• maandag 19 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Een sterkere Belastingdienst, maar voor wie?

Een sterkere Belastingdienst, maar voor wie?

| starnieuws | Door: Redactie

Suriname staat mogelijk aan de vooravond van een ingrijpende economische verandering. Met de verwachte grootschalige offshoreolieproductie vanaf 2028 ontstaan nieuwe mogelijkheden om de nationale ontwikkeling te versnellen. Maar meer inkomsten voor de staat betekenen niet automatisch meer welvaart voor de bevolking. De werkelijke vraag is wie de lasten draagt, wie van de nieuwe rijkdom profiteert en of de opbrengsten ook toekomstige generaties ten goede komen.

Tegen deze achtergrond verdient de voorgestelde Algemene Wet Belastingen (AWB) bijzondere aandacht. De ontwerpwet, die momenteel
in De Nationale Assemblée wordt behandeld, moet de belastinguitvoering moderniseren en de bestaande regels voor aangifte, controle, aanslagoplegging en rechtsbescherming harmoniseren. Dat is een noodzakelijke hervorming. Een overheid die haar belastinginkomsten niet behoorlijk kan vaststellen en innen, beschikt immers over minder middelen om onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en andere publieke voorzieningen te financieren.

Maar een efficiëntere belastingdienst is nog geen rechtvaardiger belastingstelsel. De ontwerpwet bevat uitgebreide informatie- en administratieverplichtingen. Artikel 53 stelt bijvoorbeeld eisen aan de inrichting en toegankelijkheid van administraties. Zulke regels zijn noodzakelijk om belastingontduiking tegen te gaan, maar hun gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Een grote onderneming kan gespecialiseerde accountants, fiscalisten en juridische adviseurs inschakelen. Een kleine ondernemer beschikt doorgaans over aanzienlijk minder middelen om aan vergelijkbare verplichtingen te voldoen.

Hier ligt een belangrijk vraagstuk. Gelijkheid voor de wet betekent niet dat verschillen in economische draagkracht en administratieve mogelijkheden genegeerd moeten worden. Wanneer de nalevingskosten
voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) relatief hoog worden, kan een hervorming die bedoeld is om belastinginning te verbeteren, juist een belemmering vormen voor ondernemerschap en formalisering.

De overheid moet daarom niet uitsluitend investeren in controle en sanctionering, maar ook in eenvoudige procedures, toegankelijke dienstverlening en begeleiding van KMO’s. Wie bereid is zijn belastingverplichtingen na te komen, moet daartoe daadwerkelijk in staat worden gesteld.

Ook de uitbreiding van controlebevoegdheden vraagt om zorgvuldigheid. De ontwerpwet bevat belangrijke waarborgen, waaronder bezwaar- en beroepsmogelijkheden en procedurele bescherming bij administratieve boetes. Dat is winst. Maar rechtsbescherming moet meer zijn dan een recht op papier. Voor burgers en ondernemers die geen langdurige juridische procedures kunnen bekostigen, moet het mogelijk blijven om een belastingaanslag of sanctie effectief aan te vechten. Een sterke overheid heeft niet alleen bevoegdheden nodig, maar ook duidelijke grenzen aan de uitoefening daarvan.

De grootste uitdaging ligt bovendien niet uitsluitend
bij de kleine belastingplichtige. Met de ontwikkeling van de offshoreolie- en gasindustrie zullen internationale ondernemingen, grensoverschrijdende transacties en complexe fiscale structuren een steeds belangrijkere plaats innemen in de Surinaamse economie. De belastingdienst moet daarom voldoende deskundigheid en capaciteit ontwikkelen om ook deze activiteiten effectief te controleren.

Daarbij is onderscheid nodig tussen legale belastingplanning, ongewenste belastingontwijking en daadwerkelijke belastingontduiking. Niet iedere internationale fiscale constructie is onrechtmatig. Maar dat ontslaat de overheid niet van haar verantwoordelijkheid om agressieve winstverschuiving te bestrijden en te voorkomen dat economische macht zich vertaalt in ongerechtvaardigde fiscale voordelen.

De ontwerpwet voorziet in internationale fiscale informatie-uitwisseling. Dat biedt mogelijkheden, maar wettelijke bevoegdheden zijn slechts zo effectief als de instellingen die ze uitvoeren. Zonder gespecialiseerde medewerkers, betrouwbare informatiesystemen en onafhankelijk toezicht dreigt het verschil tussen wettelijke ambitie en bestuurlijke werkelijkheid groot te blijven. Het zou bijzonder wrang zijn wanneer de belastingadministratie steeds beter wordt toegerust om KMO’s

te controleren, terwijl de capaciteit om complexe internationale geldstromen te onderzoeken onvoldoende meegroeit.


Daarom moet fiscale modernisering ook bijdragen aan eerlijke concurrentie en versterking van de nationale economie. Surinaamse ondernemingen moeten kansen krijgen om te groeien, te investeren en daadwerkelijk waarde toe te voegen aan de nieuwe olie-economie. Een belastingstelsel dat ondernemerschap stimuleert, maar fiscale bevoordeling en economische machtsconcentratie onvoldoende tegengaat, schiet daarin tekort.


Even belangrijk is publieke verantwoording. De samenleving moet inzicht kunnen krijgen in de prestaties van de belastingdienst, de effectiviteit van de handhaving en de ontwikkeling van belastinginkomsten, zonder dat de vertrouwelijkheid van individuele belastinggegevens wordt geschonden.


Grondwettelijk behoren natuurlijke hulpbronnen de natie toe, wat terug te zien moet zijn in de opbrengsten. De AWB hoeft niet zelf te bepalen hoe de toekomstige olie-inkomsten worden besteed of gespaard. Daarvoor zijn andere wettelijke en begrotingsinstrumenten nodig. Maar zij moet wel bijdragen aan een betrouwbaar fiscaal fundament waarop een rechtvaardige verdeling van
nationale rijkdom mogelijk wordt.

Suriname heeft een sterke belastingdienst nodig. Niet een die vooral sterk staat tegenover degenen met de minste middelen, maar een die ook de machtigste economische spelers effectief kan controleren. De werkelijke maatstaf voor deze hervorming is daarom niet alleen hoeveel belasting de overheid kan innen, maar of iedereen naar vermogen bijdraagt en de nationale rijkdom uiteindelijk ten goede komt aan de gehele samenleving.

Vincent Roep

| starnieuws | Door: Redactie