. Dat is geen kleine politieke uithaal. Dat zijn beschuldigingen die, indien juist, raken aan mogelijk misbruik van staatsbezit, vriendjespolitiek en ernstige integriteitskwesties.

Het antwoord van Bronto Somohardjo maakte de situatie echter alleen maar opmerkelijker. Toen Gajadien suggereerde dat de minister van Grondbeleid de relevante documenten zou moeten kunnen overleggen, reageerde Somohardjo fel dat men die stukken niet bij de minister moest opvragen, maar bij hemzelf. Daarmee ontstond een nieuwe vraag die misschien

nog belangrijker is dan de oorspronkelijke beschuldigingen. Als Bronto daadwerkelijk over belastende documenten beschikt, waarom liggen die dan niet al bij de bevoegde instanties?

Het parlement is geen politiebureauEr is een opmerkelijke situatie gaande in Suriname. Incompetentie die kenmerkend is voor Surinaamse parlementariërs is zich nu aan het verlengen naar “Rechter spelen”, “Politiebureau spelen”, “Poptjie patoe spelen”, “Gangster spelen” en vooral “Boef en corrupteling zijn”. Met andere woorden parlementariërs in Suriname hebben zo een grote broek aan dat ze erin verdrinken. Dit moet ophouden!

De Nationale Assemblee is bedoeld om wetten te maken, de regering te controleren en maatschappelijke problemen te bespreken. Het parlement is niet bedoeld als plaats waar ernstige beschuldigingen worden geuit zonder dat tegelijkertijd de daarvoor bestemde procedures worden gevolgd.

Wanneer een parlementariër zegt te beschikken over documenten die kunnen wijzen op onregelmatigheden bij de

uitgifte van staatsgrond, dan ligt de route voor de hand. Die documenten horen terecht te komen bij het Openbaar Ministerie, de bevoegde minister, de Centrale Landsaccountantsdienst of andere onderzoeksinstanties. Niet omdat politici dat willen, maar omdat de rechtsstaat zo behoort te functioneren.

Juist daarom bleef de woordenwisseling tussen Gajadien en Somohardjo zo hangen. De discussie ging uiteindelijk niet meer over de VHP, maar over de geloofwaardigheid van degene die de beschuldigingen uitte.

Waarom niet naar het Openbaar Ministerie?De belangrijkste vraag blijft onbeantwoord. Waarom zijn de documenten, waarover Somohardjo zegt te beschikken, nog niet officieel overgedragen aan het Openbaar Ministerie? Als de feiten zo ernstig zijn als hij beweert, dan is iedere dag vertraging een dag waarop mogelijk bewijsmateriaal verloren kan gaan of waarin mogelijke benadeling van de Staat onnodig voortduurt.

Hetzelfde geldt voor de minister die verantwoordelijk is

voor grondbeleid. Indien er werkelijk sprake zou zijn van constructies waarbij tientallen percelen tegen opvallend lage bedragen zijn verkregen, dan zou de regering er belang bij moeten hebben onmiddellijk duidelijkheid te krijgen. Transparantie is immers in het belang van iedere burger, ongeacht politieke voorkeur.

Ook de pers zou dergelijke documenten moeten kunnen beoordelen. Grote onthullingen worden uiteindelijk niet sterker door politieke toespraken, maar door verifieerbare stukken, officiële registraties en controleerbare feiten.

Van aanklager naar onderwerp van discussieIronisch genoeg is de aandacht inmiddels verschoven. Waar Somohardjo vermoedelijk wilde dat het debat volledig zou draaien om de grond kwestie, wordt nu steeds vaker gesproken over zijn eigen positie. Dat heeft hij deels zelf veroorzaakt.

De afgelopen jaren heeft hij zich herhaaldelijk uitgesproken vóór onderzoeken naar bestuurlijke integriteit en transparantie. Dat is op zichzelf een verdedigbaar standpunt. Maar wie consequent pleit

voor diepgaande onderzoeken naar anderen, moet accepteren dat ook zijn eigen bestuurlijke handelen kritisch wordt bekeken wanneer daar aanleiding voor bestaat.

Dat is geen politieke afrekening. Dat is precies hoe een rechtsstaat behoort te werken. De maatstaf mag nooit verschillen afhankelijk van de politieke kleur van degene die onderwerp van onderzoek is.

Politieke strategie of oprechte klokkenluider?De gebeurtenissen in het parlement roepen daarom een tweede vraag op. Is Somohardjo bezig met een klassieke klokkenluidersactie of met een politieke strategie? Beide zijn mogelijk, maar het verschil is groot.

