Beste media”, Zo luid de aanhef van vrijwel elk persbericht dat de communicatie- en informatiediensten van de overheid sturen naar media voor publicatie. Deze aanhef is een door de politiek uitgesproken wenselijkheid, om een partner te hebben die haar verrichtingen zo goed mogelijk overbrengt naar de samenleving. Maar van een
partnerschap tussen de politiek en de media/journalisten kan in een ongezonde democratische samenleving nimmer sprake zijn.
Beide hebben in de kern van hun taken en activiteiten een gemeenschappelijk ‘werkveld’, dat ‘de samenleving’ wordt genoemd. Dat maakt ze haast onafscheidelijk van elkaar, maar in geen geval partners, omdat zij totaal verschillende belangen
en doelen hebben. Een partnerschap zou overigens volledig in strijd zijn met de vrijheid en onafhankelijkheid, die essentieel is voor het optimaal kunnen functioneren van media(werkers).
Internationale dag
OP 3 MEI 1993, dus negenentwintig jaar terug, heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties besloten een speciale dag in te stellen
om stil te staan bij het belang van persvrijheid. De lidlanden kwamen overeen dat die dag vooral bedoeld is om regeringen te herinneren aan hun plicht om artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens na te leven. Een recht dat jaren daarvóór, in 1966, werd
vastgelegd als een grondrecht van burgers in het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten. Deze internationale dag is ook een dag van reflectie voor de journalistiek en aanverwante beroepen, om na te denken en te praten over persvrijheid en de beroepsethiek. Ook wordt stil gestaan bij de fundamentele principes
van persvrijheid en worden journalisten herdacht die, omdat zij dit recht als beroep uitoefenen, worden vervolgd of de uitoefening van hun vak met hun leven hebben moeten bekopen.
De vrijheid van de media is niet alleen een recht maar met het burgerrecht op informatie en de vrijemeningsuiting, ook een plicht die
journalisten en media hebben. Het wordt gedefinieerd als een grondrecht om gevoelens en gedachten openbaar of kenbaar te maken. Persvrijheid als een van de voornaamste voorwaarden voor een democratie, kan alleen goed functioneren wanneer die goed is geregeld en wordt gerespecteerd. Mediabedrijven met een nieuwsredactie en beroepsgroepen als de Surinaamse
Vereniging van Journalisten (SVJ) hebben de plicht te waken over de vrijheid van nieuwsgaring en nieuwsverspreiding.
Zij moeten zonder bemoeienis en zonder vrees voor politieke vervolging toegang hebben tot informatie, die neutraal aan de samenleving wordt doorgegeven, in publicaties zoals de drukpers, radio, televisie en internet. Maar het gebeurt ook dat
journalisten en andere mediawerkers, de bij wet gegeven vrijheid misbruiken en daarmee de ethische grens van eerlijkheid en respect voor de privacy van publieke personen en burgers overschrijden. Het bij wet treffen van sancties druist echter in tegen de het karakter en de geest van persvrijheid.
Code
De Internationle Federatie van Journalisten
heeft tijdens een congres in de Franse stad Bordeaux in 1954 de Code van Bordeaux geïntroduceerd. Journalistenverenigingen en beroepsorganisaties wereldwijd hebben die overgenomen of daar een afgeleide van gemaakt. De oorspronkelijke code die later werd aangescherpt luidt:
Zoals in het negende lid van de code aangeven, accepteren journalisten onder geen enkele
omstandigheid dat, met name vanuit de politiek, recht wordt gesproken of erger nog: rechtsmiddelen en mechanismen worden geproduceerd die indruisen tegen de persvrijheid. Zij zullen zich altijd beroepen op waarborging van het internationaal recht op persvrijheid, zoals dat in hun grondwet en in internationale verdragen staat aangegeven en zij accepteren
slechts rechtspleging die met het recht in verband staat.
Dat assembleelid Rishma Mangre van de VHP recent, vanuit het hoogste politieke orgaan van het land in een openbare vergadering, heeft geroepen om sanctiemaatregelen tegen journalisten, wordt dan ook gezien als ernstige provocatie om de persvrijheid aan te tasten.
Anderzijds is het
voor journalistenorganisaties zoals de SVJ een enorme dreun in het gezicht, wanneer uit eigen gelederen journalisten de code niet naleven. De beroepsverenigingen hebben in de structuur van hun organisatie dan ook strikte maatregelen hiertegen opgenomen.
Publiek domein
Poen en media hebben beide de verplichting om inhoud te geven aan het recht
van de samenleving op eerlijke informatie, ook en vooral vanuit de politiek. Reeds is hierboven aangegeven hoe dat gebeurt vanuit de media en journalisten. De politiek moet er voor zorgen dat de media eerlijk en omstandig en zonder politieke inmenging worden geïnformeerd. Dat is behoorlijk bestuur in een democratie. Regelmatige
persconferenties waarbij journalisten vragen mogen stellen is onontbeerlijk in de onderlinge relatie. De wens van president Chandrikapersad Santokhi op de radio om de onafhankelijke media zover te krijgen dat die inhoud gaat geven aan en de motor wordt van zijn politieke campagne moet zeer betreurenswaardig worden genoemd.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN