
Afscheidsbeleid in Suriname
| starnieuws | Door: Redactie
In de column “De overheid wordt pas wakker als het mis gaat” noemt Wilfred Leeuwin de erfenis van problemen van de vorige regering. Suriname kent deze “erfenissen” als geen ander: een politieke cultuur waarin bestuurswisselingen regelmatig gepaard gaan met scherpe koerswijzigingen, personele verschuivingen en herziening van beleidslijnen. Dat is op zichzelf niet problematisch, het is een kenmerk van een democratische dynamiek. Maar wanneer een vertrekkend bestuur besluiten neemt die het volgende bestuur ernstig beperken, dan kan er sprake zijn van een bestuurlijke
Voorbeelden zijn er genoeg: het toekennen van lucratieve concessies en percelen, het aangaan van langdurige contracten, het benoemen van sleutelfiguren op strategische posities of het gunnen van grote infrastructurele werken. Zulke besluiten kunnen het nieuwe bestuur gijzelen, de beleidsvrijheid ondermijnen en het publieke vertrouwen schaden.
In bestuurlijke kringen staat deze werkwijze bekend als “afscheidsbeleid”. Het gaat dan om het nemen van ingrijpende besluiten vlak vóór een bestuurswisseling, soms inhoudelijk twijfelachtig of onvoldoende voorbereid, met als doel het volgende bestuur voor een voldongen feit te stellen. De term “afscheidsbeleid” is geen formeel juridisch begrip, maar een aanduiding van een bestuurlijke praktijk die zich voordoet in de nadagen van een zittend bestuur. Het gaat om besluiten die:
- Inhoudelijk twijfelachtig zijn, bijvoorbeeld omdat ze niet goed zijn onderbouwd of onvoldoende zijn afgestemd op lange termijn-belangen;
- Snel en zonder transparantie worden genomen, vaak buiten reguliere besluit-vormings-procedures om;
- Een
Ook Suriname heeft in de afgelopen decennia meerdere bestuurswisselingen gekend waarbij het nieuwe bestuur geconfronteerd werd met “erfenissen” van het vorige. Soms ging het om financiële verplichtingen, soms om beleidsmatige keuzes die moeilijk terug te draaien waren. In sommige gevallen was er sprake van duidelijke belangenverstrengeling, in andere gevallen van bestuurlijke naïviteit.
Op de Caribische Nederlandstalige eilanden heeft in een aantal kwesties het nieuw bestuur zich tot de rechter gewend om dergelijke besluiten van tafel te krijgen én met succes. Met name kan de rechter oordelen of het besluit voldoet aan de beginselen van behoorlijk bestuur (bijvoorbeeld of het besluit goed is voorbereid en in overeenstemming met de wettelijke procedures tot stand is gekomen) en of fundamentele rechten en beginselen worden gerespecteerd. Ook kan de rechter beoordelen of het besluit in het algemeen
Wanneer een besluit deze toets niet doorstaat, kan het besluit door de rechter nietig worden verklaard. Dat is een krachtig juridisch instrument en het vereist een actieve en onafhankelijke rechterlijke macht, en een politieke cultuur die rechtsstatelijkheid respecteert.
De rechtsstaat is geen abstract begrip. Ze leeft in de dagelijkse praktijk van bestuur, in de besluiten die genomen worden, en in de manier waarop macht wordt overgedragen. Als we willen dat Suriname een volwassen democratie wordt, dan moeten we ook volwassen omgaan met bestuurswisselingen. Dat betekent: geen strategische valkuilen voor opvolgers, geen politiek opportunisme in de laatste uren van een mandaat, maar een transparante en integere overdracht van verantwoordelijkheid.
Uiteindelijk is goed bestuur geen kwestie van wie er aan de macht is, maar van hoe macht wordt uitgeoefend – en overgedragen. Wat ontbreekt is een systematische juridische en
Daarom pleit ik voor:
1. Instellen van een “demissionaire gedragscode”: een formeel kader dat bepaalt wat een vertrekkend bestuur wel en niet mag doen. Bijvoorbeeld door het openbaar maken van belangrijke besluiten in de laatste zes maanden van een bestuur.
2. Versterking van rechterlijke toetsing: de mogelijkheid om besluiten van een demissionair bestuur juridisch aan te vechten moet laagdrempelig en effectief zijn.
3. Politieke bewustwording: partijen en politici moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid tegenover de rechtsstaat, ook in de laatste fase van hun mandaat.
Marc Bannenberg
jurist
misstand.
