• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Scholieren lopen steekwonden op tijdens ruzie op school

Ingediend door admin op

Twee scholieren zijn donderdag gewond geraakt bij een vechtpartij aan de Emielaan in Suriname. Wat begon als een ruzie tussen leerlingen, mondde uit in een steekpartij waarbij beide slachtoffers meerdere steekverwondingen opliepen.

Het 18-jarige slachtoffer F.V. liep tijdens het gevecht een steekverwonding aan zijn rechterbovenarm op en een tweede ter hoogte van zijn rechterribbenkast. De 19-jarige D.B. raakte gewond aan zijn linkerschouderblad, toen hij probeerde tussenbeide te komen om het gevecht te stoppen.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

De 14-jarige verdachte Recencio V., eveneens scholier van dezelfde school, meldde zich kort na

het incident bij de politie. Het mes waarmee hij de twee jongeren heeft gestoken, is door de politie in beslag genomen.

Uit voorlopig onderzoek blijkt dat de verdachte en F.V. al langere tijd in conflict waren. Tijdens een uit de hand gelopen ruzie trok de 14-jarige een mes en stak daarmee op F.V. in. De 19-jarige D.B., die de vechtenden uit elkaar wilde halen, werd daarbij eveneens geraakt.

Beide slachtoffers zijn per eigen gelegenheid vervoerd naar de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis. Na afstemming met het Surinaamse Openbaar Ministerie zal worden beslist over de verdere afhandeling en het lot van de

14-jarige verdachte.

CHINA OVERSPOELT WERELDWIJDE AUTOMARKT MET ONVERKOOPBARE BENZINEAUTO’S

Ingediend door admin op

Westerse landen waarschuwen al langer dat de automarkt wordt overspoeld door goedkope Chinese elektrische auto’s (EV’s), maar volgens persbureau Reuters dreigt er nog een probleem.

Chinese fabrikanten dumpen namelijk ook goedkope benzine- en dieselauto’s op buitenlandse markten, omdat ze die in het thuisland nauwelijks kwijt kunnen. ‘Doordat in China alles om EV’s draait, is de markt voor auto’s met een verbrandingsmotor lastig en gaan dus vooral die auto’s het land uit’, zegt autojournalist Noud Broekhof.

De Chinese industrie voor elektrische voertuigen heeft in slechts enkele jaren de helft van de binnenlandse markt veroverd. Daar zijn niet alleen buitenlandse spelers de dupe van,

maar ook veel traditionele Chinese autofabrikanten zagen hun verkoop instorten. Nu ze hun fossiele brandstofvoertuigen niet meer binnenlands kunnen slijten, overspoelen ze volgens Reuters de rest van de wereld.

Westerse landen richten zich echter op de dreiging van de zwaar gesubsidieerde Chinese elektrische auto’s, dat doen ze onder andere door hun markten te beschermen met importheffingen.

Maar Amerikaanse en Europese autobouwers ondervinden wereldwijd steeds meer concurrentie van Chinese benzineslurpers. Die concurrentie is voelbaar van Polen tot Uruguay en Zuid-Afrika. Ruim driekwart van de Chinese auto-export bestaat uit fossiele brandstofvoertuigen.

Uit gegevens van het Chinese adviesbureau Automobility blijkt dat het totale aantal jaarlijkse leveringen

in 2025 is gestegen van 1 miljoen naar zo’n 6,5 miljoen.

‘Het verwondert mij niet dat er animo is voor Chinese auto’s met een verbrandingsmotor’, zegt Broekhof. ‘Elektrische auto’s zijn voor veel mensen in de wereld nog veel te duur, en dan ontbreekt er ook nog fatsoenlijke laadinfrastructuur. De keuze voor een veel goedkopere brandstofauto is dan snel gemaakt, logisch dat de Chinese autofabrikanten daar een gat in de markt zien.’

De sterke groei van de export van benzineauto’s komt door dezelfde subsidies en maatregelen die eerder al fabrikanten als Volkswagen, GM en Nissan in China in de knel brachten. Uit onderzoek van Reuters blijkt dat staatssteun voor tientallen Chinese producenten van elektrische voertuigen zorgde voor een felle prijzenoorlog. Dit laat zien hoe ingrijpend het Chinese industriebeleid is: buitenlandse fabrikanten kunnen nauwelijks meekomen met de door de overheid gesteunde bedrijven.

