• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Suriname kan door UNESCO geplaatst worden op de lijst van World Heritage in Danger

Ingediend door admin op

De VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, de UNESCO, heeft een paar keer aan de bel getrokken omdat Suriname zich niet houdt aan de regels om de status van werelderfgoed te behouden. Het nieuwe gebouw van De Nationale Assemblée (DNA) aan de Henck Arronstraat en de parkeergarage aan de domineestraat, zijn daar voorbeelden van.

Bij de bouw van de vergaderzaal van DNA is geen rekening gehouden met de wensen van de UNESCO. Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) sloeg enige tijd geleden alarm en waarschuwde dat de bouw van een 10 verdiepingen tellende parkeergarage aan de Domineestraat een ernstige bedreiging

vormt voor de Outstanding Universal Value (OUV) ofwel de uitzonderlijke universele waarde van de historische binnenstad.

Maar, zegt Steven Fokké, directeur van Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES), ‘je wordt niet gelijk van de lijst geschrapt’. Er is een bepaalde procedure. De volgende stap is de “World Heritage in Danger”. Hierbij worden aanbevelingen gedaan en krijg je als land enkele jaren de gelegenheiod om aan te werken.

Als het land dan nog geen gehoor geeft, kan het van de lijst geschapt worden.

Minister Ramsaran bij herdenking gesneuvelden binnenlands conflict: “Wij eren uw moed en wij erkennen uw offer”

Ingediend door admin op

Vandaag werd er voor de negende keer een herdenkingsceremonie gehouden ter nagedachtenis van de 72 gesneuvelde militairen van het binnenlands gewapend conflict 1986-1992. Dit vond middels een kranslegging plaats bij het monument aan de Gravenberchstraat. Volgens minister Uraiqit Ramsaran van Defensie heeft het binnenlands conflict diepe littekens achtergelaten. “Het binnenlands conflict heeft diepe littekens nagelaten in families, dorpen en in het hart van onze natie. Maar het liet ons ook iets anders na. De herinnering aan moed, opoffering en toewijding van deze 72 militairen. Vandaag herdenken we hen niet enkel met een ceremonie of symbolen, maar met iets diepers. En

dat is erkenning. Als volk dragen wij de verantwoordelijkheid om hun nagedachtenis levend te houden. Zij stierven in een uniform in dienst van de republiek Suriname. Op een moment waarop het land onzeker was over haar eigen toekomst.  Vandaag zeggen wij als land, als samenleving: wij zijn u niet vergeten. Wij eren uw moed en wij erkennen uw offer. Niet met lege woorden, maar met onze aanwezigheid, daden en met de vaste overtuiging dat hun nalatenschap richting blijft geven”, zei de bewindsman.

Volgens de minister is het verlies voor de nabestaanden diep en blijvend. “Aan de nabestaanden spreek ik vandaag niet

alleen als minister van defensie, maar als medemens. Uw verlies is diep en blijvend.U leeft al jaren met een leegte die we nooit volledig kunnen vullen. Toch staat u hier moedig, waardig en krachtig. En daarvoor betuigen wij onze diepe dank. Dank dat u uw dierbare heeft gedeeld met het land. Dank dat wij vandaag in vrijheid leven. Dankzij wat zij hebben gegeven aan ons land. De Staat erkent hun dienst en belooft u dat hun namen zullen blijven klinken in de herinnering van Suriname. Van hieruit wil ik ook de samenleving oproepen. Laat ons leren van het verleden. Laat ons samenwerken aan een toekomst waarin conflicten niet meer tot wapens leiden, maar waarin we kiezen voor dialoog, rechtvaardigheid en nationale eenheid”, aldus minister Ramsaran.

De bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Werner Kioe A Sen, gaf aan dat de 72 militairen hun namen misschien niet in elk geschiedenisboek opgenomen zijn, maar wel in het hart van elke militair en elke Surinamer doorleven.  “Uw zoon, partner, vader, neef of oom is ook onze held. Uw strijd leeft voort in onze waarde, in onze vlag en dienst. We kunnen hun leven niet terugbrengen, maar wij kunnen en zullen hun nalatenschap elke dag opnieuw eren. En aan onze jonge militairen zeg ik: de offers van deze  72 mannen zijn geen verre echo uit het verleden. Ze zijn een kompas voor ons heden, hun moed, discipline en vaderlandsliefde. Het moet onze standaard zijn. Laat 21 juni niet alleen een dag van rouw zijn, maar een dag van hernieuwde beloften die wij als defensieapparaat en als volk nooit zullen vergeten. En dat wij alles eraan doen om te voorkomen dat wij ooit nog tegenover elkaar komen te staan, in plaats van naast elkaar”, aldus de bevelhebber.

Defensie brengt eerbetoon aan gesneuvelde militairen 1986-1992

Ingediend door admin op

Het ministerie van Defensie heeft eerbetoon gebracht aan militairen die gesneuveld zijn tijdens het binnenlands gewapend conflict. Op maandag 21 juli werd ter nagedachtenis van deze groep een herdenkingsceremonie gehouden bij het Monument Gesneuvelde Militairen 1986-1992 aan de Gravenberchstraat. Deze activiteit vond plaats in samenwerking met de Stichting Re-integratie Ex-Militairen. Met deze jaarlijkse herdenking, die voor de negende keer plaatsvond, wordt respect bewezen aan de 72 militairen die in een bewogen periode hun leven hebben gegeven voor het land.

De ceremonie werd bijgewoond door onder anderen nabestaanden, oud-strijders en vertegenwoordigers van de krijgsmacht. Voor velen is het niet alleen een

moment van bezinning, maar ook van kracht en verbondenheid. In zijn toespraak onderstreepte defensieminister Uraiqit Ramsaran het diepere belang van de herdenking als volgt: “Vandaag nemen we een moment van stilte. Niet zomaar stilte, maar stilte met betekenis. Betekenis voor de militairen die hun leven gaven voor onze vrijheid, voor onze veiligheid en voor de toekomst van ons land.”

De bewindsman wees erop dat achter iedere naam op het monument een verhaal schuilt, van gezinnen, toekomstdromen en levens die abrupt werden afgebroken. Hij sprak zijn dank uit aan de nabestaanden voor hun moed en blijvende betrokkenheid. “Dank, dat u uw dierbaren

heeft gedeeld met het land.” Daarnaast deed minister Ramsaran een oproep aan de samenleving om te blijven leren van het verleden en te streven naar een toekomst waarin dialoog en rechtvaardigheid het geweld vervangen.

De bevelhebber van het Nationaal Leger, kolonel Werner Kioe A Sen, sprak over het blijvende belang van deze dag voor de krijgsmacht. “We staan stil bij de offers van jonge militairen, die het uiterste hebben gegeven. Wat zij hebben gedemonstreerd, moet ons als leiders blijven inspireren.” De legeraanvoerder benadrukte dat de moed en het plichtsbesef van deze militairen richtinggevend zijn voor elke nieuwe generatie in dienst.

Bevelhebber Kioe A Sen wees ook op het belang van blijvend contact met de groep van nabestaanden en oud-militairen, waarin er ruimte moet zijn voor communicatie, erkenning en ondersteuning. De ceremonie werd afgesloten met het leggen van kransen door de minister, de bevelhebber en nabestaanden, gevolgd door een muzikaal eerbetoon. Voor elke gesneuvelde werd er door een nabestaande of militair een vlag geplaatst bij het monument.

TULSI GABBARD BEWIJST: OBAMA ADMINISTRATIE VERANTWOORDELIJK VOOR ‘COUP POGING’ IN 2016

Ingediend door admin op

Directeur van Nationale Inlichtingen (DNI) Tulsi Gabbard heeft afgelopen vrijdag met de declassificatie van schokkende documenten een politieke aardbeving veroorzaakt in Washington. De vrijgegeven inlichtingen bewijzen, zo stelt Gabbard en een reeks Republikeinse wetgevers, dat de Obama-administratie opzettelijk inlichtingen manipuleerde om het valse narratief van Trump-Rusland samenzwering te creëren. Deze onthullingen zetten de rol van de voormalige presidentiële staf en de inlichtingendiensten in een nieuw licht en roepen op tot verantwoording op het hoogste niveau.

