
Suriname in Genève: vooruitgang op papier, achterstand in de praktijk
| starnieuws | Door: Redactie
In Genève erkende de Surinaamse delegatie achterstanden bij de uitvoering van mensenrechtenverplichtingen en wees zij op wetsvoorstellen en hervormingstrajecten. Maar het Inter-Amerikaanse Hof verplichtte Suriname al in 2015 de collectieve territoriale rechten van de Kaliña- en Lokono-volken daadwerkelijk te waarborgen. Het vonnis berust op het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens en sluit aan bij beginselen van UNDRIP, de VN-verklaring die Suriname in 2007 onderschreef. Elf jaar later domineren juridische belemmeringen, consultaties en wetgeving in voorbereiding nog altijd het debat. Bestuurlijke voortgang volgt kennelijk een andere tijdlijn dan rechtsbescherming.
Ook tijdens deze vierde UPR klonk opbouwende kritiek. Volgens de gepubliceerde berichtgeving benadrukte Canada uitvoering van uitspraken van het Inter-Amerikaanse Hof, vroegen Finland en Nederland wettelijke erkenning van collectieve rechten, legde Mexico de nadruk op FPIC
Welke politiek-bestuurlijke consequenties brengen de daadwerkelijke wettelijke erkenning van pre-existente rechten met zich mee? Territoriale afbakening en bescherming van bestaande belangen vergen zorgvuldigheid, maar ook bereidheid om bevoegdheden van de staat te begrenzen. Hier schuilt de fundamentele tegenstrijdigheid. De Staat verleent rechten aan derden op gronden waarvan oorspronkelijke rechthebbenden nog wachten op erkenning van hun collectieve aanspraken. Zijn de in tussentijd uitgegeven concessies dan wel rechtmatig?
Ook de eerdere, niet overgenomen UPR-aanbevelingen sinds 2021 over ratificatie van ILO-Verdrag 169 verdienen aandacht. Suriname is evenmin partij bij het Akkoord van Escazú, dat toegang tot milieu-informatie, gemeenschapsparticipatie en rechtsbescherming versterkt. Beide zouden aanvullende verdragswaarborgen bieden. De samenhang is ongemakkelijk. Het bindend vonnis is nog niet volledig uitgevoerd, aanvullende waarborgen ontbreken en de
In mijn eerdere artikel ‘Pre-existente Rechten: De Primaire Reparatie van Suriname’ stond het uitgangspunt centraal dat Inheemse rechten niet bij onafhankelijkheid of wetgeving ontstonden. Zij bestonden vóór de kolonisatie en vóór de Staat. De Trias Politica kan die oorspronkelijke rechten alleen erkennen, niet naar bestuurlijk inzicht scheppen.
Bescherming van woon- en leefgebieden is niet gelijk aan erkenning van collectieve territoriale eigendom. Inheemse rechten ontstonden niet bij de onafhankelijkheid en wachten evenmin op hun geboorte akte in het Staatsblad. Als slechts schijnbescherming verleent wordt, blijft de macht haar te beperken in stand.
Tijdens het derde regionale reparations congres van Caricom in Barbados klonk de oproep tot een derde Inheems decennium, gericht op implementatie, en tot erkenning van de Amerika’s en het Caribisch gebied als oorspronkelijk Inheems grondgebied. Het aanstaande CARICOM-voorzitterschap biedt Suriname een gelegenheid om voorstellen en aanbevelingen
Genève, Barbados, Cabenda dorp en de Arawarasluis vertellen zo een verhaal. Mensenrechten moeten niet alleen zichtbaar zijn in rapportages, maar ook in tijdige en volledige informatie, werkelijk overleg en rechtszekerheid voor gemeenschappen. Minister Monorath benadrukte zelf, dat mensenrechtenbescherming zichtbaar moet worden in het dagelijks leven van burgers. Juist aan die maatstaf moet de praktijk worden getoetst. Suriname heeft geen gebrek aan beginselen, aanbevelingen of uitspraken. Het worstelt met de consequenties van het niet in nationale wetgeving opnemen hiervan als vertaalslag van een overstijgende en nationale zelfreparatie.
De vraag is niet hoeveel vooruitgang Suriname in Genève kan presenteren, maar hoeveel oorspronkelijke rechten het daadwerkelijk wil respecteren. Onderkennen en accepteren van deze achterstand is de eerste stap richting vooruitgang.
Uriël Sabajo
Tadzio
| starnieuws | Door: Redactie






























