• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Suriname en WWF tekenen GRID-project voor kust- en mariene bescherming: “Preserving Suriname’s Immense Marine and Coastal Biodiversity through Greening Infrastructure Development”

Ingediend door admin op

In juni 2025 hebben het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) en het Amerikaanse kantoor van het World Wildlife Fund (WWF-US) als uitvoerend agentschap van het Global Environment Facility (GEF), getekend het project getiteld: “Preserving Suriname’s Immense Marine and Coastal Biodiversity through Greening Infrastructure Development”, kortweg het GRID-project. Het betreft een vierjarig project met een voorziene GEF-bijdrage (grant) van USD 2.346.478. Dit resultaat is bereikt met stakeholdersparticipatie uit drie workshops.Minister Dasai van het Ministerie ROM geeft aan dat met deze grant een belangrijke stap is gezet voor de duurzame ontwikkeling van Suriname, nu wij staan aan de vooravond

van de ontwikkelingen van oil en gas voor de kust. Deze ontwikkelingen zullen een spin-off effect hebben, zowel positief als negatief. De negatieve effecten hebben betrekking op de biodiversiteit en ecosystemen in het kust- en estuariene gebied.Dit project heeft als doel om kust- en maritieme infrastructuurplanning te doen op een groene en duurzame wijze, welke onderdeel is van de overall ruimtelijke planning, rekening houdende met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij staan centraal het beschermen van de kust, mariene en terrestrische ecosystemen. Het project zal ervoor zorgen dat toekomstige projecten, waaronder havens en wegen, het natuurlijke milieu in de Suriname Rivier tot en
met de haven van Paranam behouden of zelfs verbeteren. Het project richt zich op het creëren van “natuurpositieve” benaderingen voor infrastructuurontwikkeling, wat een nieuwe standaard zal zetten voor Suriname.ROM is het leidende ministerie van het project en de uitvoering hiervan zal het ministerie in nauwe samenwerking doen met betrokken ministeries, instanties en belanghebbenden. De monitoring en uitvoering van het project zal tevens ondersteund worden door WWF-Guianas.

‘Helft van de begroting voor de inauguratie in NIS is investering in het complex’

Ingediend door admin op

De Anthony Nesty Sporthal in Suriname (ANS) oftewel het Nationaal Indoor Stadion (NIS) is helemaal klaar voor de inauguratie van de nieuwe president en vicepresident op woensdag 16 juli.

Er wordt verwacht dat meer dan 3.500 genodigden de locatie zullen bezoeken. De plechtigheid vangt aan om 10:00 uur, waarna om 12:00 uur een defilé plaatsvindt. Vervolgens verplaatst het gezelschap zich naar het presidentieel paleis voor de beëdiging van de ministers, gevolgd door een afsluitende receptie.

De helft van de begroting van de inauguratie is een blijvende investering in het NIS complex, aldus Rabin Parmessar dinsdag tijdens een speciale persconferentie.

 

Volgens hem bestaat de

begroting uit een combinatie van directe uitgaven en een diepte-investering in de locatie waar het evenement plaatsvindt. Er zou sprake zijn van een metamorfose zowel binnen als buiten.

De sporthal heeft een uitgebreide renovatie ondergaan, waarbij onder meer stoelen, het gebouw zelf en de sanitaire voorzieningen zijn opgeknapt.

Tot nu toe bedragen de kosten in totaal ruim 10 miljoen Surinaamse dollars. Circa de helft van het geld wordt gebruikt voor het renoveren van faciliteiten in het NIS, zodat de locatie ook na de ceremonie langdurig bruikbaar blijft voor andere evenementen.

De keuze om niet, zoals gebruikelijk, een tent op het Onafhankelijkheidsplein op te

zetten, is volgens de commissie bewust genomen. “We wilden dat een deel van het budget ten goede zou komen aan blijvende verbeteringen,” aldus Parmessar. Er is dus ervoor gekozen om te investeren in een duurzame verbetering van dit complex, in plaats van tijdelijke voorzieningen op het Onafhankelijkheidsplein te plaatsen.

