• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

‘Fresh Prince’-ster Alfonso Ribeiro: “De show werd een opoffering die een einde maakte aan mijn acteercarrière”

Ingediend door admin op

Alfonso Ribeiro is bij het meeste publiek vooral bekend vanwege ‘The Fresh Prince of Bel-Air’, maar hij geeft toe dat de rol hem af en toe een beetje in conflict bracht. In een nieuw interview met Closer Weekly zei Ribeiro, dat zijn iconische rol als Carlton Banks, neef van Will Smiths hoofdpersonage, uiteindelijk een ‘opoffering’ was voor zijn acteercarrière.

“Het spelen van Carlton op ‘Fresh Prince’ werd een opoffering. Ik zei altijd dat het spelen van Carlton het grootste en ergste was dat me ooit is overkomen”, vertelde Ribeiro aan de outlet. Hij vervolgde: “Het was een van de grootste

rollen die ik ooit heb mogen spelen, maar het was ook de rol die me ervan weerhield opnieuw te acteren omdat mensen mij niet als iets anders konden zien.”

Ribeiro heeft geen hekel aan de serie en deelde enkele van zijn favoriete herinneringen aan het filmen. “Het ging over de cast en tijd met hen doorbrengen. Vóór elke show gingen we naar de kleedkamer van Will Smith, en we speelden muziek en dansten en hadden gewoon een geweldige energieopbouw om ons voor te bereiden op de show.”

Terugdenkend aan zijn samenwerking met Jackson zei Ribeiro: “Het was geweldig. Ik was een

grote fan en werd uiteindelijk vrienden met hem. Het was heel bijzonder. Het grappige verhaal was dat toen we aan het repeteren waren, ik niet kon begrijpen waarom het zo lang duurde. Michael wilde zo’n eenvoudige choreografie leren. Toen besefte ik: ‘O, hij leert het niet. Hij perfectioneert het.’ Elke beweging, elke vingertop moest precies zijn wat hij wilde. Hoe snel je iets doet, het gaat erom dat je het tot in de kleinste details goed doet.”

Hij onthulde dat ten minste één van zijn kinderen geïnteresseerd is om in zijn beroemde voetsporen te treden. “Ik denk dat mijn meisjes dat wel zullen doen”, zei hij over de vraag of zijn kinderen wel of niet in de showbusiness zouden gaan. “Mijn oudste dochter heeft in een film gespeeld. Ik weet niet hoe het met mijn jongens zit, maar ik zal alles steunen wat ze willen doen. Ik heb ze gecoacht in hun honkbal, en dat was fantastisch. Ik ben er helemaal klaar voor.” omdat ze hun ding hebben laten doen.”

Politie Saramacca heeft geen materiaal om asdruk trucks te controleren 

Ingediend door admin op

Wegen worden kapot gereden door zware zandtrucks

Na de vele klachten van de bewoners van de ressorten Kampong Baroe, Jarikaba en Groningen over de deplorabele staat van bepaalde delen van de Saramaccaweg, de Mr.P. Chandishawweg en de Sidodadiweg heeft de districtscommissaris van Saramacca, Sherin Bansi-Durga, op verzoek van het VHP-Assembleelid Rajendre Debie samen een bezoek gebracht aan de slechte delen van de Saramaccaweg nabij Hamburg waar de weg voor een groot deel onbegaanbaar en onveilig is geworden voor het normale verkeer. 

De auto’s op de weg ondervinden veel last van de ontstane situatie en vooral in de avonduren, zo bericht het Burger

Informatie Centrum Saramacca.

Aangezien de asfaltwegen in het district ondermijnd worden door de grote zware zandtrucks vroeg het parlementslid aan de districtscommissaris waarom de politie niet optreedt tegen deze trucks die met asdrukken rijden over deze wegen die de wettelijk toegestane maximum asdruk van 8 ton ver te boven gaan, ondanks dat dit met borden op de weg is aangegeven. 

Hij gaf aan dat de grote zware zandtrucks op 10 en 12 wielen vol beladen een asdruk van boven de 12 en 14 ton hebben.  Ook de snelheid waarmee deze zandtrucks racen over de wegen in het district zonder trottoirs, is een

bron van ergernis en vormt een groot gevaar voor andere weggebruikers.

