
Suriname pareert Guyanese kritiek op Corantijnheffingen: ‘geen nieuwe maatregel’
| waterkant | Door: Redactie
De regering van Suriname heeft gereageerd op recente uitspraken van de Guyanese president Mohamed Irfaan Ali over maritieme heffingen op de Corantijnrivier. In een officiële verklaring maakt het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking duidelijk dat de heffingen volgens Paramaribo helemaal geen nieuw beleid zijn, maar al langer steunen op bestaande wetgeving en vaste administratieve praktijk.
Met die uitleg lijkt Suriname vooral één punt te willen onderstrepen: wat nu ter discussie staat, is volgens de regering niets nieuws. De heffingen worden volgens de verklaring al op consistente en niet-discriminerende wijze toegepast op vaartuigen binnen de Surinaamse jurisdictie, in lijn
Opvallend is dat Suriname in dezelfde verklaring ook teruggrijpt naar een regeling uit 2012. Toen werd speciaal voor vaartuigen die opereerden ter ondersteuning van de Guyana Sugar Corporation (GuySuCo) een beperkte vrijstelling van bepaalde maritieme heffingen verleend. Volgens Suriname was die uitzondering echter nadrukkelijk afgebakend en nooit bedoeld om ruimer of automatisch op andere gevallen van toepassing te zijn. Juist dat detail geeft de verklaring extra lading:
Verder onthult de verklaring dat de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken al op 12 januari 2026 via de diplomatieke missie van Guyana correspondentie heeft verstuurd, maar dat daarop tot nu toe geen formele reactie is ontvangen. Daarmee legt Suriname de bal nadrukkelijk terug bij Georgetown. De boodschap is duidelijk: als Guyana vragen had of een uitbreiding van eerdere ontheffingen wilde bespreken, dan had dat volgens de gebruikelijke diplomatieke weg moeten gebeuren en niet via publieke verklaringen.
Suriname houdt tegelijk vol dat het de relatie met Guyana niet op scherp wil zetten. In de verklaring wordt benadrukt dat de regering blijft inzetten op sterke, constructieve en toekomstgerichte betrekkingen met het buurland. Ook wordt opnieuw gewezen op het belang van dialoog, wederzijds begrip en economische samenwerking tussen beide landen. Maar achter die diplomatieke toon zit wel een duidelijke boodschap verscholen: Suriname laat weten dat het zijn positie op de Corantijnrivier niet zomaar ter discussie laat stellen.
De officiële verklaring, gedateerd op 26 maart 2026, laat zo vooral zien dat Paramaribo de discussie niet ziet als een misverstand over tarieven, maar als een kwestie van rechtspositie en soevereiniteit. En precies daarom klinkt de reactie van Suriname zo stellig: de heffingen zijn volgens de regering geen koerswijziging, maar gewoon bestaand beleid.
| waterkant | Door: Redactie

