Verder werd benadrukt dat ook lokale bedrijven profiteren van het evenement. Verschillende ondernemers op het gebied van catering, schoonmaak, decoratie en techniek zijn ingehuurd, wat zorgt voor een economische impuls in eigen land.

Vanaf middernacht zullen wegafsluitingen van kracht zijn in de directe omgeving van de ANS, en die in de ochtend van 16 juli verder zullen worden uitgebreid. Toegang wordt uitsluitend verleend aan genodigden die in het bezit zijn van een officiële toegangsbadge.

 

Minister Dasai laat duurzaam stempel achter bij Ruimtelijke Ordening en Milieu

Ingediend door admin op

Op vrijdag 12 juli j.l. nam Minister Marciano Dasai officieel afscheid van het personeel van het ministerie van ruimtelijke ordening en milieu. Het directoraat ABFZ (Algemeen Beheer en Financiële Zaken) organiseerde een afscheidsbijeenkomst waarbij enkele vertegenwoordigers van directie en personeel ROM de gelegenheid kregen om de minister in een feestelijke sfeer toe te spreken en namens het gehele team dank te zeggen voor de prettige samenwerking.

Het Ministerie blikt terug op een prettige en vooral zeer productieve samenwerking met Minister Dasai.Internationale erkenning voor milieuprestatiesIn een periode van slechts anderhalf jaar heeft Minister Marciano Dasai samen met zijn team op het

Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM), relevante ministeries en andere belangrijke actoren een reeks indrukwekkende resultaten geboekt die Suriname stevig op de kaart zetten als voorloper in duurzame ontwikkeling in de Caribische regio.Oprichting Nationale MilieuautoriteitEen van de meest in het oog springende prestaties is de sprong die Suriname heeft gemaakt op de Environmental Performance Index (EPI): van de 81e plaats in 2020 naar de 36e plaats wereldwijd in 2024. Binnen de regio bekleedt Suriname nu zelfs de eerste positie. Deze vooruitgang is het resultaat van doelgericht milieubeleid, de oprichting van het ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu in 2020,
betere datacollectie en de invoering van de Milieuraamwet. De EPI waardeert Suriname vooral voor zijn uitzonderlijke luchtkwaliteit, de integriteit van zijn bossen, lage uitstervingsrisico’s voor soorten, en de recente instelling van de Nationale Milieu Autoriteit.Structuurvisie voor ruimtelijke ontwikkelingDe Minister heeft strategisch ingezet op drie pijlers: een solide wettelijk kader, moderne datagedreven beleidsvorming en internationale samenwerking. Zo werd onder zijn leiding de verouderde Stedebouwkundige Wet eindelijk vervangen door een moderne wet Ruimtelijke Ordening, die inmiddels als initiatiefwet bij De Nationale Assemblée ligt. Deze wet biedt een stevig wettelijk kader voor duurzame ruimtelijke ontwikkeling en ondersteunt sectoren zoals bosbouw, toerisme, landbouw en mijnbouw bij het verantwoord gebruik van ruimte.Digitale innovatie voor beleid en toezichtDaarnaast werd met veel inzet van ROM de Nationale Milieuautoriteit (NMA) operationeel op 26 juli 2025. Deze zelfstandige instantie, die begrotingstechnisch onder het Ministerie van ROM valt, houdt toezicht op milieuwetgeving, formuleert nationale milieukwaliteitseisen en bevordert milieubewustzijn in het hele land. De NMA heeft onder meer als taak het ontwikkelen en implementeren van een milieueffectenanalysesysteem, het ondersteunen en adviseren van de Minister in beleidsoverleg met diverse stakeholders, en het toezien op de toepassing van het FPIC-principe (Free, Prior and Informed Consent) in besluitvormingsprocessen die het leef- en woongebied van inheemse en tribale volken betreffen.Internationale klimaatdiplomatie en carbon creditsEen andere belangrijke mijlpaal is de ontwikkeling van de Green Development Strategy (GDS) voor 2025-2050, een langetermijnplan dat ervoor moet zorgen dat de ontwikkeling van Suriname duurzaam, inclusief en vooruitstrevend is. Het plan heeft ambitieuze doelen: het verhogen van het gemiddelde inkomen per hoofd van $5.000 naar $50.000, het CO₂-negatief houden van het land met behoud van de bossen, het zorgen voor gelijke kansen voor alle burgers, het investeren van olie- en gasinkomsten in onderwijs, innovatie en duurzaamheid, en het realiseren van een transitie naar een gediversifieerde economie, gericht op productie, financiële diensten, ICT, eco-toerisme en hernieuwbare energie.Lokale programma’s voor bewustwording en afvalbeheerVoor het eerst in de geschiedenis beschikt Suriname nu ook over een Nationale Structuurvisie voor Ruimtelijke Ontwikkeling (2025-2050), die als leidraad dient voor beleidsmakers en ontwikkelaars om duurzame en evenwichtige groei te bevorderen. De visie identificeert strategische ontwikkelingszones, infrastructuurbehoeften en milieubeschermingsgebieden, waardoor een geïntegreerde benadering van ruimtelijke planning mogelijk wordt. Deze Structuurvisie is tussen 2021 en 2023 tot stand gekomen met de betrokkenheid van diverse stakeholders, waaronder de overheid, het bedrijfsleven, NGO’s, maatschappelijke organisaties en Inheemse en Tribale vertegenwoordigers.

