• dinsdag 30 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Comité-generaal: uitzondering of nieuwe regel?

Column: Comité-generaal: uitzondering of nieuwe regel?

| starnieuws | Door: Redactie

Minister Harish Monorath van Justitie en Politie wil in comité-generaal meer informatie geven over het gestolen kwik. De regering wil de grenskwestie rond Tigri in comité-generaal bespreken. Daar is staatsrechtelijk weinig op af te dingen. Het gaat om een gevoelige internationale kwestie waarbij nationale veiligheid en diplomatieke belangen een rol spelen. Juist voor zulke uitzonderlijke situaties kent De Nationale Assemblee het instrument van het comité-generaal: een besloten vergadering waarin vertrouwelijke informatie kan worden gedeeld.

Maar vervolgens rijst een principiële vraag. Moeten

ook het verdwijnen van ruim 300 kilogram kwik vanaf het terrein van politiepost Geyersvlijt en het stelen van goud uit de kluis van Grassalco achter gesloten deuren worden besproken, uitsluitend omdat deze zaken nog in onderzoek zijn? Assembleeleden en ministers zijn te veel geneigd om te roepen om een comité-generaal om zo de publieke opinie een hak te zetten. 


Tijdens de begrotingsbehandeling stelde assembleelid Raymond Sapoen terecht dat het parlement een controlerend instrument is. De verdwijning van honderden kilo's kwik is geen alledaagse gebeurtenis. De samenleving heeft daarom recht op informatie. Niet op details die een strafrechtelijk onderzoek kunnen frustreren, maar wel op een stand van zaken. Welke stappen zijn inmiddels gezet? Welke maatregelen zijn genomen? Hoe wordt voorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt? Dat zijn bestuurlijke vragen.

Ook waarnemend Assembleevoorzitter Ronnie Brunswijk plaatste vraagtekens bij de noodzaak om deze kwestie in comité-generaal te behandelen. Zijn opmerking dat niet alles achter
gesloten deuren hoeft te worden besproken, raakt de kern van het parlementaire stelsel: openbaarheid is de regel, beslotenheid de uitzondering.

Een strafrechtelijk onderzoek vindt plaats onder leiding van het Openbaar Ministerie. Dat roept direct een staatsrechtelijke vraag op. Beschikt de minister van Justitie en Politie eigenlijk wel over alle onderzoeksinformatie? En als dat zo is, mag die informatie vervolgens in een geheime vergadering met assembleeleden worden gedeeld? Of raakt dat juist aan de onafhankelijke positie van het Openbaar Ministerie? Het gaat om fundamentele vragen over de scheiding van verantwoordelijkheden binnen de rechtsstaat. 


Het parlement controleert immers de regering, niet het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat een minister helemaal niet hoeft te vertellen welke getuigen zijn gehoord, welke verdachten in beeld zijn of welke onderzoeksstrategie wordt gevolgd. Maar een minister kan wél verantwoording afleggen over het bestuurlijk handelen. Wanneer werd hij geïnformeerd? Welke maatregelen zijn getroffen? Zijn veiligheidsprocedures aangepast? Is intern onderzoek

ingesteld? Hoe wordt herhaling voorkomen? Voor zulke vragen is absoluut geen comité-generaal nodig.


Juist daarom is het gevaarlijk wanneer de enkele mededeling dat "de zaak nog in onderzoek is" voldoende wordt geacht om het parlement achter gesloten deuren te laten vergaderen. Vrijwel iedere grote zaak bevindt zich immers op enig moment in onderzoek. Als dat de nieuwe norm wordt, verschuift de parlementaire controle steeds verder uit het zicht van de samenleving.

Daar komt nog iets bij. In een comité-generaal geldt geheimhouding. Assembleeleden mogen de verstrekte informatie niet naar buiten brengen. Dat betekent ook dat wanneer een minister onvolledige of zelfs onjuiste informatie verstrekt, volksvertegenwoordigers daar publiekelijk nauwelijks op kunnen reageren zonder zelf de geheimhoudingsplicht te schenden. Daarmee wordt het publieke debat feitelijk stilgelegd. Dat maakt een comité-generaal tot een zwaar parlementair instrument, dat met grote terughoudendheid zou moeten worden gebruikt.

Natuurlijk zijn er situaties waarin beslotenheid noodzakelijk is. Niemand verwacht

dat militaire strategieën, staatsveiligheid of gevoelige diplomatieke onderhandelingen in het openbaar worden besproken. Maar verdwenen kwik, goud of andere dossiers waarbij vooral bestuurlijke verantwoordelijkheid centraal staat, vragen in beginsel om openbare verantwoording.


Het parlement is immers niet opgericht om geheimen te bewaren. Het moet de regering namens de samenleving te controleren. De vraag is daarom niet of een comité-generaal mag worden gehouden. De vraag is of we accepteren dat transparantie plaatsmaakt voor geheimhouding, terwijl juist openbaarheid het fundament vormt van onze parlementaire democratie. Want uiteindelijk behoort informatie over het handelen van de overheid, tenzij het nationale belang zich daar aantoonbaar tegen verzet, niet toe aan de regering of aan het parlement. Die behoort toe aan de samenleving.


Nita Ramcharan 

| starnieuws | Door: Redactie