De kern van de explosieve documenten is een ‘Presidential Daily Brief’ van 8 december 2016. Hierin stond expliciet vermeld dat Russische actoren “geen impact hadden op

de recente Amerikaanse verkiezingsresultaten door kwaadaardige cyberactiviteiten tegen verkiezingsinfrastructuur.” Echter, zo beweren de gedeclassificeerde documenten, onderdrukten ambtenaren van de Obama-administratie deze cruciale bevinding. Sterker nog, er werd opdracht gegeven aan inlichtingendiensten om een geheel nieuw narratief te creëren dat “direct in tegenspraak was” met hun oorspronkelijke, feitelijke conclusies. Dit zou de basis hebben gelegd voor de jarenlange “Russiagate”-saga die president Trump zou teisteren.

DNI Tulsi Gabbard staat centraal in deze ontwikkeling. Zij beschouwt de vrijgave van de documenten als een cruciale stap in het ter verantwoording roepen van degenen die zij beschuldigt van een “jarenlange coup tegen Trump.” Gabbard windt er

geen doekjes om en verklaart haar drijfveer: “Hun doel was om president Trump te usurperen en de wil van het Amerikaanse volk te ondermijnen. Hoe machtig ook, elke persoon die bij deze samenzwering betrokken is, moet worden onderzocht en vervolgd met de volle omvang van de wet. De integriteit van onze democratische republiek hangt ervan af.” Ze heeft aangekondigd alle documenten over te dragen aan het Amerikaanse Ministerie van Justitie voor strafrechtelijke verwijzing, wat de weg effent voor mogelijke aanklachten tegen hoge voormalige inlichtingenfunctionarissen.

De reacties van Republikeinse zijde zijn fel en richten zich direct op de voormalige bewoners van het Witte Huis. Voorzitter van het Huis Mike Johnson (R-LA) spreekt van een “politieke aanslag, gefabriceerd door Obama-functionarissen en misbruikt door inlichtingendiensten om president Trump ten val te brengen.” Senator Marsha Blackburn (R-TN) stelt dat de “Obama-administratie de basis legde voor de Rusland-hoax die was gecreëerd om president Trump dwars te zitten tijdens zijn eerste termijn.”

De meest gedetailleerde beschuldiging komt van Afgevaardigde Greg Steube (R-FL), lid van de House Intelligence Committee. Hij schetst hoe “Obama’s team een Presidential Daily Briefing terugtrok die bewijzen leverde dat Rusland de verkiezingen niet aan Trump had gegeven – en droeg vervolgens inlichtingendiensten op om het verhaal om te draien en de Russiagate-hoax te pushen.” Deze leugen, zo voegt hij eraan toe, werd de basis voor het Mueller-onderzoek.

De onthullingen, die volgens Afgevaardigde Pat Harrigan (R-NC) “Watergate op een amateurtje laten lijken,” zullen naar verwachting verstrekkende gevolgen hebben voor het vertrouwen in de Amerikaanse inlichtingengemeenschap. Senator Tom Cotton (R-AR) waarschuwt dat het “decennia zal duren voordat de inlichtingengemeenschap zich herstelt van de schade die is aangericht tijdens de presidentschappen van Obama en Biden.”

REGIO|USA

Verdachte aangehouden ter zake poging moord, zware mishandeling en bedreiging ex-vriendin

Ingediend door admin op

De 40-jarige verdachte I.T. is op zondag 20 juli 2025 door de politie van het bureau Livorno op zijn woonadres in het ressort Livorno opgespoord en aangehouden voor poging moord, zware mishandeling en bedreiging van zijn ex-vriendin.