Daarnaast heeft het Ministerie van ROM de basis gelegd voor een gestructureerde en duurzame ruimtelijke ontwikkeling door de eerste nationale landinrichtingsstandaarden te ontwikkelen. Deze standaarden bieden richtlijnen voor het gebruik en beheer van land, rekening houdend met ecologische, economische en sociale factoren. Ze stellen dat voorzieningen en faciliteiten goed bereikbaar moeten zijn en zoveel mogelijk binnen een bepaalde afstand van woningen moeten worden geplaatst. De standaarden dragen ook bij aan de bescherming van het milieu door voldoende ruimte te reserveren voor groenvoorzieningen, wat de waterhuishouding verbetert en de biodiversiteit stimuleert. Door voorzieningen te concentreren en de bereikbaarheid te verbeteren, wordt autogebruik verminderd en de leefbaarheid vergroot, terwijl veilige fiets- en voetpaden de gezondheid van inwoners stimuleren en de sociale cohesie bevorderen.“De Groene Overheid” en duurzame aanbestedingMinister Dasai heeft ook geïnvesteerd in digitalisering met de oprichting van de eerste Geo-Intelligence Spatial Hub in Suriname, een centrale digitale hub voor het verzamelen, beheren en beschikbaar stellen van geografische, klimatologische, hydrologische, demografische en landschapsdata. Deze hub fungeert als essentieel instrument ter ondersteuning van ruimtelijke ordening, milieubeleid en duurzame ontwikkeling. Door gegevens effectief te analyseren en toegankelijk te maken – via een website en mogelijk ook een mobiele applicatie – bevordert de hub transparantie, versnelt het besluitvormingsprocessen en verhoogt het de efficiëntie binnen beleidsontwikkeling. Beleidsmakers, bedrijven, wetenschappers en studenten kunnen hierdoor sneller over de juiste informatie beschikken voor woningbouw, landbouw, mijnbouw, bosbeheer of infrastructuurontwikkeling.

Herziening Nationale BiodiversiteitsstrategieDaarnaast werd een digitaal informatie-uitwisselingssysteem ontwikkeld om de naleving van milieuwetgeving en ruimtelijke ordeningsregels te versterken. Dit platform stimuleert doelgerichte samenwerking tussen vergunningverleners, inspectiediensten en handhavers, en maakt een snellere, efficiëntere en transparantere aanpak mogelijk van klachten en leefbaarheidsproblemen. Het systeem moet een einde maken aan de gebrekkige communicatie tussen diensten en draagt bij aan een beter functionerende overheid, een schonere leefomgeving en versterkte rechtszekerheid voor burgers.Slotbeschouwing: een stevig fundamentOp internationaal niveau speelde Suriname onder leiding van Dasai een prominente rol binnen Caricom en AOSIS tijdens COP29 in Bakoe, Azerbeidzjan, waar het land bijdroeg aan de acceptatie van Artikel 6 van het Parijsakkoord. Dit artikel biedt landen de mogelijkheid om vrijwillig samen te werken aan hun klimaatdoelen via internationale koolstofmarkten, wat voor Suriname met zijn uitgestrekte bosrijke gebieden en lage uitstoot nieuwe deuren opent om klimaatfinanciering aan te trekken. Tijdens de onderhandelingen benadrukte Suriname het belang van transparantie in rapportage, vooral rond de Share of Proceeds (SOP) en de Overall Mitigation of Global Emissions (OMGE). Daarnaast pleitte het land voor een robuuste en eerlijke Nieuwe Collectieve Kwantitatieve Doelstelling (NCQG), waarbij ontwikkelingslanden voorspelbare en toegankelijke financiering ontvangen voor klimaatadaptatie en weerbaarheid.

