• vrijdag 14 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Van Trikt vrij, maar nieuwe juridische strijd over kasreserves wacht

Van Trikt vrij, maar nieuwe juridische strijd over kasreserves wacht

| starnieuws | Door: Redactie

Voormalig governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) Robert van Trikt is woensdag 12 augustus vrijgekomen, maar zijn juridische strijd is nog niet voorbij. Terwijl hij volgens de berekening van het Openbaar Ministerie al op 4 augustus en volgens zijn eigen advocaten op 6 augustus voor invrijheidstelling in aanmerking kwam, wacht hem op 26 oktober opnieuw de strafrechter. Ditmaal draait de zaak om de omstreden aanwending van de vreemde-valutakasreserves van de commerciële banken. Van Trikt bestrijdt dat hij daarbij de wet
heeft overtreden en stelt dat juridisch reeds is vastgesteld dat de reserves niet zijn gestolen of verdwenen.

Van Trikt zegt aan Starnieuws dat hij een dag vóór zijn vrijlating de beschikking kreeg. Volgens hem bleek daaruit dat zowel bij de rechterlijke beoordeling als bij het OM vaststond dat de datum waarop zijn detentie moest eindigen al was verstreken. Het verschil zat in de berekening: de verdediging kwam op 6 augustus uit, het OM op 4 augustus. Uiteindelijk werd hij op 12 augustus in vrijheid gesteld.

Bij de berekening speelt ook Presidentieel Besluit PB 26/2026 een rol. President Jennifer Simons ondertekende dit besluit op 30 juni 2026 in verband met 163 jaar Ketikoti. Het trad op 1 juli in werking. In de considerans wordt verwezen naar de eerdere collectieve gratie in het kader van 50 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid en naar gratieverzoeken die daarna waren binnengekomen.

De nieuwe regeling
geldt voor gedetineerden die in de periode van 2 december 2025 tot 1 juli 2026 bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke tijdelijke gevangenisstraf of hechtenis. Afhankelijk van de nog uit te zitten straf wordt vijf, negen, vijftien of achttien maanden strafvermindering verleend. Het besluit is niet van toepassing op veroordeelden voor moord en zedenmisdrijven. Ook bepaalt het besluit dat eerder ondergane voorlopige hechtenis blijft meetellen wanneer de rechter heeft bepaald dat deze op de straf in mindering wordt gebracht. De gratie tast de veroordeling zelf niet aan. In het presidentieel besluit staat uitdrukkelijk dat de betreffende rechterlijke uitspraken volledig van kracht blijven.

Van Trikt werd op 6 februari 2020 aangehouden in de omvangrijke strafzaak rond de Centrale Bank. De kantonrechter veroordeelde hem op 31 januari 2022 tot acht jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht.
Ook kreeg hij een boete van SRD 500.000, bij niet-betaling te vervangen door zestien maanden hechtenis. Op 7 november 2022 kwam Van Trikt na ongeveer twee jaar en negen maanden voorarrest voorlopig op vrije voeten op humanitaire gronden. Hij had, evenals andere veroordeelden in de Centrale Bank-zaak, hoger beroep aangetekend.

Het Hof van Justitie deed op 19 januari 2026 uitspraak en bracht zijn gevangenisstraf terug van acht naar zes jaar. Daarnaast bleef een geldboete van SRD 500.000, subsidiair zestien maanden hechtenis, staan. De reeds ondergane detentie moest van de straf worden afgetrokken. Op 5 februari werd Van Trikt opnieuw door de politie opgehaald om het resterende deel van de onherroepelijk geworden gevangenisstraf uit te zitten. Hij werd ondergebracht in de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma. De periode die hij eerder in voorarrest had doorgebracht, telde mee bij de verdere berekening van zijn straf.

Daarbovenop kwam de gratieregeling van
1 juli. In combinatie met de wettelijke mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling leidde dat tot de berekeningen van 4 augustus door het OM en 6 augustus door de verdediging. Dat Van Trikt pas op 12 augustus daadwerkelijk vrijkwam, betekent dat zijn detentie volgens beide berekeningen langer heeft geduurd dan nodig was.

kasreserves
Met zijn vrijlating is de juridische strijd voor de voormalige governor echter niet voorbij. Nog maar kort nadat hij in februari opnieuw was gedetineerd, werd hij gedagvaard in een andere strafzaak. Die zaak draait om het gebruik van de vreemde-valutakasreserves van commerciële banken die bij de Centrale Bank werden aangehouden. De behandeling van die zaak is inmiddels begonnen. Van Trikt moet zich volgens de huidige planning op 26 oktober opnieuw voor de rechter verantwoorden.

Van Trikt zegt tegenover Starnieuws dat hij ook in deze zaak van mening is dat hij geen wettelijke regeling en evenmin de Bankwet
heeft overtreden. Hij benadrukt dat de kasreserves niet zijn gestolen of verdwenen. De kern van de beschuldiging van het OM is volgens hem dat de middelen verkeerd zijn aangewend en dat daarvoor geen toestemming is gevraagd aan de commerciële banken aan wie de reserves toebehoorden.

Die lezing bestrijdt hij. Van Trikt verwijst naar de artikelen 9, 26 en 31 van de Bankwet en stelt dat daaruit de wettelijke taken en bevoegdheden van de Centrale Bank en het doel van de kasreserves voortvloeien. Volgens hem beschikte de CBvS bij het inzetten van de kasreserves over een eigen beslissingsmandaat. Ook het verwijt dat vooraf toestemming van de commerciële banken had moeten worden gevraagd, wijst hij van de hand. Volgens Van Trikt is een dergelijke verplichting nergens in de kasreservedeviezenregeling opgenomen.

De voormalige governor beroept zich daarnaast op buitenlandse jurisprudentie over de bijzondere positie en zelfstandigheid van centrale banken. Hij stelt
dat centrale banken bij de uitvoering van hun wettelijke taken een ruime beslissingsbevoegdheid hebben en in bepaalde gevallen immuniteit genieten. 

| starnieuws | Door: Redactie