Het slachtoffer V.L. (35) deed op diezelfde dag aangifte tegen hem ter zake op het eerder aangegeven politiebureau. Uit het voorlopige politioneel onderzoek is naar voren gekomen dat het slachtoffer 14 jaar een relatie had met I.T., waaruit er twee kinderen zijn geboren. Daar de man vaker onder invloed van alcohol verkeerde, besloot V.L. de relatie te beëindigen. De verdachte begaf zich op

17 juli 2025 naar de woning van de vrouw om zijn kinderen te bezoeken. Op een bepaald moment bracht hij zijn ex-partner naar de supermarkt om wat spullen te kopen. Door zijn agressief gedrag ontstond er in de winkel ruzie tussen het tweetal. Hierna bracht hij de vrouw weer naar haar woning, waarbij hij bij aankomt de zijn ex-partner een harde duw gaf, waardoor zij kwam te vallen. Terwijl de vrouw op de grond lag, bracht hij haar vuistslagen toe op haar hoofd en schopte haar meerdere keren in de buik en arm. Ook kneep hij haar keel dicht, waardoor
zij in ademnood kwam te verkeren. De zus van het slachtoffer en een buurvrouw konden erger voorkomen. Onder begeleiding van familieleden werd het slachtoffer vervoerd naar het politiebureau voor het doen van aangifte.

De verdachte I.T. is na afstemming met het Openbaar Ministerie hangende het onderzoek door de politie in verzekering gesteld

Bruggen op Weg naar Apoera hersteld

Ingediend door admin op

De bruggen van West-Suriname, op de weg naar Apoera, zijn hersteld. Deze zijn enkele weken geleden vanwege de extreem hoge waterstand, weggespoeld. Hierdoor was verkeer naar en van Apoera voor enige tijd niet mogelijk. De vorige bruggen waren gemaakt van boomstammen.

Het districtscommissariaat van Kabalebo meldt dat de noodbrug bij Mozeskreek volledig hersteld is. Eerder werd die ten hoogte van de Van Ams kreek al hersteld. Er is met man en macht gewerkt met bedrijven die in dat gebied operationeel zijn om de bruggen te herstellen. Met het herstel van de brug over de Mozeskreek is nu alle verkeer

weer mogelijk.

De verschillende bedrijven in het gebied hebben hun bijdrage geleverd aan het herstel; hetzij in de vorm van benzine, arbeid of de inzet van machines. De districtscommissaris bedankt alle actoren die hebben meegewerkt aan het herstel.

USD 30 miljoen voor PURP 2; Toren van Financiën wordt gerestaureerd

Ingediend door admin op

De Toren van Financiën, die in ermbarmelijke staat verkeerd, zal eindelijk gerestaureerd worden. Samen met een aantal andere projecten, is dit onderdeel van PURP-2. Het Paramaribo Rehabilitatie Programma (PURP) wordt gefinancierd met leningen van de Inter American Development Bank (IDB). Voor fase 2 is een aditionele lening van USD 30 miljoen goedgekeurd.

In fase 1, die startte in 2017, is met een lening van USD 20 miljoen al heel wat gerealiseerd, waaronder de restauratie van het oud DNA-gebouw en het mionisterie van Algemnene Zaken, de restauratie van de Mirandastraat 10, van de Zeelandiaweg 3, de gebouwen aan de Waterkant

30 en 32: Dienst Sociale Zaken en Volkshuisvesting en de vervraaiing en renovatie van Fort Zeelandia & Het Kerkplein.

In fase 2 van het programma zal de renovatie van verschillende historische gebouwen plaatsvinden, waaronder de Toren van Financiën, Heerenstraat 10-12, Mirandastraat 5-7, Museumgebouw 1790 en voor de projecten ‘Beheer en Administratie van Monumenten en Monumentale Panden’ en ‘Implementatie van het Parkeerbeleid’.

Het project gaat volgend jaar, in 2026, van start.

CHIQUITA TREKT ZICH TERUG UIT PANAMA: EEN WAARSCHUWING DIE SURINAME MOET WAKKER SCHUDDEN

Ingediend door admin op

De recente beslissing van Chiquita Brands om al haar activiteiten in Panama te staken en ruim duizend werknemers te ontslaan, is meer dan louter nieuws uit Centraal-Amerika. Het is een terugkerend fenomeen in Zuid-Amerikaanse en Caribische landen en dient als een luide waarschuwing voor Suriname, dat de potentie heeft om een belangrijke speler te worden in de mondiale bananenexport, maar ook de littekens van het verleden draagt.

