Minister Harish Monorath van Justitie en Politie (Juspol) heeft stevige kritiek geuit op de uitgifte van gronden rondom het penitentiaire complex Santo Boma. Volgens de minister brengt dit de veiligheid in gevaar en belemmert het de noodzakelijke uitbreiding van het gevangeniswezen in Suriname.
Aanleiding voor zijn uitspraken is een recente
prikactie van de KPA. Monorath stelde dat deze actievorm niet passend is voor het vraagstuk, maar benadrukte wel dat hij het probleem volledig erkent. “Ik sta honderd procent achter de zorgen binnen het gevangeniswezen,” aldus de minister.
Het terrein van Santo Boma, oorspronkelijk circa 56 hectare groot en specifiek bestemd
voor detentie-instellingen, is in de loop der jaren deels uitgegeven aan derden. Zowel burgers als ambtenaren hebben kavels ontvangen, waardoor bebouwing dicht bij de gevangenis is ontstaan. In sommige gevallen bevinden woningen zich op minder dan 150 meter van de gevangenismuren.
Volgens Monorath is dit onaanvaardbaar en in strijd met
internationale veiligheidsnormen. “Bij een eventuele uitbraak vormen deze woningen direct een risico. Gedetineerden kunnen zich daar verschuilen, terwijl bewoners gevaar lopen,” waarschuwde hij. Oorspronkelijk was Santo Boma juist strategisch in een moerasgebied gebouwd om ontsnapping te bemoeilijken.
De minister gaf aan dat door de gronduitgifte belangrijke uitbreidingsplannen zijn stilgevallen. Het
terrein was onder meer bedoeld voor een vrouwengevangenis, een jeugdgevangenis en een faciliteit voor personen met psychische stoornissen. Ook plannen voor de opvang van dak- en thuislozen — naar schatting zo’n 500 personen in Paramaribo — komen hierdoor in het gedrang.
Daarnaast ligt de uitbreiding van landbouwactiviteiten stil, die bedoeld
waren om in het eigen onderhoud van de inrichting te voorzien. Het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) heeft zelfs verzocht om bestaande aanplant te verwijderen in verband met bouwplannen.
Monorath bevestigde dat er meerdere brieven zijn gestuurd naar betrokken instanties, waaronder het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer
(GBB), en dat overleg met de president heeft plaatsgevonden. De president heeft aangegeven dat gronden die onrechtmatig zijn uitgegeven mogelijk teruggevorderd moeten worden. Toch benadrukt de minister dat dit het probleem niet direct oplost, mede omdat sommige percelen sinds 2008 zijn uitgegeven en door conversie eigendom zijn geworden van burgers.
De minister sprak zijn onbegrip uit over het beleid van eerdere regeringen. Tegelijkertijd wil hij burgers die grond hebben verkregen niet criminaliseren. “Mensen die grond hebben gekregen, hebben dat niet per se aan zichzelf te wijten,” stelde hij.
Verder wees Monorath op het belang van resocialisatieprojecten binnen het gevangeniswezen, waarmee
Suriname internationaal erkenning heeft gekregen. Er zijn zelfs verzoeken geweest van onder meer Curaçao en Jamaica voor kennisuitwisseling. “Het is schrijnend dat we dit nu dreigen te verliezen,” aldus de minister.
Tot slot benadrukte hij dat Suriname moet blijven investeren in een toekomstbestendig gevangenissysteem. “We moeten hier samen uitkomen. Justitie
zal deze uitdaging niet uit de weg gaan.”