In lijn hiermee heeft Suriname ook zijn eerste carbon credits verkoopmechanisme ontwikkeld, geverifieerd door de UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change). Dit initiatief draagt bij aan de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering te bestrijden en opent nieuwe economische mogelijkheden voor het land door het behoud van bossen en ecosystemen.

Dichter bij huis introduceerde het ministerie het Koni Doti-programma voor afvalscheiding in Paramaribo, begonnen in het ressort Blauwgrond. Dit programma heeft geleid tot een efficiënter afvalbeheer en een schonere leefomgeving voor de inwoners. Door burgers actief te betrekken bij afvalscheiding draagt het programma bij aan een duurzamere samenleving.

Het Ministerie heeft daarnaast het Krin Birti-project uitgevoerd in vier specifieke studiegebieden: Commewijne, Paramaribo, Saramacca en Nickerie. Deze initiatieven richten zich op gemeenschapsgerichte milieuprojecten en bewustwording, en bevorderen de actieve participatie van bewoners bij het schoonhouden van hun leefomgeving. Er werd niet alleen aandacht besteed aan educatie over afvalscheiding en de correcte uitvoering daarvan, maar ook aan de gevaren van pesticidengebruik en de vervuiling van waterbronnen, bodem en lucht.

Het ministerie heeft ook een fundament gelegd voor modern afvalbeleid via het Integraal Afvalbeheer Plan (IWMP). In 2022 presenteerde ILACO Suriname N.V., in opdracht van het Ministerie van ROM, een rapport voor het ontwikkelen van een duurzaam en efficiënt afvalbeheersysteem voor Suriname. Het rapport bevatte een gedetailleerde inventarisatie van afvalstromen en stelde oplossingsmodellen voor zoals een sanitaire stortplaats in plaats van verbranding. De kern van het plan is gebaseerd op het 5R-principe (Weigeren, Verminderen, Hergebruiken, Andere functies, Recyclen) en omvat zeven pijlers voor duurzaam afvalbeheer, waaronder veilige verwerking, hergebruik, financiële duurzaamheid en capaciteitsopbouw. Een belangrijk uitgangspunt is het ‘de vervuiler betaalt’-principe.

Een andere belangrijke publicatie was “De Groene Overheid”, gelanceerd tijdens de officiële presentatie aan de President van Suriname van de Nationale Biodiversiteitsstrategie en het Actieplan en de Groene Strategie. Deze publicatie benadrukt het belang van milieuvriendelijk gedrag binnen de overheid zelf en moedigt overheidsinstanties aan om bewuster om te gaan met hun energie- en materiaalgebruik, zoals het uitschakelen van airco’s bij het verlaten van kantoorruimtes, bewust watergebruik, alleen printen wanneer noodzakelijk, en het kiezen voor milieuvriendelijke aanbestedingen.

Het ministerie heeft in december 2024 ook belangrijke stappen gezet richting de uitfasering van Single Use Plastics (SUP) en Mercury-Added Products (MAPs), in lijn met het nationale duurzaamheidsbeleid en internationale verdragen. De import, export en productie van veelvoorkomende wegwerpproducten zoals plastic tassen, rietjes en bekers wordt uiterlijk eind 2025 verboden, terwijl duurzame alternatieven actief worden gepromoot. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het volledig verbannen van kwikhoudende producten zoals thermometers, batterijen en bepaalde cosmetica, vanwege hun schadelijke effecten op milieu en volksgezondheid.

