
Gajadien en de misleidende rekensom van 1.300 stemmen
| waterkant | Door: Redactie
[INGEZONDEN] – Het ingezonden artikel ‘Gajadien is 1.300 stemmen waard, kan geen voorzitter van VHP worden’ op Waterkant.Net, probeert met verkiezingscijfers een conclusie te bewijzen die die cijfers eenvoudigweg niet kunnen dragen. Dat is de fundamentele zwakte van de analyse.
Dat Asiskumar Gajadien in 2025 1.316 voorkeurstemmen behaalde, is een verkiezingsfeit. Maar daaruit volgt niet dat hij daarom geen voorzitter van de VHP zou kunnen worden. De schrijver maakt van een electoraal resultaat een geschiktheidscriterium voor een interne partijfunctie, zonder eerst aan te tonen waarom juist dat criterium doorslaggevend zou moeten zijn.
Daarmee wordt de titel al misleidend stellig.
Gajadien heeft niet beweerd dat zijn persoonlijke verkiezingsresultaat irrelevant is. Hij heeft erop gewezen dat de bevoegde partijstructuren bepalen wie binnen de VHP voldoende steun heeft om voorzitter te worden. Dat is geen vlucht uit de discussie, maar juist de kern van een interne partijverkiezing.
Het artikel probeert daar een tegenstelling van te maken: maatschappelijk draagvlak tegenover
Daarmee wordt een politieke voorkeur vermomd als een cijfermatige conclusie.
De vergelijking tussen verkiezingen schiet tekortOok de historische vergelijking overtuigt niet. De schrijver gebruikt de verkiezingen in Suriname van 2015, 2020 en 2025 om een patroon te construeren, terwijl hij zelf erkent dat de verkiezingsstelsels in die jaren wezenlijk van elkaar verschilden. In 2015 en 2020 werd gewerkt binnen districten; in 2025 gold een landelijk kiesstelsel. Hij noemt die methodologische beperking terecht, maar doet vervolgens alsof zij voor zijn eindconclusie nauwelijks betekenis heeft. Dat is te gemakkelijk.
Ook binnen één verkiezingslijst kan het persoonlijke stemmentotaal niet zonder meer worden gelezen als een zuivere meting van persoonlijke aantrekkingskracht. Kandidaten opereren niet vanuit dezelfde politieke positie, beschikken niet over dezelfde bekendheid, netwerken, zichtbaarheid of campagnecapaciteit en hebben niet noodzakelijk
De stelling dat kandidaten op dezelfde lijst “precies dezelfde omstandigheden” delen en dat vervolgens alleen overblijft “wat kiezers van hen persoonlijk vinden”, is dan ook veel te absoluut. Een verkiezing meet stemgedrag. Zij meet niet automatisch leiderschap.
De sprong van stemmen naar leiderschapDat onderscheid wordt in het artikel onvoldoende bewaakt. Nog problematischer wordt het wanneer schrijver van het artikel uit de rangorde van kandidaten vervolgens een oordeel over Gajadiens geschiktheid voor het voorzitterschap afleidt. Dat is een klassieke redeneerfout: eerst wordt één indicator gekozen, vervolgens wordt die indicator als beslissend verklaard en tenslotte wordt de uitkomst daarvan gepresenteerd als objectieve diagnose.
Maar waarom zou iemand die op een bepaalde verkiezingslijst minder voorkeurstemmen behaalt dan een andere kandidaat daardoor automatisch minder geschikt zijn om een politieke organisatie te leiden?
Die conclusie volgt nergens logisch uit.
Bovendien
Een partijvoorzitter moet immers meer kunnen dan stemmen behalen. Organisatie, politieke ervaring, visie, interne verbinding, strategisch vermogen en het vermogen om een partij na een verkiezingsnederlaag opnieuw te positioneren zijn eveneens onderdelen van politiek leiderschap.
Het artikel zegt daar nauwelijks iets over.
Dat is opvallend, juist omdat Gajadien niet slechts als kandidaat wordt besproken, maar als fractievoorzitter, ondervoorzitter en mogelijke toekomstige partijleider. Zijn politieke functioneren wordt vervolgens vrijwel volledig teruggebracht tot een reeks verkiezingsuitslagen.
Dat maakt de analyse niet scherper, maar smaller.
Ook de suggestie dat Gajadien, omdat hij volgens de schrijver meerdere keren onder zijn lijstpositie heeft gepresteerd, de partij zou vragen te vertrouwen
Het sterkste punt van het artikel — de verkiezingscijfers — is daarmee tegelijkertijd zijn grootste zwakte. De cijfers zijn echt, maar de betekenis die eraan wordt gegeven is niet vanzelfsprekend.
Niemand hoeft Gajadien op basis van zijn functie of verleden automatisch tot voorzitter te verklaren. Maar evenmin kan een commentator hem op basis van 1.316 voorkeurstemmen politiek diskwalificeren.
Laat de VHP zelf beslissenDat is uiteindelijk aan de VHP. De interne partijstructuren zullen moeten bepalen wie zich kandidaat stelt, wie steun krijgt en wie uiteindelijk het vertrouwen van de partij krijgt. Als Gajadien dat vertrouwen niet heeft, zal hij de strijd verliezen. Als hij het wel heeft, kan geen verkiezingsanalyse uit 2025 die democratische beslissing vooraf ongeldig verklaren.
Het probleem zit daarom niet bij de 1.300 stemmen van Gajadien, maar bij de
Een verkiezingsuitslag kan aantonen hoeveel voorkeurstemmen een kandidaat heeft gekregen.Zij kan niet zelfstandig bepalen wie een partij mag leiden.En precies op dat punt gaat deze analyse de mist in.
Stephen Slagveer
| waterkant | Door: Redactie




