De districtscommissaris zei dat deze zaak vaker besproken is met de Gewestelijke Politiecommandant, de Korpschef, de minister van Justitie en Politie, maar de reactie was dat zij niet kunnen optreden tegen deze zandtrucks, omdat de politie niet beschikt over equipment, zoals weegapparatuur, om de wet wat dit betreft te kunnen handhaven.

Als voorbeeld gaf de districtscommissaris aan dat door deze situatie, één van de zandputhouders zes asfaltwegen in het district kapot laat rijden tot grote ontevredenheid van de andere weggebruikers en burgers.

De districtscommissaris zei verder, dat vooral vanwege de zware regenval deze dagen, zij de zandputhouders gaat aanschrijven om conform de voorwaarden opgenomen in het verleende recht tot exploitatie van bouwmaterialen (opvulzand) de wegen waarover zand  wordt vervoerd te onderhouden en begaanbaar te houden in het belang van de vrijheid van het verkeer en de veiligheid. Hierop zal zeer streng worden toegezien.

Ook de snelheid waarmee deze zwaar beladen zandtrucks rijden over de wegen in het district is vaak aan de orde geweest in gesprekken met de Gewestelijke Politiecommandant.

Onbetrouwbaar kwartet: Bouterse, Simons, Misiekaba en Akiemboto

Ingediend door admin op

De politieke arena van Suriname is het toneel van een ongekend schouwspel geworden met de weigering van vier prominente figuren uit de Nationale Democratische Partij (NDP) om in 2020 hun zetels in de De Nationale Assemblee, DNA, in te nemen. Desi Bouterse, Jenny Simons, André Misiekaba en Sergio Akiemboto omzeilden hun verkiezingsbeloften omzeilden als ware politieke Houdini’s.

Dit viertal kan als onbetrouwbaar worden bestempelt. Bouterse’s afwezigheid komt niet als een verrassing; de man is allergisch voor enige vorm van tegenstand en verkiest monologen boven echte discussies. Jenny Simons, die als voormalig DNA-voorzitter wegduikt voor de confrontatie, lijkt de dans te willen

ontspringen om niet te hoeven antwoorden op de kritieken omtrent haar omstreden wetgevingsperiode.

André Misiekaba, die in een moment van verlichting zijn lidmaatschap aan de wilgen hing, zou volgens geruchten een goddelijke visie hebben ontvangen die hem terug naar de politieke arena leidt. Een scenario zo onwaarschijnlijk, dat zelfs de meest creatieve scenarioschrijvers er hun hoofd over breken.

Sergio Akiemboto staat ook in deze schimmige schijnwerpers, zijn verleden als directeur en minister nalaat hem te achtervolgen. Gevraagd naar verantwoording blijft hij het antwoord schuldig over zijn daden bij Grassalco en twijfelachtige concessieverleningen.

Deze politieke farce illustreert de lafheid van het viertal. Zij wisten

vanaf het begin dat zij de last van verantwoordelijkheid niet konden dragen en nu, bij mogelijke terugkeer, zullen zij hun politieke comeback moeten verkopen met nieuw gesponnen fabels. Het is een saga van onbetrouwbaarheid die de Surinaamse politiek onwaardig is.

Bond Padieproducenten vreest dat LVV haar belofte niet nakomt

Ingediend door admin op

De Bond van Surinaamse Padieproducenten (BSP) vreest dat het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, LVV) haar belofte om kleine padieboeren in Nickerie een financiële injectie te geven niet zal nakomen. Begin vorige maand heeft president Santokhi tijdens een bijeenkomst met kleine padieboeren de toezegging hiertoe gedaan. Het ministerie van LVV was opgedragen het een en ander uit te werken in een voorstel aan de regering. 

BSP-voorzitter Radjoe Bhikharie zegt dat uit bekomen informatie uit het veld het ministerie van LVV, het voorstel voor financiële compensatie aan padieboeren formeel nog niet is uitgewerkt. Het enige wat LVV tot nu toe gedaan

heeft is de zoveelste registratie van boeren medio vorige maand. Sindsdien hebben boeren niets meer van LVV vernomen. De toegezegde financiële injectie aan kleine padieboeren is bedoeld als compensatie voor de lage opkoopprijs van padie ten opzichte van de verhoogde kostprijs. 