De ontwikkeling van de Nationale Biodiversiteitsstrategie (2024-2035) en het bijbehorende Actieplan (2024-2030) moeten ervoor zorgen dat de rijke flora en fauna van Suriname behouden blijven voor toekomstige generaties. Dit document, een actualisering van een verouderd strategisch beleidsdocument, is gestructureerd rond vier strategische pijlers: behoud van biodiversiteit, duurzaam gebruik van biodiversiteit, eerlijke en rechtvaardige verdeling van voordelen, en mainstreaming en implementatie. Het actieplan dient als leidraad voor Suriname’s milieubeleid in de komende tien jaar.

Tenslotte heeft het ministerie maatregelen genomen om belangrijke publieke terreinen zoals Cultuurtuin, het Onafhankelijkheidsplein, Palmentuin en het Plein van 12 mei te beschermen. Deze inspanningen zorgen ervoor dat deze historische en culturele locaties behouden blijven voor toekomstige generaties. Door middel van wetgeving en actieve handhaving heeft het Ministerie van ROM illegale bebouwing en ongeautoriseerd gebruik van deze terreinen voorkomen.

Minister Dasai benadrukte in zijn afscheidsspeech:

“Ik neem afscheid als minister, maar niet als persoon, ik sta in mijn nieuwe hoedanigheid als parlementariër ook voor jullie klaar”.

Met deze indrukwekkende lijst van resultaten heeft Minister Dasai in korte tijd een stevig fundament gelegd voor een gedegen ruimtelijke ordening van Suriname, waarin groene economische groei en duurzaam milieubeheer hand in hand gaan. Het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu spreekt de hoop uit dat deze mijlpalen in de toekomst voortgang zullen vinden middels gezamenlijke inspanningen van relevante overheidsinstanties, partners en en de samenleving als geheel.

Lingo & Skoomsky klaar voor Europa: kick-off vrijdag 8 augustus in Rotterdam

Ingediend door admin op

De populaire Surinaamse artiesten Lingo & Skoomsky zijn helemaal klaar voor hun zomertour door Europa. Op vrijdag 8 augustus trappen ze af in Club Clare in Rotterdam, en dat belooft het begin te worden van een swingende reeks shows in Nederland, België en Frankrijk.

De heren uit Suriname, bekend van hits als “Blaka Jaktie” en “Wang Libi Sma”, stonden met hun nummers op nummer 1 bij Radio 10, Radio SRS en meerdere andere stations. Ook online gooien ze hoge ogen: hun videoclips zijn inmiddels door meer dan 1 miljoen fans bekeken op YouTube.

Vandaag kregen ze hun visum officieel in handen, wat

het startsein geeft voor de internationale droom die werkelijkheid wordt. De tour wordt mede mogelijk gemaakt door Muziek & Maatschappij en Strictly Loyalty Entertainment.

“Europa is ready en wij ook,” laten ze enthousiast weten. Kaarten haal je hier.

Van armoede, minumumloon naar een leefbaar inkomen

Ingediend door admin op

Op 3 juli presenteerden leden van  de Multidisciplinaire Werkgroep Armoedegrens bepaling (MWA) hun eerste onderzoeksbevindingen over de toepassing van Living Wages in Suriname en de impact daarvan op huishoudens op de negende  ILO conferentie over Decent Work. Met behulp van de Suriname Living conditions Survey van 2022 hebben Sobhie& Ooft (2025) in hun paper ‘Exploring poverty and living conditions in Suriname using Living Wages’ laten zien dat er nog een groot verschil is tussen het minimum loon en het leefbaar inkomen. 

Door de ILO is in 2024 het belang van een fatsoenlijk en leefbaar loon benadrukt. Het leefbaar loon wordt

gedefinieerd als het loonniveau dat nodig is om werknemers en hun gezinnen een fatsoenlijke levensstandaard te bieden, rekening houdend met de omstandigheden van het land en berekend voor het werk dat tijdens de reguliere werkuren wordt verricht. Deze benadering van een leefbaar loon onderstreept dat huishoudens genoeg moeten verdienen om in hun basisbehoeften te voorzien. In dit kader is ook opgeroepen om bij loononderhandeling niet alleen de focus te leggen op het minimum loon maar te belonen volgens een leefbaar inkomen.