Een klokkenluider verzamelt bewijs, levert dat over aan de bevoegde instanties en laat vervolgens het onderzoek zijn werk doen. Een politicus kan er echter ook voor kiezen eerst de publieke arena op te zoeken om maximale politieke druk te creëren. Dat is een bekende strategie in veel democratieën.

Juist daarom is het belangrijk dat feiten zo snel mogelijk onafhankelijk worden onderzocht. Alleen dan kan worden vastgesteld of de beschuldigingen standhouden of dat zij uiteindelijk vooral onderdeel waren van een politiek gevecht.

De stilte vanuit de regeringOpvallend is ook de relatieve stilte vanuit de regering. Wanneer in het parlement zulke ernstige beschuldigingen worden geuit over mogelijk misbruik van staatsgrond, verwacht de samenleving dat verantwoordelijke autoriteiten aangeven welke stappen zullen worden gezet.

Dat betekent niet dat ministers zich inhoudelijk over schuld of onschuld moeten uitspreken. Integendeel. Maar burgers mogen wel verwachten dat duidelijk wordt gemaakt of de informatie zal worden onderzocht, welke instantie daarvoor verantwoordelijk is en binnen welke kaders dat gebeurt.

Juist die bestuurlijke duidelijkheid ontbreekt vooralsnog. En vandaar dat er ruimte en zelf noodzaak is voor de “BONUS PARLEMENTARIËR” die wel competent is om de

zaak te analyseren zoals het hoort als je de garnalen IQ niveau ontstijgt van het vele Surinaamse parlementariërs.

Een geïsoleerde politicus?De politieke context maakt de situatie nog ingewikkelder. Sinds het uiteenvallen van de vorige coalitie is de positie van Somohardjo zichtbaar veranderd. Waar hij eerder deel uitmaakte van de regeringsmacht, opereert hij nu veel zelfstandiger en staat hij regelmatig tegenover voormalige politieke partners.

In de politieke wandelgangen wordt al langer gespeculeerd over de vraag in hoeverre oude bondgenootschappen definitief zijn verbroken. Zulke speculaties horen echter niet de plaats in te nemen van feiten. Wat wel zichtbaar is, is dat Somohardjo zich steeds nadrukkelijker profileert als criticus van het systeem waarvan hij zelf jarenlang deel uitmaakte.

Dat maakt zijn boodschap niet automatisch onjuist, maar het maakt wel dat zijn uitspraken extra zorgvuldig moeten worden getoetst.

class="wp-block-paragraph">De rechtsstaat vraagt meer dan grote woordenSuriname staat aan de vooravond van een economische periode waarin miljardeninvesteringen in olie en gas worden verwacht. Juist daarom is de kwaliteit van de rechtsstaat belangrijker dan ooit. Investeerders kijken niet alleen naar olievelden. Zij kijken ook naar de betrouwbaarheid van instituties, de voorspelbaarheid van besluitvorming en de wijze waarop mogelijke misstanden worden onderzocht.

Wanneer ernstige beschuldigingen uitsluitend in het parlement blijven hangen zonder dat zij leiden tot een transparant juridisch proces, verliest uiteindelijk iedereen. Dan verliezen burgers het vertrouwen. Dan verliest de politiek aan geloofwaardigheid. En dan verliest de rechtsstaat haar gezag.

Conclusie: Nu zijn de feiten aan zetDe woordenwisseling tussen Asis Gajadien en Bronto Somohardjo heeft het politieke debat onverwacht een andere richting gegeven. Niet langer draait de discussie uitsluitend om vermeende onregelmatigheden bij grondconversie. De aandacht verschuift nu ook naar de vraag hoe

politici omgaan met de informatie waarover zij zeggen te beschikken.

Als Bronto Somohardjo werkelijk documenten bezit die ernstige misstanden aantonen, dan is het in het belang van Suriname dat die zo snel mogelijk terechtkomen bij het Openbaar Ministerie, de bevoegde autoriteiten en – waar mogelijk – ook openbaar worden gemaakt. Niet omdat een politieke tegenstander daarom vraagt, maar omdat de rechtsstaat dat vereist.

Blijkt uit onafhankelijk onderzoek dat zijn beschuldigingen juist zijn, dan moeten de verantwoordelijken daarop worden aangesproken. Blijkt het bewijs onvoldoende of anders te liggen dan voorgesteld, dan zal ook dat duidelijk moeten worden. Uiteindelijk is niet de luidste stem beslissend, maar het sterkste bewijs. Juist daarin onderscheidt een volwassen democratie zich van politieke straatgevechten. In een rechtsstaat wint niet degene die het hardst roept, maar degene die zijn woorden met controleerbare feiten kan onderbouwen.

Dr.

Ashwin Ramcharan RO

| surinamevandaag | Door: Redactie