
Cotino over Comptabiliteitswet: “Plan van aanpak mag geen kladje zijn”
| suriname herald | Door: Redactie
De regering mag alleen extra ruimte krijgen voor de implementatie van de Comptabiliteitswet 2024 als daar een concreet, strak controleerbaar en bindend plan van aanpak tegenover staat. Dat stelde de voorzitter van de commissie van rapporteurs, Rossellie Cotino, dinsdag tijdens de behandeling van de wijziging van de Comptabiliteitswet 2024 in De Nationale Assemblée. Volgens haar mag het implementatieplan “geen votje of kladje” zijn, maar moet het integraal onderdeel vormen van de wet, zodat het parlement de voortgang daadwerkelijk kan monitoren.
Volgens Cotino moet de zesmaandelijkse evaluatie van de uitvoering rechtstreeks gekoppeld worden aan het plan van aanpak dat door de minister van Financiën is ingediend. “Het plan van aanpak mag niet gewoon een votje zijn, niet gewoon een kladje zijn, maar het moet een wezenlijk onderdeel zijn van wat we hier behandelen,” stelde zij.
Cotino wees erop dat de verruiming van de overgangsbepaling volgens de regering bedoeld is als tijdelijk
“Met hoeveel jaren zijn wij bereid te verruimen? Hoeveel jaren achten wij voldoende om die voorbereidingen op te starten en te implementeren?” vroeg zij zich af.
Slechte voorbereiding aangehaald Volgens Cotino is er bij de aanneming van de Comptabiliteitswet 2024 onvoldoende voorbereid werk verricht. Zij stelde dat noodzakelijke flankerende wetgeving niet direct is meegenomen en dat daardoor nu opnieuw tijd gevraagd wordt.
De NDP-parlementariër zei verder dat zij uit de beantwoording van de minister heeft begrepen dat het IMF een macro-economisch expert beschikbaar stelt aan het ministerie van Financiën om samen met andere vakministeries te werken aan onder meer het vijfjarenplan en het zogeheten midterm fiscal framework. “Dit geeft een zekere mate van garantie dat het plan van aanpak ook goed geïmplementeerd kan worden,” merkte zij op.
Volgens Cotino bestaat
Wel vroeg zij om meer duidelijkheid over de exacte start- en eindmomenten van fase twee.
Capaciteitsproblemen blijven zorgpunt Een belangrijk aandachtspunt voor Cotino blijft het tekort aan uitvoeringscapaciteit bij het ministerie van Financiën en andere ministeries. “In het plan van aanpak zie ik niet concreet hoe dit tekort aan capaciteit zal worden opgevangen,” stelde zij. Ook wilde zij weten of incentives zullen worden gegeven aan functionarissen om stagnatie tijdens de uitvoering te voorkomen.
Daarnaast wees Cotino op de toevoeging van artikel 2 in het gewijzigde voorstel, waarin een zesmaandelijkse evaluatie van de voortgang van de implementatie wordt opgenomen. Hoewel zij het positief noemde dat de minister tegemoetkomt aan voorstellen vanuit het
Discussie over termijn van drie jaar Binnen het parlement ontstond discussie over de vraag of de regering drie jaar de tijd moet krijgen voor de implementatie van de Comptabiliteitswet 2024. Cotino gaf aan persoonlijk achter drie jaar te staan, mits er sprake is van “strakke evaluatie” en “strakke monitoring”, zonder mogelijkheid tot verlenging.
“As we zeggen dat de regering twee jaren nodig heeft met een mogelijkheid tot een jaar verlenging, dan zeggen we in principe hetzelfde,” zei zij. Volgens haar moet voorkomen worden dat de regering later opnieuw naar het parlement moet terugkomen om extra uitstel te vragen.
Tijdens de interruptieronde kreeg Cotino steun van verschillende assembleeleden. Geneviévre Jordan (ABOP)
Fractieleider Ronny Asabina (BEP) stelde vragen over de status van de aangepaste ontwerpwet en vroeg zich af of formeel sprake is van een nota van wijziging. Daarnaast gaf hij aan dat de termijn mogelijk korter kan dan drie jaar als de bestuurscultuur wordt aangepast.
Vanuit de oppositie uitte Mahinder Jogi (VHP) kritiek op de verruiming van de overgangsbepaling. Volgens hem kiest de regering “voor de weg van de minste weerstand”.“Regels veranderen, wetten veranderen en het bestuur van het land naar je hand zetten,” zei Jogi. Hij waarschuwde dat het gevaar bestaat
Daartegenover stelde Rabin Parmessar (NDP) dat realisme noodzakelijk is. Volgens hem was het onmogelijk om de wet binnen tien maanden volledig te implementeren.“Laat iemand me uitleggen dat dit binnen een jaar kan,” zei Parmessar, verwijzend naar de hoeveelheid wetgeving, automatisering en hervormingen die nog uitgevoerd moeten worden.
Ook Jennifer Vreedzaam (NDP) verwees naar de eerdere Comptabiliteitswet van 2019, waarvoor volgens hem al vanaf 2016 voorbereidingen waren getroffen, inclusief trainingen en IFMIS-sessies.
Cotino: “Ik kies voor een goede aanpak” In haar slotreactie benadrukte Cotino opnieuw dat het parlement alleen effectief toezicht kan houden als het implementatieplan integraal onderdeel wordt van de wet of de memorie van toelichting. “Willen we die wet goed uitvoeren of willen we elke keer weer dat de regering naar hier komt om verruiming te vragen? Ik kies niet voor het tweede,” aldus Cotino.
Zij stelde dat de minister tijdens
| suriname herald | Door: Redactie



































