• donderdag 23 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Uitbetaling SRD 1000,- sociale steun laat op zich wachten

Ingediend door admin op

De overheid informeert de samenleving, in het bijzonder mensen met een beperking (MMEB), sociaal zwakke huishoudens (ZWHH) en AOV-gerechtigden, over een tijdelijke vertraging in de uitbetaling van de toegezegde SRD 1000, die vanaf maart beschikbaar zou zijn.

De vertraging is het gevolg van een administratief proces, waarbij de benodigde documentatie

zich in de afrondende fase bevindt. Hierdoor hebben de verdere verwerking en uitbetaling nog niet kunnen plaatsvinden.

De directeur van het ministerie van Financiën en Planning, de heer Vincent Fernandes, benadrukt dat de uitkering van SRD 1000 gegarandeerd is vanuit de regering. De betrokken instanties werken intensief samen om de noodzakelijke

formaliteiten zo spoedig mogelijk af te ronden, zodat de uitbetaling kan plaatsvinden.

De overheid vraagt mensen met een beperking, sociaal zwakke huishoudens, AOV-gerechtigden en de samenleving om begrip en geduld. Verdere updates zullen tijdig worden verstrekt zodra er meer duidelijkheid is over het moment van uitbetaling.

Dobru Festival 2026 viert nalatenschap van Surinaamse dichter

Ingediend door admin op

Binnenkort vindt het Dobru Festival 2026 plaats, een cultureel evenement dat het leven en werk viert van de Surinaamse dichter en schrijver Robin Ewald Raveles, beter bekend als Dobru. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste stemmen binnen de Surinaamse literatuur en stond bekend om zijn sterke boodschap

van eenheid, culturele trots en sociale rechtvaardigheid.

Roetoe Raveles, zoon van Dobru en voorzitter van het R. Dobru Ravales stichting zegt dat zijn vader een groot liefhebber van Suriname en zag hij zichzelf als een wereldburger. Zijn werk benadrukte dat, ondanks verschillen in cultuur, taal en afkomst, alle Surinamers samen één

volk vormen.

De organisatie achter het festival geeft aan dat zij het culturele erfgoed van Dobru wil behouden, beschermen en voortzetten. Daarbij richten zij zich vooral op jongeren en artiesten door hen een platform te bieden om zich te ontwikkelen en uit te drukken. Dit sluit aan bij wat Dobru zelf

deed: hij gaf een stem aan het volk en stimuleerde culturele bewustwording en creativiteit in Suriname.

Het festival wordt georganiseerd van 27 tot en met 29 maart in het Dobru Oso, het voormalige woonhuis van Dobru dat tegenwoordig dient als cultureel centrum. Hier worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals een documentairevertoning, een

schilderworkshop, een poetry workshop en een muzikale avond. Het doel is om kunst en cultuur samen te brengen en Dobru’s gedachtegoed levend te houden.

Buurman (35) aangehouden na mishandeling van buurvrouw en dochter

Ingediend door admin op

De 35-jarige verdachte Teninio M. is door de Surinaamse politie aangehouden op verdenking van zware mishandeling en bedreiging.

Het incident deed zich op zaterdag 7 maart voor aan de Sewsaranweg in Suriname. Een 36-jarige vrouw en haar 13-jarige dochter deden aangifte tegen hun buurman.

Volgens de politie werd het meisje op straat

geconfronteerd met de verdachte, die bedreigende uitlatingen deed en haar vervolgens met een houten balk achterna ging. Daarbij werd zij geraakt en liep zij letsel op aan haar oog.

Toen de moeder tussenbeide kwam, werd ook zij door de verdachte met het eindhout geslagen, waarbij zij verwondingen opliep.

De verdachte verklaarde dat

hij uit zelfverdediging handelde, maar dit wordt door de verklaringen van de slachtoffers tegengesproken.

Teninio blijft hangende het verdere onderzoek in arrest.

Zoon verduistert geld van vader

Ingediend door admin op

De politie van het bureau Livorno heeft op dinsdag 24 maart 2026 de 23-jarige verdachte J.R. ter zake verduistering aangehouden, nadat hij naar het politiebureau was ontboden.

Tegen deze verdachte heeft zijn 52-jarige vader J.S. in de maand februari 2026 aangifte gedaan ter zake op eerder vermelde politiebureau. Uit

het voorlopige politioneelonderzoek is naar voren gekomen dat de aangever een geldbedrag van zijn voormalige werkgever, waar hij tien jaar in dienst was, als pensioenuitkering had ontvangen. De man gaf het geld in bewaring aan zijn zus, waarna hij voor vakantie naar het buitenland vertrok. Na terugkeer haalde hij het
geld op bij zijn zus en gebruikte een deel daarvan voor de aanschaf van huishoudelijke apparatuur. Het resterende bedrag gaf hij vervolgens ter bewaring in goed vertrouwen aan zijn zoon. Toen de vader zijn zoon vorig jaar om het geld vroeg, gaf hij zijn vader aan dat hij het geld
voor hem zou brengen. Vanaf dat moment was de zoon echter niet te bereiken, waardoor de vader genoodzaakt was aangifte tegen zijn zoon te doen op het voornoemde politiebureau.

De zoon werd hierna op zijn woonadres opgespoord, doch niet aangetroffen. Hij werd vervolgens telefonisch in kennis gesteld zich aan te melden

op het politiebureau. Ondanks hij telefonisch tekeer is gegaan met de wetsdienaren en hen voorhield dat zijn vader hem nimmer geld ter bewaring heeft gegeven, meldde hij zich op 24 maart 2026 op het politiebureau aan. Hij werd direct in de boeien geslagen en voorgeleid.

