
Baitali: ‘Herstelwerkzaamheden Van ’t Hogerhuysstraat nooit door ons tegengehouden’
| waterkant | Door: Redactie
Aannemingsmaatschappij Baitali N.V. (AMB) stelt dat het stilgevallen project voor de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat–Slangenhoutstraat niet door haar wordt tegengehouden, maar vooral het gevolg is van de manier waarop de Staat Suriname is omgegaan met een rechterlijk vonnis. In een persverklaring zegt het bedrijf dat er een gevaarlijk precedent ontstaat als een rechterlijke uitspraak niet volledig wordt uitgevoerd.
Volgens AMB begon de kwestie nadat het bedrijf bij de aanbesteding werd gediskwalificeerd. Het bedrijf maakte bezwaar, maar dat bezwaar werd volgens AMB niet meegenomen voordat de gunningsbrief naar een andere partij werd gestuurd. Daarop stapte AMB naar de rechter. De kortgedingrechter oordeelde op 10 juli 2025 dat de beoordeling van de inschrijving van AMB onjuist was en droeg de Staat onder meer op om de gunningsbeslissing, het besluit op bezwaar, de Letter of Acceptance en de uitvoering van de aangegane overeenkomst in te trekken.
De rechter bepaalde ook dat de inschrijving
Het bedrijf benadrukt dat herstelwerkzaamheden aan de weg nooit door AMB zijn tegengehouden. Volgens de verklaring verbiedt het vonnis de Staat niet om de Van ’t Hogerhuysstraat te onderhouden, veilig te maken of noodzakelijke reparaties uit te voeren. De suggestie dat AMB de samenleving zou gijzelen, noemt het bedrijf daarom feitelijk onjuist.
Een opvallend punt in de verklaring is de rol van de Inter-American Development Bank (IDB). Kort na het vonnis zou de
AMB ontkent ook dat er sprake is van een conflict met Kuldipsingh. Volgens het bedrijf gaat deze zaak niet over een ruzie tussen aannemers, maar over de vraag of een aanbesteding correct is beoordeeld en of een rechterlijk vonnis wordt nageleefd. Kuldipsingh wordt door AMB omschreven als een gewaardeerde leverancier.
Het bedrijf zegt dat het de zaak om twee redenen blijft voortzetten. Ten eerste wil AMB voorkomen dat de diskwalificatie op haar naam blijft staan, omdat dit schadelijk kan zijn bij toekomstige aanbestedingen. Ten tweede vindt het bedrijf dat
AMB zegt nog altijd in gesprek te zijn met het ministerie van Openbare Werken. Het bedrijf benadrukt dat het geen escalatie richting het ministerie zoekt, maar een oplossing wil die zowel recht doet aan het vonnis als aan het belang van de samenleving. Volgens AMB hoeven goede wegen en respect voor de rechter elkaar niet uit te sluiten.
| waterkant | Door: Redactie




































