• woensdag 12 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Essay II: De schaal van de vondst en wat 'veel meer' concreet betekent

Essay II: De schaal van de vondst en wat 'veel meer' concreet betekent

| starnieuws | Door: Redactie

Marcel Chin-A-Lien Eerst de woorden — 'bewezen' en 'prospectief'

Om iets in gewone taal te kunnen zeggen over reserves, moet ik twee woorden uitleggen. Deze twee zijn de sleutel tot bijna elke krantenkop over “hoeveel olie Suriname heeft”:

Bewezen (proven, of P1) betekent: we hebben het gezien met de boor, we hebben de eigenschappen gemeten en we weten met een hoge mate van zekerheid dat het produceerbaar is met de huidige techniek en tegen de huidige prijzen.


Prospectief (of P50,
P90, “yet-to-find”) betekent: onze wetenschap, onze seismiek en onze geologische kennis wijzen sterk op de aanwezigheid, maar de boor heeft het nog niet aangetoond. Het is een verwachting, geen bewezen bezit.

Het verschil is niet triviaal. Bewezen reserves horen thuis op de balans van een bedrijf en van een staat. Prospectieve middelen zijn een verwachting waarop je exploratie plant, maar waarop je geen leningen afsluit. Beide zijn belangrijk. Beide moeten eerlijk worden gecommuniceerd.

Wat is er tot vandaag bewezen bij Suriname?
Ik houd het simpel en rond af:
Olie, Blok 58. De vondsten Maka Central, Sapakara, Krabdagu, Kwaskwasi, Keskesi en volgende hebben samen — volgens gepubliceerde gegevens van de operator en van onafhankelijke evaluatoren — een winbare basis in de orde van twee tot vier miljard vaten olie en olie-equivalent. Het GranMorgu-project alleen al mikt op een productie van ruwweg 220.000 vaten per dag vanaf 2028. Dat
is een orde van grootte die Suriname nog niet kende.

Gas, Blok 52. De vondsten Sloanea-1, Sloanea-2, SAC-1 en aanpalende putten hebben een gasbasis aangetoond in de orde van 2,0 tot 2,5 biljoen kubieke voet in het P50-scenario. Op zichzelf is dat voldoende voor een gasprogramma van 33 tot 35 jaar bij een realistische afnamesnelheid.


Overige blokken. Blok 53 (SAC-1 zat oorspronkelijk in Blok 52; nabij Blok 53 loopt evaluatie), Blok 65 en verscheidene diepwaterblokken zijn deels aangeboord met bemoedigende resultaten. Dit is de “prospectieve” laag.


Wat wordt er nog verwacht?
Onafhankelijke geologische studies — waaronder recent werk over het Guyana-Suriname Basin — laten zien dat de bewezen vondsten van vandaag niet het einde zijn. De verwachting dat er onder de Surinaamse plaat nog meerdere miljarden vaten olie-equivalent en tientallen biljoenen kubieke voet gas liggen, is niet speculatief: het is een uitkomst van dezelfde methoden die de Guyana-vondsten van
2015-2024 correct voorspelden.

Om een idee te geven: ons buurland is uitgekomen op meer dan 11 miljard vaten olie-equivalent bewezen, in nog geen tien jaar tijd. Suriname zit in dezelfde geologische provincie, met dezelfde brongesteenten en dezelfde zeebodemarchitectuur. Er is geen reden om aan te nemen dat wij het geologisch slechter treffen dan onze buren. Er is reden om aan te nemen dat we in de komende tien jaar fors meer zullen zien.

Wat betekent 'veel' op menselijke schaal?
Getallen als “twee miljard vaten” of “twee biljoen kubieke voet” zeggen weinig. Ik probeer het te vertalen:
● Twee miljard vaten olie komt overeen met ongeveer 150 jaar aan het huidige binnenlandse verbruik van Suriname. Zelfs als je uitgaat van forse groei van het binnenlandse verbruik, spreek je over decennia aan brandstofequivalent.