Door watergebrek bij de afgelopen inzaai hebben boeren extra veel kosten gemaakt met het oppompen van water naar hun landbouwarealen om zodoende te kunnen inzaaien. Daartegenover zijn de padieoogstopbrengsten per hectare door onder andere weersfactoren niet alleen laag, maar ook slecht in kwaliteit. 

Lage opkoopprijs

De opkoopprijs van gemiddeld SRD 750 voor een baal padie (79 kilogram) die opkopers en rijstverwerker bieden

ligt ver beneden de werkelijke productiekosten. Deze liggen gemiddeld rond de SRD 1.100. Het ministerie van LVV heeft toegezegd het verschil van SRD 350 te zullen compenseren. Door de daling van de wisselkoers is de padieopkoopprijs ondertussen naar rond de SRD 600 gedaald. Daardoor zijn de verliezen van de boeren gestegen naar SRD 500 per baal. Met de geleden verliezen erbij van SRD 100 per baal, twee seizoenen terug, waarvan ook was beloofd dat die ook gecompenseerd zouden worden, komt de totale verliezen van de boeren op SRD 600 per baal.       

Uitgaande van het gegeven, dat de kleine padieboeren in totaal 15.000 hectare van de padieproductie voor hun rekening nemen, en dat de gemiddelde oogstopbrengst per hectare gemiddeld 50 balen bedraagt,  betekent het dat de totale verliezen van padieboeren rond de SRD 450 miljoen bedragen. Tot nog toe zegt Radjoe Bhikharie geen tekenen te zien dat het ministerie van LVV de boeren voor dit bedrag zal subsidiëren.

Subsidies niet gezond

De BSP-voorzitter vindt dat subsidies aan padieboeren geen gezonde zaak is, omdat hiermee eigenlijk de opkopers en rijstverwerkers worden gesubsidieerd. Het zijn de opkopers en rijstverwerkers die dit bedrag feitelijk aan de boeren verschuldigd zijn. Op deze manier komt LVV de opkopers en rijsterwerkers tegemoet, waardoor zij in de toekomst de totale padieopkoopprijs zal laten subsidiëren.

Ondanks dat subsidiëren van de padieproductie geen gezonde zaak is, vindt Bhikharie dat het ministerie van LVV voor nu de gedane belofte voor financiële injectie wel moet nakomen.

Als uiterlijk midden juni LVV haar afspraken niet is nagekomen gaat de Bond van Surinaamse Padieproducenten op 1 juli op het Brassa Plein in Nieuw Nickerie een boerenfestival organiseren en met gepast antwoord komen.

SS

Rabin Parmessar: “Beleid regering desastreus voor MKB’s”

Ingediend door admin op

Terwijl de regering er prat op gaat hoe positief de macro-economische cijfers zijn verbeterd, verzuimd het aan te geven dat haar gevoerde beleid desastreuze gevolgen heeft voor het voortbestaan van kleine- en middelgrote bedrijven in het land. Dit zegt het Assembleelid lid, tevens fractieleider van de NDP in het parlement, Rabin Parmessar. 

Door de sterk verminderde koopkracht van de bevolking, en daarmee de sterk toegenomen armoede, als gevolg van het gevoerde beleid, hebben vele bedrijven moeten inkrimpen. Personeel is afgevloeid en bedrijfsactiviteiten zijn tot het minimum teruggebracht. De werkloosheid onder de bevolking, met name onder jongeren, is alarmerend. 

Niet eigen inspanning 

Parmessar zegt

dat de verbeterde macro-economische cijfers waar de regering voortdurend mee zwaait, niet het resultaat zijn van een gevoerd beleid gericht op productieverhoging. De positieve financiële cijfers hebben te maken met externe factoren, zoals de hoge prijs op de internationale markt van goud en olie. Ook de leningen die zijn aangegaan met multilaterale organisaties zoals de IDB (Inter-American Development Bank) en het IMF (Internationaal Monetair Fonds) dragen bij aan de verbeterde macro-economische cijfers. 

Dat er nu maandelijks miljoenen Amerikaanse dollars worden bespaard met de opkoop van hydro energie is vanwege het beleid van de vorige regering met de overname van de Afobaka

waterkrachtcentrale. De kosten van hydro energie zijn van USD 0,04 cent per kWu zijn teruggebracht naar nog geen USD 0,02. Het kan zelfs verder omlaag gaan naar USD 0,01 cent per kWu.

