• dinsdag 21 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

SURINAAMSE RIJSTSECTOR DEGRADEERT: KIEZEN VOOR RADICALE INNOVATIE OF DEFINITIEVE ONDERGANG

Ingediend door admin op

Terwijl de mondiale roep om voedselzekerheid toeneemt, lijkt de Surinaamse rijstsector gevangen in een neerwaartse spiraal van stagnatie en visieloosheid. De bittere pil die de sector moet slikken, is dat Suriname – ooit de trotse regionale koploper in de jaren tachtig – inmiddels is gedegradeerd tot een achterblijver die de

aansluiting met buurlanden als Guyana en Brazilië definitief lijkt te hebben verloren.

Volgens recente data van de USDA produceert een Braziliaanse boer inmiddels gemiddeld het dubbele van zijn Surinaamse collega, een pijnlijk verschil dat niet te wijten is aan externe pech, maar aan een chronisch gebrek aan innovatie en daadkrachtig

beleid.

De huidige status quo is meer dan een economisch probleem; het is een biosecurity-tijdbom die tikt onder de velden van Nickerie. Door het uitblijven van moderne technologie en hoogwaardig zaadgoed, zien wanhopige boeren zich genoodzaakt om ongecontroleerd zaad over de grens te importeren. Het resultaat is een verwatering van de

genetische zuiverheid en velden die rood kleuren door ongewenste varianten, wat de Surinaamse exportpositie direct in de waagschaal stelt. Wanneer de ruggengraat van deze sector breekt, volgt een domino-effect dat de gehele keten raakt: van transporteurs en loonwerkers tot de veevoerindustrie, die bij een tekort aan lokale bijproducten genoodzaakt is
schaarse vreemde valuta uit te geven aan import.

Hoewel de overheid en het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) recentelijk de handen ineen hebben geslagen met het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) om hooglandrijst in het binnenland te stimuleren, rijst de vraag of dit voldoende is om het grotere gat

te dichten. Dit initiatief, gericht op zelfvoorziening en het versterken van coöperaties in het achterland, is prijzenswaardig als sociaal-economisch project, maar biedt geen fundamentele oplossing voor de industriële crisis in de kustvlakte.

Het herstel van de sector vereist namelijk geen pleisters, maar een radicale structurele ommezwaai waarbij onderzoeksinstituten zoals ADRON,

die door een gebrek aan middelen hun slagkracht hebben verloren, opnieuw worden uitgevonden via publiek-private samenwerkingen of gedeeltelijke privatisering.

De VSB Agro Groep (VSB AG) waarschuwt dat het inmiddels vijf voor twaalf is en pleit voor een tweesporenaanpak die zowel directe verlichting als structurele groei moet bieden. Dit betekent op de

korte termijn het wegnemen van fiscale drempels, zoals het plaatsen van de gehele agrosector in het 0%-BTW-tarief en het restitueren van de ‘government take’ op brandstof. Echter, zonder grootschalige investeringen in de natte infrastructuur – waaronder het cruciale IDB-project L-1052 en de rehabilitatie van het Wakay-pompgemaal – blijft elke vorm
van subsidie slechts symptoombestrijding. Suriname staat op een kruispunt: we kunnen blijven toekijken hoe een nationale industrie langzaam verdwijnt, of we kiezen voor een agressieve moderniseringsagenda naar het model van succesvolle regionale partners zoals FLAR en EMBRAPA. De potentie is er, maar de tijd van vrijblijvendheid is voorbij.

UNITEDNEWS

TOESCHEIDINGS-OVEREENKOMST ALS STRENGSTE GRAADMETER VOOR SURINAAMS-NEDERLANDSE RELATIE

Ingediend door admin op

Foto compilatie: Ministers Melvin Bouva en Tom Berendsen

Terwijl de ministers Melvin Bouva en Tom Berendsen de diplomatieke rode loper uitrollen voor thema’s als het Makandra-programma en het slavernijverleden, herinnert de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) beide regeringen er fijntjes aan dat een fundamenteel rechtsdossier nog steeds in de ijskast staat.

