• dinsdag 21 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

WAT KUNNEN WE LEREN VAN DE SURINAAMSE GATEN?

| united news | Door: Redactie

ANALYSE | AUTEUR: EDWARD LEE

De Surinaamse gaten in de weg zijn geen simpel infrastructureel defect; ze vormen een meedogenloze spiegel van onze periodieke overheidscultuur en het levende bewijs van hoe Suriname steeds weer vervalt in economische activiteiten zonder ooit duurzame economische ontwikkeling te realiseren.

Wanneer een Surinaamse automobilist abrupt uitwijkt voor een diep, uitgehold gat in het asfalt, ervaart hij niet slechts een verkeershindernis, maar het fysieke eindproduct van een diep geworteld maatschappelijk en politiek falen. Het Surinaamse gat in de weg is de meest tastbare manifestatie van onze tamarra- en mañana-cultuur, een cultuur waarin kortstondige ad-hoc-lapmiddelen stelselmatig de plaats innemen van een duurzame visie en langetermijnbeheer. Het gat ontstaat niet zomaar door regenval of zwaar verkeer; het ontstaat doordat wegen worden aangelegd zonder dat het onderhoud juridisch en financieel is geborgd. Het blijft liggen doordat opeenvolgende regeringen pas in actie komen als een crisis uitbreekt, om vervolgens met snel-droogasfalt

een oppervlakkige ‘oplossing’ te bieden die bij de volgende regenbuien weer wegspoelt. Exact dezelfde dynamiek zien we bij onze vervallen overheidsgebouwen, roestende bruggen en de structurele verwaarlozing van kernsectoren zoals toerisme, onderwijs, landbouw, logistiek en ondernemerschap. Telkens wanneer een nieuwe regering aantreedt met grote beloften van verandering, vervallen we binnen kortste keren in exact dezelfde neerwaartse spiraal. Waarom blijven we hierin steken?

Het antwoord wordt zichtbaar wanneer we het gat in de weg doortrekken naar de manier waarop onze staat wordt bestuurd en hoe nationale deals worden gesloten. Suriname sluit keer op keer miljardenovereenkomsten die op het eerste gezicht indrukwekkend lijken, maar per saldo nauwelijks duurzame welvaart achterlaten. We verwarren economische activiteiten — het bouwen van hotels, de komst van kantoren, tijdelijke diensten en losse mijnbouw- of olieprojecten — met daadwerkelijke economische ontwikkeling, wat staat voor productiviteit, industrialisatie, kennisoverdracht, innovatie en de opbouw van een sterke nationale boedel. Een gat in

de weg dat periodiek met een schep grint wordt gedicht creëert weliswaar economische activiteit (een aannemer krijgt betaald, er worden materialen gekocht), maar het draagt nul komma nul bij aan economische ontwikkeling. Sterker nog, het vernietigt kapitaal, beschadigt voertuigen en vertraagt het economisch verkeer.

De kern van dit probleem ligt in het ontbreken van een sterk en modern institutioneel kader. Een volwassen economie draait niet op goede bedoelingen van politici of de welwillendheid van individuele onderhandelaars, maar op onwrikbare wetgeving.

Doordat Suriname niet beschikt over een volwassen Public-Private Partnership-wet (PPP-wet), worden grote nationale infrastructurele en economische projecten overgeleverd aan politieke willekeur. Er is geen verplichting tot onafhankelijke haalbaarheidsstudies, risicoanalyses, transparante financieringsstructuren of een objectieve toetsing of een contract wel het nationale belang dient. Dit wettelijk vacuüm strekt zich uit over acht strategische wetten die dringend herzien moeten worden met internationale én lokale juridische expertise: de Bankwet, de Petroleumwet, de Investeringswet, de

Economic Zone-wet, de Wet Duurzaam Natuurbeheer, de Compatibiliteitswet, de SITA-wet en de Local Content-wet.

De huidige SITA-wet fungeert nu voornamelijk als een passief faciliteitenloket waar bevoegdheden te veel geconcentreerd zijn, terwijl de Local Content-wet de nodige bepalingen mist die buitenlandse en lokale bedrijven verplichten om 20 tot 40 procent van hun opbrengsten structureel te herinvesteren in de Surinaamse economie. Wanneer een dergelijk wettelijk fundament ontbreekt, worden grote beslissingen genomen zonder vaste methodiek. Dat vergroot het risico dat de Staat onderhandelt vanuit een zwakke positie en te weinig profiteert van de waarde die wordt gecreëerd. Daar komt bij dat Suriname niet beschikt over een gespecialiseerde nationale zaken- of investeringsbank die complexe transacties kan structureren, noch over een nationaal handels- en settlementplatform voor strategische grondstoffen. Hierdoor vinden cruciale schakels in de waardeketen — zoals financiering, prijsvorming, handel en afwikkeling — volledig buiten Suriname plaats. Niet alleen goud, hout en olie verbranden of verdwijnen

naar het buitenland, maar ook de financiële meerwaarde vloeit af, terwijl het Surinaamse volk achterblijft met de milieuschade, de opbrengstkruimels en de gaten in het wegdek.