Teruggelopen bedrijfsactiviteiten

De effecten van de verbeterde macro-economische cijfers zijn nauwelijks of helemaal niet terug te vinden in de reële economie. Bedrijfsactiviteiten in het land zijn integendeel sterk afgenomen, met name van de MKB’s (Midden- en Kleinbedrijven). De MKB’s hebben het erg moeilijk, simpel omdat er geen koopkracht is bij de bevolking. Bedrijven die willen investeren kunnen dat moeilijk doen omdat de mogelijkheden voor “goedkope” kredietinvesteringen bij lange na niet toereikend zijn om productiegroei te stimuleren. Indien op dit stuk het roer niet drastisch wordt omgegooid vreest Parmessar dat vele Surinaamse bedrijven straks over enkele jaren nog niet “ready” zullen zijn om mee te kunnen profiteren met de ontwikkeling in olie- en gassector. 

Ook op het stuk van investering in menselijk kapitaal maakt Parmessar zich zorgen. Er zou nu al flink geïnvesteerd moeten worden in de verschillende opleidingen. Jongeren met potentie en hoog opgeleid kader trekken nu weg vanwege de uitzichtloze situatie als resultaat van het gevoerde beleid. De vrees is dat straks Surinaamse arbeidskrachten nauwelijks aan bod zullen komen voor een baan in de olie- en gassector. Aan de andere kant ziet Parmessar  het “friends and family” beleid van de regering ook als belangrijke factor van het gevoel van onbehagen en weinig motivatie onder de bevolking.    

SS

WIL DE REGERING SANTOKHI/BRUNSWIJK EEN EERLIJK ENERGIETARIEF?

Ingediend door admin op

Auteur: Kenneth Sukul.

De regering Santokhi heeft drie rapporten in handen waaruit blijkt dat er enorm veel lucht in de energietarieven zit als gevolg van “mismanagement en inefficiënties”.

Tijdens de vergadering met Ravaksur en de samenwerkende vakbonden onder leiding van C47 op 7 mei jongstleden, hebben de deskundigen een presentatie gehouden voor de president en zijn experts. De president besloot toen dat op donderdag 16 mei het juiste tarief door zijn deskundigen en die van de vakbeweging gepresenteerd moest worden. Bijna twee weken later ligt er nog steeds geen tarief op tafel van de president.

Hoeveel is een afspraak met de regering waard

en wie bepaalt het beleid?

Zoals uit de media blijkt, hebben de deskundigen van de vakbeweging haarfijn en cijfermatig aan de regering en haar experts, bestaande uit de EAS, het ministerie van NH, EBS en Staatsolie, aangetoond wat de “inefficiënties” zijn en waar en hoe zij zich voordoen bij de opwekking en levering van energie.

Nadat was gebleken dat, op verzoek van de president, geen van zijn deskundigen de behoefte had om te reageren op de cijfers en conclusies van de vakbeweging, besloot de president dat zijn deskundigen en die van de vakbeweging ervoor moesten zorgen dat hij op donderdag 16 mei

het juiste tarief op tafel zou hebben.

Die afspraak leverde niets op. Tot vandaag, maandag 20 mei, zijn de deskundigen van de regering er niet in geslaagd om de cijfers en conclusies van de vakbeweging te ontkrachten. Van deskundigen, die de hoogste salarissen in Suriname toucheren en royale voorzieningen genieten, zoals winstdeling en in peperdure “dienst” auto’s in privé mogen rondrijden, mag verwacht worden dat ze ten alle tijden in staat moeten zijn alle informatie, hun functie rakende, op tafel te leggen.

De regering hoort erop toe te zien dat haar medewerkers en instituten haar opdrachten uitvoeren. Door daaraan niet te voldoen, is de vraag wie het regeringsbeleid uitmaakt in het land en wat de besluiten van de president nog waard zijn. Of moet de samenleving aannemen dat de deskundigen van de regering in samenspraak met de president ervoor hebben gezorgd dat het juiste tarief voor energie niet boven water komt?