De

herstelde dialoog tussen Paramaribo en Den Haag wordt door de VSN verwelkomd, maar direct voorzien van een kritische kanttekening: zonder de integrale naleving van de Toescheidingsovereenkomst (TO) uit 1975 blijft de samenwerking tussen de kabinetten Simons en Jetten een bouwwerk op een wankel fundament. De kern van de kritiek richt
zich op de hardnekkige weigering van beide staten om artikel 5 van dit verdrag, dat de rechtspositie en nationaliteit van burgers rond de onafhankelijkheid regelt, volledig te operationaliseren. Voor de VSN is de TO geen optioneel menu, maar een bindend juridisch kader dat decennia na dato nog steeds duizenden burgers
in een juridisch niemandsland laat verblijven. De oproep tot een gezamenlijke werkgroep voor rechtsherstel is in feite een motie van wantrouwen tegen de huidige uitvoeringspraktijk, waarbij nationale wetgeving vaak de internationale verdragsverplichtingen lijkt te overruelen.

Het is een klassiek diplomatiek spanningsveld: waar de regeringen liever vooruitkijken naar economische kansen en regionale

stabiliteit binnen de CARICOM, dwingen organisaties als de VSN de blik terug naar de onafwikkelde erfenis van de dekolonisatie. De retoriek van de VSN is strategisch getimed; nu de relatie tussen Suriname en Nederland zich in een constructieve fase bevindt, wordt de prijs van echt vertrouwen vastgesteld op de naleving
van de kleine lettertjes uit 1975. Het is echter de vraag of Den Haag bereid is om in een tijd van strikt migratiebeleid de deuren te openen voor de verdragsrechtelijke claims die de TO met zich meebrengt, en of Paramaribo de bureaucratische slagkracht heeft om deze burgers de beloofde rechtszekerheid
te bieden. Als deze “nieuwe weg” van samenwerking daadwerkelijk gelijkwaardig moet zijn, kunnen Bouva en Berendsen het dossier van de rechtzoekenden niet langer afdoen als een historisch randverschijnsel.

Een integrale erkenning van de overeenkomst zou niet alleen een juridische overwinning zijn voor de betrokkenen, maar ook het ultieme bewijs dat

de hervatte dialoog meer is dan louter symboliek en foto-momenten.

De VSN zet de toon scherp: zonder tastbaar rechtsherstel blijft de diplomatieke toenadering een prachtig versierde façade waarachter het oude onrecht onverminderd voortleeft.

UNITEDNEWS

SURINAME STUURT OP INVESTERINGEN TIJDENS 11E OACPS-TOP

Ingediend door admin op

Foto: H.E. Moussa S. Batraki, OACPS, Secretary General

Terwijl de wereld naar de traditionele machtscentra in het Noorden kijkt, vindt er in Malabo, Equatoriaal-Guinea, een stille revolutie plaats. Van 27 tot en met 29 maart 2026 komen de staatshoofden van de Organisatie van Afrikaanse, Caribische en Pacifische Staten (OACPS) bijeen voor

hun historische 11e top. Het is geen gewone ceremoniële bijeenkomst voor het 50-jarig jubileum; het is de formele afscheidsceremonie van het ‘bedelmodel’. Suriname zit hierbij op de eerste rij.

Onder leiding van de vorig jaar aangetreden secretaris-generaal Moussa Saleh Batraki uit Tsjaad, gooit het blok van 79 landen het roer radicaal

om. De tijd van passief wachten op Noord-Zuid-ontwikkelingshulp is voorbij. Wat we in Malabo zien, is de geboorte van ‘soeverein multilateralisme’. Voor Suriname, dat momenteel zwaar inzet op lokale content en economische verzelfstandiging, komt deze koerswijziging op een cruciaal moment. De kern van de strategie die in Malabo wordt bekrachtigd,
is de verschuiving naar de private sector.

De OACPS begrijpt dat duurzame groei niet komt uit giften, maar uit strategische partnerschappen in infrastructuur, groene energie en digitale transformatie.

Voor de Surinaamse ondernemer betekent dit dat de toegang tot kapitaal en technologie binnen het blok – dat 1,2 miljard mensen vertegenwoordigt

– prioriteit krijgt boven bureaucratische hulptrajecten.

Een ander heet hangijzer is de relatie met de Europese Unie. Na de jarenlange dominantie van de Cotonou- en Samoa-akkoorden, eist de OACPS nu een evenwichtiger speelveld. De focus verschuift naar Zuid-Zuid-samenwerking.

De logica is simpel: door de handel tussen Afrika, het Caribisch gebied en

de Stille Oceaan te versterken, worden landen als Suriname minder kwetsbaar voor de grillen van de mondiale economische druk uit het Westen.

