• maandag 14 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart (5)

Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart (5)

| starnieuws | Door: Redactie

Jack Menke

De offshore-oliekoorts in Suriname - een moderne versie van de koloniale goudkoorts


Terwijl offshore-oliegiganten en Surinaamse counterparts economische groei en hardware (olieplatform, oliereserves, logistiek etc.) benadrukken, is het vertrouwen in Surinames politieke en extractieve instituten reeds jaren tot bijna nul gedaald. De offshore-oliewinning zal de zoveelste golf van schijnwelvaart met nieuwe elites voortbrengen, zonder ontwikkeling. Daarentegen zou Suriname met hernieuwbare bronnen, in harmonie met de natuur als pijler, en inclusieve politieke, economische en educatieve instituten succesvol ontwikkeld kunnen worden, in tegenstelling

tot extractieve instituten met niet-hernieuwbare mijnbouw als speerpunt. Suriname kan met hernieuwbare bronnen als hoogste prioriteit ontwikkeling realiseren, in plaats van zich te laten meeslepen in een terugkerende mijnbouw ‘aanhangwagen’ met groei zonder ontwikkeling.


In een zevendelige serie betoog ik dat de huidige offshore-oliehype – inclusief de Suriname 1.0-2.0-3.0-visie van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) – Suriname qua ontwikkeling ‘oliedom’ zal maken, met een deel van onze elites in de aanhangwagens van internationale oliegiganten. Na ‘Suriname 1.0-2.0-3.0: valse start omarmt schijnwelvaart’ volgen: ‘Local content voor offshore-olie’; ‘Local Development versus Local content’; ‘Offshore-olielessen van Guyana’; ‘Olie-enclave: schijnwelvaart en apartheid’; ‘Staatsolie: gisteren, vandaag en morgen’; en ‘Surinames alternatief ontwikkelingspad’.


‘Eldorado’, die Inheemse volken decimeerde, verplaatst zich in een 21ste-eeuws geolied kostuum zeewaarts. Suriname staat met 93% bosbedekking, enorme biodiversiteit en als koolstofnegatief land op een tweesprong: haar uitzonderlijke natuur met Inheemsen als behoeders behouden, of ‘bekroond’ worden als offshore-oliegigant in

schijnwelvaart en apartheid.


Schijnwelvaart en ecocide

Suriname staat voor een keuze: van binnenuit een toekomst ontwikkelen vanuit de natuur en hiermee verbonden groepen; of schijnwelvaart creëren met grootschalige oliewinning binnen de lijnen van machtige oliemultinationals. Anders dan Staatsolie en de multinational TotalEnergies, die Surinames offshore-olie als een kans propageren voor economische groei en werkgelegenheid, focussen maatschappelijke organisaties en vissersorganisaties op de risico’s voor maritieme ecosystemen. Tegen de achtergrond van internationale bezorgdheid over de klimaatcrisis en ecologische vernietiging (ecocide) wordt de geplande offshore-oliewinning onder een vergrootglas geplaatst. Volgens een internationaal panel van juristen (2021) verwijst ecocide naar onrechtmatige of moedwillige handelingen, gepleegd met de wetenschap dat er een aanzienlijke kans is op ernstige en wijdverbreide dan wel langdurige schade aan het milieu. Hoewel ecocide volgens het Internationaal Strafhof nog geen internationaal misdrijf is, pleiten steeds meer landen voor erkenning hiervan. Suriname zou vooraf maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat milieuschade ontstaat

door offshore-olieboringen. Hiermee moet ecocide worden voorkomen en moeten voordelen voor mens en milieu worden veiliggesteld door maatschappelijke participatie, passende wetgeving en monitoring.


Risico’s olie-enclave

Van Suriname is ongeveer 50% van het offshoregebied onder actieve productiedelingscontracten (PSC’s), met een enorme oppervlakte van minstens 44.142 vierkante kilometer (Figuur 1).


