
OPINIE: ‘Vrije pers in Suriname wordt ingeperkt onder mom van ‘accreditatie’ en SVJ werkt daaraan mee’
| surinamevandaag | Door: Redactie
Wat wordt gepresenteerd als een stap richting ‘professionaliteit’ en ‘ordening’ in de journalistiek, roept in werkelijkheid steeds meer vragen op over persvrijheid in Suriname. De discussie rond accreditatie, opgelegd door president Simons en aangejaagd door de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), lijkt volgens critici minder onschuldig dan wordt voorgesteld.
De SVJ benadrukt dat accreditatie moet bijdragen aan duidelijkheid, herkenbaarheid en kwaliteit binnen de journalistiek en ‘nadrukkelijk niet bedoeld is als uitsluitingsmechanisme’ of vorm van staatscontrole. Juist die expliciete ontkenning wekt echter argwaan. Want waarom wordt zo nadrukkelijk afstand genomen van begrippen als uitsluiting en staatscontrole, als
Ook uitspraken van onder anderen Wilfred Leeuwin, die suggesties dat de SVJ ‘onder één hoedje zou spelen met de regering’ resoluut van de hand wees, lijken de twijfels eerder te voeden dan weg te nemen. Het feit dat dergelijke beschuldigingen überhaupt worden geadresseerd, onderstreept volgens critici dat er meer speelt onder de oppervlakte.
De context waarin deze ontwikkelingen plaatsvinden, maakt de zorgen nog groter. President Jennifer Simons gaf begin deze maand tijdens een persconferentie aan dat er meer ‘ordening’ moet komen in het medialandschap. Daarbij
Voor velen is dat een cruciaal punt. Wanneer het staatshoofd zelf richting geeft aan hoe het medialandschap moet worden ingericht, en een beroepsorganisatie daarbij een uitvoerende rol krijgt, rijst de vraag in hoeverre nog sprake is van onafhankelijke zelfregulering. Het is hier duidelijk dat er sprake is van beleid dat van bovenaf wordt gestuurd, met de SVJ als uitvoerend orgaan.
SVJ-voorzitter Naomi Hoever stelt dat accreditatie geen doel op zich is, maar een middel om het beroep te beschermen en professionaliteit te waarborgen. Toch blijft onduidelijk hoe dat concreet vorm krijgt. Er zijn geen heldere criteria of meetbare standaarden door Hoever gepresenteerd die aantonen hoe accreditatie daadwerkelijk bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Voor critici blijven dit dan ook holle formuleringen van de SVJ, zonder inhoudelijke onderbouwing.
Daarnaast werd tijdens een bijeenkomst benadrukt dat accreditatie losstaat van het lidmaatschap van de SVJ en onderdeel is van een breder traject van zelfregulering. Maar juist dat roept nieuwe vragen op. Als accreditatie geen direct verband houdt met het lidmaatschap, waarom speelt de SVJ dan zo’n centrale rol? Een belangenorganisatie voor journalisten lijkt hiermee eerder te verschuiven richting een controlerend orgaan, iets wat traditioneel niet tot haar kerntaken behoort.
Ook de argumentatie rondom de ‘wildgroei’ van media en ‘de opkomst van ongecontroleerde nieuwsplatforms op sociale media’, zoals aangehaald door journalisten Ivan Cairo en Wilfred Leeuwin, wordt kritisch bekeken. In een democratische samenleving staat het immers iedereen vrij om een mediaplatform te starten. De vraag is dan ook: wie bepaalt wat ‘wildgroei’ is, en op basis waarvan?
Opvallend is bovendien dat de SVJ in eerdere jaren, met name vanaf 2020 tijdens de regering Santokhi/Brunswijk, nauwelijks publiekelijk stelling nam tegen de sterke toename van nieuwe mediakanalen. In die periode ontstond een ‘wildgroei’ van diverse ‘ongecontroleerde’ platforms waaronder D-TV, LIM FM, CULTURU, SIGN-IN TV, NDP STREETMEDIA die volgens critici regelmatig journalistieke normen overschreden. Toch bleef het destijds opvallend stil vanuit de SVJ.
Dat nu, binnen korte tijd na de machtswisseling en de komst van een regering onder leiding van de NDP, ineens wel wordt ingezet op ‘ordening’ en accreditatie, wekt de indruk van selectieve verontwaardiging. Zeker nu juist media die zich kritisch uitlaten over het huidige beleid vaker onderwerp van discussie lijken te zijn.
Voor critici is de conclusie dan ook helder: het debat over accreditatie gaat niet alleen over kwaliteit of professionalisering, maar raakt aan de kern van de democratie — de vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke pers. Laten we het beestje daarom gewoon bij de naam noemen: dit ruikt niet naar professionalisering, maar naar een verkapt systeem om kritische media te intimideren, te labelen en uiteindelijk buiten spel te zetten.
Zodra een regering begint te praten over ‘ordening’ in de journalistiek en een beroepsorganisatie die taal kritiekloos overneemt, gaan alle alarmbellen af. Vrije journalistiek heeft geen toestemming, keurmerk of zegen van de macht nodig om te bestaan. Het vrije woord is geen gunst van de staat, maar een grondrecht.
Als de SVJ werkelijk de persvrijheid wil verdedigen, dan hoort zij pal vóór vrije, onafhankelijke en desnoods ongemakkelijke media te staan — niet mee te bewegen met de politieke wens om het medialandschap te ‘structureren’. Want laten we eerlijk zijn: wat hier wordt voorbereid, is geen bescherming van de journalistiek, maar een gevaarlijk precedent waarbij de grenzen van het toelaatbare steeds meer door de macht worden bepaald.
En zodra de overheid, direct of indirect, begint te bepalen wie journalist genoeg is en wie niet, is de muilkorving van de vrije pers allang begonnen.
Accreditatie of selectie? Waar ligt de grens voor persvrijheid in Suriname?| surinamevandaag | Door: Redactie




