Immers, op de regeringsvergadering van 8 mei 2024, een dag na het besluit van de president, verklaarde minister David Abiamofo van het ministerie van NH dat het energietarief alleen kan veranderen als er “iets” met de koers gebeurt. Terwijl de koers van de SRD niets te maken heeft met de “inefficiënties en mismanagement”. Die stelling is op de persconferentie niet gecorrigeerd door de president en ook daarna niet.

Wiens belang dient de subsidie aan EBS?

President Santokhi heeft meerdere malen verklaard dat de EBS voor ruim 5 miljard wordt gesubsidieerd. In een rapport van het ministerie van Financiën staat echter een bedrag van 4 miljard. Wat het bedrag in 2024 zal zijn na de reeds gepleegde verhogingen is onbekend. Waarom kan dat niet gepresenteerd worden? Ook de mededeling van de minister van NH op de persconferentie, op verzoek van de president, dat de consumptie van energie met 11,5% zou zijn gestegen, roept vragen op.

Hoe kan de minister van NH niet weten dat de EBS het tegendeel noteert? Over de levering van gesubsidieerde 4,5 MW aan een Bitcoin-bedrijf te Paranam, die overigens geen enkel voordeel voor Suriname schept, blijft de regering zwijgen. Wat de minister van NH blijft herhalen is het zogenaamde lage waterpeil in het meer te Afobaka. Terwijl de neerslag toeneemt en zelfs de intensiteit stijgt, Suriname de natste maanden tegemoet gaat en de weerdeskundigen een La Niña hebben aangekondigd, heeft Staatsolie de productie nog steeds niet opgevoerd.

Door het opvoeren van de productie te Afobaka zou de EBS minder olie gebruiken, het tarief goedkoper worden, het water in het meer onder controle gehouden worden en kan daarmee een milieuramp, zoals die georganiseerd was in 2022, voorkomen worden. Ook zou dat helpen de terugval van de staatsinkomsten van 20%, zoals de president dat meedeelde op de persconferentie, op te vangen.

Echter lijkt het erop dat de regering daarmee niet gebaat is en alles eraan doet om de inefficiënties in stand te houden c.q. te bevorderen, zodat de subsidies aan de EBS door kunnen gaan. Deze ontwikkelingen kunnen de vertegenwoordigers van het IMF in Suriname niet zijn ontgaan en toch eist het IMF dat het energietarief verhoogd moet worden. Waarom doet het IMF dat?

INGEZONDEN

GERELATEERD AAN: ONJUISTE STROOMTARIEVEN DOOR GEBREK AAN TRANSPARANTIE EN POLITIEKE WIL

 

BIDEN KIEST VOOR PROTECTIONISME: HANGEN ER HANDELSOORLOGEN IN DE LUCHT?

Ingediend door admin op

Bron: Mondiaalnieuws.be

De Amerikaanse importheffingen op Chinese elektrische auto’s en zonnepanelen zijn kortzichtig, schrijft MO*journalist John Vandaele.

‘Wat als de VS hun klimaatbeloften niet waarmaken en China op de Amerikaanse invoerbelastingen reageert met nieuwe tarieven op Amerikaanse uitvoer? Belanden we dan in een mondiale handelsoorlog?’

Gaat dat dan echt zo achteloos, badend in electoraal opbod, zo’n ideologische landverschuiving? Ik herinner me nog levendig hoe het neoliberalisme vanuit de Verenigde Staten over de wereld kwam, rond 1980, met doorwrochte argumenten. Dat concurrentie de efficiëntie bevordert en dus goed is voor iedereen. Dat de staat altijd de verkeerde keuzes maakt en dat industrieel beleid bijgevolg

zinloos is. Dat was allemaal heel ernstig. En het klopt ook: markten bevorderen efficiëntie en innovatie, maar het verhaal is complexer dan dat.

De Chinezen wisten dat. Zij hadden onze economische ontwikkeling bestudeerd. China heeft het meesterlijk gespeeld: door iedere westerse investeerder die megawinsten rook en vaak ook kreeg in China, te verplichten een joint venture op te richten met een Chinees bedrijf, waardoor de kennis systematisch werd overgedragen. Door beenharde binnenlandse concurrentie, door het noeste werk van miljoenen Chinese arbeiders, door miljoenen ingenieurs op te leiden, en door de enorme schaal van hun markt telkens weer razendsnel in te zetten

om prijzen naar beneden te drijven. En door lange termijndoelstellingen voorop te stellen en die financieel te ondersteunen. Dat is ook nodig voor een uitdaging als klimaatverandering, die net een gevolg is van markt falen.