Momenteel wordt in Suriname  op basis van de door de commissie vastgestelde armoedegrenzen, het minimum uurloon afgeleid. Minimum lonen, voor

zover gebaseerd op armoedegrenzen,  zijn vastgesteld op basis van zeer basale hoeveelheden, terwijl werkenden behoeften hebben aan een loon die meer is dan de dekking van hun basale bestedingen en ook de onderhoudskosten van hun gehele gezin dekt. De onderzoeksresultaten laten zien dat terwijl 24% van de huishoudens in Suriname, volgens de data verzamelt in 2022 onder de armoedegrens leeft, dit percentage veel hoger is uitgaande van het leefbaar inkomen. Met name de relatief grote gezinnen, een ouder gezinnen en laagopgeleiden blijken onder de armoedegrens als ook het leefbaar inkomen te vallen.

 Minister Mac Andrew zegt zeer verheugd te zijn met de resultaten van het onderzoek van de armoedecommissie en dat Suriname hiermee als een van de eerste in het Caribisch gebied de weg inslaat voor bredere discussies over eerlijke en passende beloningen. Mac Andrew benadrukt dat het uitwerken van de Living Wages model zeker nodig is om het verschil tussen sociale uitkeringen en een actueel loonstelsel in kaart te brengen.   Uit het onderzoek komt ook naar voren dat consumptiepatronen tussen 2013 en 2022 minimaal zijn veranderd. Voor huishoudens in het laagste kwantiel geldt nog steeds dat bijkans 60% van hun bestedingen gaan naar consumptie van Voeding en Non-alcoholische dranken. Opmerkelijk is dat de SSLC blootlegt dat, naast Voeding, Transport, en Huishoudelijk Nutsvoorzieningen -de top 3 hoofdcategorieën van 2013 –  in 2022 conform de SSLC ook  ‘Alcohol en Tabak’ en ‘ICT’ nu tot de grote consumptiecategorieën behoren.

Paramaribo, 15 juli 2025

Communicatie Unit

Ministerie van Arbeid Werkgelegenheid & Jeugdzaken

De overhandiging van het tussentijds verslag over de periode augustus 2024 – juni 2025 aan minister Steven Mac Andrew, door de Multidisciplinaire Werkgroep Armoedegrensbepaling onder leiding van wetenschapper Rosita Sobhie.

Gajadien over Nurmohamed: “De minister heeft allerlei rommel uitgehaald”

Ingediend door admin op

VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien heeft zich enorm gestoord aan de recente beschuldigingen van zijn partijgenoot, OW-minister Riad Nurmohamed. De bewindsman beschuldigde Gajadien ervan dat hij alle projecten van OW naar zich toe wilde trekken, maar dat het ministerie daar bewust niet in mee is gegaan.

“Het gaat erom dat een minister zijn falen niet kan accepteren. Daarbij heeft hij allerlei rommel uitgehaald, zoals het zeggen dat de samenleving gestraft moet worden. Dat falen onderkent hij niet en dan wil hij aan mijn integriteit komen.

Ik daag de minister uit. Als hij binnen een paar dagen niet uitkomt met wat die belangen zijn, wat

zich heeft afgespeeld en waarom, dan zeg ik dat hij een laffe daad gepleegd heeft, zoals altijd,” zei Gajadien op Apintie TV.

De parlementariër gaf eerder aan dat de nalatigheid en koppigheid van de OW-minister om diverse wegen die in deplorabele staat verkeren aan te pakken, er onder andere voor heeft gezorgd dat de VHP minder stemmen heeft gehaald tijdens de verkiezing.

In reactie hierop zei Nurmohamed dat Gajadien als DNA-lid medeverantwoordelijk was voor het infrastructuurbeleid, onder meer door invloed uit te oefenen op de begroting van het ministerie van Openbare Werken (OW).