De Amerikaanse bananengigant Chiquita heeft een definitieve streep gezet onder haar aanwezigheid in Panama. Dit resulteert in het ontslag van 1.189 resterende werknemers, een besluit dat op 18 juli 2025 van kracht wordt. Eerdere

stakingen hadden al geleid tot het schrappen van zo’n 5.000 banen. De directe gevolgen zijn desastreus voor de provincie Bocas del Toro, waar de haven van Almirante – ooit Chiquita’s belangrijkste bananenterminal – al maanden inactief is. Chiquita was een levensader voor de lokale economie, en haar vertrek laat een enorme leegte achter, met onzekerheid over de toekomst van de uitgebreide logistieke infrastructuur.

Een Bittere Geschiedenis van Afhankelijkheid en Vertrek

Deze gebeurtenis in Panama is geen op zichzelf staand incident in de regio. De geschiedenis van Latijns-Amerika is doorspekt met verhalen over machtige fruitmaatschappijen – vaak de voorlopers van Chiquita – die

diep ingrepen in de lokale economieën en zelfs politieke systemen, wat leidde tot de term ‘bananenrepubliek’. Bedrijven vestigden zich, profiteerden groots, maar lieten bij vertrek vaak een spoor van economische ruïnes en werkloosheid achter.

Suriname kent deze pijnlijke erfenis maar al te goed. In de jaren zestig probeerde Chiquita zelf voet aan de grond te krijgen in de Surinaamse bananensector, maar stuitte op politieke weerstand. Het Belgische FAI (Fruit Agricultural Industries) nam die rol over en beheerste jarenlang de Surinaamse bananenexport. Echter, begin jaren 2000 herhaalde de geschiedenis zich op een bittere wijze: FAI vertrok plotseling, met miljoenen aan schulden en onbetaalde verplichtingen. Duizenden Surinamers verloren hun baan, plantages bleven verlaten achter, en de staat en de gemeenschappen werden berooid achtergelaten.

De Huidige Status van de Surinaamse Bananenindustrie

Na het vertrek van FAI werd de bananensector in Suriname in 2002 via de Stichting tot Behoud van de Bananensector in Suriname (SBBS) een staatsbedrijf, mede dankzij steun van de Europese Unie. Hoewel er periodes waren van succes, zoals het behalen van het ‘Global GAP’-certificaat in 2008 voor export naar de Europese markt, kampte SBBS ook met uitdagingen zoals stakingen en de wereldwijde economische crisis. In 2014 vond een privatisering plaats, waarbij een Nederlandse groep, onderdeel van het voedingsimperium van de Belgische ondernemer Hein Deprez, 90 procent van de aandelen overnam. Echter, ook deze investering liep uit op een financiële kater voor Suriname, met schulden van miljoenen dollars en de noodzaak voor de Surinaamse overheid om in 2020 noodgedwongen het roer weer over te nemen. De bananensector in Suriname is vandaag de dag een relatief kleine speler op de exportmarkt vergeleken met andere exportproducten als goud, maar het potentieel blijft onmiskenbaar.

Een Oproep tot Economische Zelfbeschikking

Het scenario in Panama moet een wake-upcall zijn voor Suriname. Gezien de vruchtbare gronden, het geschikte klimaat en de ligging heeft Suriname alle faciliteiten om niet alleen een groot bananenexportland te worden, maar dit op een duurzame en soevereine wijze te doen. De les van het verleden is duidelijk: overmatige afhankelijkheid van externe spelers en gebrek aan controle over de eigen keten kan leiden tot economische en sociale rampspoed.

Nu Minister Basaron zijn ambitie uitspreekt om de kloof tussen publieke en private sector te dichten en Suriname naar “zelfbeschikking” te leiden, ligt er een cruciale taak om de bananensector – en andere strategische sectoren – te herstructureren. Dit betekent investeren in lokale capaciteit, het ontwikkelen van duurzame productieprocessen, diversificatie van exportmarkten en het creëren van een robuuste, eerlijke keten die Surinaamse arbeiders en de Surinaamse economie op de lange termijn ten goede komt. Alleen zo kan Suriname voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt en de rijke potentie van haar land ten volle benut wordt.