Zonder overheidssturing kun je zoiets niet aanpakken. De voorbije jaren ging de industrie in het Westen ook weer meer vragen om industrieel beleid, “lange termijndoelen zoals in China”, werd er soms letterlijk aan toegevoegd. De ideologische koerswijziging is bezig en China toonde de weg.

Ik zeg niet dat de Chinese overheid sommige sectoren niet sterk steunde, maar dat is maar één element in hun competitiviteit. De VS en de Europese Unie botsen hier op een sterke economische speler, die in veel sectoren intussen gewoon beter is dan zij. Nu en dan werden daarom al wat protectionistische maatregelen genomen, maar nu halen de VS dus de voorhamer boven.

Eergisteren beslisten de Amerikanen om de invoerheffingen op elektrische auto’s te verviervoudigen tot 100 procent, en die op zonnepanelen te verdubbelen tot 50 procent. U leest het goed: voor de goedkope Chinese voertuigen zal de Amerikaanse consument dubbel zoveel betalen.

Zonnepanelen worden ook flink duurder. Dat helpt de klimaattransitie niet, zoveel is duidelijk. Dat is antiklimaat­beleid. Maar blijkbaar doet het er allemaal niet meer toe: argumenten, klimaatverandering … President Joe Biden wil zijn uitdager Donald Trump overtreffen in protectionisme met het oog op de verkiezingen. Dat wordt moeilijk, want Trump wil de Chinese elektrische voertuigen al 200 procent belasten. Zo gaat dat: ook grootmachten maken hun momenten van bijziendheid door. Alleen hebben die dan wereldwijde gevolgen.

We weten waar dat vandaan komt. De VS hebben de neoliberale recepten in eigen land met grote ijver toegepast, met de-industrialisering van hele streken tot gevolg. In 2005 schreef ik in Het recht van de rijkste: ‘Meer vrijhandel zet samenlevingen wereldwijd “onder stroom”. Ze worden geconfronteerd met nieuwe technologieën, organisatiemethodes en denkwijzen uit samenlevingen aan de andere kant van de wereld die hen dwingen zich aan te passen. En zoals dat met stroom gaat: er kan kortsluiting van komen, maar stroom kan ook kracht geven. De medaille heeft twee kanten. Daarom wijzen politici in sommige periodes op de nadelen van vrijhandel, terwijl die in andere periodes de wind in de zeilen heeft.’

Al in 2006 vond meer dan de helft van de Amerikanen dat handelsbarrières nodig zijn omdat die lokale bedrijven beschermen. Een dramatische financiële crisis later speelde Trump op die gevoelens in, en zie waar het hem bracht. De ongelijke verdeling van de voordelen en het leugenachtige medialandschap die voortvloeiden uit het Amerikaanse neoliberalisme, lijken nu ook de basis voor zijn ondergang te leggen.

Wat als de VS hun klimaatbeloften niet waarmaken en China op de Amerikaanse invoerbelastingen reageert met nieuwe tarieven op Amerikaanse uitvoer? Belanden we dan in een mondiale handelsoorlog? Een ordentelijke aanpak is niet meer mogelijk. China kan dit niet aanklagen bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die juist voorspelbaarheid en stabiliteit moest scheppen, want de VS hebben de WTO vleugellam gemaakt door geen rechters voor het beroepshof meer te benoemen. Het volstaat voor de VS om in beroep te gaan om een veroordeling te voorkomen.

China voert intussen al meer uit naar de landen van de Nieuwe Zijderoute dan naar het Westen, en zal sowieso zijn elektrische auto’s en zonnepanelen naar het Globale Zuiden uitvoeren. Dat zijn groeimarkten. Het kan deze klap verwerken, maar wat betekent dat voor het ritme van de de-globalisering: valt de wereldeconomie in een versneld tempo uiteen, of blijft het geleidelijk gaan?

