• zondag 26 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Surinaamse schijnoplossing voor een systeemfout: training kan ondeugdelijke benoemingen niet repareren (OPINIE)

Surinaamse schijnoplossing voor een systeemfout: training kan ondeugdelijke benoemingen niet repareren (OPINIE)

| surinamevandaag | Door: Redactie

(Door K. Ramdhan) – De oproep van vicepresident Gregory Rusland zoals verwoord in onderstaand interview met ABC op 24 april 2026, om leden van Raden van Toezicht (RvT) en Raden van Commissarissen (RvC) beter te trainen, mist de kern van het probleem. Wat hier wordt gepresenteerd als een praktische oplossing,

is in werkelijkheid een poging om een structurele systeemfout te verhullen: het politiseren van benoemingen in toezichthoudende organen.

Vanuit staats- en bestuursrechtelijk perspectief is dit niet slechts een kwestie van kwaliteit, maar van beginselen van behoorlijk bestuur. Toezichthoudende organen zijn geen verlengstuk van de uitvoerende macht, maar behoren juist onafhankelijk toezicht

te houden op bestuur en beleid. Dat veronderstelt deskundigheid, integriteit en — cruciaal — institutionele onafhankelijkheid. Wanneer benoemingen plaatsvinden via politieke voordracht en coördinatie binnen het kabinet, komt deze onafhankelijkheid per definitie onder druk te staan.

Het feit dat RvC- en RvT-leden zich in de praktijk mengen in uitvoerende taken, zoals

de vicepresident signaleert, wijst niet op een lacune in training, maar op een fundamenteel gebrek aan rolzuiverheid. In staatsrechtelijke zin raakt dit direct aan het beginsel van machtenscheiding en het verbod op détournement de pouvoir: bevoegdheden worden gebruikt voor andere doelen dan waarvoor zij zijn toegekend. Een toezichthouder die bestuurt,
handelt buiten zijn wettelijke mandaat.

De door Rusland geschetste benoemingsprocedure — politieke voordracht, screening binnen de uitvoerende macht en uiteindelijke formalisering in de Raad van Ministers — ondermijnt bovendien het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Transparante, objectieve selectiecriteria lijken ondergeschikt aan politieke afwegingen. Daarmee wordt niet alleen de kwaliteit van toezicht uitgehold, maar

ook het vertrouwen in de overheid als geheel.

De casus bij het Viskeuringsinstituut (VKI), waar een directeur is opgestapt na conflicten met RvC-leden, is in dit licht geen incident maar een logisch gevolg. Waar de institutionele waarborgen ontbreken, ontstaat frictie tussen bestuur en toezicht. Niet omdat rollen onduidelijk zijn, maar omdat

ze structureel worden genegeerd.

Het voorstel om dit te ondervangen met training is staats- en bestuursrechtelijk een bedenkelijke innovatie. Opleiding kan kennis bijspijkeren, maar niet de noodzakelijke onafhankelijkheid en legitimiteit herstellen die bij de benoeming al zijn aangetast. Het is een ex post-benadering van een ex ante-probleem.

Een serieuze oplossing vereist een

herinrichting van het benoemingsproces langs bestuursrechtelijke lijnen: open en transparante procedures, toetsing op objectieve geschiktheidseisen, en waarborgen tegen politieke beïnvloeding. Pas wanneer de selectie voldoet aan de eisen van behoorlijk bestuur, kan toezicht zijn constitutionele rol vervullen.

De conclusie is wat mij betreft ontegenzeggelijk: het probleem is niet dat toezichthouders te

weinig weten, maar dat het systeem hen op de verkeerde gronden selecteert. Training kan dat niet corrigeren. Zonder depolitisering van benoemingen van de leden van RvC-, RvT- en directieleden van staatsbedrijven blijft goed bestuur een politieke werkelijkheid met destructieve gevolgen.

K. (Chinta) Ramdhan

| surinamevandaag | Door: Redactie