
‘CENTRALE BANK VORDERING OP DE STAAT NIET DOOR ZEKERHEIDSSTELLING GEDEKT’
| dagblad de west | Door: Redactie
Accountant BDO kon jaarverslag 2016 niet beoordelen
Het accountantskantoor BDO, kreeg destijds de opdracht, de in het jaarverslag op pagina 68 tot en met 125 opgenomen jaarrekening over het boekjaar eindigend op 31 december 2016 van de Centrale Bank van Suriname te controleren. De accountant R. Ferrier stelt in zijn verklaring aan het eind van het jaarverslag, dat BDO geen oordeel over de getrouwheid van de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening over 2016 van de Bank kan geven. “Wij zijn niet in staat geweest om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen om daarop ons oordeel over de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening als geheel te baseren.
De accountant ligt zijn oordeelonthouding toe, door aan te geven, dat de vordering op de Staat Suriname, niet door enige harde zekerheidsstelling gedekt is. De geconsolideerde Staatsschuld-III die per september 2015 is afgesloten door de Centrale Bank met de Staat voor een bedrag van SRD 2.498.327.404,
Ook betreft het saldo van de overtrekkingen van de Staat op zijn rekening- courantrekeningen (debet-standen) en diverse overige schulden van de Staat aan onder andere Staatsinstellingen en derden. Verder zegt de accountant, dat deze leningsvorm, waarvan de toelaatbaarheid niet in de Bankwet van 1956 en zoals aangepast in 2005 is opgenomen, en heeft daardoor in eerste aanleg geen wettelijke grondslag, alsook ontbreken er in tweede instantie acties om dit separaat via een andere rechtsgang, zoals De Nationale Assemblee, te laten goedkeuren.
“De Staat heeft tot zekerheid van de door de Bank op zijn verkregen vordering, de ‘Geconsolideerde Staatsschuld –III”, zijn recht op de jaarlijkse winst van de Bank als dekking gegeven. De facto is per 31 december 2016 vanwege het
| dagblad de west | Door: Redactie



