De grote vraag is wat de EU beslist. Duitsland blijft erg afhankelijk van de Chinese markt en wil daarom de handelsrelatie zo veel mogelijk in stand houden. Als de EU de VS volgt en ook de voorhamer bovenhaalt, dan is dat een klap voor het klimaatbeleid en nog een duw richting de-globalisering en toenemende geopolitieke spanningen. De EU kan ook een akkoord nastreven met China waarbij ze haar markt ten dele openstelt voor Chinese elektrische auto’s, in ruil voor minder Chinese steun aan Rusland. Zo houdt ze haar klimaatbeleid overeind, demonstreert ze strategische autonomie en houdt ze de wereld meer samen. We leven in spannende – correctie: gespannen – tijden.

GEO|POLITIEK

 

 

Gekozen Abinader neemt krachtig standpunt in

Ingediend door admin op
Een man leest een krant buiten een gebouw, een dag na de algemene verkiezingen in Santo Domingo, Dominicaanse Republiek. (Foto: Reuters)

Luis Abinader uit de Dominicaanse Republiek, die klaar is voor een tweede termijn na het winnen van een voorlopige 58,85% bij de verkiezingen van zondag, erfde een nachtmerriescenario toen hij in augustus 2020 voor het eerst aantrad als president.Tijdens de
Covid-19-pandemie was het aantal gevallen in de Caribische eilandstaat gestegen tot meer dan 86.000, waardoor de belangrijkste toeristische bestemming van de regio bijna werd gesloten en de economie onder druk kwam te staan.Nu bloeit de economie, met een recordaantal van 10,8 miljoen toeristen vorig jaar, en een groei die naar verwachting in 2024 5% zal bedragen. Volgens de Wereldbank is dat een van de hoogste in Latijns-Amerika. De armoede sluipt omlaag en de kwaliteit van het onderwijs stijgt.Het succes van Abinader bij het loodsen van zijn land door de ongekende mondiale crisis, vormde de basis voor zijn grootse verkiezingsoverwinning, waarmee
zijn positie als een van de populairste politici van het land en van Amerika, werd versterkt."Vóór 2020 geloofden de Dominicanen dat politici alleen aan de macht kwamen om zichzelf te verrijken ten koste van het lijden van het volk", zegt Jacqueline Jimenez, mederedacteur van het boek 'Dominican Politics in the 21st Century.'"Nu, door deze nieuwe regering, is die mentaliteit aan het veranderen."De 56-jarige Abinader heeft er ook een prioriteit van gemaakt om de beruchte vuile politiek van het land op te ruimen.Voorafgaand aan zijn eerste ambtstermijn gingen tienduizenden Dominicanen de straat op tijdens de grootste demonstraties van woede over corruptie in decennia, na een historische omkopingszaak tegen topambtenaren.Op zijn eerste werkdag koos Abinader als procureur-generaal Miriam German Brito, een voormalig rechter bij het Hooggerechtshof.Een jaar later kende de Europese Unie haar de Mensenrechtenprijs toe voor haar "strijd tegen corruptie en voor transparantie en gerechtigheid".De regering van Abinader heeft ook de kieswetten aangescherpt en kreeg in april lofbetuigingen van de Organisatie van Amerikaanse Staten voor veranderingen die de transparantie en gelijkheid in de campagnefinanciering versterkten.Maar er moet nog meer worden gedaan in de tweede ambtstermijn van Abinader, zelfs na zijn concrete stappen om de nog jonge instellingen van het land te versterken, zei de Dominicaanse politieke strateeg Geovanny Vicente-Romero."De regering van Abinader heeft kritiek gekregen, omdat ze niet in staat of bereid is zijn eigen volk voor het gerecht te brengen, vooral die uit zijn binnenste kring", vertelde de in Washington gevestigde Vicente-Romero, die Abinader persoonlijk kent, aan Reuters."Als Abinader zijn nalatenschap wil verzegelen tegen corruptie, zal hij naar binnen moeten kijken om echt een blijvende doorbraak te bereiken."Politieke rivalen beweren ook dat de Tesla-rijdende Abinader, een rijke voormalige zakenman wiens vermogen van 76 miljoen dollar hem tot de rijkste leiders van Latijns-Amerika maakt, misschien niet zo brandschoon is als hij heeft geprobeerd over te brengen.Een groep nieuwsorganisaties onder leiding van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) ontdekte in 2021 dat Abinader, die ook de rijkste overheidsfunctionaris in de Dominicaanse Republiek is, ten minste zeven offshore-bedrijven in handen had – waarvan de details duister waren – toen hij werd gekozen.Abinader, die voor geen enkele misdaad is veroordeeld, zei dat hij de offshore-bedrijven had opgericht in een tijd waarin de vennootschapswetgeving van het land, als achterhaald werd beschouwd.Sinds het begin van zijn regering heeft hij zijn presidentiële salaris gedoneerd aan sociale programma's.Aangezien de Dominicaanse kieswet Abinader beperkt tot twee termijnen als president, zal zijn nalatenschap ook afhangen van zijn aanpak van de gevolgen van de nog steeds exploderende crisis in buurland Haïti.Abinader zette in 2022 een veiligheidshelm op en hielp bij het storten van het eerste beton voor een veelbesproken grensmuur met Haïti – aangeprezen door zakenman Elon Musk op sociale media – en hij heeft aangedrongen op de deportatie van illegale migranten."Onze slogan zal vanaf nu zijn: óf we vechten samen om Haïti te redden, óf we vechten alleen om de Dominicaanse Republiek te beschermen!" Abinader vertelde dit in februari aan de Verenigde Naties.Dat standpunt levert hem nog een binnenlands politiek voordeel op, zegt Eric Farnsworth, een Latijns-Amerika-expert bij de Council of the Americas and Americas Society."Hij krijgt enige kritiek te verduren... buiten de Dominicaanse Republiek, maar niet veel intern, waardoor Haïti als een politieke kwestie wordt afgedaan", zei Farnsworth.