● Twee biljoen kubieke voet gas komt overeen met genoeg energie om elk huishouden in Suriname

meerdere generaties lang van elektriciteit te voorzien, óf om een substantiële industriële basis (kunstmest, chemie, aluminiumverwerking) tientallen jaren te voeden.


Kortom: wij hebben, onder onze zee, meer dan genoeg om binnenlands een echte energie- en industriële transformatie te dragen — én daarnaast nog te exporteren. Dat is precies wat een land als Trinidad al decennia doet. Het is precies wat Noorwegen zorgvuldig heeft opgebouwd sinds de jaren zeventig.

Waarom deze schaal NR en GtS logisch maakt

Nu de eerlijke stap. Als de vondst klein was — als er onder onze zee net genoeg zou zitten voor tien jaar productie — dan zou het bouwen van een raffinaderij of het aanleggen van een pijpleiding niet lonen. De vaste kosten van zulke infrastructuur zouden nooit worden terugverdiend.


Maar dat is niet onze situatie. Onze situatie is dat we, óók naar voorzichtige schattingen, decennia aan produceerbare olie en gas onder onze zee hebben, met daarbovenop een

bewezen prospectiviteit die het beeld nog vergroot. Bij een basis van deze omvang begint het onder de streep te lonen om binnenlands te verwerken en niet uitsluitend te exporteren.


Dat is geen ideologische keuze. Het is een gevolg van simpele rekenkunde:
● Een modulaire raffinaderij van 30.000 vaten per dag kan met een basis van meerdere honderden miljoenen vaten aan gecombineerde soevereine aanspraak en importopties twintig tot dertig jaar vol draaien. Die schaal is er.

● Een gaspijpleiding van ongeveer 100 kilometer met een gasbehandelingsinstallatie kan met een basis van 2 tot 2,5 biljoen kubieke voet decennia aan afname dragen. Die schaal is er ook.

Wat wij hebben, is precies wat een klein land nodig heeft om conversie aan land te rechtvaardigen. Dat is een belangrijke boodschap, en het is er een die tot nu toe in de publieke discussie te weinig aan bod is gekomen.

Wat
NR en GtS samen aan land kunnen brengen

Ik geef een indicatief beeld, geen exact getal:
● NR bespaart Suriname naar schatting honderden miljoenen dollars per jaar aan brandstofimport en genereert daarnaast belasting en dividend voor de staat. Ordegrootte: een verbetering van de nationale betalingsbalans van US$ 400 tot 700 miljoen per jaar in de basiscase, in vergelijking met de huidige situatie waarin alle brandstof wordt geïmporteerd.

● GtS vervangt in de eerste jaren dure diesel- en stookoliegeneratie door goedkope gasstroom, met besparingen voor EBS in de orde van tientallen tot honderden miljoenen dollars per jaar, en genereert daarnaast fiscale ontvangsten uit royalty’s en belastingen.

Alle getallen zijn ramingen die in een goede pre-feasibility- en feasibilityfase verder worden aangescherpt. Maar de orde van grootte is duidelijk: wat er in vier of vijf jaar aan projectkosten in NR en GtS wordt geïnvesteerd, wordt in latere jaren teruggegeven in de
vorm van lagere kosten, meer werk, meer belasting en meer stabiliteit.

En bovenal: die waarde blijft hier.

Slot van essay II
Het punt van dit tweede essay is niet om te overtuigen dat NR of GtS “moeten” komen. Het is om te laten zien: de omvang van de vondst is groot genoeg om er, met verstand, iets structureels aan land van te maken. Wie zegt dat we “te klein” zijn of “geen schaal” hebben, praat over een Suriname van dertig jaar geleden. Ons Suriname van vandaag ligt boven een van de grote petroleumprovincies van de wereld.

Wat ervan komt, hangt niet af van de geologie. Dat deel is al voor ons beslist door de aarde zelf. Wat ervan komt, hangt af van de keuzes die wij maken.


Marcel P. T. Chin-A-Lien 
Petroleum- en Energie-adviseur


Zie ook: Essay I: Van Zee naar Land - Wat Suriname moet weten

over Nieuwe Raffinaderij en Gas-to-Shore

| starnieuws | Door: Redactie