
De zaak-Maduro is geen drugszaak — het is een aanval op staatsimmuniteit
| starnieuws | Door: Redactie
Tewari Jairam Op maandag 5 januari 2026 zijn de president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Nicolás Maduro, en zijn vrouw voor de federale rechter in New York voorgeleid. De vervolging van Nicolás
Maduro door de Verenigde Staten is geen gewone strafzaak. Wie dat zo framet, mist de kern. Dit is een lakmoesproef voor het internationaal recht.De stelling is glashelder: een zittend staatshoofd van een soevereine staat kan niet door een nationale rechter van een andere staat strafrechtelijk worden vervolgd, tenzij die staatshoofdimmuniteit ondubbelzinnig is opgeheven. Dat is hier niet gebeurd. Punt.Het internationaal recht kent al decennia een vaste regel: immuniteit ratione personae. Zittende staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken genieten persoonlijke immuniteit tegen strafvervolging door buitenlandse nationale rechters. Niet omdat zij “boven de wet” staan, maar omdat het rechtssysteem anders verwordt
tot geopolitieke wraakjurisdictie. Die immuniteit is procesrechtelijk: zij blokkeert vervolging zolang de functie voortduurt. Geen belangenafweging, geen morele shortcut.De Verenigde Staten proberen die regel te omzeilen met een semantische truc: erkenning. Wie door Washington niet (meer) als staatshoofd wordt erkend, zou zijn immuniteit verliezen. Dat klinkt juridisch slim, maar is internationaalrechtelijk gevaarlijk. Immuniteit volgt uit het ambt, niet uit de politieke voorkeur van een derde staat. Erkenning is een politieke daad; immuniteit is een juridische consequentie van soevereiniteit. Wie die twee verwart, politiseert het recht.Daarmee komen we bij de kern van de zaak. Zelfs áls de VS strafmacht claimt op basis van extraterritoriale drugswetten, blijft immuniteit een harde drempel. Jurisdictie en ontvankelijkheid zijn geen synoniemen. Dat een staat een wet kan toepassen, betekent niet dat zij iedereen mag berechten. De volgorde is simpel: eerst immuniteit, dan pas inhoud. Die volgorde is hier genegeerd.De VS wijzen graag op het Alvarez-Machain-arrest en het Noriega-precedent. Maar dat is een zwakke ruggengraat voor zo’n zware ingreep. Noriega werd niet algemeen erkend als zittend staatshoofd. De situatie van Venezuela is fundamenteel anders: Maduro oefende de effectieve macht uit, werd internationaal door meerdere staten erkend en functioneerde als staatshoofd. Dat Washington hem politiek wil wegdefiniëren, verandert niets aan het volkenrechtelijke uitgangspunt. Selectieve erkenning kan geen universele rechtsregel breken.Ook de manier waarop Maduro in Amerikaanse handen is gekomen — of dat nu “capture”, “law enforcement” of simpelweg ontvoering heet — doet er juridisch toe. Het argument dat een onrechtmatige overbrenging geen beletsel vormt voor vervolging, is een binnenlands Amerikaans leerstuk. Internationaalrechtelijk is het irrelevant voor de immuniteitsvraag. Je kunt een procedure niet zuiveren door eerst het recht te schenden en daarna te stellen dat de rechter toch bevoegd is. Dat is geen rechtsstaat logica, dat is machtspolitiek met een toga.Laat dit duidelijk zijn: niemand beweert dat staatshoofden nooit ter verantwoording kunnen worden geroepen. Dat kan — maar via internationale mechanismen (zoals internationale strafhoven) of na afloop van hun ambtstermijn. Dat onderscheid is essentieel. Het beschermt niet de persoon, maar het systeem. Wie het systeem sloopt om één verdachte te pakken, normaliseert een wereld waarin elk machtig land politieke tegenstanders kan criminaliseren.De gevolgen zijn voorspelbaar en gevaarlijk. Als de VS dit pad legitimeert, opent zij de deur voor wederkerigheid. Vandaag Maduro, morgen een ander. Nationale rechters als instrumenten van geopolitiek. Het internationaal recht wordt dan geen schild meer, maar een menu: kiezen wat uitkomt, laten liggen wat stoort.De conclusie is onontkoombaar. Zolang Maduro als zittend staatshoofd moet worden beschouwd, is de Amerikaanse aanklager niet-ontvankelijk. Niet omdat misdrijven niet ernstig zouden zijn, maar omdat de rechtsorde dat vereist. Het alternatief is willekeur. En willekeur is het einde van recht.Wie dit afdoet als juridisch formalistisch geneuzel, vergist zich. Dit gaat over de vraag of het internationaal recht nog grenzen stelt aan macht. Vandaag is het Venezuela. Morgen kan het iedereen zijn. En dan is het te laat om te zeggen dat we het niet zagen aankomen.mr. Tewari Jairam
Internationaal Legal Consultancy
| starnieuws | Door: Redactie




