Met de actieve deelname van de Surinaamse delegatie in Equatoriaal-Guinea positioneert Paramaribo zich midden in de discussies over klimaatadaptatie en de digitale kloof. Suriname bevindt zich in de

frontlinie van de klimaatcrisis, maar ook aan de vooravond van een enorme olie- en gas-boom. De ervaringen die in Malabo worden gedeeld over hoe men ‘structurele kwetsbaarheid omzet in geopolitieke invloed’, zijn voor de Surinaamse strategie van onschatbare waarde. De top in Malabo markeert een kantelpunt. De OACPS wil niet
langer alleen een stem zijn die om hulp roept, maar een wendbare en invloedrijke machtsfactor worden in een snel veranderend mondiaal landschap. Voor Suriname is dit de kans om het partnerschap met de wereld op eigen voorwaarden te herdefiniëren.

UNITEDNEWS

BABYBOOM VAN 140 NIEUWE OLIFANTJES MIDDEN VOORTSLEPENDE OORLOG EN PRIJSOPDRIJVINGEN

Ingediend door admin op

Gisteren, op 20 maart, stonden we stil bij de Internationale Dag van het Geluk. Veertien jaar geleden werd deze dag door de Verenigde Naties met unanieme instemming in het leven geroepen—een zeldzaam moment van mondiale harmonie waar we in de huidige wereld van verscheurende conflicten en torenhoge prijzen alleen maar

van kunnen dromen.

Terwijl we worstelen met de economische druk en de onzekerheid die oorlogen met zich meebrengen, voelt hoop soms als een naïeve strategie. Toch leert de geschiedenis ons dat zonder hoop alles verzandt in moedeloosheid. Actieve hoop betekent zelf een steentje bijdragen en elkaar steunen, hoe lokaal de

schaal ook is.

Een treffend voorbeeld van deze veerkracht komt momenteel uit het Amboseli National Park in Kenia. Midden in een tijd van mondiale crisis beleeft de natuur daar een wonderbaarlijk herstel: een babyboom van maar liefst 140 olifanten.

Deze “keystone species”, die met hun aanwezigheid het hele ecosysteem in balans

houden door zaden te verspreiden en waterbronnen te creëren, laten zien dat herstel mogelijk is wanneer de juiste voorwaarden voor bescherming en ruimte worden gecreëerd. Het is een tastbaar bewijs van het succes van jarenlange, onvermoeibare inzet door lokale gemeenschappen en natuurbeschermers. Het herinnert ons eraan dat zelfs de meest
bedreigde systemen kunnen opbloeien als we bereid zijn te investeren in hun voortbestaan.

Dit signaal uit Afrika dient als een krachtige spiegel, zeker voor ons in Suriname. Wij leven in een land waar de kracht van de natuur niet slechts een abstract concept is, maar een dagelijkse realiteit die ons letterlijk

omarmt. Met onze ongekende rijkdom aan flora en fauna dragen wij een unieke verantwoordelijkheid. Juist in een wereld die gedomineerd wordt door geopolitieke spanningen en economische inflatie, moeten wij ons extra bewust zijn van de enorme waarde van onze eigen natuurlijke buffer. Het succes in Amboseli is een universele les:
natuurlijke veerkracht is de basis van werkelijke stabiliteit. Als wij onze eigen omgeving koesteren en beschermen, bouwen we niet alleen aan het behoud van biodiversiteit, maar aan een fundament van hoop en welzijn dat sterker is dan de grillen van de wereldmarkt.

UNITEDNEWS | MENS EN MAATSCHAPPIJ

RO en LVV bundelen krachten voor hooglandrijst in binnenland

Ingediend door admin op

Het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) en het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) gaan samenwerken om de teelt van hooglandrijst in het binnenland te stimuleren. Het eerste oriënterende overleg vond plaats op 17 maart.

De samenwerking richt zich op het bundelen van kennis, middelen en capaciteit om duurzame

voedselproductie te bevorderen en de zelfvoorziening in het binnenland te vergroten. Miquella Huur en Mike Noersalim spreken van een belangrijke stap richting versterking van de agrarische sector.

Binnen de taakverdeling zal RO zich richten op de logistiek en het in kaart brengen van coöperaties, terwijl LVV verantwoordelijk is voor de technische

uitvoering, waaronder training en inzet van machines.

Er wordt gestart met een pilotproject in vijf gebieden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar geschikte rijstvariëteiten, begeleiding en teeltlocaties. Op basis van de resultaten zal opschaling volgen.

Naast rijstteelt willen beide ministeries ook de pluimveesector in het binnenland stimuleren, met als doel de productie

te verhogen en de importafhankelijkheid te verminderen.