Deze constante plundering en verwaarlozing is het directe gevolg van een historisch gegroeid systeem dat zich laat omschrijven als ‘interne kolonisatie’. In de koloniale tijd werd Suriname door de West-Indische Compagnie gerund als een wingewest, gericht op maximale winning zonder herinvestering in de leefomgeving van de bevolking. Vandaag de dag zien we exact dezelfde structuur terug, maar beheerd door interne kolonisatoren binnen de politieke oligarchie. Bij elke machtswisseling vindt er een politieke carrousel plaats waarbij de poppetjes wisselen, maar de onderliggende patronagenetwerken intact blijven. Achter de schermen verdelen politici en hun gelieerde nv’s de concessies in de goud-, hout- en oliesector. De schimmige constructies met anonieme A- en B-aandelen in de goudsector worden nu naadloos gekopieerd naar de opkomende offshore olie- en gassector via anonieme

toeleveringsbedrijven voor catering, logistiek en beveiliging.

Omdat de overheid doelbewust weigert een openbaar Ultimate Beneficial Owner (UBO)-register in te voeren, blijven de werkelijke politieke begunstigden onzichtbaar, terwijl het openbare overheidsapparaat via partijpolitieke zuiveringen tandeloos wordt gemaakt.

De tol voor dit handhaven van de status quo is verwoestend en reikt veel verder dan kapot asfalt. De ecologische en humanitaire crisis strekt zich uit van de vergiftigde Saramaccarivier, Marowijne, Lawa en het Brokopondostuwmeer — waar cyanide en kwik hele Inheemse en Marrongemeenschappen beroven van hun drinkwater en visserij — tot midden in de dichtbevolkte woonwijken van Paramaribo-Noord, waar goudopkopers in de openlucht kwikdampen uitstoten die de internationale WHO-normen ruimschoots verpletteren. De overheid reageert hierop met doofpotten, stopt met het publiceren van metingen, verschuilt zich achter de ‘porknokker-smoes’ en voert symboolpolitiek door illegale landingsbanen voor de camera’s op te blazen, terwijl de grote financiers buiten schot blijven. Om de burgerij zand in de ogen

te strooien, worden etnische spanningen aangewakkerd en politieke moddergevechten georganiseerd als bliksemafleiding voor de gedeelde miljardenbelangen van de elite.

Als we daadwerkelijk willen leren van de Surinaamse gaten, moeten we beseffen dat een gat in de weg niet vanzelf verdwijnt als een nieuwe minister aantreedt met een emmer asfalt. Het gat verdwijnt pas wanneer we de institutionele randvoorwaarden scheppen om ons land te beheren in plaats van leeg te zuigen. Dat vereist de onmiddellijke aanname van een moderne PPP-wet, de grondige herziening van onze strategische wetgeving, de oprichting van een onafhankelijke Nationale Investeringsbank en een verplicht UBO-register. Maar bovenal vereist het dat het maatschappelijk middenveld — onze milieubonden, medische verenigingen, Inheemse en Marron-belangenbehartigers, juristen én de Surinaamse diaspora — de handen ineen slaan. Door zelfstandig medische en ecologische dossiers op te bouwen, een Landelijk Klachtenbureau Milieuvergiftiging op te richten en via internationale tribunalen en de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten (IACHR)

juridische claims af te dwingen, kan de overheid gedwongen worden haar zorgplicht na te komen. De gaten in de weg zijn een waarschuwing en een spiegel: zolang wij als volk genoegen nemen met cosmetische lapmiddelen, blijven we wonen in een winstgewest van passerende interne kolonisatoren. Pas wanneer we eisen dat de fundamenten van onze staat juridisch en institutioneel worden verankerd, leggen we de weg open naar echte, duurzame Surinaamse ontwikkeling.

Bronnen: unitednews.sr/suriname-het-winstgewest-van-de-interne-kolonisatoren/ |  unitednews.sr/waarom-sluit-suriname-keer-op-keer-deals-die-vooral-leiden-tot-economische-activiteiten-maar-niet-tot-economische-ontwikkeling/

UNITEDNEWS

| united news | Door: Redactie