Vele stroomstoringen afgelopen weekend veroorzaakt door onweer

Ingediend door admin op

De NV Energiebedrijven Suriname (EBS) heeft in het afgelopen weekend te maken gehad met relatief meer storingen in het EPAR netwerk, het elektriciteitsnet van Paramaribo, Wanica, Commewijne, Para, Saramacca met delen van Brokopondo en Marowijne.

De weersomstandigheden in de afgelopen dagen (extreme regenbuien en harde windstoten) hebben voor onregelmatigheden in het netwerk gezorgd met gevolg dat vele gebieden in EPAR verstoken waren geraakt van elektriciteit.

Ondanks de vakbondsacties wordt met man en macht gewerkt aan het oplossen van de onderbrekingen.

Volgens het veiligheidsprotocol voor lijnwerkers wordt niet aan herstel van het elektriciteitsnet gewerkt in regen en onweer.

Gebieden die voor langer tijd waren verstoken

van elektriciteit en intussen weer zijn voorzien zijn:Paramaribo; Zorg en Hoop, Beni’s Park, Morgenstond, Blauwgrond, Matretraite 4, Hernutterstraat en Kankantriestraat.Wanica; HannaslustSaramacca; La Poule, SopropowegPara; Pikin Poika, Rijsdijk, Domburg.Commewijne; Lust en Rust.Gebieden in Brokopondo.

De EBS werkt aan een spoedig herstel van de arbeidssituatie en blijft alert voor het opheffen van onregelmatigheden in het netwerk.

VS: Zwarte astronaut 63 jaar na afwijzing NASA de ruimte in

Ingediend door admin op

Hij heeft er meer dan zes decennia op gewacht, maar voor de 90-jarige Edward Dwight was het zondag eindelijk zo ver. Hij mocht mee de ruimte in. “Mijn hele leven draaide om dit moment”, zei hij na afloop terug op aarde.

“Dit is het absolute hoogtepunt.” Met zijn tripje naar de ruimte is Dwight de oudste persoon ooit die in de ruimte is geweest. Samen met vijf andere passagiers stapte hij zondag aan boord van een raket van het ruimtebedrijf Blue Origin van Amazon-oprichter Jeff Bezos.

Het zestal steeg op vanuit Texas en bracht 9 minuten en 53 seconden in de

ruimte door. “Het heeft lang geduurd”, zei hij over de decennia die hij op dit moment wachtte.  In 1961 werd Dwight, met steun van toenmalig president John F. Kennedy, geselecteerd als eerste zwarte kandidaat-astronaut.

Hij werd volledig opgeleid, maar haalde het uiteindelijk niet. Hij werd afgewezen door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Dat hij uiteindelijk toch niet naar de ruimte ging, had volgens Dwight mogelijk met racisme te maken, vertelt hij aan de Amerikaanse krant. Pas in 1983 zond de NASA een zwarte astronaut naar de ruimte.