Na afstemming met het Openbaar Ministerie

( OM) is de verdachte hangende het onderzoek door de politie in verzekering gesteld.

Waarom de CCJ geen vanzelfsprekende derde instantie is voor Suriname

Ingediend door admin op

INGEZONDEN

De discussie over de invoering van een derde rechtsinstantie in Suriname is legitiem. Een cassatiemechanisme draagt bij aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Maar wie het debat serieus wil voeren, moet de juiste vraag stellen: niet óf er een derde instantie moet komen, maar welke instantie die rol moet vervullen en

tegen welke constitutionele prijs. Juist daar begint het probleem. Die vraag staat onvoldoende centraal, terwijl de richting van het debat zich al lijkt te hebben gevormd.

Een debat dat niet van binnenuit ontstaat

Wat opvalt, is dat het debat niet volledig organisch vanuit Suriname wordt gevoerd. De Caribbean Court of Justice (CCJ)

speelt daarin zelf een actieve rol.

Dat is geen recente ontwikkeling. Reeds in 2010 stelde Winston Anderson dat de vraag niet is óf Suriname moet toetreden tot de appellate jurisdiction van de CCJ, maar of het zich kan permitteren dat niet te doen. Daarmee werd het debat verschoven van een open

afweging naar een richting waarin toetreding als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd.

Die lijn zet zich voort. In recente uitingen wordt niet alleen gesproken over mogelijkheden, maar ook concreet uitgewerkt hoe toetreding vorm zou moeten krijgen.

Een systeem dat eerst moet worden verbouwd

In recente voorstellen wordt een aangepaste CCJ-structuur geschetst, inclusief een Suriname-divisie, eigen

procedures en institutionele aanpassingen. Zoals uiteengezet door Adrian Saunders en Peter Jamadar vergt dit wijziging van verdragen, nieuwe procesregels en selectie van civielrechtelijke rechters.

Daarmee is geen sprake van aansluiting bij een bestaand systeem, maar van een systeem dat eerst moet worden aangepast om passend te worden gemaakt. Dat roept de

vraag op hoe vanzelfsprekend die keuze werkelijk is.

Surinaamse Hoge Raad

Tegen deze achtergrond blijft één optie opvallend onderbelicht: de ontwikkeling van een eigen Surinaamse Hoge Raad.

Een nationale hoogste rechter zou niet alleen de soevereiniteit behouden, maar ook aansluiten bij het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW 2025) en de bestaande rechtspraktijk. De Surinaamse

rechtsorde is geworteld in de civil law traditie, waarin rechtsontwikkeling via codificatie plaatsvindt, recent bevestigd met het NBW.

Het uitbesteden van cassatierechtspraak aan een externe instantie binnen een andere rechtscultuur brengt het risico mee dat die ontwikkeling zich losmaakt van de gekozen systematiek. Juist daarom ligt een eigen Hoge Raad juridisch

meer voor de hand. Toetreding tot de CCJ impliceert een aantasting van de soevereiniteit van Suriname, in die zin dat het laatste woord in de nationale rechtsorde wordt overgedragen aan een externe rechterlijke instantie.

Dat kan een bewuste keuze zijn, maar vereist een heldere erkenning van die consequentie. Juist daarom dient

bij deze rechtskeuze het behoud van nationale rechtsmacht en soevereiniteit centraal te staan.

Civil law is geen technisch vraagstuk

Het verschil tussen civil law en common law wordt erkend, maar gereduceerd tot een technisch probleem dat door de CCJ met een aparte kamer kan worden opgelost.

Daarmee wordt de kernvraag vermeden. Het gaat

niet slechts om procedure of taal, maar om fundamenteel verschillende manieren van rechtsvorming. De vraag is niet of het verschil kan worden gemanaged, maar of het systeem als geheel past.

Wanneer de rechter zijn rol verschuift

De rol van de CCJ roept daarnaast principiële vragen op. Een rechterlijke instantie behoort onafhankelijk en

terughoudend te zijn, zeker bij uitbreiding van haar eigen bevoegdheid.

Wanneer diezelfde instantie actief haar toekomstige jurisdictie mede vormgeeft, ontstaat een spanningsveld. De rechter beweegt zich dan van arbiter naar actor. Dat vraagt om kritische reflectie.

De vraag naar motieven

De promotie van de CCJ-richting is bovendien niet incidenteel, maar kent een opvallende

continuïteit en intensiteit. Wanneer een koers zo nadrukkelijk wordt uitgedragen, ligt het voor de hand om te vragen waar die inzet uit voortvloeit.

Die vraag is geen verdachtmaking, maar een uitnodiging tot transparantie. In een debat dat raakt aan de inrichting van de hoogste rechtspraak is het van belang dat niet

alleen de argumenten, maar ook de onderliggende overwegingen inzichtelijk zijn. Daarbij past ook de vraag of, naast inhoudelijke overtuigingen, andere factoren, waaronder persoonlijke of institutionele belangen, een rol spelen.

De kernvraag

Wat ontbreekt, is een duidelijke Surinaamse analyse: wat heeft de rechtsorde nodig, en welke structuur past daarbij?

Zolang die vraag niet centraal

staat, blijft het risico bestaan dat niet Suriname zelf, maar een reeds gepositioneerde externe instantie de richting bepaalt.

De vraag is daarom fundamenteel en onvermijdelijk:

Wie bepaalt de toekomst van het Surinaamse recht: Suriname zelf, of een hof dat zich daar al nadrukkelijk voor in positie heeft gebracht?

Voor mij is dit debat

daarmee afgesloten. Onze rechtspraak is geen exportproduct.

Iris Nazir

Advocaat