• vrijdag 11 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Delcy, Trump en onze olie

Column: Delcy, Trump en onze olie

| starnieuws | Door: Redactie

Het officiële bezoek van de Venezolaanse president Delcy Rodríguez aan Suriname heeft nog voordat zij goed en wel voet op Surinaamse bodem heeft gezet, de nodige reacties losgemaakt. Sommige daarvan zijn kritisch, andere ronduit afwijzend. Rodríguez wordt herinnerd aan haar rol binnen het chavisme, maar tegelijkertijd wordt haar tegenwoordig vanuit delen van Venezuela juist verweten dat zij datzelfde chavisme heeft verraden door toenadering te zoeken tot de Amerikaanse president Donald Trump.

Het is een opmerkelijke politieke werkelijkheid. Een Venezolaanse leider uit
een beweging die jarenlang haar bestaansrecht mede ontleende aan verzet tegen Amerikaanse invloed, werkt nu samen met een Amerikaanse regering die er geen geheim van maakt haar positie op het westelijk halfrond opnieuw nadrukkelijk te willen versterken. Maar het is te eenvoudig om alleen positief of negatief te zijn over het bezoek van Rodríguez. We zouden beter kunnen kijken naar wat er momenteel in onze regio gebeurt en waar Suriname zichzelf daarin ziet.

Venezuela beschikt over de grootste bewezen oliereserves ter wereld. Buurland Guyana is in enkele jaren veranderd in een belangrijke olieproducent en Suriname staat aan de vooravond van zijn eigen offshore olieproductie. Waar deze drie landen vroeger internationaal misschien vooral werden bekeken als relatief kleine spelers aan de noordoostkust van Zuid-Amerika, ligt voor hun kust en in hun bodem nu een grondstof die opnieuw van grote geopolitieke betekenis is.

Tegelijkertijd maakt de Amerikaanse minister van Buitenlandse
Zaken een reis door Latijns-Amerika waarbij de positie en invloed van de Verenigde Staten in de regio nadrukkelijk aan de orde zijn. De regering-Trump spreekt openlijk over Amerikaanse belangen op het westelijk halfrond en kijkt daarbij niet alleen naar handel en veiligheid, maar ook naar de invloed van China, Rusland en Iran. En dan ontstaat bij het bezoek van Rodríguez, tegen deze achtergrond, vanzelf wantrouwen.

Wat wil Washington werkelijk in deze regio? Hoe belangrijk zijn de olievoorraden van Venezuela, Guyana en straks Suriname in de nieuwe Amerikaanse strategie? En hoe moeten wij de opmerkelijke samenwerking tussen Trump en Rodríguez daarin plaatsen? Er is geen grond om zonder bewijs te stellen dat Trump zijn zinnen heeft gezet op de Surinaamse olie. Evenmin betekent het ontvangen van Rodríguez dat Suriname zich plotseling tegen de Verenigde Staten keert of partij kiest in een geopolitieke machtsstrijd. Maar regeringen moeten wel begrijpen dat wantrouwen
groeit waar informatie ontbreekt.

Dat geldt ook voor het bezoek van Rodríguez. Wanneer pas kort voor haar komst duidelijk wordt dat een buitenlands staatshoofd Suriname bezoekt, terwijl nauwelijks bekend is wat precies wordt besproken en welke overeenkomsten eventueel worden getekend, ontstaat ruimte voor speculatie. In een land dat bovendien aan de vooravond staat van een petroleumtijdperk, krijgt iedere ontmoeting met een belangrijke buitenlandse speler al snel een andere betekenis.

Suriname is jarenlang een klein land geweest dat internationaal relatief weinig geopolitieke aandacht kreeg. Olie kan dat veranderen. Niet omdat wij plotseling een wereldmacht worden, maar omdat anderen meer belang bij ons kunnen krijgen. Onze regering zal hiervoor een volwassen buitenlandse politiek moeten voeren. Een kleine staat kan het zich niet permitteren uitsluitend vrienden te hebben. Suriname moet met Venezuela kunnen praten. Het moet met de Verenigde Staten kunnen praten. Het moet relaties onderhouden met China, Europa, India, Brazilië
en andere partners wanneer het nationale belang dat vereist.

Suriname zal moeten beseffen dat diplomatie niets te maken heeft met een vriendenclub. Maar onafhankelijkheid in buitenlandse politiek betekent meer dan met iedereen aan tafel kunnen zitten. Het betekent vooral weten wat je zelf aan die tafel wilt bereiken. Bij het bezoek van Rodríguez is het op de eerste plaats niet van belang of zij een chavist, een verrader, een bondgenoot van Trump of een pragmatische Venezolaanse leider is. Dat debat mogen Venezolanen in de eerste plaats zelf voeren. Voor Suriname is belangrijk wat we zelf willen.

Wat willen wij met onze olie? Welke rol geven wij buitenlandse oliemaatschappijen? Hoe voorkomen wij dat economische afhankelijkheid uiteindelijk politieke afhankelijkheid wordt? En hoe zorgen wij ervoor dat beslissingen over een grondstof die aan het Surinaamse volk behoort, ook werkelijk vanuit het Surinaamse belang worden genomen? Guyana laat inmiddels zien hoe snel
olie de internationale betekenis van een klein land kan veranderen. Suriname zal die werkelijkheid eveneens onder ogen moeten zien.

We moeten waken voor zowel naïviteit als achterdocht. Niet iedere Amerikaanse beweging in de regio is een complot om onze olie en niet iedere Venezolaanse toenadering een poging Suriname in een kamp te trekken. Maar even naïef is het te denken dat grote mogendheden handelen zonder economische en strategische belangen. Natuurlijk verdedigen de Verenigde Staten hun belangen. Venezuela doet dat. China doet dat. Guyana doet dat… Doet Suriname dat ook?

Het is bij het bezoek van Delcy Rodríguez minder belangrijk om te kijken naar aan wiens kant Suriname staat, dan naar welke plaats wij zelf willen innemen in een regio die door olie opnieuw geopolitiek belangrijk wordt. Rodríguez vertrekt weer. Amerikaanse ministers komen en gaan. Ook Trump verdwijnt ooit van het politieke toneel. Maar de olie blijft.

Suriname

moet voorkomen dat anderen eerder weten wat zij met onze olie willen dan wijzelf.


Wilfred Leeuwin

| starnieuws | Door: Redactie