Uit gegevens van de Chinese overheid blijkt dat alleen al de Chinese export van benzineauto’s – exclusief elektrische auto’s en plug-in hybrides – in 2024 voldoende was om het land qua volume tot ‘s werelds grootste auto-exporteur te maken. Reuters heeft aan de hand hiervan autoverkoopgegevens in tientallen landen geanalyseerd en interviews met ruim dertig betrokkenen gevoerd. Tot de grootste exporteurs behoren Chinese staatsgiganten zoals SAIC, BAIC, Dongfeng en Changan, die historisch gezien afhankelijk waren van joint ventures met buitenlandse autofabrikanten voor winst en technische kennis.

Deze partnerschappen begonnen in de jaren 80 als gedwongen huwelijken tussen Chinese bedrijven en de buitenlandse spelers. Maar sinds de opkomst van innovatieve, particuliere Chinese elektrische-autofabrikanten, onder leiding van BYD, is de verkoop van deze joint ventures sterk gedaald. De jaarlijkse verkoop van SAIC-GM in China is bijvoorbeeld gedaald van meer dan 1,4 miljoen voertuigen naar 435.000 tussen 2020 en 2024, blijkt uit gegevens van SAIC.

De staatsbedrijven kunnen hun fossiele brandstofvoertuigen op de binnenlandse markten dus niet kwijt, en dus veroveren ze de buitenlandse markt. Zo steeg de export van SAIC van bijna 400.000 stuks per jaar in 2020 naar ruim een miljoen in 2024. De export van Dongfeng vervijfvoudigde bijna.

Daarnaast is het zo dat benzineauto’s momenteel beter verkopen in secundaire markten zoals Oost-Europa, Latijns-Amerika en Afrika waar de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s nog beperkt is. Op de lange termijn heeft Peking de ambitie om de wereldmarkt voor elektrische en plug-in hybride auto’s te domineren, maar voorlopig richten Chinese autofabrikanten zich eerder op de buitenlandse markten.

Reuters sprak met topmedewerkers van internationale autofabrikanten, die breed erkennen dat de opkomst van Chinese rivalen een serieuze bedreiging vormt, maar vooral vanwege hun innovatieve en betaalbare elektrische auto’s in plaats van de benzinemodellen. Vertegenwoordigers van Toyota, GM, Ford, Honda, Nissan en Hyundai gaven geen commentaar op de Chinese exportgroei.

Alexander Seitz, topman van Volkswagen Zuid-Amerika, zegt wel klaar te zijn voor de strijd. ‘Ik heb geen angst voor de Chinese fabrikanten. Ik respecteer ze als concurrenten, en ze zijn welkom om zich bij het feest aan te sluiten.

UNITEDNEWS|GEO-ECONOMIE

Workshop e-Gov moet bewustzijn rond cybersecurity versterken

Ingediend door admin op

E-Government (e-Gov) heeft in samenwerking met strategische partner Fortinet een Cybersecurity and Data Protection-evenement georganiseerd, met als doel het vergroten van het cybersecurity-bewustzijn binnen de overheid. De sessie vond plaats op woensdag 3 december 2025 in het e-Gov-gebouw en bracht vertegenwoordigers van diverse ministeries, veiligheidsdiensten en andere belanghebbenden samen. Llydion Dalfour, directeur e-Gov, liet in zijn toespraak doorschemeren dat president Jennifer Simons en haar kabinet, ICT centraal op Surinames ontwikkelingsagenda plaatsen.

“De president erkent dat digitale transformatie niet slechts een technische upgrade is, maar een katalysator voor efficiëntie, transparantie, toegankelijkheid en betere dienstverlening in het hele land. Haar visie is

een Suriname waarin technologie elke burger versterkt, het vertrouwen in de overheid vergroot en de basis legt voor een welvarende toekomst”, stelde de directeur. Dalfour benadrukte dat het staatshoofd het van groot belang acht dat burgers kunnen rekenen op systemen die modern, betrouwbaar, veerkrachtig en veilig zijn, en waarin hun gegevens niet alleen worden opgeslagen, maar ook worden beschermd, verdedigd tegen bedreigingen en met de hoogste integriteit worden behandeld.

Tijdens de workshop werd cybersecurity benadrukt als een van de belangrijkste pijlers voor vertrouwen in digitale processen en diensten. Deelnemers kregen updates over de nieuwste trends, actuele dreigingen en aanbevolen richtlijnen binnen

het cybersecuritylandschap, waarbij Fortinet een inhoudelijke bijdrage leverde. De samenwerking tussen e-Gov en Fortinet gaat terug tot de oprichting van e-Gov. Fortinet heeft sindsdien op diverse momenten een waardevolle bijdrage geleverd, onder meer aan de opbouw van de GovGrid-infrastructuur, die fungeert als ruggengraat van de digitale overheidsomgeving.