UNITEDNEWS

SCIF EN SEP SLAAN DE HANDEN INEEN VOOR ONDERNEMERSCHAP IN SURINAME

Ingediend door admin op

Foto: Fondsoprichter Grace Boldewijn en SEP-voorzitter Chas Mijnals

Het Suriname Capital Investment Fund (SCIF) en de stichting Suriname Entrepreneurs Platform (SEP) hebben op 15 juli 2025 hun samenwerking officieel bekrachtigd met het ondertekenen van een overeenkomst.

Het partnerschap heeft als doel ondernemerschap in Suriname te stimuleren en te ondersteunen, met een gedeelde inzet op begeleiding, coaching en verantwoorde financiering.

SCIF, dat investeerders vanuit Nederland aantrekt voor participatie in het fonds, en SEP, dat zich inzet voor het versterken van het ondernemingsveld in Suriname, verwachten dat deze bundeling van krachten hun respectieve missies ten goede komt. Jonge ondernemers tonen grote interesse in leningen uit

het fonds, maar moeten voldoen aan strikte voorwaarden, waaronder het indienen van een kwalitatief ondernemingsplan.

Om die drempel te verlagen, nemen SCIF en SEP hun verantwoordelijkheid: ondernemers krijgen ondersteuning bij het opstellen van hun plannen en worden begeleid tijdens én na de financieringsfase.

“We laten hen niet los na het verstrekken van de lening,” aldus de gezamenlijke boodschap van beide organisaties.

SEP zal drie kerntaken vervullen: het begeleiden van financieringsaanvragen, het verlenen van deskundig advies en coaching, en het toezicht houden op en adviseren van ondernemers na verstrekking van de lening. SCIF blijft zich richten op het begeleiden van investeerders in het fonds.

De

samenwerking markeert een nieuwe fase in een jarenlange relatie. Fondsoprichter Grace Boldewijn en SEP-voorzitter Chas Mijnals werkten al in 2006 samen binnen de beweging ‘De Surinaamse Droom’, waarin welzijn en welvaart voorop staan.

Met deze overeenkomst zetten SCIF en SEP een volgende stap naar structurele economische groei in Suriname, gebouwd op ambitieus en goed ondersteund ondernemerschap.

UNITEDNEWS

 

Braziliaanse militaire adviseurs gedecoreerd

Ingediend door admin op

Op het Bureau van de Bevelhebber zijn op dinsdag 8 juli 2025, twee officieren van het Braziliaans Leger gedecoreerd door de bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Werner Kioe A Sen. Zij kregen daarbij de medaille voor speciale verdiensten in de graad van officier. Kapitein Alan Santos, die diende als instructeur en adviseur tijdens de Surinaamse Captain Career Course, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van ons officierskorps. Door het onderwijzen van meerdere essentiële tactische modules en het ondersteunen bij de voorbereiding van Surinaamse instructeurs, heeft kapitein Santos direct bijgedragen aan het versterken van de leiderschapskwaliteiten en

tactische deskundigheid van onze toekomstige commandanten.

Kapitein Wesley Ferreira, die diende als adviseur bij de Sport Eenheid Nationaal Leger, speelde een cruciale rol in het bevorderen van fysieke fitheid en het versterken van de cohesie binnen eenheden. Dankzij zijn inzet werden tal van sportevenementen georganiseerd zoals de CISM Day Run, wat het moreel en de teamgeest heeft versterkt. Kapitein Ferreira’s toewijding aan de Test Fysieke Gesteldheid, die om de zes maanden wordt gehouden, en de herziening van ons fysieke fitheidshandboek hebben geleid tot een verbetering en standaardisering van de fysieke paraatheid binnen onze gelederen. De officieren keren eind juli 2025 terug

naar Brazilie na een jaar te hebben gewoond in Suriname samen met hun gezin.