
Column: Volksvertegenwoordigers of belangenvertegenwoordigers
| starnieuws | Door: Redactie
Vooraf moet goed worden vastgesteld dat de maatschappelijke verontwaardiging over de bezoldiging van leden van de rechterlijke macht, waarbij de procureur-generaal inmiddels op een salarisniveau van meer dan SRD 1 miljoen uitkomt, geen op zichzelf staand incident is. Het is vooral geen gemaakte fout in de wet Rechtspositie Rechterlijke macht. Het is een bewuste keus. Nu die keus is ontrafeld en blootgelegd, wordt ook het accent gelegd dat het hier gaat om een symptoom van een dieper probleem binnen onze wetgevende cultuur.
Opvallend
De ophef is groot, maar de realiteit is dat dit probleem niet nieuw is. Tal van wetten, zowel regeringsvoorstellen als initiatiefwetten, worden regelmatig aangenomen zonder voldoende maatschappelijke toetsing. Wetten missen aansluiting bij de economische realiteit, zijn taalkundig gebrekkig geformuleerd en bevatten complexe terminologie die zelfs voor uitvoerende instanties moeilijk te begrijpen zijn.
De kwestie rond de rechtspositie van de
De discussie raakt ook aan de competentievraag. Inmiddels blijkt dat initiatiefnemers niet altijd zelf de wetsteksten samenstellen, wat op zich begrijpelijk is, aangezien wetgevingsjuristen het parlement ondersteunen. Maar uiteindelijk rust de verantwoordelijkheid bij zowel parlement als regering. Zij keuren wetten goed, slaan deze en kondigen ze af. Hoe kan het dan dat geen van de vele instanties waarlangs deze wet passeerde, tijdig heeft vastgesteld dat de maatschappelijke balans volledig zoek is en het onrecht tegenover de samenleving onacceptabel is?
Dat de kwestie uiteindelijk via Eugène van der San naar buiten kwam, maakt de reactie des te opmerkelijker. In
De vraag dringt zich opnieuw op: zijn parlementariërs volksvertegenwoordigers of partijvertegenwoordigers? Onder het mom van het ‘synchroniseren’ van de drie staatsmachten, waar letterlijk niets van is terechtgekomen, is een wet geproduceerd die vooral de financiële positie van leden van de rechterlijke macht veiligstelt, tijdens hun actieve dienst en zelfs daarna.
Ondertussen blijven cruciale beroepsgroepen zoals leerkrachten, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers jaar in jaar uit in onzekerheid verkeren. Salarissen laten op zich wachten, overuren worden laat uitbetaald en vakbonden moeten herhaaldelijk onderhandelen over basisvoorzieningen. Waarom lukt het niet om voor deze groepen duurzame structuurwetten vast te stellen? Waar blijft een dergelijke initiatiefwet van parlementariërs, die zelfs een riante vergoeding krijgen en claimen namens het volk een zetel
Het is dan ook begrijpelijk dat grote delen van de samenleving deze situatie ervaren als moreel onethisch en onrechtvaardig. Wanneer volksvertegenwoordigers zichtbaar voortvarend handelen voor topfuncties, maar niet voor brede maatschappelijke noden, ontstaat het gevoel dat politieke belangen zwaarder wegen dan publieke verantwoordelijkheid.
Deze kwestie mag dan ook niet met een sisser aflopen. Wetten kunnen worden herzien, gerepareerd of zelfs teruggeroepen. Maar belangrijker is dat er rekenschap wordt afgelegd aan de samenleving. Transparantie en verantwoordelijkheid zijn geen politieke opties, maar democratische verplichtingen. Het is nu aan parlement en regering om te bewijzen wie zij werkelijk vertegenwoordigen.
Wilfred Leeuwin
| starnieuws | Door: Redactie




