Volgens directeur Dalfour maakt de workshop deel uit van een bredere reeks initiatieven die erop gericht zijn het bewustzijn rond cybersecurity binnen de overheid en bij partners in verschillende sectoren te versterken. Verder merkt hij op dat cybersecurity een onmisbaar onderdeel vormt van de overheidsplannen voor verdere digitalisering: “Cybersecurity is een van de belangrijkste pijlers. Je kunt processen digitaliseren, maar vertrouwen is essentieel; burgers en organisaties moeten erop kunnen rekenen dat data en systemen veilig zijn. Daarom is cybersecurity een van de eerste thema’s die we adresseren binnen het digitaliseringstraject.”

De overheid werkt ondertussen steeds intensiever aan digitale transformatie, om diensten toegankelijker, efficiënter en transparanter te maken. “Vanuit cybersecurity-perspectief is het daarbij essentieel dat burgers vertrouwen hebben dat hun data veilig zijn en systemen correct functioneren.” Directeur Dalfour laat weten dat er al wordt gewerkt aan plannen voor een nationale cybersecuritystrategie. “We hebben een raamwerk opgesteld voor veilige systemen, inclusief procedures voor het detecteren en behandelen van incidenten.” Hij stelt dat e-Gov vastbesloten is dit traject continu te blijven verbeteren en verstevigen.

PRESIDENT SIMONS DUIDELIJK | HERSTELFONDS NEDERLAND IS GEEN REPARATIE, SURINAME EIST NIEUWE KOERS

Ingediend door admin op

De gezamenlijke dialoogsessie tussen de Republiek Suriname en het Koninkrijk der Nederlanden over het slavernijverleden, tijdens het staatsbezoek van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima op maandag 1 december 2025, heeft een cruciaal meningsverschil blootgelegd over de aard van de Nederlandse bijdrage aan het ‘vervolgtraject’.

Terwijl de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, David van Weel, het recent opgerichte Fonds Slavernijverleden – met een storting van €200 miljoen, waarvan €66 miljoen voor maatschappelijke projecten in Suriname – presenteerde als een ‘komma’ en een stap naar herstel en heling, temperde president Jennifer Simons van Suriname de verwachtingen.

In een onomwonden verklaring stelde president Simons

dat de Surinaamse overheid het Nederlandse fonds uitsluitend interpreteert als een bewustwordingsfonds voor onderwijs en niet als schadeloosstelling of reparatie. “De kwestie van reparatie, met inachtneming van het Caricom 10-puntenplan, zal op een later moment besproken moeten worden,” benadrukte Simons. Hiermee positioneert zij de Surinaamse regering duidelijk tegen de impliciete claim dat de Nederlandse financiële injectie neerkomt op de gevraagde herstelbetalingen.

Deze verklaring van de president sluit aan bij de groeiende frustratie in Surinaamse kringen over de decennialange geschiedenis van ontwikkelingshulp en zogenaamde ‘herstelfondsen’, waarvan een onevenredig groot deel steevast terugvloeit naar Nederlandse consultants, bedrijven, of bureaucratische overhead. 70% van de

Nederlandse financiële middelen zou historisch gezien terugkeren naar Nederland, waardoor er in Suriname nauwelijks duurzame structuren of ontwikkeling overblijven. De Surinaamse roep om ‘daadwerkelijke vervulling van het proces na de komma’ – zoals ook geëist door Wilgo Ommen van Fiti Makandra – wordt hiermee een directe politieke boodschap aan Den Haag:

houd op met ‘herstelbetalingen’ die in feite vooral Nederlandse belangen dienen en geen structurele verandering voor de nazaten in Suriname teweegbrengen.

Granman Albert Aboikoni van de Saramaccaners gaf de Surinaamse verzuchting een gezicht door te pleiten voor concrete middelen en meer dialoog met de Nederlandse regering over de teruggave in de vorm van financiële steun om de structurele achterstelling van Inheemsen en nazaten tegen te gaan. De Granman maakt hiermee duidelijk dat ‘herstel’ pas echt is als het tastbaar en duurzaam leidt tot ontwikkeling in de gemeenschappen zelf.

Zowel Koning Willem-Alexander – die zich ontroerd en verantwoordelijk uitsprak – als minister Van Weel erkenden dat de excuses slechts een ‘komma’ zijn. President Simons greep dit moment aan om de koers voor de toekomst te bepalen. “De dialoog van vandaag opent de weg voor de samenstelling van een team dat namens beide landen zal werken aan de daadwerkelijke vervulling van het proces na de komma,” aldus het Surinaamse staatshoofd.

De bal ligt nu bij Nederland om een reparatieproces te starten dat de Surinaamse interpretatie van schadeloosstelling en het Caricom 10-puntenplan wel serieus neemt, in plaats van een fonds voor ‘bewustwording’ te presenteren als eindafrekening.

UNITEDNEWS