De VHP-ondervoorzitter benadrukte dat hij iemand is die met opgeheven

hoofd in de samenleving kan lopen. Aan de andere kant maakt hij deel uit van de leiding van de VHP, waardoor hij ook de taak heeft om te waken over partijgenoten, waaronder Nurmohamed. Vandaar dat hij niet alles zegt.

“Want ik kan ook boekjes opengooien. Maar ik strijd tot zover we de mensen nog kunnen corrigeren en binnen goede banen kunnen leiden. Maar als je net te ver gaat om aan mijn integriteit te komen…,” aldus Gajadien.

Dank en kennismakingsbezoek op het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer

Ingediend door admin op

Op dinsdag 15 juli 2025 werd de vertrekkende minister Dinotha Vorswijk in de bloemetjes gezet door de directie, staf en het personeel van het ministerie en haar werkarmen. Met dank en waardering werd stilgestaan bij de prettige samenwerking en de inzet van de minister gedurende de afgelopen jaren.

In het kader van een soepele overdracht vond aansluitend een kennismakingsbezoek plaats met de aankomende minister, de heer Stanley Soeropawiro. Tijdens dit bezoek maakte hij kennis met het personeel en bracht hij een bezoek aan verschillende afdelingen van het ministerie.

Het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer spreekt haar dank uit aan minister Vorswijk

voor haar bijdrage en kijkt uit naar de voortzetting van het werk onder leiding van minister Soeropawiro.

Voorbereidingscommissies informeren media over inauguratie

Ingediend door admin op

De voorbereidingen voor de inauguratie van de nieuwe president en vicepresident van Suriname vorderen. Voor een vlot en vlekkeloos verloop zijn én worden de nodige maatregelen getroffen. De inauguratie vindt op woensdag 16 juli plaats in de Anthony Nesty Sporthal (ANS). Bij de voorbereidingen zijn twee commissies betrokken, te weten de Parlementaire Commissie, met Rabindre Parmessar als voorzitter, en de Inauguratiecommissie geleid door Sergio Akiemboto. Zij hebben de pers op dinsdag 15 juli zo omstandig mogelijk geïnformeerd over het dagprogramma en de veiligheidsmaatregelen.

De plechtigheid vangt aan om 10:00 uur, waarna om 12:00 uur een defilé plaatsvindt. Vervolgens verplaatst het

gezelschap zich naar het presidentieel paleis voor de beëdiging van de ministers, gevolgd door een afsluitende receptie. Er is bewust besloten om na afloop geen publieke show te organiseren, teneinde binnen het beschikbare budget te blijven. Volgens Akiemboto is ervoor gekozen om te investeren in een duurzame verbetering van de ANS, in plaats van tijdelijke voorzieningen op het Onafhankelijkheidsplein te plaatsen.

De sporthal heeft een uitgebreide renovatie ondergaan, waarbij onder meer stoelen, het gebouw zelf en de sanitaire voorzieningen zijn opgeknapt. De renovatie van de ANS, waaraan ongeveer de helft van het beschikbare budget werd besteed, maakt dat de accommodatie op

die dag, tot 15:00 uur, kan dienen als vergaderlocatie voor De Nationale Assemblee. Er wordt verwacht dat meer dan 3500 genodigden de locatie zullen bezoeken.

Om de kosten te beheersen, is het aantal internationale gasten beperkt tot regionale vertegenwoordigers. Een uitzondering daarop is de uitnodiging aan de koning en de president van Ghana, vanwege de historische banden met het land en het contact met de president-elect. Zij zullen een vertegenwoordiger afvaardigen. Van Suriname zijn ook traditionele gezagsdragers uitgenodigd. Voorzitter Parmessar benadrukte het historische karakter van deze inauguratie: “Voor het eerst zal Suriname een vrouwelijke president krijgen.”

Veiligheidscoördinator Hans Jannasch geeft aan dat er vanaf middernacht wegafsluitingen van kracht zullen zijn in de directe omgeving van de ANS, en die in de ochtend van 16 juli verder zullen worden uitgebreid. Toegang wordt uitsluitend verleend aan genodigden die in het bezit zijn van een officiële toegangsbadge. Na afloop van het defilé zullen de wegen geleidelijk weer worden opengesteld voor verkeer.