• woensdag 26 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Inheemse grondenrechten: beschermen is nog geen erkennen

Inheemse grondenrechten: beschermen is nog geen erkennen

| starnieuws | Door: Redactie

De discussie over de grondenrechten van Inheemse en Tribale volken sleept zich al decennialang voort. Regeringen kwamen en gingen, commissies werden ingesteld, wetsvoorstellen geschreven en internationale uitspraken gedaan. Toch ontbreekt in 2026 nog steeds waar het uiteindelijk om draait: een volwaardige wettelijke erkenning van de collectieve rechten van gemeenschappen op hun traditionele woon- en leefgebieden. Onze eerste bewoners worden daardoor nog altijd in een juridische wurggreep gehouden.

Een institutionele uitputtingsslag

Het probleem is al jaren glashelder. De Grondwet beschermt individuele mensenrechten,

maar kent nog altijd geen volwaardige wettelijke regeling van de collectieve rechten van Inheemse en Tribale volken. Dat raakt de kern van de zaak. Voor Inheemse gemeenschappen is grond niet simpelweg vastgoed. Bossen, rivieren, kreken, jachtgebieden en kostgronden vormen samen een leefgebied waarmee cultuur, voedselvoorziening en identiteit onlosmakelijk verbonden zijn.


Toch sleept de behandeling van de Wet Collectieve Rechten Inheemse en Tribale Volken zich al jaren voort. Het oorspronkelijke ontwerp werd in 2021 ingediend en in 2023 in De Nationale Assemblée behandeld. In 2025 besloot de regering opnieuw tot wijzigingen via een nota van wijziging.


Daarmee is het dossier exemplarisch geworden voor een bestuurlijk probleem dat Suriname maar niet weet op te lossen. Regeringen spreken hun steun uit voor grondenrechten, werkgroepen worden ingesteld, voorstellen worden aangepast en gesprekken worden gevoerd. Ondertussen blijven de gemeenschappen wachten op datgene waar het uiteindelijk om draait: rechtszekerheid.


En terwijl die wettelijke erkenning uitblijft, blijven conflicten over gronduitgifte,
houtkap en mijnbouw in traditionele woon- en leefgebieden bestaan.

Beschermen is nog geen erkennen
Onder president Jennifer Geerlings-Simons staat het onderwerp opnieuw nadrukkelijk op de politieke agenda. Haar regering werkt aan een Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden en heeft daarover overleg gevoerd met onder andere het Traditioneel Gezag en de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS).

Het uitgangspunt is belangrijk. Traditionele woon- en leefgebieden moeten worden beschermd tegen het verlenen van nieuwe mijnbouw-, goud-, zand- en houtconcessies zolang de definitieve grondenrechten nog niet zijn geregeld. Dat kan een belangrijke stap zijn en verdient steun. Maar we moeten waken voor een illusie: beschermen is nog geen erkennen.

Wanneer de staat besluit voorlopig geen concessie in een bepaald gebied te verlenen, blijft de staat uiteindelijk degene die bepaalt wat daar gebeurt. Een werkelijk collectief grondenrecht draait die verhouding om. Dan beschikt de gemeenschap zelf over een juridisch afdwingbaar
recht.

Stel dat een Inheems dorp al tweehonderd jaar een bos, rivier en omliggende kreken gebruikt. Wie moet dan aan wie toestemming vragen?

Moet het dorp aan de staat vragen zijn leefgebied ongemoeid te laten? Of moet degene die daar goud wil winnen eerst rekening houden met de rechten van de gemeenschap die er al generaties woont? Na tientallen jaren discussie zou het antwoord duidelijk moeten zijn.


Ontwikkeling is niet het probleem
We moeten ook af van de gedachte dat erkenning van Inheemse grondenrechten economische ontwikkeling onmogelijk maakt. Inheemse gemeenschappen hebben net zo goed behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg, energie, internet, infrastructuur en werkgelegenheid. De werkelijke tegenstelling is daarom niet die tussen economische ontwikkeling en Inheemse rechten. De vraag is wie over die ontwikkeling beslist, onder welke voorwaarden dat gebeurt en wie uiteindelijk van de opbrengsten profiteert.

Ook internationaal kan Suriname zich niet beroepen op onbekendheid met het probleem. Het

Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens heeft ons land in verschillende zaken veroordeeld en duidelijke verplichtingen opgelegd rond de bescherming van collectieve rechten.


Er zijn sindsdien stappen gezet. Maar essentiële onderdelen daarvan – met name daadwerkelijke wettelijke erkenning en effectieve bescherming van collectieve grondenrechten – wachten nog steeds op volledige uitvoering. Na zoveel jaren is dat steeds moeilijker uit te leggen.

Nu moet de wet volgen

De regering-Simons verdient de ruimte om te laten zien dat zij het anders wil doen. De bescherming van woon- en leefgebieden kan daarbij een belangrijke tussenstap zijn. Het voorkomt hopelijk dat gedurende de zoveelste politieke en juridische discussie nieuwe situaties ontstaan die later nauwelijks nog zijn terug te draaien. Een tussenstap mag geen eindstation worden.

Suriname kent inmiddels een lange geschiedenis van commissies, consultaties, wetsvoorstellen en beloften. Uiteindelijk telt maar één ding: wat staat er in de wet en welke rechten
kan een gemeenschap daadwerkelijk afdwingen? Het antwoord op het grondenrechtenvraagstuk kennen we namelijk allang.

Erken de gemeenschappen als collectief. Leg hun traditionele woon- en leefgebieden juridisch vast. Geef hun collectieve rechten daarop wettelijke bescherming. En zorg ervoor dat overheden en bedrijven niet langer over die gebieden kunnen beschikken zonder daadwerkelijke zeggenschap van de mensen die er wonen. Daarmee wordt economische ontwikkeling niet onmogelijk. Het betekent slechts dat ontwikkeling niet langer over Inheemse gemeenschappen heen plaatsvindt, maar met hen.

Na tientallen jaren praten is het tijd dat Suriname die stap zet. Inheemse grondenrechten zijn geen gunst die de staat verleent. Het zijn rechten die de staat behoort te erkennen.

Eduard Hartgens

| starnieuws | Door: Redactie