Figuur 1: Productiedelingscontracten offshoregebied


Behalve de door TotalEnergies geplande olieproductie in Blok 58, circa 150 kilometer noordwaarts van Nickerie, is Petronas betrokken bij olie- en gasexploraties in Blok 52, maximaal 185 kilometer ten noorden van Paramaribo. Het enclave-model van deze multinationals houdt een olieveld in met hardware (o.m. boorplatform) en software (o.m. communicatie met het vasteland, gezondheids- en veiligheidsfaciliteiten). Deze werkwijze leidt niet tot een brede, continue ontwikkeling voor de totale samenleving. Integendeel, externe krachten (internationale financiële instellingen, internationale markt etc.) houden de economie steeds meer onder controle. Wat Suriname betreft, wordt de lokale economie een grondstoffenparadijs voor multinationals om door olie-exploitatie winsten

te repatriëren en een economische structuur te creëren die kwetsbaar is. Zulke kapitaalintensieve, hoogtechnologische enclaves zijn nauwelijks verbonden met de lokale economie. Waar bauxiet en goud nog neveneffecten hadden, is offshore-olie een enclave-industrie met royale staatsinkomsten en weinig werkgelegenheid. Behalve het wegdrukken van lokale producenten wordt de staat afhankelijk van olie-inkomsten en ontvangt vooral de staatselite bergen geld voor ‘planning by default’.


Er zijn enorme risico’s en negatieve effecten van offshore-oliewinning voor ontwikkeling. Behalve olierampen met negatieve ecologische en economische gevolgen (wanneer bijvoorbeeld zeestromen de kustvisserij en mangrove-ecosystemen aantasten), vormen ecologische veranderingen bij de kuststrook en riviermondingen een bedreiging voor de bevolkingsvisserij. Omdat offshore-oliewinning gepaard gaat met grootschalige infrastructuurprojecten, zoals nieuwe wegen in beboste gebieden, worden Inheemse en tribale leefgebieden toegankelijker voor goudzoekers, houtkappers en grootschalige landbouwers, die ontbossen en het milieu vervuilen. Door economische oververhitting, groeiende inflatie en maatschappelijke ongelijkheid blijven deze gemeenschappen verstoken van participatie in de olieboom.

Ten slotte verergert oliewinning de klimaatcrisis, en in dit verband zien wij in Guyana diverse rechtszaken tegen de staat en ExxonMobil door Inheemsen en milieuactivisten.


Lessen eerdere vonnissen

Illustratief voor negatieve effecten van extractieve industrieën voor gebieden van Inheemse en tribale volken is het Saramaka-arrest (2007) van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Dit arrest bevestigt dat voor de winning van grondstoffen in Inheemse en tribale gebieden vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC) en het delen van milieu- en sociale effectbeoordelingen (ESIA’s) vereist zijn. Ook offshoreboringen moeten voldoen aan internationale normen binnen het milieurecht en de mensenrechten. Ook als de locatie van exploraties buiten Inheemse en Marron-leefgebieden valt, gelden FPIC en ESIA’s. Het opnemen van deze vereisten in de nationale wetgeving versterkt het juridisch kader voor milieubescherming, waarvan in de huidige Surinaamse milieuwetgeving het grootste deel is verouderd. De wetgeving voor milieubescherming moet daarom worden versterkt door onafhankelijke

en goed gefinancierde monitoring en handhaving, publieke participatie en verplichte milieueffectbeoordelingen in te voeren. Het strafbaar stellen van ecocide is noodzakelijk om de ecosystemen en gemeenschappen te beschermen tegen ernstige vormen van milieuschade. Door proactief op deze kwesties in te spelen, kan Suriname zich internationaal profileren als koploper in duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.


Olie-apartheid

De geplande offshore-olie-industrie van Suriname is een negatievere kopie van door goud- en bauxietkoortsen extern aangedreven economieën, wat gepaard gaat met natuurvernietiging en enorme risico’s voor vissers, Inheemsen en Marrons en hun grondgebieden. De oliewinning in het kustgebied weerspiegelt tevens een hernieuwde politieke, economische en ecologische kolonisering, met een grote kloof tussen de olie-elite en brede lagen van de Surinaamse samenleving die buiten de offshore-olie-enclave vallen: olie-apartheid!


Jack Menke


Zie ook:

● Deel 1: Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart 

● Deel 2: Local content voor offshore-olie: omkering van ontwikkeling

● Deel 3: Local Development versus Local Content

Deel 4: Offshore-oliekoorts: lessen uit Guyana




| starnieuws | Door: Redactie