Voorbeelden zijn er genoeg: het toekennen van lucratieve concessies en percelen, het aangaan van langdurige contracten, het benoemen van sleutelfiguren op strategische posities of het gunnen van grote infrastructurele werken. Zulke besluiten kunnen het nieuwe bestuur gijzelen, de beleidsvrijheid ondermijnen en het publieke vertrouwen schaden.
In bestuurlijke kringen staat deze werkwijze bekend als “afscheidsbeleid”. Het gaat dan om het nemen van ingrijpende besluiten vlak vóór een bestuurswisseling, soms inhoudelijk twijfelachtig of onvoldoende voorbereid, met als doel het volgende bestuur voor een voldongen feit te stellen. De term “afscheidsbeleid” is geen formeel juridisch begrip, maar een aanduiding van een bestuurlijke praktijk die zich voordoet in de nadagen van een zittend bestuur. Het gaat om besluiten die:
- Inhoudelijk twijfelachtig zijn, bijvoorbeeld omdat ze niet goed zijn onderbouwd of onvoldoende zijn afgestemd op lange termijn-belangen;
- Snel en zonder transparantie worden genomen, vaak buiten reguliere besluit-vormings-procedures om;
- Een
strategisch motief hebben, namelijk het frustreren of beperken van het beleid van een opvolgend bestuur.
Ook Suriname heeft in de afgelopen decennia meerdere bestuurswisselingen gekend waarbij het nieuwe bestuur geconfronteerd werd met “erfenissen” van het vorige. Soms ging het om financiële verplichtingen, soms om beleidsmatige keuzes die moeilijk terug te draaien waren. In sommige gevallen was er sprake van duidelijke belangenverstrengeling, in andere gevallen van bestuurlijke naïviteit.
Op de Caribische Nederlandstalige eilanden heeft in een aantal kwesties het nieuw bestuur zich tot de rechter gewend om dergelijke besluiten van tafel te krijgen én met succes. Met name kan de rechter oordelen of het besluit voldoet aan de beginselen van behoorlijk bestuur (bijvoorbeeld of het besluit goed is voorbereid en in overeenstemming met de wettelijke procedures tot stand is gekomen) en of fundamentele rechten en beginselen worden gerespecteerd. Ook kan de rechter beoordelen of het besluit in het algemeen
belang is genomen of uitsluitend met een politiek strategisch belang.
Wanneer een besluit deze toets niet doorstaat, kan het besluit door de rechter nietig worden verklaard. Dat is een krachtig juridisch instrument en het vereist een actieve en onafhankelijke rechterlijke macht, en een politieke cultuur die rechtsstatelijkheid respecteert.
De rechtsstaat is geen abstract begrip. Ze leeft in de dagelijkse praktijk van bestuur, in de besluiten die genomen worden, en in de manier waarop macht wordt overgedragen. Als we willen dat Suriname een volwassen democratie wordt, dan moeten we ook volwassen omgaan met bestuurswisselingen. Dat betekent: geen strategische valkuilen voor opvolgers, geen politiek opportunisme in de laatste uren van een mandaat, maar een transparante en integere overdracht van verantwoordelijkheid.
Uiteindelijk is goed bestuur geen kwestie van wie er aan de macht is, maar van hoe macht wordt uitgeoefend – en overgedragen. Wat ontbreekt is een systematische juridische en
bestuurlijke toetsing van besluiten die het nieuwe bestuur voor het blok zet. De controle-mechanismen – presidentiële werkgroepen, parlementaire commissies, rekenkamers, de media, burgerorganisaties – functioneren niet altijd effectief. En de rechterlijke macht, hoewel onafhankelijk, wordt slechts af en toe ingeschakeld om bestuurlijke besluiten op hun zuiverheid te toetsen.
Daarom pleit ik voor:
1. Instellen van een “demissionaire gedragscode”: een formeel kader dat bepaalt wat een vertrekkend bestuur wel en niet mag doen. Bijvoorbeeld door het openbaar maken van belangrijke besluiten in de laatste zes maanden van een bestuur.
2. Versterking van rechterlijke toetsing: de mogelijkheid om besluiten van een demissionair bestuur juridisch aan te vechten moet laagdrempelig en effectief zijn.
3. Politieke bewustwording: partijen en politici moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid tegenover de rechtsstaat, ook in de laatste fase van hun mandaat.
Marc Bannenberg
jurist
| starnieuws | Door: Redactie






























